F I A I N S T T R S U 530.02.
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 1 Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat SCUDO. Wij hebben dit boek samengesteld om u de kwaliteiten van deze auto volledig te laten benutten. Wij raden u aan alle hoofdstukken door te lezen voordat u voor de eerste keer met de auto gaat rijden.
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 2 ABSOLUUT LEZEN! BRANDSTOF TANKEN K Tank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen conform de Europese specificatie EN590. Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en het vervallen van de garantie tot gevolg hebben.
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 3 ELEKTRISCHE APPARATUUR Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die stroom verbruiken (waardoor de accu langzaam kan ontladen), wendt u dan tot het Fiat Servicenetwerk. Deze kan controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik. CODE-card Bewaar deze op een veilige plaats, maar niet in de auto. Wij raden u aan de elektronische code van de CODE-card altijd bij u te hebben.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 4 4 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN DASHBOARD........................................................................ SYMBOLEN ........................................................................... FIAT CODE ..........................................................................
DASHBOARD F0P0600m 1. Verstelbare uitstroomopeningen zijkant - 2. Vaste uitstroomopeningen zijkant - 3. Linker hendel: bediening buitenverlichting 4. Instrumentenpaneel - 5. Rechter hendel: bediening ruitenwissers voor/achter, tripcomputer - 6. Bedieningsknoppen op het dashboard - 7. Verstelbare luchtroosters midden - 8. Frontairbag passagierszijde (indien aanwezig) - 9. Dashboardkastje - 10. Autoradio (indien aanwezig) - 11. Bedieningsknoppen verwarming/ventilatie/airconditioning - 12.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 6 6 SYMBOLEN FIAT CODE WERKING Op of in de nabijheid van enkele onderdelen van uw auto zijn plaatjes met een bepaalde kleur aangebracht met daarop symbolen die uw aandacht vragen en die voorzorgsmaatregelen aangeven die u in acht moet nemen, als u met het betreffende onderdeel te make
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 7 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN DE SLEUTELS CODE-CARD fig. 2 ❒ houd het knopje B ingedrukt en verplaats de metalen baard A; ❒ laat het knopje B los en draai de metalen baard A totdat hij op de juiste wijze is ingeklapt en vergrendeld. BELANGRIJK Om schade aan de elektronische schakelingen in de sleutels te voorkomen, mogen de sleutels niet aan directe zonnestraling worden blootgesteld. fig. 3 F0P0004m SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 8 8 Cabineportieren ontgrendelen ª Als deze knop een keer wordt ingedrukt, worden uitsluitend de portieren van de cabine ontgrendeld. De richtingaanwijzers knipperen twee keer. Door een tweede keer op deze knop te drukken, worden ook de zij- en achterdeuren ontgrendeld.
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 9 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN Extra afstandsbedieningen bestellen ❒ plaats de twee helften weer op elkaar en controleer of ze goed vastgeklikt zitten. Als de batterij is vervangen of als de accu (van de auto) losgekoppeld is geweest, dan moet de afstandsbediening op de volgende wijze worden geïnitialiseerd: ❒ Wacht ten minste een minuut voordat de afstandsbediening wordt gebruikt en houd de afstandsbediening in stand A.
001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 10 STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN DIEFSTALALARM (indien aanwezig) fig. 7 F0P0601m MECHANISCHE SLEUTEL fig. 7 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN De metalen baard A zit vast aan de sleutel. 10 De sleutel dient voor: ❒ het start-/contactslot; ❒ de sloten van de portieren; ❒ het ont-/vergrendelen van de tankdop.
Hieronder worden alle met de sleutel in te schakelen functies samengevat (met en zonder afstandsbediening): Slot achterklep ontgrendelen (indien aanwezig) Ruiten openen (indien van toepassing) Ruiten sluiten (indien van toepassing) Sleutel linksom draaien (bestuurderszijde en zijschuifdeur, indien aanwezig) Sleutel rechtsom draaien (bestuurderszijde en zijschuifdeur, indien aanwezig) – – – – Sleutel linksom draaien (bestuurderszijde en zijschuifdeur, indien aanwezig) Sleutel rechtsom draaien (best
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 12 12 STUURSLOT START-/CONTACTSLOT Inschakelen Zet de sleutel in stand S, trek de sleutel uit het start-/contactslot en draai het stuur totdat het vergrendelt. De sleutel kan in 4 standen worden gedraaid fig. 8: ❒ S: motor uit, sleutel uitneembaar, stuurslot ingeschakeld.
B Brandstofmeter met waarschuwingslampje brandstofreserve C Koelvloeistoftemperatuurmeter met waarschuwingslampje voor te hoge koelvloeistoftemperatuur D Toerenteller ONDERHOUD EN ZORG TECHNISCHE GEGEVENS F0P0012m ALFABETISCH REGISTER fig.
INSTRUMENTEN De achtergrondkleur en de vormgeving van de instrumenten kunnen per uitvoering verschillen. 1/2 SNELHEIDSMETER fig. 10 TOERENTELLER fig. 11/a De toerenteller geeft het toerental per minuut van de motor aan. KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR METER C-fig. 11/b BELANGRIJK De regeleenheid van de elektronische inspuiting blokkeert tijdelijk de toevoer van brandstof als de motor met te hoge toerentallen draait, waardoor het motorvermogen zal afnemen.
DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 15 Lampjes op het bovenste paneel Op enkele uitvoeringen kunnen op het bovenste paneel fig. 12 (boven de binnenspiegel) de volgende lampjes aanwezig zijn: ❒ lampje niet omgelegde veiligheidsgordel (<) (uitvoering met twee zitplaatsen voor). ❒ lampje uitgeschakelde airbag passagierszijde (“) LICHTSTERKTEREGELING INSTRUMENTENPANEEL Lichtsterkte instrumentenpaneel regelen: druk op de knop A-fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 001-017 ScudoG9 NL:001-017 ScudoG9 NL 18-8-09 10:40 Pagina 16 16 Klokje instellen op het display op de middenconsole Enkele uitvoeringen hebben een middenconsole met een display waarop de tijd wordt aangegeven. Raadpleeg voor het instellen van de tijd de boordcomputer bij “Tijd en datum instellen”.
Op nul zetten (reset): om de gegevens op nul te zetten; houd langer dan 2 seconden de knop ingedrukt die is afgebeeld in fig. 16. Actieradius van de auto Geeft de geschatte afstand aan die nog kan worden afgelegd met de brandstof in de brandstoftank, waarbij er van uit wordt gegaan dat het rijgedrag niet verandert. Huidig verbruik Geeft het gemiddelde brandstofverbruik aan dat berekend wordt over de laatst verstreken seconden van de rit.
DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 18 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID ATTENTIE! Voor maximale veiligheid moet u de rugleuning rechtop zetten, tegen de leuning aan gaan zitten en de gordel goed laten aansluiten op borst en bekken. 18 fig. 17 F0P0015m Verstellen in lengterichting fig.
fig. 22 F0P0122m TWEEZITSBANK VOOR (indien aanwezig) A De tweezitsbank is vast ingebouwd en voorzien van driepunts-veiligheidsgordels met rolautomaat. B Deze bank kan uitgerust zijn met een uitklapbare klep fig. 22 die als werkblad gebruikt kan worden. Trek voor het gebruiken van het werkblad aan de lip. fig. 19 F0P0017m Lendensteunverstelling (indien aanwezig) fig. 18/a Bedien de hendel A om het steunvlak van de rugleuning aan te passen. Stoelverwarming (indien aanwezig) fig.
ZITPLAATSEN ACHTER TWEEZITSBANK Aparte stoel ❒ tweezitsbank met vaste rugleuning; Deze kan worden omgeklapt om de toegang tot de zitplaatsen achter te vergemakkelijken, en kan ook worden verwijderd. ❒ verwijderbare tweezitsbank met afzonderlijk neerklapbare rugleuningen; Op enkele uitvoeringen kan de rugleuning van de stoel voorzien zijn van een steunvlak.
Trek aan de hendel A-fig. 25 om de rugleuning neer te klappen. – klap de rugleuning neer zoals hiervoor beschreven; Ga voor het verwijderen van de bank als volgt te werk: – laat de hoofdsteunen geheel zakken; – trek de hendel A-fig. 26 omhoog en klap de bank om; – til de bank omhoog zodat de pennen loskomen uit de verankeringen en verwijder de bank, waarbij de rugleuning goed neergeklapt moet zijn op de zitting.
Afhankelijk van de uitvoering kan de opstelling van de zitplaatsen in het interieur worden gewijzigd m.b.v. de bevestigingen op de vloer. In de volgende afbeeldingen staan enkele opstellingen afhankelijk van het type uitvoering. fig. 27 - 4 zitplaatsen F0P0123m fig. 30 - 7 zitplaatsen F0P0126m fig. 28 - 5 zitplaatsen F0P0124m fig. 31 - 8 zitplaatsen F0P0127m fig. 29 - 6 zitplaatsen F0P0125m fig.
HOOFDSTEUN ❒ als de hoofdsteun wordt verwijderd, bevestig deze dan aan een steun Omhoog plaatsen: ❒ trek de hoofdsteun omhoog totdat hij hoorbaar vergrendelt. ❒ controleer of de veiligheidsgordels bereikbaar blijven en eenvoudig door de inzittenden kunnen worden omgelegd Omlaag plaatsen: ❒ druk op de knop A-fig. 33 of A-fig. 34 en duw de hoofdsteun omlaag.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 24 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN STUUR Het stuurwiel kan zowel in lengterichting als in hoogte worden versteld. ❒ ontgrendel de hendel A-fig. 35 door deze naar voren te drukken (stand 2); fig. 33 F0P0026m ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN TECHNISCHE GEGEVENS ALFABETISCH REGISTER 24 ❒ plaats het stuur in de gewenste stand; ❒ vergrendel de hendel A door hem naar het stuur te trekken (stand 1).
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 25 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN SPIEGELS Elektrische verstelling fig. 38 ❒ anti-verblindingsstand. Dit is alleen mogelijk als de contactsleutel in stand M staat. Handel als volgt om de gewenste instelling uit te voeren: ❒ met de schakelaar A kiest u welke spiegel u wilt verstellen (links of rechts); fig. 37 F0P0030m ❒ met de schakelaar B kunt u de spiegel in 4 richtingen verstellen. BUITENSPIEGELS Elektrisch inklappen fig.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 26 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN Ontwaseming/ontdooiing (indien aanwezig) ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID De buitenspiegels zijn voorzien van verwarmingselementen die worden ingeschakeld als de achterruitverwarming wordt ingeschakeld (door op de knop () te drukken. 26 F0P0032m fig. 39 Inklappen Indien nodig (bijv.
