F I A I N P T S T R U 603.81.
001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 1 Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Punto. Wij hebben dit boek samengesteld om u de kwaliteiten van deze auto volledig te laten benutten. Wij raden u aan alle hoofdstukken door te lezen voordat u voor de eerste keer met de auto gaat rijden. Dit instructieboek bevat informatie, tips en aanwijzingen die u zullen helpen de technische kwaliteiten van uw Fiat volledig te benutten.
001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 2 ABSOLUUT LEZEN! BRANDSTOF TANKEN K Benzinemotoren: tank uitsluitend loodvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON die voldoet aan de Europese specificatie EN228. Dieselmotoren: tank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen conform de Europese specificatie EN590. Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en het vervallen van de garantie tot gevolg hebben.
001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 3 ELEKTRISCHE APPARATUUR Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die stroom verbruiken (waardoor de accu langzaam kan ontladen), wendt u dan tot het Fiat Servicenetwerk, dat kan controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik. CODE-card Bewaar deze op een veilige plaats, maar niet in de auto. Wij raden u aan de elektronische code van de CODE-card altijd bij u te hebben.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 4 4 DASHBOARD EN BEDIENING DASHBOARD ...................................................................... SYMBOLEN ........................................................................... FIAT CODE ........................................................................... DE SLEUTELS ......................
DASHBOARD 1. Verstelbare luchtroosters zijkant – 2. Vaste luchtroosters zijkant – 3. Linker hendel: bediening buitenverlichting – 4. Instrumentenpaneel – 5. Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, tripcomputer – 6. Bedieningsknoppen op het dashboard – 7. Verstelbare luchtroosters midden – 8. Vast luchtrooster boven – 9. Frontairbag passagierszijde – 10. Dashboardkastje – 11. Autoradio (voor bepaalde uitvoeringen/markten) – 12. Bedieningsknoppen verwarming/ventilatie/airconditioning – 13.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 6 6 SYMBOLEN FIAT CODE Op of in de nabijheid van enkele onderdelen van uw auto zijn plaatjes met een bepaalde kleur aangebracht, met daarop symbolen die uw aandacht vragen en die voorzorgsmaatregelen aangeven die u in acht moet nemen als u met het betreffende onderdeel te maken krijgt.
Bij krachtige stoten kunnen de elektronische componenten in de sleutel beschadigd worden. VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN Als bij het starten de code niet wordt herkend, gaat op het instrumentenpaneel het waarschuwingslampje Y branden. ❒ Als het lampje Y blijft branden, moet u zich tot het Fiat Servicenetwerk wenden. NOODGEVALLEN Door de contactsleutel op STOP te draaien, schakelt het Fiat CODE-systeem de functies van de regeleenheid van het motormanagementsysteem uit.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 8 8 DE SLEUTELS CODE CARD fig.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 9 Als u de portieren vergrendelt en een of meer portieren of de achterklep zijn niet goed gesloten, dan gaan het lampje en de richtingaanwijzers snel knipperen. STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN BATTERIJ VAN DE SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING VERVANGEN fig. 6 Ga voor het vervangen van de batterij als volgt te werk: ❒ druk op de knop A en klap de metalen baard B uit; ❒ draai de schroef C in stand : m.b.v.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 10 10 Extra afstandsbedieningen bestellen DIEFSTALALARM Het systeem kan maximaal 8 afstandsbedieningen herkennen. Als u in de loop der tijd een nieuwe afstandsbediening nodig hebt, kunt u zich tot het Fiat Servicenetwerk wenden. Neem dan de CODEcard, een identiteitsbewijs en het kentekenbewijs mee.
Dead lock inschakelen (*) Achterklepslot ontgrendelen Ruiten openen (*) Ruiten sluiten (*) Sleutel linksom draaien (bestuurderszijde) Sleutel rechtsom draaien (bestuurderszijde) – – – – Sleutel linksom draaien (bestuurderszijde) Sleutel rechtsom draaien (bestuurderszijde) – – – – Knop Ë kort indrukken Knop Á kort indrukken Knop Á twee keer indrukken Knop R kort indrukken Knop Ë langer dan 2 seconden indrukken Knop Á langer dan 2 seconden indrukken Knipperen richtingaanwijzers (alleen m
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 12 12 START-/CONTACTSLOT STUURSLOT De sleutel kan in 3 standen worden gedraaid fig. 9: Inschakelen Zet de sleutel in stand STOP, trek de sleutel uit het start-/contactslot en draai het stuur totdat het vergrendelt. ❒ STOP: motor uit, sleutel uitneembaar, stuurslot ingeschakeld.
A Snelheidsmeter B Brandstofmeter met waarschuwingslampje brandstofreserve C Koelvloeistoftemperatuurmeter met waarschuwingslampje voor te hoge koelvloeistoftemperatuur D Toerenteller VEILIGHEID Uitvoeringen met digitaal display STARTEN EN RIJDEN INSTRUMENTENPANEEL DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 13 LAMPJES EN BERICHTEN E Digitaal display F0M0401m B Brandstofmeter met waarschuwingslampje brandstofreserve C Koelvloeistoftemperatuurmeter met waarschuwingslampje voo
INSTRUMENTEN De achtergrondkleur en de vormgeving van de instrumenten kunnen per uitvoering verschillen. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 14 14 fig. 12 F0M0405m fig. 13 F0M0406m SNELHEIDSMETER fig. 12 TOERENTELLER fig. 13 Geeft de snelheid van de auto aan. De toerenteller geeft het toerental per minuut van de motor aan.
E brandstoftank leeg. F brandstoftank vol. Het waarschuwingslampje A geeft aan dat er nog ongeveer 7 liter brandstof aanwezig is. Rijd niet met een bijna lege brandstoftank: door een onregelmatige brandstoftoevoer kan de katalysator beschadigen. Zie de paragraaf “Tanken”. BELANGRIJK Als de wijzernaald op de indicatie E staat en het waarschuwingslampje A knippert, dan is er een storing in het systeem. Wendt u in dit geval tot het Fiat Servicenetwerk om het systeem te laten controleren.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 16 16 DIGITAAL DISPLAY BEGINSCHERM fig. 16 Op het beginscherm kan het volgende worden weergegeven: A Stand koplampverstelling (alleen als het dimlicht is ingeschakeld). B Tijd (altijd weergegeven, ook bij uitgenomen contactsleutel en gesloten voorportieren). fig. 16 F0M0537m BEDIENINGSKNOPPEN fig. 17 fig.
“Klokje instellen” selecteren – druk kort op de knop MENU ESC om de eerste eenheid (uren) te veranderen; – met de knop + of – (door de knop telkens in te drukken) kan de nieuwe instelling worden geselecteerd; – als u de knop MENU ESC kort indrukt, kunt u de instelling opslaan en tegelijkertijd verdergaan naar het volgende onderdeel van het setup-menu (minuten); – na het instellen van de tijd keert u terug naar het eerder geselecteerde menupunt.
DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 18 STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID Om vanuit het beginscherm te kunnen navigeren, moet u kort op de knop MENU ESC drukken. Druk op de knop + of – om in het menu te navigeren. Opmerking Als de auto rijdt, is om veiligheidsredenen alleen een beperkt menu (instelling “SPEEd”) toegankelijk. Als de auto stilstaat is het uitgebreide menu toegankelijk.
– als de functie al was ingeschakeld (On), kan met de knop + of – de gewenste snelheidslimiet worden ingesteld en worden bevestigd door het indrukken van de knop MENU ESC; Opmerking De waarde kan worden ingesteld tussen 30 en 200 km/h of tussen 20 en 125 mph, afhankelijk van de ingestelde meeteenheid (zie de paragraaf “Meeteenheid instellen Unit”). Elke keer als u de knop +/– indrukt, wordt de waarde 5 eenheden verhoogd of verlaagd.
ALFABETISCH REGISTER 20 – druk kort op de knop MENU ESC; op het display verschijnt het opschrift (Unit) en de ingestelde meeteenheid (km) of (mijl); Met deze functie kan de passagiersairbag worden in-/uitgeschakeld. – druk op de knop + of – om de gewenste meeteenheid in te stellen.
001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 21 DASHBOARD EN BEDIENING MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY Opmerking Bij het openen van een voorportier wordt het display verlicht en wordt enkele seconden de tijd en de kilometer-/mijltotaalteller weergegeven. Om het scherm en de keuzemogelijkheden naar boven te doorlopen of de weergegeven waarde te verhogen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 22 22 SETUP-MENU fig. 20 Het menu bestaat uit een aantal functies dat “cyclisch” wordt weergegeven. De functies kunnen met de knoppen + en – worden gekozen, waarna u keuzemogelijkheden kunt selecteren of instellingen (setup) kunt uitvoeren.
Español Français Polski Jaar Maand Português + + MENU ESC knop kort indrukken – + – – GEGEVENS TRIP B MENU VERLATEN BAG PASSAGIER – TIJD INSTELLEN – + – SERVICE DATUM INSTELLEN – – + ZIE RADIO VOL.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 24 24 FUNCTIES DISPLAY Snelheidslimiet (Beep Snelheid) Met deze functie kan de snelheidslimiet van de auto (km/h of mph) worden ingesteld. Als deze limiet wordt overschreden, wordt de bestuurder gewaarschuwd (zie hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
Als u de contactsleutel in stand MAR draait, wordt op het display, na de startcontrole, de informatie weergegeven die door middel van de functie “Eerste pagina” in het menu is ingesteld.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 26 26 Herhaling informatie audiosysteem (Zie radio) Met deze functie kan op het display de informatie over de autoradio worden weergegeven.
– druk kort op de knop MENU ESC; op het display knippert het “niveau” van het ingestelde volume; – druk kort op de knop MENU ESC om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan. – druk op de knop + of – om de instelling uit te voeren; – druk kort op de knop MENU ESC om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 28 28 Volumeregeling knoppen (Vol. toetsen) Geprogrammeerd onderhoud (Service) Het akoestische signaal dat klinkt bij het indrukken van de knoppen MENU ESC, + en –, kan worden ingesteld op 8 niveaus.
