Operation Manual

31
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
HANDBEDIENDE AIR-
CONDITIONING
(indien aanwezig)
BEDIENINGSKNOPPEN fig. 46
Draaiknop A voor de luchtverde-
ling
µ
voor lucht uit de luchtroosters in het
midden en aan de zijkanten;
voor luchttoevoer naar de beenruim-
ten en voor een iets lagere tempera-
tuur uit de luchtroosters op het dash-
board (“bilevel”-stand);
voor verwarming bij lage buitentem-
peraturen: voor maximale luchttoe-
voer naar de beenruimten;
voor verwarming van de beenruimten
en ontwaseming van de voorruit;
-
voor een snelle ontwaseming van de
voorruit.
Draaiknop B voor het inschake-
len/regelen van de aanjager
0 = aanjager uitgeschakeld
1-2-3 = aanjagersnelheid
4
-p= aanjager op maximale
snelheid
RECIRCULATIE INSCHAKELEN
fig. 44
Druk op de knop
.
Het verdient aanbeveling om de luchtre-
circulatie in te schakelen in de file of in tun-
nels. Hiermee wordt voorkomen dat ver-
vuilde lucht het interieur bereikt. Het is
niet raadzaam dit systeem langdurig te la-
ten werken, omdat anders, vooral als u
met meerdere personen in de auto zit, de
kans aanzienlijk toeneemt dat de ruiten
beslaan.
BELANGRIJK Met de recirculatiefunctie
kunnen, afhankelijk van de werking van het
systeem (“verwarming” of “koeling”), de
gewenste omstandigheden sneller bereikt
worden.
Het is echter niet raadzaam deze functie
in te schakelen op regenachtige of koude
dagen, omdat dan de ruiten aan de bin-
nenzijde aanzienlijk sneller kunnen beslaan.