1. Vast luchtrooster boven 2. Verstelbare luchtroosters in het midden 3. Vaste luchtroosters aan zijkant VEILIGHEID VERWARMING EN VENTILATIE DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 27 5. Luchtroosters onder voor zitplaatsen voor LAMPJES EN BERICHTEN 6. Luchtroosters boven voor zitplaatsen achter (indien aanwezig). STARTEN EN RIJDEN 4. Verstelbare luchtroosters aan zijkant F0P0033m fig.
fig. 42 F0P0034m fig. 43 F0P0035m ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 28 28 fig. 44 LUCHTROOSTERS IN HET MIDDEN EN AAN DE ZIJKANT fig. 42-43 De luchtroosters zijn verstelbaar in de door de pijlen aangegeven vier richtingen.
4 - p = aanjager op maximale snelheid ❒ schakel de recirculatie uit (indien ingeschakeld); Draaiknop C voor regeling van de luchttemperatuur (menging van warme/koude lucht) ❒ draai de knop A in stand μ; ❒ draai de draaiknop B op de gewenste snelheid. Rood gebied = warme lucht Blauw gebied = koude lucht VERWARMING VAN HET INTERIEUR Knop D voor in-/uitschakeling van de luchtrecirculatie Ga als volgt te werk: Als u op de knop drukt, schakelt de luchtrecirculatie in.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 30 30 SNEL ONTWASEMEN/ ONTDOOIEN VOORRUITEN (VOORRUIT EN ZIJRUITEN) Ga als volgt te werk: ❒ draai de knop C in het rode vlak; ❒ schakel de recirculatie uit (indien ingeschakeld); ❒ draai de knop A in stand -; ❒ draai de knop B in stand 4 - p (maximale aanjagersnelheid).
μ voor lucht uit de luchtroosters in het midden en aan de zijkanten; ∑ voor luchttoevoer naar de beenruimten en voor een iets lagere temperatuur uit de luchtroosters op het dashboard (“bilevel”-stand); ∂ voor verwarming bij lage buitentemperaturen: maximale luchtopbrengst naar de beenruimte; ∏ voor verwarming van de beenruimte en ontwaseming van de voorruit; - voor een snelle ontwaseming van de voorruit.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 32 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN Knop E voor het in-/uitschakelen van de airconditioning VEILIGHEID Als de knop wordt ingedrukt (led op knop brandt), wordt de airconditioning ingeschakeld. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN Als u nogmaals op de knop drukt (lampje op de knop gedoofd), schakelt de airconditioning uit. 32 fig.
❒ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop D in te drukken; ❒ draai de knop A in stand μ; ❒ draai de draaiknop B op de gewenste snelheid. ❒ schakel de luchtrecirculatie in door de knop D in te drukken; ❒ draai de knop A in stand μ; ❒ schakel de airconditioning in door de knop E in te drukken; het lampje op de knop E gaat branden; ❒ draai de knop B in stand 4 - p (maximale aanjagersnelheid).
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 34 34 VERWARMING VAN HET INTERIEUR SNELLE VERWARMING VAN INTERIEUR Ga als volgt te werk: Ga voor snel verwarmen als volgt te werk: ❒ draai de knop C in het rode vlak; ❒ draai de knop C in het rode vlak; ❒ draai de knop A op het gewenste symbool; ❒ schakel de luchtrecirculatie in (i
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 35 ❒ draai de knop A in stand - met de mogelijkheid stand ® in te schakelen als de ruiten niet beslaan; ❒ draai de knop B op de 2e snelheid. BELANGRIJK De airconditioning is zeer bruikbaar om het beslaan van de ruiten te voorkomen bij een hoge luchtvochtigheid, omdat de in het interieur gevoerde lucht wordt ontvochtigd. DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN fig. 47 F0P0039m ONTWASEMING/ ONTDOOIING ACHTERRUIT EN BUITENSPIEGELS (indien aanwezig) fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 36 36 RECIRCULATIE INSCHAKELEN fig. 46 Druk op de knop Ω. Wij raden u aan de recirculatiefunctie in te schakelen in de file of in tunnels. Hiermee wordt voorkomen dat vervuilde lucht het interieur bereikt.
De automatisch gecontroleerde parameters en functies zijn: ❒ luchttemperatuur bij de uitstroomopeningen aan bestuurders-/passagierszijde voor; ❒ luchtverdeling naar de uitstroomopeningen aan bestuurders-/passagierszijde voor; ❒ aanjagersnelheid (traploze regeling van de luchtstroom); ❒ inschakeling van de compressor (voor koelen en drogen van de lucht); ❒ luchtrecirculatie.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 38 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN GEBRUIK VAN DE KLIMAATREGELING STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID Het systeem kan op verschillende manieren worden ingeschakeld, maar wij raden u aan te beginnen met het indrukken van een van de knoppen AUTO en vervolgens de draaiknoppen te draaien om op het display de gewenste temperaturen in te stellen.
Tijdens de volledig automatische werking van het systeem kunt u op ieder moment de ingestelde temperaturen, de luchtverdeling en de aanjagersnelheid wijzigen m.b.v. de desbetreffende knoppen: het systeem wijzigt automatische de instellingen om aan de nieuwe eisen te voldoen. Voor het uitschakelen van deze twee functies is het voldoende om de temperatuurknop te draaien en de gewenste temperatuur in te stellen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 40 40 ¡ Luchtstroom verdeeld over de luchtroosters in de beenruimten voor en achter (warmere lucht) en de uitstroomopeningen in het midden en aan de zijkant van het dashboard (koelere lucht).
❒ handmatig uitgeschakeld, door de knop E in te drukken; het symbool Ω op het display dooft. BELANGRIJK Met de recirculatiefunctie kunnen de gewenste omstandigheden (verwarming of koeling van het interieur) sneller worden bereikt. Het is echter niet raadzaam deze functie handmatig in te schakelen op regenachtige of koude dagen, omdat dan de ruiten aan de binnenzijde aanzienlijk sneller kunnen beslaan, vooral als de airconditioning niet is ingeschakeld.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 42 42 Bij lage buitentemperaturen wordt de recirculatie uitgeschakeld (met luchttoevoer van buiten) om het beslaan van de ruiten te voorkomen. Bij automatische werking wordt de recirculatie automatisch door het systeem geregeld op basis van de externe klimatologische omstandigheden.
❒ een aanjagersnelheid inschakelt op basis van de koelvloeistoftemperatuur om toevoer van nog te koude lucht voor de ontwaseming van de ruiten te beperken; ❒ de luchtstroom naar de luchtroosters voor de voorruit en de zijruiten voor leidt; ❒ de achterruitverwarming inschakelt. BELANGRIJK De functie voor snelle ontwaseming/ontdooiing van de ruiten blijft ongeveer 3 minuten ingeschakeld, nadat de koelvloeistoftemperatuur de juiste temperatuur heeft bereikt.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 44 44 Systeem uitschakelen (A/C) A Het systeem schakelt uit als u op de knop A drukt.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 45 F0P0042m fig. 50 F0P0044m Draaiknop A voor regeling van de luchttemperatuur (menging van warme/koude lucht) Rode gebied = warme lucht. Blauwe gebied = koude lucht. Draaiknop B dient voor inschakelen en regelen van de aanjager 0 = aanjager uit 1-2-3 = aanjagersnelheid 4 p = aanjager op maximale snelheid TECHNISCHE GEGEVENS BEDIENINGSKNOPPEN fig.
DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 46 VERWARMING VAN HET INTERIEUR Ga voor een goede ventilatie in het interieur als volgt te werk: Ga als volgt te werk: ❒ draai de knop A in het blauwe vlak; VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN TECHNISCHE GEGEVENS ALFABETISCH REGISTER 46 VENTILATIE VAN HET INTERIEUR ❒ schakel de recirculatie uit; fig.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 47 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN BUITENVERLICHTING Met de linker hendel fig. 53 kunt u de buitenverlichting in- en uitschakelen. fig. 55 F0P0048m MISTLAMPEN VOOR (indien aanwezig) EN MISTACHTERLICHTEN fig. 55-56 BUITENVERLICHTING fig. 53 Dit wordt ingeschakeld als de draaischakelaar A van stand 0 in stand 6 wordt gezet. Inschakelen fig. 55: DIMLICHTEN fig.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 48 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN BELANGRIJK Doof bij goed zicht de mistachterlichten omdat ze hinderlijk kunnen zijn voor weggebruikers achter u. 48 fig.
F0P0286m SCHEMERSENSOR (automatische koplampen) (indien aanwezig) Deze sensor is in staat om de verschillen in sterkte van het omgevingslicht waar te nemen op basis van de ingestelde gevoeligheid: hoe hoger de gevoeligheid, hoe minder buitenlicht er nodig is om de verlichting in te schakelen. Inschakelen fig. 58 Draai de draaiknop in stand AUTO: op deze manier gaan, afhankelijk van de sterkte van het omgevingslicht, tegelijkertijd de buitenverlichting en de dimlichten automatisch branden.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 50 50 RUITEN REINIGEN Met de rechter hendel fig. 59 kunt u de ruitenwissers/-sproeiers en achterruitwisser/-sproeier (indien aanwezig) bedienen. RUITENWISSERS/SPROEIERS Deze werken uitsluitend als de contactsleutel in stand M staat.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 51 0 Ruitenwissers uitgeschakeld. I Wissen met interval. 1 Langzaam continu wissen. 2 Snel continu wissen. AUTO Inschakeling regensensor (automatische werking). Als de hendel wordt losgelaten, keert deze terug naar stand 0.
Als de ruitensproeiers worden bediend bij ingeschakelde regensensor, werkt het normale reinigingsprogramma. Daarna hervat de regensensor zijn normale automatische werking. VEILIGHEID Zet voor het uitschakelen van de regensensor de hendel van de ruitenwissers in stand I, 1 of 2. Bij uitschakeling van de functie verschijnt er een melding op het display.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 53 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN Achterruitsproeier (indien aanwezig) fig. 61 De werking kan alleen plaatsvinden als het contactslot in stand M staat. ❒ Draai de knop A van stand 0 in stand '. Als de ruitenwissers zijn ingeschakeld en u de achteruit inschakelt, schakelt de achterruitwisser automatisch in voor maximaal zicht achter. KOPLAMPSPROEIERS (indien aanwezig) fig.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 54 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN De cruise-control toont op het instrumentenpaneel informatie over de werking en de geprogrammeerde snelheid: VEILIGHEID Gekozen functie, aanduiding voor “Cruise-Control”. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN F0P0324m 54 Functie uitgeschakeld, OFF (bijvoorbeeld bij 107 km/h). F0P0325m fig.