MENU ESC DASHBOARD EN BEDIENING VEILIGHEID ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN F0M1014i LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN F0M1011i F0M1010i + + – – TECHNISCHE GEGEVENS ❒ druk kort op de knop MENU ESC; er verschijnt een bevestiging van de gekozen instelling en er wordt teruggekeerd naar het menuscherm of, wanneer de knop even ingedrukt wordt gehouden, naar het beginscherm zonder op te slaan.
TRIPCOMPUTER Algemeen Beide functies kunnen op nul worden gezet (reset - begin van een nieuwe rit). Gemiddeld verbruik Geeft het gemiddelde brandstofverbruik aan vanaf het begin van een nieuwe rit. Huidig verbruik Geeft doorlopend de wijziging in het brandstofverbruik aan. Als de auto stilstaat met draaiende motor wordt “- - - -” op het display weergegeven.
VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN BELANGRIJK Als u het systeem op nul zet terwijl het scherm van “Trip B” wordt weergegeven, dan worden alleen de gegevens van “Trip B” op nul gezet. De functie Trip verlaten: houd de knop MENU ESC langer dan 2 seconden ingedrukt. NOODGEVALLEN BELANGRIJK Als u het systeem op nul zet terwijl het scherm van “Trip A” wordt weergegeven, dan worden alleen de gegevens van “Trip A” op nul gezet. Trip verlaten ONDERHOUD EN ZORG Bedieningsknop TRIP fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-032 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:52 Pagina 32 32 ZITPLAATSEN VOOR ATTENTIE! Alle afstellingen mogen uitsluitend bij een stilstaande auto worden uitgevoerd. fig. 22 De stoffen bekleding van uw auto is langdurig bestand tegen slijtage die ontstaat bij een normaal gebruik van de auto.
Druk met de sleutel in stand MAR op de knop F om de functie in of uit te schakelen. Bij inschakeling gaat het lampje op de knop branden. BELANGRIJK De stoelverwarming is aangesloten op een thermostaat die de verwarming automatisch uitschakelt als een bepaalde temperatuur is bereikt. VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN Stoelverwarming fig. 24 (voor bepaalde uitvoeringen/markten) NOODGEVALLEN F0M0058m ONDERHOUD EN ZORG fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 34 34 HOOFDSTEUNEN VOOR fig. 25 Deze zijn op enkele uitvoeringen in hoogte verstelbaar en vergrendelen automatisch in de gewenste stand. Instellen: ❒ omhoog verplaatsen: trek de hoofdsteun omhoog totdat deze hoorbaar vergrendelt. fig. 25 F0M0025m fig.
❒ plaats het stuur in de gewenste stand; ❒ vergrendel de hendel A door hem naar het stuur te trekken (stand 2). fig. 27 F0M0354m ATTENTIE! Het stuur mag alleen worden versteld als de auto stilstaat. ATTENTIE! Het is streng verboden om demontage-/montagewerkzaamheden uit te voeren, waarvoor wijzigingen in de stuurinrichting of de stuurkolom vereist zijn (bijv. bij montage van een diefstalbeveiliging).
033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 36 DASHBOARD EN BEDIENING Inklappen fig. 28 F0M0028m fig. 29 F0M0030m Ontwaseming/ontdooiing (voor bepaalde uitvoeringen/markten) ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG fig. 30 36 Tijdens het rijden moeten de spiegels altijd in stand 1-fig. 30 staan. Met het hendeltje A kan de spiegel in twee standen worden gezet: normale of antiverblindingsstand.
VERWARMING EN VENTILATIE TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID F0M0355m DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 37 1. Vast luchtrooster boven – 2. Verstelbare luchtroosters in het midden – 3. Vaste luchtroosters aan zijkant – 4. Verstelbare luchtroosters aan zijkant – 5. Luchtroosters onder voor zitplaatsen voor – 6. Luchtroosters onder voor zitplaatsen achter. ALFABETISCH REGISTER fig.
fig. 32 F0M0033m fig. 33 F0M0034m ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 38 38 fig. 34 VERSTELBARE EN REGELBARE LUCHTROOSTERS AAN DE ZIJKANT EN IN HET MIDDEN fig. 32-33 A Vast luchtrooster voor de zijruiten. B Verstelbare luchtroosters aan de zijkant. C Verstelbare luchtroosters in het midden. De luchtroosters A zijn niet verstelbaar.
® voor verwarming van de beenruimten en ontwaseming van de voorruit; ❒ draai de knop A in het rode vlak; ❒ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop D in te drukken (lampje op de knop gedoofd); ❒ schakel de luchtrecirculatie in door de knop D in te drukken (lampje op de knop brandt); ❒ draai de knop C in stand ¶; ❒ draai de knop C in stand ©; ❒ draai de knop B op de gewenste snelheid. ❒ draai de knop B in stand 4 - (maximale aanjagersnelheid). - voor een snelle ontwaseming van de voorruit.
DASHBOARD EN BEDIENING ❒ draai de knop A in het rode vlak; ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN SNEL ONTWASEMEN/ ONTDOOIEN VOORRUITEN (VOORRUIT EN ZIJRUITEN) VEILIGHEID 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 40 40 Ga als volgt te werk: ❒ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop D in te drukken (lampje op de knop gedoofd); ❒ draai de knop C in stand -; ❒ draai de knop B in stand 4 - (maximale aanjagersnelheid).
Rode gebied = warme lucht Blauwe gebied = koude lucht Draaiknop B voor het inschakelen/ regelen van de aanjager p 0 = aanjager uitgeschakeld 1-2-3 = aanjagersnelheid 4 - = aanjager op maximale snelheid VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN Draaiknop A voor regeling van de luchttemperatuur (menging van warme/koude lucht) LAMPJES EN BERICHTEN BEDIENINGSKNOPPEN fig.
033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 42 DASHBOARD EN BEDIENING Knop D voor in-/uitschakeling van de luchtrecirculatie VEILIGHEID Als u op de knop drukt (lampje op de knop brandt), schakelt de luchtrecirculatie in. Als u nogmaals op de knop drukt (lampje op de knop gedoofd), schakelt de luchtrecirculatie uit.
❒ schakel de luchtrecirculatie in door de knop D in te drukken (lampje op de knop brandt); ❒ draai de knop C in stand ¶; ❒ schakel de airconditioning in door de knop E in te drukken; het lampje op de knop E gaat branden; ❒ draai de knop B in stand 4 - (maximale aanjagersnelheid). ❒ draai de knop B voor verlaging van de aanjagersnelheid. VEILIGHEID ❒ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop D in te drukken (lampje op de knop gedoofd); STARTEN EN RIJDEN ❒ draai de knop B op de gewenste snelheid.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 44 44 VERWARMING VAN HET INTERIEUR SNELLE VERWARMING VAN INTERIEUR Ga als volgt te werk: Ga voor een snelle verwarming als volgt te werk: ❒ draai de knop A in het rode vlak; ❒ draai de knop C op het gewenste symbool; ❒ draai de knop B op de gewenste snelheid.
033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 45 ❒ draai de knop B op de 2e snelheid. BELANGRIJK De airconditioning is zeer bruikbaar om het beslaan van de ruiten te voorkomen bij een hoge luchtvochtigheid, omdat de in het interieur gevoerde lucht wordt ontvochtigd. DASHBOARD EN BEDIENING F0M0038m ONTWASEMING/ ONTDOOIING ACHTERRUIT EN BUITENSPIEGELS fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 46 46 LUCHTRECIRCULATIE INSCHAKELEN Druk op de knop • zodat het lampje op de knop gaat branden. Het verdient aanbeveling om de luchtrecirculatie in te schakelen in de file of in tunnels. Hiermee wordt voorkomen dat vervuilde lucht het interieur bereikt.
VERLICHTING UITGESCHAKELD Draaiknop in stand O. DAGVERLICHTING (D.R.L.) (voor bepaalde uitvoeringen/markten) Als u met de sleutel in stand MAR de draaiknop in stand O zet, wordt automatisch de dagverlichting ingeschakeld; de andere lampen blijven uitgeschakeld. De automatische inschakeling van de dagverlichting kan worden in- of uitgeschakeld via het menu op het display. Als de dagverlichting wordt uitgeschakeld, dan wordt met de draaiknop in stand O geen enkele verlichting ingeschakeld.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 48 48 RICHTINGAANWIJZERS fig. 40 Zet de hendel in de vergrendelde stand: ❒ omhoog (stand 1): inschakeling rechter richtingaanwijzer; ❒ omlaag (stand 2): inschakeling linker richtingaanwijzer. Op het instrumentenpaneel knippert het controlelampje ¥ of Î.
O ruitenwissers uitgeschakeld; ≤ wissen met interval; ≥ langzaam continu wissen; ¥ snel continu wissen. In stand A (onvergrendelde stand) werken de ruitenwissers, zolang u de hendel met de hand in deze stand houdt. Als u de hendel loslaat, springt deze direct weer terug en schakelen de ruitenwissers automatisch uit. fig. 41 F0M0062m Als de draaiknop in stand ≤ staat, wordt de slag van de ruitenwissers automatisch aangepast aan de snelheid van de auto.
033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 50 DASHBOARD EN BEDIENING Als u bij ingeschakelde ruitenwissers voor de achteruit inschakelt, gaat automatisch ook de achterruitwisser continu wissen. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID Als u de hendel naar het dashboard duwt (onvergrendelde stand), schakelt de achterruitsproeier in. 50 fig.
033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 51 DASHBOARD EN BEDIENING PLAFONDVERLICHTING ❒ in linker stand, het spotje C ingeschakeld; Met de schakelaar A-fig. 44 in het midden, worden de lampjes C en D in-/uitgeschakeld bij het openen/sluiten van de voorportieren. ❒ in rechter stand, het spotje D ingeschakeld. Met de schakelaar A-fig. 44 naar links gedrukt, blijven de lampjes C en D altijd uitgeschakeld. Met de schakelaar A-fig. 44 naar rechts gedrukt, blijven de lampjes C en D altijd ingeschakeld.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 52 52 BELANGRIJK Controleer voordat u de auto verlaat of beide schakelaars in de middelste stand staan. Op deze manier zullen de lampjes van de plafondverlichting doven bij het sluiten van de portieren, en voorkomt u dat de accu ontlaadt.
033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 53 DASHBOARD EN BEDIENING BEDIENINGSKNOPPEN Ze gaan branden als op knop 5 wordt gedrukt. Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje 5 branden. Druk voor uitschakeling nogmaals op de knop. Als de mistlampen branden, dan brandt ook de buiten- en kentekenverlichting, terwijl de dagverlichting gedoofd is, ongeacht de stand van de draaiknop. Het gebruik van de mistlampen is afhankelijk van de wetgeving van het land waarin u zich bevindt.
STARTEN EN RIJDEN PARKEERVERLICHTING Druk voor inschakelen op knop 4. Het mistachterlicht werkt alleen als de dimlichten of de mistlampen voor (voor bepaalde uitvoeringen/markten) zijn ingeschakeld. Draai met de sleutel in stand STOP of met uitgenomen sleutel, de draaiknop van de linker hendel eerst in stand O en vervolgens in stand 6 of 2. Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje 4 branden. Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje 3 branden.
PORTIERVERGRENDELING fig. 50 U kunt de centrale portiervergrendeling inschakelen door de knop A op de middenconsole in te drukken, onafhankelijk van de stand van de contactsleutel. ❒ de interieurverlichting wordt ingeschakeld. Als de brandstofnoodschakeling geactiveerd is, verschijnt op het display het bericht “Brandstoftoevoer afgesloten, zie instructieboek”. Controleer de auto zorgvuldig op brandstoflekkage, bijvoorbeeld in de motorruimte, onder de auto of in de nabijheid van de brandstoftank.
Om de juiste werking van de auto te herstellen, moeten de volgende handelingen worden uitgevoerd: ❒ draai de contactsleutel in stand MAR; ❒ schakel de rechter richtingaanwijzer in; ❒ schakel de rechter richtingaanwijzer uit; ❒ schakel de linker richtingaanwijzer in; ❒ schakel de linker richtingaanwijzer uit; ❒ schakel de rechter richtingaanwijzer in; ❒ schakel de rechter richtingaanwijzer uit; ❒ schakel de linker richtingaanwijzer in; ❒ schakel de linker richtingaanwijzer uit; ❒ draai de contactsleutel in s
F0M0245m ARMSTEUN VOOR MET OPBERGVAK (voor bepaalde uitvoeringen/markten) Tussen de voorstoelen is bij enkele uitvoeringen een armsteun geplaatst A-fig. 57. fig. 55 F0M0080m Het opbergvak B-fig. 54 bevindt zich in het midden van het dashboard. Het opbergvak B kan worden uitgenomen voor de eventuele installatie van de autoradio. HANDSCHOENENVAK Het vak A-fig. 55 bevindt zich in de tunnelconsole voor de handrem. fig. 57 F0M0225m PORTIERVAKKEN fig.
fig. 59 F0M0082m NOODGEVALLEN ONDERHOUD EN ZORG TECHNISCHE GEGEVENS ALFABETISCH REGISTER F0M0083m Op de tunnelconsole bevinden zich gleuven om telefoonkaarten, CD’s, magneetpasjes of tolkaarten in op te bergen. fig. 60 58 fig. 61 PASJESHOUDER – CD-HOUDER fig. 61 LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 58 F0M0118m BEKERHOUDER – BLIKJESHOUDER fig.
F0M0086m fig. 66 F0M0249m fig. 66a F0U0530m ZONNEKLEPPEN fig. 65 LAMPJES EN BERICHTEN De zonnekleppen zitten aan beide zijden naast de binnenspiegel. Ze kunnen voor de voorruit of de zijruit worden gedraaid. fig. 64 F0M0116m ASBAK fig. 63-64 De uitneembare kunststof asbak kan in de beker/blikjeshouder geplaatst worden op de tunnelconsole. BELANGRIJK Gebruik de asbak niet als prullenbak voor papiertjes; als deze in contact komen met smeulende peuken kan er brand ontstaan.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 60 60 OPEN DAK SKY-DOME B (voor bepaalde uitvoeringen/markten) Het grote open dak bestaat uit twee ruitpanelen, een vast paneel en een beweegbaar paneel, met twee handbediende zonneschermen (voor en achter).
❒ druk de knop A-fig. 69 in de sluitstand; VEILIGHEID NOODBEDIENING Als het open dak niet elektrisch bediend kan worden, dan kan het handmatig worden bediend; ga hiervoor als volgt te werk: ❒ houd de knop ingedrukt totdat het dak stapsgewijs geheel is gesloten; ❒ verwijder de beschermdop op de hemelbekleding, tussen de twee zonneschermen; ❒ wacht nadat het dak geheel gesloten is, tot de elektrische motor van het dak uitschakelt.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 62 62 PORTIEREN CENTRALE PORTIERVER-/ ONTGRENDELING Portiervergrendeling van buitenaf Druk bij gesloten portieren op de knop Á op de afstandsbediening fig. 70 of steek de metalen baard in het slot van het bestuurdersportier en draai de sleutel rechtsom.
Bij een onderbreking in de elektrische voeding (doorgebrande zekering, losgekoppelde accu enz.) kunnen de portieren altijd met de hand worden vergrendeld. Als u harder dan 20 km/h rijdt, worden alle portieren automatisch vergrendeld als in het setup-menu deze functie is ingeschakeld (zie de paragraaf “Multifunctioneel display” in dit hoofdstuk).
DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:54 Pagina 64 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID ATTENTIE! Schakel dit systeem altijd in als u kinderen vervoert. 64 fig. 73 F0M0411m KINDERVEILIGHEIDSSLOT (5-deursuitvoeringen) fig. 73 Hierdoor kunnen de achterportieren niet van binnenuit geopend worden. Het systeem kan alleen bij een geopend portier worden ingeschakeld.
F0M0136m Automatische werking De auto is uitgerust met automatische ruitbediening omhoog en omlaag aan de bestuurderszijde. VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN B openen/sluiten zijruit rechtsvoor. fig. 75 LAMPJES EN BERICHTEN A openen/sluiten zijruit linksvoor; BELANGRIJK Als de anti-letselfunctie binnen 1 minuut 5 keer inschakelt, dan voert het systeem automatisch de “recovery” uit (zelfbescherming). Hierbij gaat de ruit telkens een klein stukje omhoog totdat de ruit geheel gesloten is.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:55 Pagina 66 66 Ga voor het herstellen van de juiste werking van het systeem als volgt te werk: ❒ open de ruiten; of ❒ draai de contactsleutel in stand STOP en vervolgens in MAR. Als er geen storingen zijn, dan werkt de ruit weer normaal.
033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:55 Pagina 67 ATTENTIE! Rijd niet met voorwerpen op de hoedenplank: bij een ongeval of bruusk remmen kunnen ze de passagiers verwonden. VEILIGHEID F0M0094m fig. 78 F0M0093m fig. 80 F0M0095m STARTEN EN RIJDEN fig. 79 ACHTERKLEP OPENEN ACHTERKLEP SLUITEN De achterklep kan op elk moment vanuit het interieur worden geopend met de knop A-fig. 78. Laat de achterklep zakken en druk op de achterklep totdat hij vergrendelt fig. 79.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:55 Pagina 68 68 fig. 81 F0M0096m fig. 82 F0M0097m ❒ klap de zitplaatsen achter volledig om (zie de paragraaf “Bagageruimte vergroten” in dit hoofdstuk); F0M0098m Maximale vergroting fig. 84 Als de achterbank wordt neergeklapt, is de bagageruimte maximaal vergroot. ❒ druk in de bagageruimte op het hendeltje B.
HOEDENPLANK VERWIJDEREN Plaats de rugleuningen omhoog en druk de leuningen naar achteren, totdat beide borgmechanismen hoorbaar inklikken. Als u de hoedenplank wilt verwijderen om de bagageruimte te vergroten: maak de bovenste uiteinden A-fig. 87 van de twee trekkoorden los door de ogen van de pennen te schuiven, maak de hoedenplank los, draai hem in de zitting en maak de twee pennen fig. 88 los uit de zittingen aan de zijkant.
MOTORKAP OPENEN Ga als volgt te werk: ❒ trek de hendel fig. 89 in de richting van de pijl; ❒ trek aan het hendeltje A-fig. 90, zoals aangegeven in de afbeelding; ❒ til de motorkap op en trek gelijktijdig de steunstang D-fig. 91 uit de klem; steek vervolgens het uiteinde C-fig. 92 van de stang in de zitting E op de motorkap. fig. 89 F0M0135m fig. 91 F0M0413m fig. 90 F0M0358m fig. 92 F0M0133m BELANGRIJK Controleer of de armen van de ruitenwissers tegen de ruit aanstaan voordat u de motorkap optilt.
033-071 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:55 Pagina 71 3-deursuitvoeringen ATTENTIE! Controleer na enkele kilometers rijden nogmaals of de bevestigingsbouten nog goed vastzitten. Houdt u zorgvuldig aan de wettelijke bepalingen betreffende de maximale afmetingen. ATTENTIE! Verdeel de lading gelijkmatig en houd tijdens de rit rekening met een verhoogde zijwindgevoeligheid. Overschrijd nooit het maximum draagvermogen (zie het hoofdstuk “Technische gegevens”).
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 072-092 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:56 Pagina 72 72 KOPLAMPEN Koplampen afstellen fig. 94 KOPLAMPEN AFSTELLEN De koplampen kunnen worden versteld met de knoppen Ò en op het schakelaarpaneel. Goed afgestelde koplampen zijn belangrijk voor het comfort en de veiligheid van uzelf en de overige weggebruikers.
Deze sticker is opgenomen in het Fiat Lineaccessori-programma en verkrijgbaar bij het Fiat Servicenetwerk. F0M0105m fig. 96 F0M0106m VEILIGHEID ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN fig. 95 De afbeelding heeft betrekking op de overgang van een land waar links wordt gereden naar een land waar rechts wordt gereden. STARTEN EN RIJDEN De dimlichten zijn afgesteld voor gebruik in het land waarin de auto is verkocht.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 072-092 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:56 Pagina 74 74 ABS Als u niet eerder in een auto met ABS hebt gereden, raden wij u aan het systeem eerst een paar keer uit te proberen op een glad wegdek. Verlies hierbij de veiligheid niet uit het oog en houdt u aan de wetgeving van het land waarin u zich bevindt.