F0P0330m Uitschakelen (OFF) ❒ Bedien het gaspedaal om de gewenste snelheid te bereiken. ❒ Druk op de knop SET - of SET +. De snelheid is geprogrammeerd en ingeschakeld, waarna de auto deze snelheid aanhoudt. F0P0325m F0P0334m ❒ Druk de knop in of trap het rem- of koppelingspedaal in. F0P0331m Opnieuw inschakelen Druk op de knop als de cruise-control was uitgeschakeld terwijl er een snelheid is geprogrammeerd. De auto gaat met de laatst geprogrammeerde snelheid rijden.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 56 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN Correct gebruik 56 Let op als de geprogrammeerde snelheid wordt gewijzigd door de knop ingedrukt te houden, omdat de snelheid snel verhoogd of verlaagd kan worden.
Gekozen functie, weergave van het symbool “Snelheidsbegrenzer”. VEILIGHEID De begrenzer toont op het instrumentenpaneel informatie over de werking en de geprogrammeerde snelheid: DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 57 “LIMIT” SNELHEIDSBEGRENZER (indien aanwezig) Om de begrenzer weer te kunnen gebruiken, moet u het gaspedaal geleidelijk loslaten en langzamer dan de geprogrammeerde snelheid gaan rijden.
F0P0343m F0P0338m F0P0330m F0P0351m F0P0334m F0P0340m F0P0332m F0P0344m F0P0334m F0P0339m Functie selecteren LAMPJES EN BERICHTEN Geprogrammeerde snelheid verhogen: ❒ druk op de knop Set +. Kort indrukken verhoogt de snelheid met 1 km/h. Ingedrukt houden verhoogt de snelheid in stappen van 5 km/h. ❒ druk op de knop Set -. Kort indrukken verlaagt de snelheid met 1 km/h. Ingedrukt houden verlaagt de snelheid in stappen van 5 km/h.
Om de begrenzer weer te kunnen gebruiken moet de snelheid van de auto worden verlaagd tot onder de geprogrammeerde snelheid. Knipperende snelheidsinstelling De weergegeven snelheid knippert: ❒ bij overschrijding van het weerstandspunt in de gaspedaalslag ❒ als de begrenzer een snelheidsverhoging niet kan verhinderen door de vorm van het wegdek of als de auto op een steile helling rijdt ❒ bij snel accelereren.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 60 60 PLAFONDVERLICHTING Regeling ingeschakelde tijd plafondverlichting PLAFONDVERLICHTING VOOR Om het in- en uitstappen vooral in het donker te vergemakkelijken, zijn er 2 brandduurregelingen. De plafondverlichting 1-fig. 64 wordt bediend door drie schakelaars A, B en C.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:42 Pagina 61 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN BEDIENINGSORGANEN fig. 67 F0P0064m Druk voor uitschakeling nogmaals op de knop. ESP-SYSTEEM (indien aanwezig) UITSCHAKELEN Het gebruik van de waarschuwingsknipperlichten is afhankelijk van de wegenverkeerswet van het land waarin u rijdt. Houdt u aan de voorschriften. Als u op de knop fig. 67 op de middenconsole drukt, wordt het ESP-systeem uitgeschakeld.
STARTEN EN RIJDEN Druk op de knop fig. 68 voor inschakeling. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN fig. 68 LAMPJES EN BERICHTEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 62 62 F0P0058m ACHTERRUITVERWARMING (indien aanwezig) Als de achterruit is ingeschakeld, treedt een tijdregeling in werking waardoor het systeem automatisch na ongeveer 20 minuten wordt uitgeschakeld. fig.
Het lampje op de knop gaat branden als deze functie wordt ingeschakeld. Druk de knop nogmaals in om de deuren te ontgrendelen. PARKEERSENSOREN (indien aanwezig) UITSCHAKELEN Als u op de knop fig. 72 op de middenconsole drukt, wordt de werking van de parkeersensoren uitgeschakeld. fig. 73 F0P0062m INTERIEURBEWAKING VAN DIEFSTALALARM (indien aanwezig) UITSCHAKELEN Als het systeem is uitgeschakeld, brandt het lampje op de knop. Als u op de knop fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 64 64 BRANDSTOFONDERBREEKSCHAKELAAR Deze veiligheidsschakelaar, die geregeld wordt door de regeleenheid van het airbagsysteem, werkt bij een botsing (ongeacht de richting) van een bepaalde omvang, waardoor de toevoer van brandstof wordt gestopt en de motor afslaat.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 65 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN INTERIEURUITRUSTING Trek aan de handgreep A-fig. 74 om het dashboardkastje te openen. fig. 74 F0P0065m fig. 76/a F0P0067m fig. 75 F0P0066m fig. 76/b F0P0346m Boven de zonnekleppen bevinden zich opbergvakken voor het snel opbergen van lichte voorwerpen (bijv. documenten, wegenkaarten enz.). Afhankelijk van het uitrustingsniveau kunnen de opbergvakken zijn voorzien van een klep A-fig. 76/a.
fig. 77 F0P0068m ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN TECHNISCHE GEGEVENS ALFABETISCH REGISTER 66 fig. 79 F0P0070m fig. 80 F0P0072m fig. 81 F0P0073m OPBERGVAKKEN IN VOORPORTIEREN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 66 In de voorportieren bevinden zich twee opberg/documentenvakken fig. 79. fig. 78 F0P0069m TAFELTJE MET BLIKJESHOUDERS EN DOCUMENTENKLEM (indien aanwezig) Als u de lip A-fig.
F0P0076m fig. 85 F0P0077m fig. 86 F0P0078m AANSTEKER LAMPJES EN BERICHTEN Druk voor het inschakelen van de aansteker de knop B-fig. 84 in, als de contactsleutel in stand M staat. Na ongeveer 15 seconden keert de knop automatisch terug naar de beginpositie en is de sigarenaansteker gereed voor gebruik. fig. 83 F0P0075m OPBERGVAKKEN OP RUGLEUNING (indien aanwezig) De rugleuningen van de stoelen kunnen voorzien zijn van opbergvakken fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 68 68 fig. 87 F0P0079m BELANGRIJK Gebruik de asbak niet als prullenbak voor papiertjes; als deze in contact komen met smeulende peuken kan er brand ontstaan. ZONNEKLEPPEN fig. 87 De zonnekleppen zitten aan beide zijden naast de achteruitkijkspiegel.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 69 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN PORTIEREN Bij het openen van de portieren en bij uitgenomen sleutel, hoort u een akoestisch signaal als de buitenverlichting nog brandt. Het akoestische signaal stopt als u de verlichting uitschakelt, de portieren sluit of als u de motor start.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 70 70 ATTENTIE! Als de auto op een steile helling omlaag geparkeerd staat, laat dan de auto niet met de schuifdeur in het vangmechanisme geblokkeerd open staan: als u tegen de deur stoot, kan deze losraken en naar voren schuiven.
ATTENTIE! Als de deuren 180 graden geopend zijn, zijn ze niet meer vergrendeld. Open de deuren niet 180 graden als de auto op een helling staat of bij veel wind. Achterdeuren van buitenaf vergrendelen Sluit de twee deuren en draai de sleutel in stand 1-fig. 92. Achterklep (indien aanwezig) Om het slot van de achterklep te ontgrendelen, moet u de elektrische handgreep bedienen die in fig. 95 is aangegeven.
DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 72 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID B 72 fig. 97 F0P0085m CENTRALE PORTIERVERGRENDELING fig. 98 F0P0352m fig. 99 F0P00906m Overvalbeveiliging KINDERVEILIGHEIDSSLOT Van buitenaf Het systeem vergrendelt de portieren automatisch zodra de auto sneller dan 10 km/h rijdt.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 73 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN VEILIGHEID F0P0091m fig. 101 F0P0092m LAMPJES EN BERICHTEN Indien de rolautomaat moet worden verwijderd: maak de twee uiteinden los uit de zittingen door op de knop A-fig. 101 te drukken. STARTEN EN RIJDEN fig. 100 ONDERHOUD NOODGEVALLEN EN ZORG Om de rolhoes te gebruiken, moet u de handgreep A-fig. 100 vastpakken en de rolhoes uit de rolautomaat B uitrollen en bevestigen aan de betreffende borgingen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 74 74 RUITBEDIENING In de armsteun van het portier aan bestuurderszijde zijn de twee bedieningsknoppen gemonteerd waarmee u, als de contactsleutel in stand M staat, de zijruiten bedient: A openen/sluiten ruit linksvoor; B openen/sluiten zijruit rechtsvoor; In de armsteun van het voorporti
Druk op de knop of trek aan de knop tot voorbij het weerstandspunt. De ruit opent of sluit volledig nadat de knop is losgelaten: door de knop nogmaals te bedienen stopt de beweging van de ruit. De elektrische ruitbediening wordt uitgeschakeld: – 45 seconden nadat de sleutel uit het contactslot is genomen. – als een van de voorportieren wordt geopend en de contactsleutel uit het slot is genomen. Tijdens deze procedure is het beveiligingssysteem niet actief.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 76 76 MOTORKAP BELANGRIJK Controleer of de armen van de ruitenwissers tegen de ruit aanstaan voordat u de motorkap optilt. Openen van de motorkap: – til het beschermdeksel A-fig. 104 van de hendel naast de bestuurdersstoel omhoog; fig. 104 F0P0096m fig.
018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 77 Als de auto is uitgerust met een diefstalalarm, dan wordt een niet goed gesloten motorkap aangegeven door een brandend lampje 9 in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display. ATTENTIE! Controleer na enkele kilometers opnieuw of de bevestigingsbouten nog goed vastzitten. Houdt u strikt aan de wettelijke regels betreffende de maximale afmetingen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 78 78 WIELOPHANGING MET LUCHTVERING Eerste gebruik Enkele uitvoeringen kunnen als optional zijn uitgerust met achterwielophanging met luchtvering. Storingen in de werking Afhankelijk van de uitvoering kan de rijhoogte handmatig of automatisch worden geregeld.
❒ als een of meer portieren/deuren geopend zijn; ❒ als de auto geremd wordt gehouden (ingetrapt rempedaal, bijvoorbeeld voor een rood verkeerslicht). Systeem uitschakelen en weer inschakelen Systeem uitschakelen: houd de knop Afig. 110 ingedrukt totdat u een akoestisch signaal hoort. Er klinkt tweemaal een akoestisch signaal en het lampje op de knop A gaat branden om de uitschakeling te bevestigen. fig.
DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 018-080 ScudoG9 NL:018-080 ScudoG9 NL 18-8-09 10:43 Pagina 80 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID ATTENTIE! Ook als de auto schuin staat of op een helling, kunnen bij het openen van de achterdeuren of van de zijdeur losse voorwerpen onverwachts naar buiten schuiven. 80 fig.
Koplampen afstellen fig. 112 KOPLAMPEN AFSTELLEN Zet de regelknop fig. 112 op een stand die overeenkomt met de vervoerde lading, zoals in onderstaande tabel is aangegeven. Stand 0 - een of twee personen op de voorstoelen; BELANGRIJK Controleer de afstelling van de koplampen telkens als het gewicht van de lading wijzigt. MISTLAMPEN VOOR AFSTELLEN (indien aanwezig) Wendt u voor controle of afstelling tot het Fiat Servicenetwerk.
KOPLAMPEN AFSTELLEN Goed afgestelde koplampen zijn belangrijk voor het comfort en de veiligheid van uzelf en de overige weggebruikers. Bovendien zijn er wettelijke voorschriften met betrekking tot de koplampafstelling. Als u niet eerder in een auto met ABS hebt gereden, raden wij u aan het systeem eerst een paar keer uit te proberen op een glad wegdek. Verlies hierbij de veiligheid niet uit het oog en houdt u aan de wetgeving van het land waarin u zich bevindt.
ATTENTIE! Als alleen het waarschuwingslampje x op het instrumentenpaneel gaat branden (op het multifunctionele display (indien aanwezig) verschijnt ook een melding), stop dan onmiddellijk en wendt u tot het Fiat Servicenetwerk. Als er vloeistof lekt uit het hydraulische systeem, wordt de werking van zowel het conventionele remsysteem als het ABS in gevaar gebracht. ATTENTIE! Als het ABS in werking treedt, merkt u dat aan een trilling in het rempedaal.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 081-092 ScudoG9 NL:081-092 ScudoG9 NL 18-8-09 10:45 Pagina 84 84 ESP-SYSTEEM (Electronic Stability Program) (indien aanwezig) ACTIVERING VAN HET SYSTEEM Bij activering gaat het lampje B-fig. 113 op de knop knipperen om de bestuurder er op te wijzen dat de auto de stabiliteit en de grip dreigt te verliezen.
❒ te hoog vermogen naar de wielen, ook in samenhang met de condities van het wegdek; ❒ als beide aangedreven wielen doorslippen, vermindert het ASR-systeem het motorvermogen; ❒ acceleratie op gladde wegen en bij sneeuw en ijzel; LAMPJES EN BERICHTEN ❒ verlies van grip op natte weggedeelten (aquaplaning). ATTENTIE! Voor de juiste werking van het ESP- en ASR-systeem is het noodzakelijk dat de banden van alle wielen van hetzelfde merk en type zijn.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 081-092 ScudoG9 NL:081-092 ScudoG9 NL 18-8-09 10:45 Pagina 86 86 MSR-systeem (regeling van motorremwerking) Dit systeem, dat geïntegreerd is in de ASR, verhoogt bij bruusk terugschakelen het motorkoppel, zodat overmatige vertraging van de aangedreven wielen wordt voorkomen.
❒ signaleren wanneer door een storing de emissies boven de wettelijk vastgestelde drempelwaarde uitkomen; ❒ signaleren wanneer het noodzakelijk is defecte componenten te vervangen.
PARKEERSENSOREN (indien aanwezig) Druk voor uitschakeling van de parkeersensoren op de knop A-fig. 115 op het schakelaarpaneel op de middenconsole. Als het systeem is uitgeschakeld, brandt het lampje B op de knop. Druk voor inschakeling de knop A nogmaals in. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN STARTEN EN RIJDEN Deze bevinden zich in de achterbumper van de auto fig.
ATTENTIE! Laat de aansluiting op de inbouwvoorbereiding in de auto uitsluitend door het Fiat Servicenetwerk uitvoeren. Zo bent u verzekerd van het beste resultaat en wordt voorkomen dat de rijveiligheid in gevaar wordt gebracht. VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN Zie voor de in uw auto geïnstalleerde autoradio en de bijbehorende audioinstallatie, het supplement “Autoradio” dat bij dit instructieboek is geleverd.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 081-092 ScudoG9 NL:081-092 ScudoG9 NL 18-8-09 10:45 Pagina 90 90 EXTRA ACCESSOIRES ELEKTRISCHE/ELEKTRONISCHE SYSTEMEN MONTEREN RADIOZENDAPPARATUUR EN MOBIELE TELEFOONS Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die constante voeding nodig hebben (autoradio, anti-diefstalsatellietbewaking, enz.
Als de auto lange tijd wordt gebruikt/stilstaat in bergachtige/koude gebieden, is het raadzaam dieselbrandstof te tanken die ter plaatse beschikbaar is. In dat geval is het bovendien raadzaam een hoeveelheid brandstof in de tank te houden die groter is dan 50% van de nuttige inhoud. F0F0107m Gebruik uitsluitend dieselbrandstof voor motorvoertuigen die voldoet aan de Europese specificatie EN590.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 081-092 ScudoG9 NL:081-092 ScudoG9 NL 18-8-09 10:45 Pagina 92 92 BESCHERMING VAN HET MILIEU DPF-ROETFILTER (DIESEL PARTICULATE FILTER) (indien aanwezig) De emissiereductiesystemen voor dieselmotoren zijn: Het DPF-roetfilter (Diesel Particulate Filter) is een mechanisch filter in het uitlaatsysteem dat de partikels in het uitlaatgas van diesel
96 KINDEREN VEILIG VERVOEREN..................................... 99 MONTAGEVOORBEREIDING VOOR “ISOFIX UNIVERSEEL”-KINDERZITJE ........................... 105 FRONTAIRBAGS ................................................................... 106 ZIJ-AIRBAGS ......................................................................... 109 VEILIGHEID GORDELSPANNERS............................................................ STARTEN EN RIJDEN 96 LAMPJES EN BERICHTEN S.B.R.-SYSTEEM .....................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:46 Pagina 94 94 VEILIGHEIDSGORDELS ATTENTIE! Druk tijdens het rijden niet op de knop C-fig. 1. GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS fig. 1 Ga goed rechtop zitten, steun tegen de rugleuning en leg dan de gordel om.
093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:46 Pagina 95 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN De hoogte van de gordel moet altijd worden aangepast aan het postuur van de inzittende. Zo wordt de kans op letsel bij een ongeval verkleind. ATTENTIE! Controleer na het afstellen altijd of de beugel in een van de vaste posities is geblokkeerd. Laat de knop los en trek aan de gordel, zodat het bevestigingspunt blokkeert, als dit nog niet heeft plaatsgevonden.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:46 Pagina 96 96 SBR-SYSTEEM GORDELSPANNERS De auto is uitgerust met het SBR-systeem (Seat Belt Reminder), dat bestaat uit een akoestisch waarschuwingssysteem dat, samen met het brandende lampje < op het instrumentenpaneel, de bestuurder en de passagier voor waarschuwt als de veiligheidsgordel nie
Ook vrouwen die in verwachting zijn moeten een gordel dragen: ook voor hen (zowel voor de aanstaande moeder als het kind) is de kans op letsel bij een ernstig ongeval kleiner als ze een gordel dragen. fig. 8 F0P0131m Uiteraard moeten zwangere vrouwen het onderste deel van de gordel meer naar beneden omleggen, zodat de gordel onder de buik langs loopt fig. 6. ATTENTIE! De gordelband mag nooit gedraaid zijn. Het diagonale gordelgedeelte moet via het midden van de schouder schuin over de borst liggen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:46 Pagina 98 98 ATTENTIE! Voor maximale veiligheid moet u de rugleuning rechtop zetten, tegen de leuning aan gaan zitten en de gordel goed laten aansluiten op borst en bekken.
❒ u kunt de gordels met de hand wassen met warm water en een neutrale zeep. Spoel ze uit en laat ze in de schaduw drogen. Gebruik geen bijtende, blekende of kleurende middelen. Vermijd het gebruik van alle chemische producten die het weefsel van de gordel kunnen aantasten; ❒ voorkom dat vocht in de oprolautomaat komt: de werking van de oprolautomaten is alleen gegarandeerd, als ze niet nat zijn geweest; ❒ vervang de gordels bij tekenen van slijtage of beschadigingen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:46 Pagina 100 100 Kinderen met een lengte van meer dan 1,50 m worden, met betrekking tot de veiligheidssystemen, gelijkgesteld met volwassenen en moeten dan ook normaal de veiligheidsgordels omleggen. In het Fiat Lineaccessori-programma zijn kinderzitjes opgenomen voor elke gewichtsgroep.
fig. 11 F0P0312m GROEP 1 GROEP 2 Kinderen met een gewicht tussen 9 en 18 kg moeten worden vervoerd in kinderzitjes met een kussen die naar voren zijn gekeerd, waarbij de veiligheidsgordel van de auto zowel het kinderzitje als het kind op zijn plaats moet houden fig. 10. Kinderen met een gewicht tussen 15 en 25 kg kunnen direct door de veiligheidsgordels van de auto worden beschermd fig. 11.
093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:46 Pagina 102 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN GROEP 3 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID Bij kinderen met een gewicht tussen 22 en 36 kg is de borstomvang van dien aard dat de kinderen gewoon tegen de rugleuning kunnen steunen en niet meer in een kinderzitje hoeven te worden vervoerd. 102 In fig.