De werking van het ESP is uitermate nuttig als de grip op het wegdek wisselt. Naast het ESP-, ASR- en Hill Holder-systeem beschikt de auto (voor bepaalde uitvoeringen/markten) ook over MSR (regeling van het afremmen op de motor tijdens terugschakelen) en HBA (automatische remdrukverhoger bij noodstops). ACTIVERING VAN HET SYSTEEM Bij activering gaat het lampje á op het instrumentenpaneel knipperen, om de bestuurder er op te wijzen dat de auto de stabiliteit en de grip dreigt te verliezen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 072-092 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:56 Pagina 76 76 INSCHAKELING VAN HET SYSTEEM Het ESP wordt automatisch ingeschakeld als de motor wordt gestart en kan niet worden uitgeschakeld. STORINGSMELDINGEN ATTENTIE! De prestaties van het ESPsysteem mogen de bestuurder er niet toe verleiden onnodige en onverantwoorde risico’s te nemen.
❒ doorslippen van het binnenste wiel in bochten, door verandering van de wielbelasting of door te felle acceleratie; ❒ te hoog vermogen naar de wielen, ook in samenhang met de condities van het wegdek; ❒ acceleratie op gladde wegen en bij sneeuw en ijzel; ❒ verlies van grip op natte weggedeelten (aquaplaning). Dit systeem, dat geïntegreerd is in het ASR-systeem, verhoogt bij bruusk terugschakelen het motorkoppel, zodat overmatige vertraging van de aangedreven wielen wordt voorkomen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 072-092 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:56 Pagina 78 78 ATTENTIE! De prestaties van het systeem mogen de bestuurder er niet toe verleiden onnodige en onverantwoorde risico’s te nemen. De rijstijl moet altijd zijn aangepast aan het wegdek, het zicht en het verkeer. De verantwoordelijkheid voor de verkeersveiligheid ligt altijd en overal bij de bestuurder.
IN-/UITSCHAKELEN (CITY-functie) Druk voor het in-/uitschakelen van de functie op de knop op het schakelaarpaneel op het dashboard. De inschakeling van de functie wordt aangegeven: ❒ door het opschrift CITY op het instrumentenpaneel (bij uitvoeringen met multifunctioneel display); ❒ door het verlichten van het opschrift CITY op de knop, nadat deze knop is ingedrukt fig. 98. VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN F0M0111m LAMPJES EN BERICHTEN fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 072-092 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:56 Pagina 80 80 STORINGSMELDINGEN Eventuele storingen in het systeem worden aangegeven door het branden van het lampje g op het instrumentenpaneel (er verschijnt ook een melding op het multifunctionele display – voor bepaalde uitvoeringen/markten) (zie het hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
Zo wordt de doelmatigheid van de auto vergroot door een vermindering van het brandstofverbruik, de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen en de akoestische vervuiling. Het systeem schakelt in iedere keer als de motor wordt gestart. WERKING Uitschakelmethode van de motor Met handgeschakelde versnellingsbak Als auto stilstaat, wordt de motor uitgezet als de versnellingspook in de vrijstand staat en het koppelingspedaal is losgelaten. fig.
DASHBOARD EN BEDIENING ❒ bij automatische airconditioning, zolang nog niet een comfortabele temperatuur in het interieur is bereikt of als de MAX-DEF-functie is ingeschakeld; ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN ❒ niet omgelegde veiligheidsgordel van bestuurder; VEILIGHEID 072-092 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:56 Pagina 82 82 ❒ ingeschakelde achteruit (bijv. bij inparkeren); fig.
❒ auto in beweging (bijvoorbeeld wanneer bergafwaarts wordt gereden); ❒ door het Start&Stop-systeem langer dan ongeveer 3 minuten uitgezette motor. ❒ bij automatische airconditioning, zolang nog niet een comfortabele temperatuur in het interieur is bereikt of als de MAX-DEF-functie is ingeschakeld. Met een ingeschakelde versnelling kan de motor alleen automatisch worden gestart als het koppelingspedaal geheel wordt ingetrapt. Via een melding op het instrumentenpaneel en het branden van het lampje fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 072-092 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:56 Pagina 84 84 fig. 103 F0M0514m AUTO LANGERE TIJD NIET IN GEBRUIK fig. 103 (met Start&Stop-systeem voorzien van secundaire minpool) (voor bepaalde uitvoeringen/markten) Als de auto langere tijd niet wordt gebruikt, dan moet er bijzonder op worden gelet dat de elektrische voeding van de accu wordt losgemaakt.
ATTENTIE! Controleer voordat u de motorkap opent of de motor is uitgeschakeld en de contactsleutel in stand OFF staat. Houdt u aan hetgeen beschreven staat op het etiket op de fronttraverse fig. 107. Het is raadzaam de contactsleutel uit te nemen als er in de auto nog inzittenden zijn. Als de auto wordt verlaten moet de contactsleutel altijd worden uitgenomen of in stand OFF worden gedraaid. Tijdens het tanken moet de motor uitgezet zijn en de sleutel in stand OFF staan.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 072-092 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:56 Pagina 86 86 ATTENTIE! Als u het interieur in de auto wilt blijven koelen, dan moet u het Start&Stop-systeem uitschakelen, zodat de airconditioning continu kan blijven werken. GEAR SHIFT INDICATOR (voor bepaalde uitvoeringen/markten) Het “GSI”-systeem (Gear Shift Indicator) geeft een schakeladvies aan de bestuurder m.
Autoradio inbouwen De autoradio moet worden ingebouwd op de plek van het opbergvak in het midden. De voedingskabels liggen achter dit opbergvak. Verwijder het vak door op de aangegeven punten bij de borgingen te drukken. VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN F0M0114m LAMPJES EN BERICHTEN fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 072-092 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:56 Pagina 88 88 INBOUWVOORBEREIDING VOOR DRAAGBAAR NAVIGATIESYSTEEM EXTRA ACCESSOIRES (voor bepaalde uitvoeringen/markten) Bij auto’s met Blue&Me™ kan (als optional) een montagevoorbereiding aanwezig zijn voor een draagbaar navigatiesysteem, dat is opgenomen in Lineaccessori Fiat.
Fiat Auto S.p.A. autoriseert de montage van zend-/ontvangstapparatuur op voorwaarde dat de montagewerkzaamheden op de juiste wijze bij een gespecialiseerd bedrijf worden uitgevoerd, waarbij de aanwijzingen van de fabrikant in acht moeten worden genomen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 072-092 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:56 Pagina 90 90 TANKEN DIESELMOTOREN BENZINEMOTOREN Tank uitsluitend loodvrije benzine. Bij lage buitentemperaturen kan de vloeibaarheid van de dieselbrandstof verminderen door de vorming van paraffine, waardoor het dieselfilter verstopt kan raken.
❒ benzinedamp-opvangsysteem. F0M0138m TANKDOP fig. 111 Tankinhoud Om te tanken moet u het klepje A openen en vervolgens de dop B losdraaien. De tankdop is voorzien van een koord C dat aan het klepje vastzit, om verlies van de dop te voorkomen. Om te zorgen dat de tank volledig gevuld wordt, moet u twee keer bijvullen nadat het vulpistool voor de eerste keer afslaat. Vul niet nog een keer bij om storingen in het brandstofsysteem te voorkomen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 072-092 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 08:56 Pagina 92 92 ATTENTIE! Onder normale bedrijfsomstandigheden bereikt het roetfilter (DPF) (voor bepaalde uitvoeringen/markten) hoge temperaturen. Parkeer daarom niet boven brandbare materialen (gras, droge bladeren, dennennaalden enz.): brandgevaar.
KINDEREN VEILIG VERVOEREN .................................... 99 MONTAGEVOORBEREIDING VOOR “ISOFIX UNIVERSEEL”-KINDERZITJE ........................... 103 FRONTAIRBAGS ................................................................. 105 ZIJ-AIRBAGS ......................................................................... 107 VEILIGHEID 96 STARTEN EN RIJDEN GORDELSPANNERS .......................................................... LAMPJES EN BERICHTEN 95 NOODGEVALLEN SBR-SYSTEEM .............
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 093-110 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:00 Pagina 94 94 VEILIGHEIDSGORDELS GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS fig. 1 Ga goed rechtop zitten, steun tegen de rugleuning en leg dan de gordel om. Trek de gordel uit en maak de gordel vast door de gesp A in de sluiting B te drukken, totdat hij hoorbaar blokkeert.
BELANGRIJK Plaats de veiligheidsgordels op de juiste wijze terug als de achterbank weer in de normale gebruiksstand wordt gezet, zodat ze altijd direct klaar voor gebruik zijn. VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN ATTENTIE! Controleer of de rugleuning aan beide zijden goed vergrendeld is om te voorkomen dat in geval van bruusk remmen, de rugleuning naar voren klapt en de passagiers verwondt.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 093-110 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:00 Pagina 96 96 GORDELSPANNERS Voor een nog effectievere bescherming zijn de veiligheidsgordels voor van de auto voorzien van gordelspanners. Dit systeem trekt bij een heftige botsing de gordel enige centimeters aan.
F0M0045m Uiteraard moeten zwangere vrouwen het onderste deel van de gordel meer naar beneden omleggen, zodat de gordel onder de buik langs loopt fig. 5. ATTENTIE! De gordelband mag nooit gedraaid zijn. Het diagonale gordelgedeelte moet via het midden van de schouder schuin over de borst liggen. Het horizontale gordelgedeelte moet over het bekken fig. 6 en niet over de buik liggen. Gebruik geen voorwerpen (wasknijpers, klemmen enz.) die een goed aansluiten van de gordel op het lichaam verhinderen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 093-110 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:00 Pagina 98 98 ATTENTIE! Voor maximale veiligheid moet u de rugleuning rechtop zetten, tegen de leuning aan gaan zitten en de gordel goed laten aansluiten op borst en bekken.
gewicht: 9-18 kg Groep 2 gewicht: 15-25 kg Dit is een wettelijk voorschrift volgens richtlijn 2003/20/EU in alle lidstaten van de Europese Unie. Groep 3 gewicht: 22-36 kg Het hoofd van kleine kinderen is in verhouding met de rest van het lichaam groter en zwaarder dan dat van volwassenen, terwijl spieren en botstructuur nog niet volledig zijn ontwikkeld. Daarom moeten kleine kinderen door andere systemen beschermd worden dan door de veiligheidsgordels.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 093-110 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:00 Pagina 100 100 fig. 8 F0M0046m GROEP 0 en 0+ Baby’s tot 13 kg moeten in wiegjes worden vervoerd die achterstevoren zijn geplaatst, waardoor het achterhoofd wordt gesteund en bij plotseling remmen de nek niet wordt belast. Het wiegje moet op zijn plaats worden gehouden door de veiligheidsgordel fig.
VEILIGHEID GROEP 3 Kinderen met een gewicht tussen 15 en 25 kg kunnen direct door de veiligheidsgordels van de auto worden beschermd fig. 10. Kinderen moeten zo in de kinderzitjes worden geplaatst, dat het diagonale gordelgedeelte schuin over de borst en niet langs de nek moet liggen. Het horizontale gordelgedeelte moet over het bekken en niet over de buik van het kind liggen.
GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE UNIVERSELE KINDERZITJES De auto voldoet aan de nieuwe Europese 2000/3/EU-richtlijnen voor de montage van kinderzitjes op de verschillende plaatsen in de auto.
093-110 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:00 Pagina 103 Bedenk dat bij Isofix Universeel-kinderzitjes, alle zitjes gebruikt kunnen worden die goedgekeurd zijn volgens de ECE R44/03-richtlijn “Isofix Universeel”. DASHBOARD EN BEDIENING VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN NOODGEVALLEN Vanwege het verschillende bevestigingssysteem, moet het kinderzitje aan de daarvoor bestemde onderste metalen beugels A-fig. 13 worden bevestigd. Deze bevinden zich tussen de rugleuning en zitting achter.
093-110 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:00 Pagina 104 DASHBOARD EN BEDIENING GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE ISOFIX UNIVERSEEL KINDERZITJES fig. 13 F0M0050m NOODGEVALLEN ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG fig.
Bij een frontale botsing zorgt een regeleenheid ervoor, indien nodig, dat het kussen wordt opgeblazen. Het kussen blaast onmiddellijk op, waardoor het lichaam van de inzittenden voor wordt opgevangen en de kans op letsel beperkt wordt. Direct daarna loopt het kussen weer leeg. De frontairbags (bestuurder en passagier) en de knie-airbag aan bestuurderszijde (voor bepaalde uitvoeringen/markten) zijn geen vervanging voor de veiligheidsgordels, maar een aanvulling.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 093-110 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:00 Pagina 106 106 fig. 15 F0M0360m fig. 16 F0M0053m FRONTAIRBAG AAN BESTUURDERSZIJDE fig. 15 FRONTAIRBAG AAN PASSAGIERSZIJDE fig. 16 Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen dat in een daarvoor bestemde ruimte in het midden van het stuurwiel is geplaatst.
093-110 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:00 Pagina 107 Bij een zijdelingse aanrijding zorgt de centrale regeleenheid ervoor, indien nodig, dat het kussen opblaast. Het kussen blaast onmiddellijk op, waardoor het lichaam van de inzittenden wordt opgevangen en de kans op letsel wordt beperkt. Direct daarna loopt het kussen weer leeg. De zij-airbags (voor bepaalde uitvoeringen/markten) zijn geen vervanging voor de veiligheidsgordels, maar een aanvulling. Draag dus altijd veiligheidsgordels.
093-110 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:00 Pagina 108 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING BELANGRIJK De frontairbags en/of zij-airbags kunnen ook worden geactiveerd bij krachtige stoten aan de onderzijde van de carrosserie, bijvoorbeeld bij zware botsingen tegen drempels of stoepranden of obstakels op het wegdek of als de auto terecht komt in grote gaten of verzakkingen in het wegdek. 108 fig.
ATTENTIE! Bedek de rugleuning van de stoelen voor en achter niet met hoezen of kleden die niet zijn voorbereid op het gebruik met sidebags. VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN NOODGEVALLEN ATTENTIE! Als de contactsleutel in stand MAR staat, kunnen, ook bij uitgezette motor, de airbags inschakelen als de auto stilstaat en de auto frontaal wordt aangereden door een andere auto. Daarom mogen, ook als de auto stilstaat, absoluut geen kinderen op de passagiersstoel voor worden geplaatst.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 093-110 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:00 Pagina 110 110 ATTENTIE! Rijd altijd met beide handen op de stuurwielrand, zodat bij het in werking treden van de airbag, het kussen niet wordt gehinderd door obstakels. Rijd niet met voorover gebogen lichaam, maar ga goed rechtop zitten en steun tegen de rugleuning.
MOTOR STARTEN ............................................................. 112 PARKEREN ............................................................................ 115 GEBRUIK VAN DE HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK ........................................................... 116 VEILIGHEID S TA R T E N E N R I J D E N DASHBOARD EN BEDIENING 111-122 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:01 Pagina 111 LAMPJES EN BERICHTEN NOODGEVALLEN ONDERHOUD EN ZORG AUTO LANGERE TIJD STALLEN ...................................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 111-122 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:01 Pagina 112 112 MOTOR STARTEN De auto is uitgerust met een elektronische startblokkering: zie bij startproblemen de paragraaf “Fiat CODE-systeem” in het hoofdstuk “Dashboard en bediening”. Laat de contactsleutel niet in het contactslot zitten als de motor stilstaat, zodat de accu niet onnodig wordt ontladen.
❒ wacht tot de lampjes Y en m gedoofd zijn. Hoe warmer de motor, hoe sneller het lampje dooft; ❒ trap het koppelingspedaal geheel in, zonder het gaspedaal in te trappen; ❒ draai de contactsleutel in stand AVV direct nadat het lampje m gedoofd is. Als u te lang wacht, zijn de voorgloeibougies weer afgekoeld. Laat de sleutel los zodra de motor is aangeslagen. BELANGRIJK Als het lampje Y op het instrumentenpaneel constant blijft branden, wendt u dan onmiddellijk tot het Fiat Servicenetwerk.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 111-122 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:01 Pagina 114 114 MOTOR OPWARMEN NA HET STARTEN (benzine en diesel) Ga als volgt te werk: ❒ rijd rustig weg, laat de motor niet met hoge toerentallen draaien en trap het gaspedaal niet bruusk in; ❒ verlang de eerste kilometers geen maximale prestaties.
Als de auto op een steile helling staat, blokkeer de wielen dan met stenen of wiggen. Laat de contactsleutel nooit in het contactslot zitten omdat hierdoor de accu ontlaadt. Neem bovendien de sleutel altijd uit het contactslot als u de auto verlaat. ATTENTIE! Laat kinderen nooit alleen achter in de auto. Neem de sleutel altijd uit het contactslot als u de auto verlaat en neem de sleutel mee. fig. 1 F0M0115m HANDREM fig. 1 De handrem bevindt zich tussen de voorstoelen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 111-122 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:01 Pagina 116 116 GEBRUIK VAN DE HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK Om de versnellingen in te schakelen, moet u het koppelingspedaal geheel intrappen en vervolgens de versnellingspook in de gewenste stand plaatsen (het schakelschema staat op de knop van de pook fig. 2).
Gebruik elektrische accessoires uitsluitend als u ze nodig hebt. De achterruitverwarming, de verstralers, de ruitenwissers en de aanjager van het ventilatie-/verwarmingssysteem vragen veel stroom, waardoor het brandstofverbruik toeneemt (tot aan 25% in stadsverkeer). Zorg voor een goed onderhoud van de auto door de controles en afstellingen die in het “Geprogrammeerd Onderhoudsschema” staan vermeld, te laten uitvoeren.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 111-122 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:01 Pagina 118 Maximum snelheid Het brandstofverbruik neemt aanzienlijk toe bij een hogere snelheid. Rijd daarom zoveel mogelijk met een gelijkmatige snelheid, vermijd overbodig remmen en optrekken. Dit kost brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen.
Voor de elektrische aansluiting moet een gestandaardiseerde stekkerverbinding worden gebruikt die kan worden bevestigd op de daarvoor bestemde steun op de trekhaak. Bovendien moet op de auto een regeleenheid voor de buitenverlichting van de aanhanger worden geïnstalleerd.
111-122 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:01 Pagina 120 Beladen DASHBOARD EN BEDIENING De binnenste verstevigingsplaten op het chassis moeten een minimale dikte hebben van 6 mm. Bestaand gat Bestaande Bout LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN De trekhaak moet op de punten aangegeven met Ø bevestigd worden met in totaal 6 M10-bouten. VEILIGHEID Montageschema fig.
Door de specifieke eigenschappen van winterbanden zijn de prestaties onder niet-winterse omstandigheden of wanneer er lange afstanden op de snelweg worden gereden, minder dan die van de standaard gemonteerde banden. Beperk het gebruik van winterbanden tot die omstandigheden waarvoor ze zijn goedgekeurd. Keer de draairichting van de banden niet om.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 111-122 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:01 Pagina 122 122 ATTENTIE! Beperk de snelheid als u sneeuwkettingen gebruikt; rijd niet harder dan 50 km/h. Vermijd kuilen, stoepranden en andere obstakels en rijd, om de auto en het wegdek niet te beschadigen, geen lange stukken op sneeuwvrije wegen.
STORING ELEKTRONISCHE STARTBLOKKERING – FIAT CODE ............................. 131 STORING AIRBAGSYSTEEM ............................................ 125 DEFECTE BUITENVERLICHTING .................................. 131 TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR ............. 125 MISTACHTERLICHTEN ..................................................... 131 ACCU WORDT NIET VOLDOENDE OPGELADEN ........................................... ALGEMENE STORINGSMELDING .................................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 123-134 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:03 Pagina 124 124 LAMPJES EN BERICHTEN ALGEMENE OPMERKINGEN Als het lampje gaat branden, verschijnt er bij bepaalde uitvoeringen ook een bijbehorende melding op het instrumentenpaneel en/of klinkt een geluidssignaal.