U U U Bank zijzitplaats passagierszijde U U U U Bank middelste zitplaats X L L L GEWICHT VAN HET KIND EN RICHTLEEFTIJD STOELEN TWEEDE/DERDE RIJ AIRBAG PASSAGIERSZIJDE UITGESCHAKELD Minder dan 13 Kg (groep 0 en 0+) Van 9 tot 18 kg (groep 1) Van 15 tot 25 kg (groep 2) Van 22 tot 36 kg (groep 3) Zitplaatsen aan zijkant U U U U Middelste zitplaats U U U U Legenda U: geschikt voor “Universele” kinderzitjes overeenkomstig de Europese ECE/R44-voorschriften voor de aangegeven “groepen”.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:46 Pagina 104 104 Hieronder zijn de richtlijnen voor een veilig vervoer van kinderen aangegeven: 4) Controleer of de gordels goed zijn vastgemaakt door aan de gordelband te trekken; 1) Plaats het kinderzitje bij voorkeur op een van de zitplaatsen achter omdat deze plaatsen bij een ongeval de mees
093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:46 Pagina 105 De auto is voorbereid op de montage van “Isofix Universeel”-kinderzitjes; een nieuw gestandaardiseerd Europees systeem voor het vervoeren van kinderen. F0P0315m fig. 14 In fig. 13 is een voorbeeld gegeven van het kinderzitje. Er kan ook een mengvorm worden gekozen, een traditioneel kinderzitje en een “Isofix Universeel”-kinderzitje.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:46 Pagina 106 106 GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE ISOFIX UNIVERSEEL KINDERZITJES FRONTAIRBAGS In de volgende tabel worden, conform de Europese wetgeving ECE 16, de mogelijkheden weergegeven van de montage van de Isofix Universeel-kinderzitjes op de stoelen die zijn uitgeru
❒ als de auto onder andere auto’s of veiligheidsvoorzieningen schuift (bijvoorbeeld onder vrachtwagens of de vangrail); omdat geen enkele aanvullende bescherming wordt geboden op de veiligheidsgordels. Als de airbags in deze gevallen niet geactiveerd worden, betekent dit niet dat het systeem niet goed functioneert. Bij lichte frontale aanrijdingen (waarbij de werking van de veiligheidsgordel voldoende is) worden de airbags niet geactiveerd.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:47 Pagina 108 108 ATTENTIE! ZEER GEVAARLIJK: Monteer absoluut geen kinderzitje achterstevoren op de passagiersstoel voor als de airbag aan passagierszijde is ingeschakeld (ON). Als bij een ongeval de airbag wordt geactiveerd, kan het kind hierdoor dodelijke verwondingen oplopen.
093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:47 Pagina 109 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN Als de zij-airbags niet worden geactiveerd bij andere soorten botsingen (frontaal, van achter, over de kop slaan enz.), betekent dit niet dat het systeem niet goed functioneert. fig. 19 F0P0116m ZIJ-AIRBAGS VOOR BESCHERMING VAN BORSTKAS/BEKKEN (SIDEBAGS) fig.
093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:47 Pagina 110 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN BELANGRIJK De frontairbags en/of zijairbags kunnen ook worden geactiveerd bij krachtige stoten tegen de onderzijde van de carrosserie, bijvoorbeeld bij zware botsingen tegen drempels of stoepranden of obstakels op het wegdek of als de auto terecht komt in grote gaten of verzakkingen in
ATTENTIE! Bedek de rugleuning van de stoelen voor en achter niet met hoezen of kleden die niet zijn voorbereid op het gebruik met sidebags. VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN ATTENTIE! Rijd altijd met beide handen op de stuurwielrand, zodat bij het in werking treden van de airbag, het systeem niet wordt gehinderd door obstakels. Rijd niet met voorover gebogen lichaam, maar ga goed rechtop zitten en steun tegen de rugleuning.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 093-112 ScudoG9 NL:093-112 ScudoG9 NL 18-8-09 10:47 Pagina 112 112 ATTENTIE! Als de contactsleutel in stand M staat, kunnen, ook bij uitgezette motor, de airbags inschakelen als de auto stilstaat en de auto frontaal wordt aangereden door een andere auto.
MOTOR STARTEN ............................................................. 114 PARKEREN ............................................................................ 116 GEBRUIK VAN DE HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK ........................................................... 117 VEILIGHEID S TA R T E N E N R I J D E N DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 113-122 ScudoG9 NL:113-122 ScudoG9 NL 18-8-09 10:48 Pagina 113 WINTERBANDEN ..............................................................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 113-122 ScudoG9 NL:113-122 ScudoG9 NL 18-8-09 10:48 Pagina 114 114 MOTOR STARTEN De auto is uitgerust met een elektronische startblokkering: zie bij startproblemen de paragraaf “Fiat CODE” in het hoofdstuk “Dashboard en bediening”.
Als het lampje m gedurende 60 seconden gaat knipperen na het starten of tijdens een langdurige startpoging, dan duidt dat op een storing in het voorgloeisysteem. Als de motor aanslaat, kunt u de auto op de gewone manier gebruiken, maar wendt u zo snel mogelijk tot het Fiat Servicenetwerk. Houd er rekening mee dat de rem- en de stuurbekrachtiging niet werken zolang de motor niet is aangeslagen, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 113-122 ScudoG9 NL:113-122 ScudoG9 NL 18-8-09 10:48 Pagina 116 116 PARKEREN Handrem uitschakelen: Ga als volgt te werk: ❒ trek de hendel iets omhoog en druk op ontgrendelknop A; ❒ zet de motor uit en trek de handrem aan; ❒ schakel een versnelling in (de 1e als de weg omhoog loopt, de achteruit als de weg omlaag loopt) en zet de voorwielen iet
113-122 ScudoG9 NL:113-122 ScudoG9 NL 18-8-09 10:48 Pagina 117 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN GEBRUIK VAN DE HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK Versnellingsbak met 6 versnellingen fig. 2/a Ga als volgt te werk om de achteruit R vanuit de vrijstand in te schakelen: trek de schuifring onder de knop omhoog en verplaats de pook naar links en vervolgens naar voren. ATTENTIE! Om op de juiste wijze te schakelen, moet u het koppelingspedaal geheel intrappen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 113-122 ScudoG9 NL:113-122 ScudoG9 NL 18-8-09 10:48 Pagina 118 118 BRANDSTOFBESPARING Imperiaal/skidrager ALGEMENE OPMERKINGEN Verwijder de imperiaal of skidrager als u deze niet gebruikt. Deze accessoires verminderen de aerodynamica van de auto, waardoor het brandstofverbruik toeneemt.
Bij korte ritten en regelmatig koud starten bereikt de motor niet de optimale bedrijfstemperatuur. Hierdoor neemt niet alleen het brandstofverbruik toe (van 15 tot aan 30% in stadsverkeer), maar ook de uitstoot van uitlaatgassen. Voor het trekken van aanhangwagens of caravans moet de auto uitgerust zijn met een trekhaak van een goedgekeurd type en een adequate elektrische installatie.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 113-122 ScudoG9 NL:113-122 ScudoG9 NL 18-8-09 10:48 Pagina 120 120 Schakel een lage versnelling in tijdens het afdalen om te voorkomen dat u constant moet remmen. Het gewicht van de aanhanger dat op de trekhaak rust, moet worden afgetrokken van het laadvermogen van de auto.
Door de specifieke eigenschappen van winterbanden zijn de prestaties onder niet-winterse omstandigheden of wanneer er lange afstanden op de snelweg worden gereden, minder dan die van de standaard gemonteerde banden. Beperk het gebruik van winterbanden tot die omstandigheden waarvoor ze zijn goedgekeurd. Keer de draairichting van de banden niet om.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 113-122 ScudoG9 NL:113-122 ScudoG9 NL 18-8-09 10:48 Pagina 122 122 ATTENTIE! Beperk de snelheid als u sneeuwkettingen gebruikt; rijd niet harder dan 50 km/h. Vermijd kuilen, stoepranden en andere obstakels en rijd, om de auto en het wegdek niet te beschadigen, geen lange stukken op sneeuwvrije wegen.
MISTLAMPEN VOOR .......................................................... 131 AANGETROKKEN HANDREM........................................ 124 ACHTERWIELOPHANGING MET LUCHTVERING... 131 STORING AIRBAG ............................................................... 125 RICHTINGAANWIJZER LINKS ........................................ 131 TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR .............. 125 RICHTINGAANWIJZER RECHTS.................................... 131 ACCU WORDT NIET VOLDOENDE OPGELADEN .
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 123-132 ScudoG9 NL:123-132 ScudoG9 NL 18-8-09 10:49 Pagina 124 124 LAMPJES EN BERICHTEN ALGEMENE OPMERKINGEN Als het lampje gaat branden, verschijnt er bij bepaalde uitvoeringen ook een bijbehorende melding op het instrumentenpaneel en/of klinkt een geluidssignaal.
Het lampje gaat branden als de motor te warm is. Als het lampje gaat branden, moeten de volgende maatregelen worden genomen: ❒ bij normale rij-omstandigheden: stop de auto, zet de motor uit en controleer of het niveau van de koelvloeistof in het reservoir niet onder het MIN-merkteken staat.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 123-132 ScudoG9 NL:123-132 ScudoG9 NL 18-8-09 10:49 Pagina 126 126 ❒ Als de auto onder zware bedrijfsomstandigheden wordt gebruikt (bijvoorbeeld het bergopwaarts trekken van een aanhanger of bij volbeladen auto): verlaag de snelheid en breng, als het lampje blijft branden, de auto tot stilstand.
Als de auto in beweging is met geopende portieren, dan klinkt er een akoestisch signaal. VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN Als het lampje brandt, controleer dan of de portieren van de cabine, de achterdeuren, de zijdeuren en de motorkap goed gesloten zijn. LAMPJES EN BERICHTEN Als het lampje blijft branden, werkt de elektrische stuurbekrachtiging niet meer en is meer kracht nodig voor het draaien van het stuur: wendt u tot het Fiat Servicenetwerk.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 123-132 ScudoG9 NL:123-132 ScudoG9 NL 18-8-09 10:49 Pagina 128 128 < NIET OMGELEGDE VEILIGHEIDSGORDELS (rood) Het lampje op het instrumentenpaneel gaat continu branden als bij stilstaande auto de veiligheidsgordel aan bestuurderszijde niet goed is omgelegd.
STOP (rood) STOP Dit lampje gaat branden gelijktijdig met een willekeurig ander waarschuwingslampje ATTENTIE! Als dit lampje brandt: stop de auto op een veilige plaats, verwijder de sleutel uit het contactslot en wendt u tot het Fiat Servicenetwerk. VEILIGHEID Het lampje gaat branden als het systeem defect of niet beschikbaar is. In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar zonder de mogelijkheden van het ABS. Rijd voorzichtig verder en wendt u zo snel mogelijk tot het Fiat Servicenetwerk.
K BRANDSTOFRESERVE (geel) Als u de contactsleutel in stand M draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven. Als het lampje brandt, tank dan zo snel mogelijk. BELANGRIJK Als het lampje knippert, dan is er een storing in het systeem. Wendt u in dit geval tot het Fiat Servicenetwerk om het systeem te laten controleren.