ATTENTIE! Een defect lampje ¬ (lampje gedoofd) wordt aangegeven doordat het lampje voor de uitgeschakelde frontairbag aan passagierszijde “ langer dan de normale 4 seconden knippert. ❒ bij normale rijomstandigheden: stop de auto, zet de motor uit en controleer of het niveau van de koelvloeistof in het reservoir niet onder het MIN-merkteken staat.
❒ als de auto onder zware bedrijfsomstandigheden wordt gebruikt (bijvoorbeeld het bergopwaarts trekken van een aanhanger of met volbeladen auto): verlaag de snelheid en breng, als het lampje blijft branden, de auto tot stilstand. Wacht 2 tot 3 minuten met draaiende motor en geef iets gas voor een snellere circulatie van de koelvloeistof. Zet vervolgens de motor uit. Controleer het vloeistofniveau zoals hiervoor beschreven.
´ NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN (rood) Als een of meerdere portieren of de achterklep niet goed gesloten zijn, gaat het lampje branden (bij bepaalde uitvoeringen). Op enkele uitvoeringen verschijnt de bijbehorende melding op het display. Als de auto in beweging is met geopende portieren, dan klinkt er een akoestisch signaal.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 123-134 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:03 Pagina 128 128 U STORING INSPUITSYSTEEM (Multijet-uitvoeringen – geel) STORING MOTORMANAGEMENT SYSTEEM EOBD (benzine-uitvoeringen – geel) Storing in inspuitsysteem Als u onder normale omstandigheden de contactsleutel in stand MAR draait, dan gaat het lampje branden. Het lampje moet uitgaan als de motor is gestart.
ATTENTIE! Het lampje “ geeft bovendien eventuele storingen van het lampje ¬ aan. Dit wordt aangegeven door het langer knipperen van het lampje “ dan de normale 4 seconden. In dat geval kan het lampje ¬ geen storingen in de airbag-/gordelspannersystemen aangeven. Voordat u verder rijdt, dient u contact op te nemen met het Fiat Servicenetwerk om het systeem direct te laten controleren. Op enkele uitvoeringen verschijnt de bijbehorende melding op het display.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 123-134 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:03 Pagina 130 130 m VOORGLOEIINSTALLATIE (Multijet-uitvoeringen – geel) STORING VOORGLOEIINSTALLATIE (Multijet-uitvoeringen – geel) Voorgloeien Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Het lampje dooft als de voorgloeibougies de vooraf ingestelde temperatuur hebben bereikt.
– richtingaanwijzers – kentekenplaatverlichting – dagverlichting (d.r.l.) (voor bepaalde uitvoeringen/markten). De storing kan betreffen: doorbranden van een of meer lampen, doorbranden van de bijbehorende zekering of een onderbreking in de elektrische verbinding. Op enkele uitvoeringen gaat het lampje è branden. Op enkele uitvoeringen verschijnt een bijbehorende melding op het display. 4 MISTACHTERLICHTEN (geel) Het lampje gaat branden als de mistachterlichten worden ingeschakeld.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 123-134 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:03 Pagina 132 132 h REINIGING VAN ROETFILTER (DPF) BEZIG (alleen Multijetuitvoeringen met DPF – geel) Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.
Op het display verschijnt de bijbehorende melding. 5 MISTLAMPEN VOOR (groen) Het lampje gaat branden als de mistlampen voor worden ingeschakeld. D RICHTINGAANWIJZER RECHTS (groen – knipperend) Het lampje gaat branden als de richtingaanwijzerhendel omhoog wordt gezet of, tegelijkertijd met het lampje van de linker richtingaanwijzer, als de drukknop voor de waarschuwingsknipperlichten wordt ingedrukt. 1 GROOTLICHT (blauw) Het lampje gaat branden als het grootlicht wordt ingeschakeld.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 123-134 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:03 Pagina 134 134 KANS OP GLADHEID (uitvoeringen met multifunctioneel display) ASR-SYSTEEM (uitvoeringen met multifunctioneel display) Als de buitentemperatuur gelijk is aan of lager wordt dan 3 °C, dan knippert de temperatuuraanduiding om aan te geven dat er kans op gladheid bestaat.
135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 135 DASHBOARD EN BEDIENING N O O D G E VA L L E N 142 GLOEILAMP VERVANGEN .............................................. 147 GLOEILAMP BUITENVERLICHTING VERVANGEN ........................................................................ 149 GLOEILAMP INTERIEURVERLICHTING VERVANGEN ........................................................................ 154 ZEKERINGEN VERVANGEN ........................................... 155 ACCU OPLADEN ................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 136 136 MOTOR STARTEN BELANGRIJK Verbind de minklemmen van de twee accu’s niet direct met elkaar: eventuele vonken kunnen het explosieve gas ontsteken dat uit de accu kan ontsnappen.
ATTENTIE! Door een verkeerde montage kan het wieldeksel tijdens het rijden loslaten. Maak het ventiel absoluut niet open. Plaats geen enkel stuk gereedschap tussen velg en band. Controleer regelmatig de spanning van de banden en van het reservewiel en houdt u daarbij aan de waarden die beschreven staan in het hoofdstuk “Technische gegevens”. VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN ATTENTIE! Laat het verwisselde wiel zo snel mogelijk repareren en monteren.
NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 138 Het is nodig te weten dat: ❒ de krik 1,76 kg weegt; ❒ de krik geen afstelwerkzaamheden vereist; ❒ de krik niet kan worden gerepareerd: bij een defect moet de krik door een krik van hetzelfde type worden vervangen; ❒ buiten de slinger geen enkel ander gereedschap op de krik gemonteerd mag worden.
❒ waarschuw eventuele omstanders dat de auto wordt opgekrikt; zorg ervoor dat ze zich niet in de nabijheid van de auto bevinden en de auto vooral niet aanraken totdat deze weer geheel op de grond staat; ❒ plaats de slinger L-fig. 4 in de krik en krik de auto omhoog, totdat het wiel enige centimeters los van de grond is; LAMPJES EN BERICHTEN ❒ draai het mechanisme F-fig. 4 zodat de krik omhoogkomt, totdat het bovenste deel van de krik G-fig. 4 goed in de borging H-fig.
135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 140 DASHBOARD EN BEDIENING NORMALE WIEL MONTEREN ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID Volg de hiervoor beschreven procedure, krik de auto op en demonteer het reserve wiel. 140 fig. 5 F0M0192m ❒ bij uitvoeringen met een wieldeksel moet het wieldeksel worden verwijderd na het losdraaien van de 3 wielbouten. Draai vervolgens de vierde wielbout L-fig.
❒ monteer het wieldeksel waarbij het gat met het halvemaantje over de reeds gemonteerde wielbout moet vallen en draai vervolgens de 3 andere wielbouten vast; ❒ draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten handvast aan; ❒ laat de auto zakken en verwijder de krik; ❒ draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten kruiselings vast, in de volgorde die eerder is afgebeeld. ❒ plaats de gereedschaphouder C-fig. 2, met het gereedschap, in het reservewiel; ❒ draai de bevestigingsschroef A-fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 142 142 SNELLE BANDENREPARATIESET FIX&GO automatic De snelle bandenreparatieset Fix&Go automatic bevindt zich in de bagageruimte. De set fig. 7 bevat: ❒ een spuitbus A met afdichtvloeistof, die voorzien is van: – een vulbuis B; – een sticker C met het opschrift “max. 80 km/h”.
VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN ATTENTIE! De compressor mag niet langer dan 20 minuten achter elkaar worden ingeschakeld. Gevaar voor oververhitting. De snelle reparatieset is niet geschikt voor permanente reparatie; de gerepareerde banden mogen daarom slechts tijdelijk worden gebruikt. LAMPJES EN BERICHTEN De afdichtvloeistof heeft een houdbaarheidsdatum. NOODGEVALLEN De afdichtvloeistof bij buitentemperaturen tussen −20 °C en +50 °C werkt.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 144 144 ATTENTIE! De spuitbus bevat ethyleenglycol. Bevat latex: kan een allergische reactie veroorzaken. Schadelijk bij inslikken. Irriterend voor de ogen. Kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing en contact. Vermijd contact met ogen, huid en kleding. Spoel bij contact onmiddellijk overvloedig met water.
fig. 11 F0M0203m ❒ controleer of de schakelaar D-fig. 10 van de compressor in stand 0 (uitgeschakeld) staat, start de motor, steek de stekker E-fig. 11 in de dichtstbijzijnde contactdoos en schakel de compressor in door schakelaar D-fig. 10 in stand I (ingeschakeld) te zetten. Pomp de band op tot de juiste bandenspanning is bereikt (zie de paragraaf “Bandenspanning” in het hoofdstuk “Technische gegevens”).
DASHBOARD EN BEDIENING ❒ rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde werkplaats van het Fiat Servicenetwerk. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN ❒ als een spanning van ten minste 1,8 bar wordt gemeten, herstel dan de correcte bandenspanning (met draaiende motor en aangetrokken handrem) en rijdt verder; VEILIGHEID 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 146 146 fig.
❒ als u een gloeilamp in de koplamp hebt vervangen, controleer dan om veiligheidsredenen altijd of de afstelling nog goed is. Halogeenlampen mag u uitsluitend aanraken op het metalen gedeelte. Als u de bol met uw vingers aanraakt, zal de lichtopbrengst van de lamp teruglopen en kan ook de levensduur beperkt worden. Als u de bol per ongeluk toch hebt aangeraakt, moet u de bol schoonwrijven met een doekje met alcohol en daarna laten drogen.
Figuur Type Vermogen Grootlicht D H4 55 W Dimlicht D H4 60 W Buitenverlichting voor A W5W 5W Mistlampen voor (indien aanwezig) – H3 55 W Richtingaanwijzers voor B PY21W 21 W STARTEN EN RIJDEN Richtingaanwijzers op flanken A WY5W 5W Richtingaanwijzers achter B P21W 21 W LAMPJES EN BERICHTEN Achterlichten B R5W 5W Remlichten B P21/5W 5W Derde remlicht B – 2,3 W Achteruitrijverlichting – P21W 21 W Mistachterlichten – P21W 21 W Kentekenplaatverlichting A W5
135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 149 KOPLAMPUNITS fig. 16 BUITENVERLICHTING fig. 17 In de koplampunits zijn de gloeilampen voor de buitenverlichting, het dimlicht, het grootlicht en de richtingaanwijzer opgenomen.
STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN Gloeilamp vervangen: ❒ verwijder de geklemde rubber dop A in de richting van de pijl; ❒ trek de middelste stekker los en haak de borgveer van de lamp los; ❒ stuur het rechter/linker wiel iets naar buiten; ❒ verwijder en vervang de lamp B; ❒ draai de blokkeerschroef A-fig. 19/a zoals aangegeven door de pijl en open het toegangsklepje B; ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG fig.
Gloeilamp vervangen: MISTLAMPEN VOOR (indien aanwezig) ❒ duw tegen het lampenglas A zodat de interne borgveer B wordt ingedrukt en trek de unit naar buiten; Wendt u voor het vervangen van de mistlampen voor A-fig. 21 tot het Fiat Servicenetwerk. LAMPJES EN BERICHTEN F0M0223m NOODGEVALLEN ❒ draai de lamphouder C linksom, verwijder de geklemde lamp D en vervang hem; ❒ plaats de lamphouder C in het lampenglas door hem rechtsom te draaien; fig.
STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 152 fig. 24 LAMPJES EN BERICHTEN ❒ verwijder de te vervangen lamp B, C of D (met bajonetfitting) door hem iets in te drukken en linksom te draaien en vervang de lamp; ❒ monteer de lamphouder en draai de schroeven E vast; ❒ sluit de stekker aan, plaats de lampunit op de juiste wijze op de carrosserie van de auto en draai de schroeven A vast.
❒ open de achterklep; ❒ verwijder de rubber doppen A-fig. 26; fig. 28 F0M0212m fig. 29 F0M0233m ❒ druk de lippen D-fig. 27 naar elkaar en neem de lamphouder uit; LAMPJES EN BERICHTEN Gloeilamp vervangen: F0M0211m ❒ verwijder de geklemde lamp en vervang hem. NOODGEVALLEN ❒ druk op de borglippen B-fig. 26 en verwijder het lampenglas C-fig. 27; ❒ maak de stekker los; KENTEKENPLAATVERLICHTING fig. 28-29 Gloeilamp vervangen: ❒ verwijder het lampenglas A-fig.
DASHBOARD EN BEDIENING Zie voor het type lamp en het bijbehorende vermogen de paragraaf “Gloeilamp vervangen”. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN GLOEILAMP INTERIEURVERLICHTING VERVANGEN VEILIGHEID 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 154 154 PLAFONDLAMPJE VOOR (voor bepaalde uitvoeringen/markten) fig. 30 F0M0214m fig. 32 F0M0213m fig. 31 F0M0235m fig.
B zekering in goede staat fig. 34 C zekering met doorgebrande strip fig. 34. ATTENTIE! Als de zekering opnieuw doorbrandt, wendt u dan tot het Fiat Servicenetwerk. F0M0236m Vervang een defecte zekering nooit door ander materiaal. ATTENTIE! Vervang een zekering nooit door een zekering met een hogere stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR. ATTENTIE! Controleer, voordat u een zekering vervangt, of de contactsleutel uit het contactslot is genomen en alle stroomgebruikers uit staan en/of zijn uitgeschakeld.
TOEGANG TOT DE ZEKERINGEN De zekeringen van de auto bevinden zich in drie zekeringenkasten; op het dashboard, in de motorruimte en in de bagageruimte (linkerzijde). Zekeringenkast op dashboard fig. 36 De zekeringen in de zekeringenkast op het dashboard zijn bereikbaar nadat de schroeven A-fig. 35 zijn losgedraaid en het deksel is verwijderd.
135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 157 DASHBOARD EN BEDIENING Zekeringenkast in motorruimte fig. 38 LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID De zekeringen in de zekeringkast naast de accu zijn bereikbaar nadat het beschermdeksel fig. 37 is verwijderd. ONDERHOUD EN ZORG F0M0417m TECHNISCHE GEGEVENS fig. 38 NOODGEVALLEN F0M0416m ALFABETISCH REGISTER fig.
Zekeringenkast in bagageruimte fig. 40 De zekeringen in de zekeringenkast links in de bagageruimte zijn bereikbaar nadat het inspectieklepje is geopend (zoals afgebeeld in fig. 39). ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 158 158 fig. 40 fig.
135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 159 7,5 Dimlicht links, koplampverstelling 8 7,5 Voeding INT/A voor relaisspoelen in zekeringenkast motorruimte en relaisspoelen in regeleenheid body computer 13 5 Plafondlampje voor, plafondlampje achter (VAN-uitvoering) 2 5 + Accu voor voeding EOBD-diagnosestekker, sirene diefstalalarm, autoradio, Blue&Me-regeleenheid. 5 10 INT-voeding voor instrumentenpaneel, rempedaalschakelaar (N.O.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 160 160 Zekeringenkast in motorruimte fig.
84 7,5 Stekkerdoos (inbouwvoorbereiding) 85 – Stekkerdoos interieur, aansteker 86 15 Accuconditiesensor 87 5 Spiegelverwarming bestuurderszijde, spiegelverwarming passagierszijde 88 7,5 VEILIGHEID Magneetkleppen voor methaanregeling CNG-systeem STARTEN EN RIJDEN 15 LAMPJES EN BERICHTEN 30 NOODGEVALLEN Mistlamp links, mistlamp rechts ONDERHOUD EN ZORG AMPÈRE TECHNISCHE GEGEVENS ZEKERING ALFABETISCH REGISTER VERBRUIKERS DASHBOARD EN BEDIENING 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 P
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 162 162 Zekeringenkast in bagageruimte fig.
❒ maak de klem los van de minpool op de accu; ❒ sluit de kabels van het laadapparaat aan op de accupolen; let hierbij op de polariteit; ❒ schakel de acculader in; ❒ aan het einde van het opladen: schakel eerst de acculader uit en koppel dan de accu los; ❒ sluit de klem weer aan op de minpool van de accu. E A ❒ sluit, na het loskoppelen van het laadapparaat, de minklem met de snelspanner A weer aan op de secundaire minpool B.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 164 164 UITVOERINGEN MET Start&Stop fig.
BELANGRIJK Als bij Sport-uitvoeringen de auto aan de zijkant opgekrikt wordt met een garagekrik, zorg dan dat de sideskirts niet beschadigd worden. ATTENTIE! Houd er rekening mee dat de rem- en stuurbekrachtiging niet werken zolang de motor niet is aangeslagen, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur. Gebruik voor het slepen geen elastische kabels en rijd zo gelijkmatig mogelijk. Controleer tijdens het slepen of de sleepkabel geen carrosseriedelen kan beschadigen.
DASHBOARD EN BEDIENING 135-166 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:05 Pagina 166 fig. 44 F0M0243m NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID ATTENTIE! Maak de schroefdraad zorgvuldig schoon, voordat u het sleepoog op de schroefdraadpen draait. Controleer, voordat de auto wordt gesleept, of het sleepoog tot tegen de aanslag op de schroefdraadpen is gedraaid. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG fig.
PERIODIEKE CONTROLES .............................................. 173 ZWAAR GEBRUIK VAN DE AUTO................................ 173 NIVEAUS CONTROLEREN .............................................. 174 LUCHTFILTER ...................................................................... 179 POLLENFILTER .................................................................... 179 ACCU ..................................................................................... 179 WIELEN EN BANDEN ..........
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 167-186 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:08 Pagina 168 168 GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD Doelmatig onderhoud is een beslissende factor voor een lange levensduur, de beste prestaties en een zo zuinig mogelijk gebruik van de auto. Om dit te realiseren heeft Fiat een reeks controle- en onderhoudsbeurten samengesteld die iedere 30.000 km moeten worden uitgevoerd.
60 90 120 150 180 Banden op conditie en slijtage controleren en bandenspanning eventueel herstellen ● ● ● ● ● ● Werking verlichting (koplamp-/achterlichtunits, richtingaanw., waarschuwingsknipperlichten, bagageruimte, interieur, waarschuwings-/ controlelampjes enz.
× 1000 km Uitlaatgasemissie controleren Vloeistofniveaus bijvullen (motorkoelsysteem, remsysteem, accu, ruitensproeiers enz.) STARTEN EN RIJDEN LAMPJES EN BERICHTEN Pollenfilter vervangen (of om de 24 maanden) TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG Getande distributieriem vervangen (*) ALFABETISCH REGISTER 60 90 120 150 180 ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● Conditie van distributieriem controleren Motormanagementsysteem controleren (m.b.v.
150 180 Banden op conditie en slijtage controleren en bandenspanning eventueel herstellen ● ● ● ● ● ● Werking verlichting(koplamp-/achterlichtunits, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten, bagageruimte, interieur, dashboardkastje, waarschuwings-/controlelampjes enz.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 167-186 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:08 Pagina 172 172 × 1000 km Motormanagementsysteem controleren (m.b.v.
❒ rijden op stoffige wegen; ❒ niveau van de ruitensproeiervloeistof; ❒ veel korte ritten (minder dan 7-8 km) en bij buitentemperaturen onder nul; ❒ conditie en spanning van de banden; ❒ werking verlichting (koplamp-/achterlichtunits, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten enz.); ❒ werking ruitenwissers/-sproeiers en stand/slijtage wisserbladen voor en achter. Iedere 3.000 km controleren en eventueel bijvullen: motorolieniveau.