2 DIMLICHT (groen) Het lampje gaat branden als het dimlicht wordt ingeschakeld. Bij een storing in de hoogteregeling van de luchtvering blijft het lampje continu branden na het starten van de motor of tijdens het rijden. In dat geval moet u: de auto onmiddellijk stilzetten en u tot het Fiat Servicenetwerk wenden.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 123-132 ScudoG9 NL:123-132 ScudoG9 NL 18-8-09 10:50 Pagina 132 132 MELDINGEN EN LAMPJES OP HET DISPLAY Lampje Melding Ü CRUISE-CONTROL Als u de contactsleutel in stand M draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven. Het lampje brandt als de Cruise-control is ingeschakeld.
133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 133 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN N O O D G E VA L L E N 135 GLOEILAMP VERVANGEN .............................................. 139 GLOEILAMP BUITENVERLICHTING VERVANGEN . 141 GLOEILAMP INTERIEURVERLICHTING VERVANGEN ....................................................................... 145 ZEKERINGEN VERVANGEN ........................................... 146 ACCU OPLADEN ...............................................................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 134 134 MOTOR STARTEN Ga voor het starten als volgt te werk: ❒ verbind de pluspolen (+ teken nabij de pool) van de beide accu’s met een startkabel; STARTEN MET EEN HULPACCU fig.
Voor het verwisselen van het wiel en voor het juiste gebruik van de krik en het reservewiel moeten de onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen. VEILIGHEID ALGEMENE AANWIJZINGEN STARTEN EN RIJDEN BELANGRIJK Houd er rekening mee dat de rem- en stuurbekrachtiging niet werken zolang de motor niet is aangeslagen, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur. WIEL VERWISSELEN ATTENTIE! Attendeer het overige wegverkeer op de stilstaande auto m.b.v.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 136 136 ATTENTIE! Het reservewiel behoort bij de auto waarbij het geleverd is. Gebruik het reservewiel niet bij andere auto’s en monteer geen reservewielen van andere auto’s.
VEILIGHEID fig. 4 F0P0296m fig. 3 F0P0190m fig. 5 F0P0295m STARTEN EN RIJDEN F0P0294m ❒ controleer of de groef van de krik goed om de rand van de chassisbalk valt; ❒ waarschuw eventuele omstanders dat de auto wordt opgekrikt; zorg ervoor dat ze zich niet in de nabijheid van de auto bevinden en de auto vooral niet aanraken totdat de auto weer geheel op de grond staat; ❒ draai de slinger en krik de auto op, totdat het wiel enkele centimeters los van de grond is.
133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 138 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN BELANGRIJK Als u het gemonteerde velgtype wilt vervangen (lichtmetalen velgen in plaats van stalen of omgekeerd), moeten tevens alle wielbouten worden vervangen door bouten met een lengte die aangepast is aan het velgtype.
❒ vervang een defecte lamp door een exemplaar van hetzelfde type en vermogen; ❒ als u een gloeilamp in de koplamp hebt vervangen, controleer dan om veiligheidsredenen altijd of de afstelling nog goed is. Halogeenlampen mag u uitsluitend aanraken op het metalen gedeelte. Als u de bol met uw vingers aanraakt, zal de lichtopbrengst van de lamp teruglopen en kan ook de levensduur beperkt worden.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 140 140 Lamp Zie fig.
133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 141 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN VEILIGHEID ❒ maak de stekker los; ❒ haak de borgveer van de lamp los; ❒ vervang de lamp, monteer het deksel A en controleer of het deksel goed vastzit. fig. 9 F0P0178m BUITENVERLICHTING fig. 9 STARTEN EN RIJDEN In de koplampunits zijn de gloeilampen voor het dimlicht, het grootlicht, de buitenverlichting en de richtingaanwijzer opgenomen.
RICHTINGAANWIJZERS VOOR fig. 10 Gloeilamp vervangen: ❒ neem de lamphouder uit en verwijder de lamp uit de lamphouder door hem iets in te drukken en linksom te draaien. ❒ Vervang de lamp, monteer de lamphouder A door hem rechtsom in de zitting te draaien en controleer of hij goed vastzit. A fig. 10 F0P0179m TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG ALFABETISCH REGISTER 142 fig. 12 F0P0297m FLANKRICHTINGAANWIJZERS fig.
F0P0185m Om de achterlichtunits los te maken en een gloeilamp te vervangen, moeten de twee achterdeuren 180° worden geopend (raadpleeg de paragraaf “Dubbele achterdeur” in het hoofdstuk “Dashboard en bediening”). fig. 13 F0P0184m ACHTERLICHTUNITS fig. 13 In de achterlichtunits zijn de gloeilampen voor de achterlichten, de remlichten, de richtingaanwijzers, de achteruitrijlichten en de mistachterlichten opgenomen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 144 144 DERDE REMLICHT A A Met achterklep fig. 15 Gloeilamp vervangen: ❒ open de achterklep; ❒ draai de bevestigingsschroeven A los; ❒ druk op het uiteinde van de borglip en verwijder het lampenglas met de lampen; ❒ maak de stekker los; F0P0210m fig. 15 fig. 17 F0P0212m fig.
133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 145 Gloeilampen vervangen: DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN fig. 19 F0P0298m fig. 20 F0P0234m LAMPJES EN BERICHTEN ❒ verwijder het plafondlampje op de door de pijlen aangegeven punten; STARTEN EN RIJDEN PLAFONDVERLICHTING VEILIGHEID Zie voor het type lamp en het bijbehorende vermogen de paragraaf “Gloeilamp vervangen”.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 146 146 ZEKERINGEN VERVANGEN ALGEMEEN Het elektrische systeem wordt door zekeringen beveiligd: de zekering brandt door bij een storing of bij oneigenlijk gebruik van het systeem.
❒ Kantel het opbergvak en trek het met kracht los om de zekeringen te bereiken.
133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 148 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN Zekeringenkast in motorruimte VERBRUIKERS Regeleenheid motor, brandstofsysteem en luchtinlaatsysteem, elektroventilateur F1 20 Claxon F2 15 Pomp ruitensproeiers voor en achter F3 10 Koplampsproeierpomp F4 20 ❒ Open de motorkap en verschuif de steun voor het ruitensproeierreservoir om de bereikbaarheid te verbeteren.
F2 – Regeleenheid aanhanger en (indien aanwezig) beveiligingsregeleenheid voor carrosseriebouwers F3 40/50 Vrij F4 – ❒ Haak het deksel van de accuhouder los. Sloten achterdeuren F36 15 ❒ Koppel de rode accuklem (+) los. Sloten achterdeuren F37 10 Sluit het deksel na de werkzaamheden zeer zorgvuldig. Achterruitwisser op achterdeur F38 20 Achterste aanjager in interieur (combi-uitvoering) F39 – Inklapbare spiegels F40 5 F4 F1 fig.
DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 150 Extra zekeringenkast F1 VERBRUIKERS F2 Vrij F1 15 Contactrelais en impulsgever F2 15 Voeding aanhanger F3 15 Permanente voeding voor opbouwcomponenten F4 15 Waarschuwingsknipperlichten F5 40 VEILIGHEID F3 F4 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN F5 150 ZEKERING AMPÈRAGE fig.
Ga voor het opladen als volgt te werk: ❒ maak de klem van de minpool van de accu los; ❒ sluit de kabels van het laadapparaat aan op de accupolen; let hierbij op de polariteit; Zodra deze dertig minuten zijn verstreken, worden de ingeschakelde functies in stand-by gezet en het lampje van de accu gaat knipperen gecombineerd met een melding op het display. Om deze functies weer klaar voor gebruik te maken, moet de motor worden gestart en enkele momenten draaien.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 133-152 ScudoG9 NL:133-152 ScudoG9 NL 18-8-09 10:51 Pagina 152 152 SLEPEN VAN DE AUTO ATTENTIE! Maak de schroefdraad zorgvuldig schoon, voordat u het sleepoog op de schroefdraadpen draait. Controleer, voordat de auto wordt gesleept, of het sleepoog geheel op de schroefdraadpen is gedraaid.
PERIODIEKE CONTROLES .............................................. 157 ZWAAR GEBRUIK VAN DE AUTO................................. 157 NIVEAUS CONTROLEREN .............................................. 158 LUCHTFILTER/POLLENFILTER ......................................... 164 ACCU ..................................................................................... 164 WIELEN EN BANDEN ....................................................... 167 RUBBER SLANGEN ....................................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN ZORG GEGEVENS NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 154 154 GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD Doelmatig onderhoud is een beslissende factor voor een lange levensduur, de beste prestaties en een zo zuinig mogelijk gebruik van de auto. Om dit te realiseren heeft Fiat een reeks controle- en onderhoudsbeurten samengesteld die iedere 30.
120 150 180 Banden op conditie en slijtage controleren en bandenspanning eventueel herstellen ● ● ● ● ● ● Werking verlichting (koplamp-/achterlichtunits, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten, laadruimte, waarschuwings-/controlelampjes enz.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN ZORG GEGEVENS NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 156 156 x 1000 km 30 60 90 120 150 180 Motorolie en oliefilter vervangen ● ● ● ● ● ● Dieselfilter aftappen ● ● ● Dieselfilter vervangen ● ● ● Luchtfilterelement vervangen ● ● ● Vloeistofniveaus controleren en eventueel bijvullen (motorkoelsysteem, remsysteem, stuu
❒ trekken van aanhangers of caravans; ❒ niveau van de remvloeistof; ❒ rijden op stoffige wegen; ❒ niveau van de ruitensproeiervloeistof; ❒ veel korte ritten (minder dan 7-8 km) en bij buitentemperaturen onder nul; ❒ conditie en spanning van de banden; ❒ werking verlichting (koplamp-/achterlichtunits, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten enz.); ❒ werking ruitenwissers/-sproeiers en stand/slijtage wisserbladen voor en achter. Iedere 3.000 km controleren en eventueel bijvullen: motorolieniveau.
NIVEAUS CONTROLEREN ATTENTIE! Rook nooit tijdens werkzaamheden in de motorruimte: er kunnen licht ontvlambare gassen aanwezig zijn; brandgevaar.
153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 159 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 1. Motorkoelvloeistof 2. Vloeistof voor ruitensproeiers voor/ achter en koplampsproeiers VEILIGHEID 3. Remvloeistof 4. Motorolie 5. Olie van stuurbekrachtiging TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG F0P0146m ALFABETISCH REGISTER fig. 2 - Uitvoeringen 120 en 140 Multijet LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN 6. Zitting voor trechter motorolie.
153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 160 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN MOTOROLIEVERBRUIK Als richtlijn geldt een maximaal motorolieverbruik van ongeveer 400 gram per 1000 km. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN ZORG GEGEVENS NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID De motor van een nieuwe auto moet nog worden ingereden. Dit betekent dat het motorolieverbruik pas na de eerste 5000 ÷ 6000 km stabiliseert. 160 fig.
KOELVLOEISTOF fig. 6 Het niveau van de koelvloeistof moet gecontroleerd worden bij een koude motor en moet tussen het MIN- en MAX-merkteken op het expansiereservoir staan. Een te laag niveau bijvullen door een mengsel van gedemineraliseerd water en 50% PARAFLU UP van FL Selenia langzaam via de vulopening A van het expansiereservoir te gieten tot aan het MAX-merkteken. Een mengsel van PARAFLU UP en gedemineraliseerd water in een mengverhouding van 50% beveiligt tot een temperatuur van –35°C.
153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 162 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN Controleer visueel het niveau van de vloeistof in het reservoir. STARTEN EN RIJDEN Verwijder de dop A en vul vloeistof bij. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN ZORG GEGEVENS NOODGEVALLEN fig. 7 LAMPJES EN BERICHTEN VEILIGHEID ATTENTIE! Rijd niet met een leeg ruitensproeierreservoir: de ruitensproeiers zijn van fundamenteel belang voor een optimaal zicht.
DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 163 ATTENTIE! Voor de besteluitvoering wordt aangeraden de remvloeistof om de twee jaar te vervangen. Controleer de olie van de stuurbekrachtiging bij een koude motor en als de auto op een vlakke ondergrond staat. De olie moet tussen het MIN- en MAX-merkteken op het reservoir staan fig 9 en fig. 10. Bij zeer warme olie kan het olieniveau boven het MAX-merkteken staan.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN ZORG GEGEVENS NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 164 164 LUCHTFILTER/ POLLENFILTER Laat het pollenfilter vervangen door het Fiat Servicenetwerk. ACCU De accu van de auto is “onderhoudsarm”: onder normale omstandigheden hoeft het elektrolyt niet bijgevuld te worden met gedestilleerd water.
Elektrolyt bijvullen Wendt u tot het Fiat Servicenetwerk Donkere kleur zonder groen gebied in het midden Accu onvoldoende geladen Accu opladen (wendt u tot het Fiat Servicenetwerk) Donkere kleur met groen gebied in het midden Elektrolytniveau en lading voldoende Geen actie ACCU VERVANGEN Als de accu vervangen wordt, moet een originele accu met dezelfde specificaties worden geïnstalleerd.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN ZORG GEGEVENS NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 166 166 ATTENTIE! Bij werkzaamheden aan de accu of in de buurt van de accu, moet u uw ogen altijd beschermen met een speciale bril. BELANGRIJK Een accu die gedurende langere tijd minder dan 50% geladen is (optische meter donker zonder groen middenstuk), raakt door sulfatering beschadigd.
Een onjuiste bandenspanning veroorzaakt een onregelmatige slijtage van de banden fig. 12: A juiste spanning: gelijkmatige slijtage van het loopvlak. B te lage spanning: te grote slijtage aan de zijkanten van het loopvlak. C te hoge spanning: te grote slijtage in het midden van het loopvlak. Banden moeten worden vervangen als de profieldiepte van het loopvlak minder is dan 1,6 mm. Houdt u echter altijd aan de bepalingen van het land waarin u rijdt.
ATTENTIE! Door een te lage bandenspanning wordt de band te heet, waardoor er onherstelbare inwendige schade aan de band kan ontstaan. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN ZORG GEGEVENS NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 168 168 ATTENTIE! Verwissel de banden niet kruislings, waarbij de banden van de rechterzijde aan de linkerzijde en omgekeerd worden gemonteerd.
153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 169 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN Ruitenwisserbladen vervangen fig. 13 Ga voor het vervangen van de ruitenwisserbladen als volgt te werk: – controleer of het wisserblad goed geborgd is. – druk op de lip C van de borging en druk gelijktijdig het wisserblad naar beneden om het los te maken van de wisserarm B; F0P0350m Wisserblad van achterruitenwisser vervangen fig.
153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 170 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN CARROSSERIE VEILIGHEID BESCHERMING TEGEN ATMOSFERISCHE INVLOEDEN De belangrijkste oorzaken van roest zijn: STARTEN EN RIJDEN Voorruit (ruitensproeiers) fig. 15 TECHNISCHE ONDERHOUD EN ZORG GEGEVENS NOODGEVALLEN fig.
❒ verwijder de antenne van het dak als u de auto in een wastunnel wast, om te voorkomen dat deze beschadigt; ❒ spoel de auto eerst met een waterstraal onder lage druk af; ❒ was de auto met een zachte spons met een oplossing van neutrale zeep; spoel daarbij de spons regelmatig uit; ❒ spoel de auto af met schoon water en droog de auto met warme lucht of een schone, zachte zeem.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN ZORG GEGEVENS NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 153-172 ScudoG9 NL:153-172 ScudoG9 NL 18-8-09 10:52 Pagina 172 172 INTERIEUR STOELEN EN STOFFEN BEKLEDING Controleer af en toe of er onder de vloerbedekking geen water is blijven staan (dooiwater van sneeuwresten aan schoenen, lekkende paraplu’s enz.), waardoor roestvorming op de bodem veroorzaakt zou kunnen worden.
MOTOR ................................................................................. 179 BRANDSTOFSYSTEEM ...................................................... 180 TRANSMISSIE ....................................................................... 180 REMMEN ................................................................................ 181 WIELOPHANGING ............................................................ 181 STUURINRICHTING ..........................................................
IDENTIFICATIEGEGEVENS Het verdient aanbeveling kennis te nemen van de identificatiegegevens van de auto. De identificatiegegevens zijn op typeplaatjes ingeslagen; deze bevinden zich op de in fig. 1 aangegeven plaatsen: 1 - typeplaatje met identificatiegegevens; 2 - chassisnummer; 3 - plaatje met informatie over de carrosserielak.
173-199 ScudoG9 NL:173-199 ScudoG9 NL 18-8-09 10:54 Pagina 175 A - Naam van de fabrikant; B - Nummer nationale typegoedkeuring; C - Identificatiecode voertuigtype en chassisnummer; I - Correctiewaarde voor uitlaatrook gasmeting; 12- J - Chassisnummer. H J D - Max. toelaatbaar totaalgewicht van de auto; E - Max. toelaatbaar totaalgewicht van de auto met aanhanger; fig. 2 A B C D E F G KG KG KG KG VEILIGHEID H - Identificatiecode van het voertuigtype; DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN G - Max.
173-199 ScudoG9 NL:173-199 ScudoG9 NL 18-8-09 10:54 Pagina 176 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN PLAATJE MET INFORMATIE OVER DE CARROSSERIELAK EN DE BANDEN fig. 4 Bar A PRESSIONS CONTROLLER PNEUS FROIDS ( 0,05 bar) – velg- en bandenmaten; – de door de fabrikant gehomologeerde bandenmerken; fig. 3 F0P0302m CHASSISNUMMER fig. 3 Gebruik het platte uiteinde van de trekhaak om het klepje te openen.
(*) Uitvoering met DPF RHK Combi - Korte wielbasis 8/9 Combi - Lange wielbasis Combi - Lange wielbasis Combi - Lange wielbasis - Verhoogd draagvermogen Bestel - Korte wielbasis - Laag dak - 10 Q Bestel - Korte wielbasis - Laag dak -12 Q Bestel - Lange wielbasis - Laag dak -12 Q Bestel - Lange wielbasis - Verhoogd dak -12 Q Platformchassis - Lange wielbasis - 12 Q Combi - Korte wielbasis - Cat. N1 Combi - Lange wielbasis - Cat.
Motor Motorcode 120 Multijet RHK 140 Multijet RHR ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 173-199 ScudoG9 NL:173-199 ScudoG9 NL 18-8-09 10:54 Pagina 178 178 (*) Uitvoeringen met DPF Beschrijving Platformchassis - Lange wielbasis - 12 Q Combi - Korte wielbasis - 10 Q Combi - Lange wielbasis - 10 Q Combi - Korte wielbasis - 10 Q Combi - Lange wielbasis - 10 Q Combi - Korte wielbasi
9HU RHK RHR Cyclus Diesel Diesel Diesel Aantal en opstelling cilinders 4 in lijn 4 in lijn 4 in lijn 75 x 88,3 85 x 88 85 x 88 1560 1997 1997 18,0:1 17,5:1 17,5:1 kW pk /min 66 90 4000 88 120 4000 100 136 4000 Nm kgm /min 180 300 320 1750 Diesel voor motorvoertuigen (specificatie EN590) 2000 Diesel voor motorvoertuigen (specificatie EN590) 2000 Diesel voor motorvoertuigen (specificatie EN590) Boring en slag Cilinderinhoud mm 3 cm Compressieverhouding Maximum vermogen (EU) b
BRANDSTOFSYSTEEM 90 Multijet - 120 Multijet - 140 Multijet Brandstofsysteem STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 173-199 ScudoG9 NL:173-199 ScudoG9 NL 18-8-09 10:54 Pagina 180 ATTENTIE! Modificaties of reparaties aan het brandstofsysteem die niet correct worden uitgevoerd en waarbij geen rekening wordt gehouden met de technische specificaties van het systeem, kunnen storingen in de werking en zelfs brand veroorzaken.
Voetrem: – voor schijfremmen (geventileerd voor bepaalde uitvoeringen) – achter schijfremmen of trommelremmen (enkele uitvoeringen) bediend met handremhefboom, werkend op de achterwielen Handrem 90 Multijet - 120 Multijet - 140 Multijet onafhankelijke wielophanging, type McPherson Voor semi-onafhankelijk met door torsiebuis gekoppelde draagarmen met schroefveren/ luchtvering (indien van toepassing) Achter STUURINRICHTING 90 Multijet - 120 Multijet - 140 Multijet Type Draaicirkel (tussen stoepranden
WIELEN VELGEN EN BANDEN Voor de rijveiligheid is het noodzakelijk dat alle wielen zijn voorzien van banden van hetzelfde merk en hetzelfde type. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN STARTEN EN RIJDEN Geperst stalen of lichtmetalen velgen. Tubeless radiaalbanden. Op de typegoedkeuring zijn bovendien alle goedgekeurde banden aangegeven.
82 = 475 kg Bijvoorbeeld: 7J x 16 ET39 S = max. 180 km/h. 72 = 355 kg 83 = 487 kg 7 = breedte van de velg in inch 1. T = max. 190 km/h. 73 = 365 kg 84 = 500 kg J = velgbedprofiel (deel aan de zijkanten waarop de band steunt) 2. U = max. 200 km/h. 74 = 375 kg 85 = 515 kg 16 H = max. 210 km/h. 75 = 387 kg 86 = 530 kg V = max. 240 km/h. 76 = 400 kg 87 = 545 kg = montagediameter in inches (deze correspondeert met dat van de te monteren band) 3 = Ø.
90 Multijet 120 Multijet 140 Multijet Banden Velgen 215/65 R15 104R 6,5J x 15 ET38 215/60 R16 99T 7J x 16 ET39(❍) 7J x 16 ET42 215/60 R16 103T 7J x 16 ET42 F0B0264b Bar A PRESSIONS CONTROLLER PNEUS FROIDS ( 0,05 bar) (❍) Lichtmetalen velg De bandenspanning bij koude banden is afhankelijk van de uitvoering en uitrusting van de auto. De waarden staan aangegeven op het plaatje fig.
TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 173-199 ScudoG9 NL:173-199 ScudoG9 NL 18-8-09 10:54 Pagina 186 186 De afmetingen zijn aangegeven in mm.
De afmetingen zijn aangegeven in mm. AFMETINGEN N Nuttige hoogte van de dubbele achterdeur: O Nuttige breedte – dubbele achterdeur: – achterklep (indien aanwezig): ACHTERDEUREN 1272÷1630 (*) 1237 1237 TECHNISCHE ONDERHOUD EN NOODGEVALLEN GEGEVENS ZORG F0P0611m ALFABETISCH REGISTER fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 173-199 ScudoG9 NL:173-199 ScudoG9 NL 18-8-09 10:54 Pagina 188 188 fig. 9 F0P0306m De afmetingen zijn aangegeven in mm.
LANGE WIELBASIS Inwendige lengte laadvloer (mm): 2254 2584 Inwendige hoogte onder dak – maximum (mm): 1449 1750 (*) 1245 Minimum draaicirkel tussen stoepranden (mm): 1218 1259 (*) Uitvoering met verhoogd dak PRESTATIES Maximale snelheid na de inrijperiode in km/h.
GEWICHTEN EN TREKGEWICHTEN BESTEL-UITVOERING Raadpleeg voor meer informatie de typegoedkeuring van de auto. De lokale wetgeving van elk land ten aanzien van de trekgewichten moet beslist worden gerespecteerd. Voor informatie over het trekken van aanhangers en de maximaal toegestane gewichten: wendt u tot het Fiat Servicenetwerk. Lading vervoeren Het trekken van aanhangers is mogelijk mits het maximaal toegestane totaalgewicht niet wordt overschreden.
120 Multijet Motor Korte wielbasis (10Q) 2 1702 2702 1000 925 2000 3 1714 2702 988 913 2000 Korte wielbasis (12 Q) 2 1702 2902 1200 1125 2000 3 1714 2902 1188 1113 2000 Lange wielbasis (12Q) 2 1732 2932 1200 1125 2000 3 1744 2932 1188 1113 2000 Verhoogd dak (12Q) 2 1763 2963 1200 1125 1997 3 1775 2963 1188 1113 1997 Uitvoering Aantal zitplaatsen Leeggewicht (kg) 140 Multijet Maximaal Maximaal Nuttig Trekgewicht toelaatbaar nuttig laadvermogen bij ge
COMBI-UITVOERING Raadpleeg voor meer informatie de typegoedkeuring van de auto. De lokale wetgeving van elk land ten aanzien van de trekgewichten moet beslist worden gerespecteerd. Voor informatie over het trekken van aanhangers en de maximaal toegestane gewichten: wendt u tot het Fiat Servicenetwerk. Lading vervoeren Het trekken van aanhangers is mogelijk mits het maximaal toegestane totaalgewicht niet wordt overschreden.
Korte wielbasis 120 Multijet Lange wielbasis Verstevigd Motor Uitvoering 5 6 8 9 5 6 8 9 8 9 1809 1821 1887 1898 1841 1853 1919 1930 1948 1959 Aantal zitplaatsen Leeggewicht (kg) Korte wielbasis 140 Multijet Lange wielbasis Verstevigd 5 6 8 9 5 6 8 9 8 9 1824 1836 1902 1913 1855 1867 1933 1944 1948 1959 2759 2759 2759 2759 2791 2791 2791 2791 2932 2932 950 938 872 861 950 938 872 861 999 987 882 870 804 793 882 870 804 793 931 919 2000 2000 2000 2000 2000 2000 2000 2000 2000 2000 Maximaal
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 173-199 ScudoG9 NL:173-199 ScudoG9 NL 18-8-09 10:54 Pagina 194 194 VULLINGSTABEL 90 Multijet 120 Multijet 140 Multijet liters liter 80 8 80 8 80 8 Diesel voor motorvoertuigen (specificatie EN590) Koelsysteem motor: liter 8 9 9 Mengsel van water en 50% PARAFLU UP Carter en filter: liter 6,2 5,25 5,25 SELENIA WR Versnellingsbak/
173-199 ScudoG9 NL:173-199 ScudoG9 NL 18-8-09 10:54 Pagina 195 SELENIA WR Volgens het Geprogrammeerde Onderhoudsschema Gebruik voor een correcte werking van de Multijet-uitvoeringen met DPF uitsluitend het originele type smeermiddel. In geval van nood, als het originele product niet beschikbaar is, vul dan maximaal 0,5 liter bij en wendt u zo snel mogelijk tot het Fiat Servicenetwerk.
Gebruik Olie en vetten voor krachtoverbrengingen ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 173-199 ScudoG9 NL:173-199 ScudoG9 NL 18-8-09 10:54 Pagina 196 196 Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen Synthetische SAE 75W- 85 olie die ruimschoots voldoet aan de specificaties API GL4 en MIL-L-2105 D LEV TUTELA MATRYX Mechanische versnellingsbakken en differentieels Vet op basis van lit
Het brandstofverbruik is gemeten volgens onderstaande procedure: LAMPJES EN BERICHTEN ❒ een stadsrit: opgebouwd uit een koude start gevolgd door een gesimuleerde, normale testrit in stadsverkeer; ❒ gecombineerd verbruik: hierbij telt de waarde van de stadsrit mee voor 37% en de waarde van de testrit buiten de stad voor 63%.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 173-199 ScudoG9 NL:173-199 ScudoG9 NL 18-8-09 10:54 Pagina 198 198 Motor 120 Multijet Uitvoering Combi Zitplaatsen Uitvoering Bestel 5/6 Laag dak Korte wielbasis 8/9 Laag dak Laag dak Lange wielbasis Korte wielbasis 2/3 Laag dak Lange wielbasis Laag dak Korte wielbasis Laag dak Lange wielbasis Hoog dak Lange wielbasis Verbruik stadsv
173-199 ScudoG9 NL:173-199 ScudoG9 NL 18-8-09 10:54 Pagina 199 DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN CO2-EMISSIE 8/9 Uitvoering Laag dak Korte wielbasis Laag dak Laag dak Lange wielbasis Korte wielbasis 90 Multijet 191 198 120 Multijet 194 140 Multijet 196 2/3 Laag dak Lange wielbasis Laag dak Korte wielbasis Laag dak Lange wielbasis Hoog dak Lange wielbasis 198 198 191 191 198 196 198 198 194 196 200 198 199 199 196 196 – STARTEN EN RIJDEN 5/6 LAMPJES EN BERICHTEN Zitplaat
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE ONDERHOUD EN GEGEVENS ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 200-208 ScudoG9 NL:200-208 ScudoG9 NL 18-8-09 10:55 Pagina 200 200 A L FA B E T I S C H R E G I S T E R Aansteker ........................................................ 67 Aanwijzingen voor het laden................... 79 ABS ...................................................................... 82 Accu – economische modus......................
Onderhoud van de auto Klokje ................................................................... 16 – startprocedure ...................................... 114 Koplampen – koplampen afstellen.............................. 81 – brandstofsysteem .................................. 180 Koplampsproeiers ......................................... 53 – smeersysteem.......................................... 195 Koppeling ........................................................... 180 – technische gegevens ..
STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENINGSELEMENTEN 200-208 ScudoG9 NL:200-208 ScudoG9 NL 18-8-09 10:55 Pagina 202 – gloeilamp voor vervangen................. 142 Startmotor........................................................ 180 Wisserbladen voor/achter........................ 168 Ruitbediening................................................... 74 Stuurinrichting................................................. 181 Zekeringen ......................................................
200-208 ScudoG9 NL:200-208 ScudoG9 NL 18-8-09 10:55 Pagina 203 RICHTLIJNEN VOOR DE BEHANDELING VAN DE AUTO AAN HET EINDE VAN DE LEVENSDUUR Al jaren werkt Fiat hard aan de bescherming van het milieu door de doorlopende verbetering van de productieprocessen en de ontwikkeling van producten die steeds milieuvriendelijker zijn.
200-208 ScudoG9 NL:200-208 ScudoG9 NL 18-8-09 10:55 Pagina 204 NOTITIES
200-208 ScudoG9 NL:200-208 ScudoG9 NL 18-8-09 10:55 Pagina 205
200-208 ScudoG9 NL:200-208 ScudoG9 NL 18-8-09 10:55 Pagina 206 ® in het hart van uw motor. ® Vraag uw garagist om Pagine_ Pagine_ITA.
11:53:40 200-208 ScudoG9 NL:200-208 ScudoG9 NL 18-8-09 10:55 Pagina 207 Uw auto heeft Selenia gekozen De motor van uw auto is ontstaan met ontworpen voor Selenia, hetmotorolie-assortiment dat voldoet aan demeest geavanceerde internationale specificaties. Specifieke tests en technische kenmerken van hoog niveaumaken van Selenia het smeermiddel bij uitstek voor veilige en onovertrefbare motorprestaties.
200-208 ScudoG9 NL:200-208 ScudoG9 NL 18-8-09 10:55 Pagina 208 BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND De bandenspanning bij koude banden is afhankelijk van de uitvoering en uitrusting van de auto. De waarden staan aangegeven op het plaatje dat zich op het linker voorportier bevindt (raadpleeg de paragraaf “Wielen” in het hoofdstuk “Technische gegevens”). Bij warme banden moet de bandenspanning 0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de spanning opnieuw bij koude banden.
NEDERLANDS De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld. Fiat behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Wendt u voor nadere informatie tot het Fiat Servicenetwerk. Gedrukt op houtvrij milieuvriendelijk papier.