NIVEAUS CONTROLEREN ATTENTIE! Rook nooit tijdens werkzaamheden in de motorruimte: er kunnen licht ontvlambare gassen aanwezig zijn; brandgevaar. 1. Motorkoelvloeistof 4. Remvloeistof ALFABETISCH REGISTER ONDERHOUD EN ZORG Belangrijk; tijdens het bijvullen mogen de vloeistoffen met verschillende specificaties niet gemengd worden: als de specificaties van de vloeistoffen verschillen, kan de auto ernstig beschadigd worden.
167-186 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:08 Pagina 175 DASHBOARD EN BEDIENING 1. Motorolie 2. Motorkoelvloeistof 3. Ruitensproeiervloeistof VEILIGHEID 4. Remvloeistof 5. Accu F0M0421m NOODGEVALLEN fig. 2 – Uitvoering 1.3 Multijet (Euro 4) LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN 6. Dieselfilter 1. Motorkoelvloeistof 2. Accu ONDERHOUD EN ZORG 3. Ruitensproeiervloeistof 4. Remvloeistof 5. Motorolie fig. 2a – Uitvoering 1.3 Multijet (Euro 5) F0M519m ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS 6.
167-186 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:08 Pagina 176 DASHBOARD EN BEDIENING MOTOROLIEVERBRUIK Als richtlijn geldt een maximaal motorolieverbruik van ongeveer 400 gram per 1000 km. STARTEN EN RIJDEN Controleer het oliepeil als de auto op een vlakke ondergrond staat en enige minuten (circa 5) na het uitzetten van de motor. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN fig. 3 – Uitvoeringen 1.2 en 1.
Vul nooit olie bij met andere specificaties dan de olie waarmee de motor is gevuld. Een te laag niveau bijvullen door een mengsel van gedemineraliseerd water en 50% PARAFLUUP van PETRONAS LUBRICANTS langzaam via de vulopening A van het expansiereservoir te gieten tot aan het MAX-merkteken. Een mengsel van 50% PARAFLUUP en 50% gedemineraliseerd water beschermt tot een temperatuur van −35°C.
DASHBOARD EN BEDIENING 167-186 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:08 Pagina 178 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID ATTENTIE! Enkele in de handel verkrijgbare ruitensproeiervloeistoffen zijn licht ontvlambaar. In de motorruimte bevinden zich warme onderdelen die bij contact de vloeistof kunnen doen ontbranden. 178 fig. 6 F0M0154m RUITENSPROEIERVLOEISTOF fig. 6 Verwijder de dop A en vul vloeistof bij.
Laat het pollenfilter vervangen door het Fiat Servicenetwerk. ATTENTIE! De vloeistof in de accu is giftig en corrosief. Voorkom contact met de huid en de ogen. Houd open vuur en vonkvormende apparaten verwijderd van de accu: brand- en ontploffingsgevaar. Als de accu vervangen wordt door een accu met andere specificaties, vervallen de onderhoudsintervallen die in het “Geprogrammeerd Onderhoudsschema” staan aangegeven.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 167-186 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:08 Pagina 180 180 Onoordeelkundige montage van elektrische en elektronische apparatuur kan ernstige schade toebrengen aan de auto. Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren (diefstalalarm, mobiele telefoon enz.
B te lage spanning: te grote slijtage aan de zijkanten van het loopvlak. C te hoge spanning: te grote slijtage in het midden van het loopvlak. Banden moeten worden vervangen als de profieldiepte van het loopvlak minder is dan 1,6 mm. Houdt u echter altijd aan de bepalingen van het land waarin u rijdt. ❒ Voorkom bruusk remmen, met spinnende wielen optrekken, harde contacten tussen banden en stoepranden, kuilen en andere obstakels.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 167-186 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:08 Pagina 182 182 ATTENTIE! Door een te lage bandenspanning wordt de band te heet, waardoor er onherstelbare inwendige schade aan de band kan ontstaan. ATTENTIE! Verwissel de banden niet kruiselings, waarbij de banden van de rechterzijde aan de linkerzijde en omgekeerd worden gemonteerd.
Ruitenwisserbladen vervangen fig. 9 Wisserblad achter vervangen fig. 10 RUITENSPROEIERS Aanwijzingen voor het losmaken van het wisserblad: Ga als volgt te werk: Voorruit (ruitensproeiers) fig. 11 ❒ til de wisserarm A van de voorruit; ❒ draai het wisserblad B 90° ten opzichte van de pen C, die zich aan het uiteinde van de wisserarm bevindt; ❒ kantel het dopje A omhoog, draai de moer B los, waarmee de wisserarm aan de as is bevestigd, en neem de arm van de as; ❒ trek het wisserblad los van de pen C.
167-186 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:08 Pagina 184 DASHBOARD EN BEDIENING CARROSSERIE ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID BESCHERMING TEGEN ATMOSFERISCHE INVLOEDEN 184 fig. 12 F0M0164m Achterruit (achterruitsproeier) fig. 12 De sproeiermonden van de achterruitsproeier kunnen niet worden afgesteld. De sproeier is ingebouwd boven de achterruit.
❒ spoel de auto af met schoon water en droog de auto met warme lucht of een schone, zachte zeem. De minder zichtbare delen zoals de randen van de portieren, achterklep, motorkap en de koplampranden moeten tijdens het drogen niet vergeten worden, omdat daar water kan blijven staan. Het verdient aanbeveling de auto na het wassen niet onmiddellijk binnen te zetten, maar de auto nog even buiten te laten staan, zodat waterresten buiten kunnen verdampen. Schoonmaakmiddelen verontreinigen het water.
INTERIEUR STOELEN EN STOFFEN BEKLEDING Controleer af en toe of er onder de vloerbedekking geen water is blijven staan (dooiwater van sneeuwresten aan schoenen, lekkende paraplu’s enz.), waardoor roestvorming op de bodem veroorzaakt zou kunnen worden. Verwijder stof met een zachte borstel of een stofzuiger. Voor een nog betere reiniging van de stoffen bekleding raden wij u aan de borstel vochtig te maken.
REMMEN ................................................................................. 193 WIELOPHANGING ............................................................. 193 STUURINRICHTING ........................................................... 193 WIELEN ................................................................................... 194 PRESTATIES ............................................................................ 197 AFMETINGEN .............................................................
IDENTIFICATIEGEGEVENS I STARTEN EN RIJDEN ❒ Motorcode. M Nummer voor de onderdelen. N Correctiewaarde voor de uitlaatrookgasmeting (alleen bij dieselmotoren). fig. 1 F0M0368m TYPEPLAATJE MET IDENTIFICATIEGEGEVENS fig. 1 Het typeplaatje is links op de bodemplaat in de bagageruimte aangebracht en bevat de volgende informatie: B Nummer typegoedkeuring. C Identificatiecode van het autotype. E Max. toelaatbaar totaalgewicht van de auto. G Max. toelaatbare voorasbelasting.
MOTORCODE CHASSISNUMMER fig. 3 Het plaatje is op de buitenstijl (linkerzijde) van de achterklep aangebracht en bevat de volgende informatie: ❒ type van de auto (ZFA 199000); A Fabrikant van de lak. B Kleurbenaming. C Kleurcode. D Kleurcode voor bijwerken en overspuiten. Dit is in de bodemplaat nabij de rechter voorstoel ingeslagen. ❒ oplopend productienummer. LAMPJES EN BERICHTEN PLAATJE MET INFORMATIE OVER DE CARROSSERIELAK fig. 2 NOODGEVALLEN F0M0168m ONDERHOUD EN ZORG fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-204 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:18 Pagina 190 190 MOTORCODES – CARROSSERIE-UITVOERINGEN Uitvoeringen Motorcode Code van de carrosserie-uitvoering 3-deurs 5-deurs 4 zitplaatsen 5 zitplaatsen (Õ) 4 zitplaatsen 5 zitplaatsen (Õ) 1.2 (EURO 4) 199A4000 199AXA1A 00G 199AXA1A 00F 199BXA1A 01D 199BXA1A 01C 1.
199A4000 169A4000 350A1000 199A7000 (Õ) 199A2000 199B2000 (Õ) 199A9000 (*) 1199B4000 Otto Otto Otto Diesel Diesel 4 in lijn 4 in lijn 4 in lijn 4 in lijn 4 in lijn 70,8 × 78,86 70,8 x 78,86 72 × 84 69,6 x 82 69,6 × 82 1242 1242 1368 1248 1248 11,1:1 11,1:1 11,1:1 17,6:1/16,8:1 (*) 16,8:1 kW pk t/min 48 65 5500 51 69 5500 57 77/75 (Õ) 6000 55 75/70 (Õ) 4000 62 85 3500 Nm kgm t/min 102 10,4 3000 102 10,4 3000 115 11,7 3000 190 19,4 1750/1500 (*) 200 20,4 1500 NGK ZKR7
BRANDSTOFSYSTEEM Brandstofsysteem 1.2 – 1.4 1.3 Multijet Elektronische Multipoint inspuiting Directe inspuiting Multijet “Common Rail” ATTENTIE! Modificaties of reparaties aan het brandstofsysteem die niet correct worden uitgevoerd en waarbij geen rekening wordt gehouden met de technische specificaties van het systeem, kunnen storingen in de werking en zelfs brand veroorzaken.
187-204 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:18 Pagina 193 1.2 - 1.4 - 1.3 Multijet Voetrem: – voor schijfremmen (geventileerd voor bepaalde uitvoeringen/markten) – achter trommelremmen 1.4 - 1.3 Multijet onafhankelijke wielophanging, type McPherson Voor Achter onafhankelijke wielophanging, type McPherson met stabilisatorstang met via torsiebrug gekoppelde wielen STUURINRICHTING 1.2 - 1.4 - 1.
WIELEN Snelheidsindex Q = max. 160 km/h. S = max. 180 km/h. Geperst stalen of lichtmetalen velgen. Tubeless radiaalbanden. Op de typegoedkeuring zijn bovendien alle goedgekeurde banden aangegeven. BELANGRIJK Als de gegevens in het instructieboek afwijken van die van de typegoedkeuring, dient u zich altijd aan de gegevens van de typegoedkeuring te houden. Voor de rijveiligheid is het noodzakelijk dat alle wielen zijn voorzien van banden van hetzelfde merk en hetzelfde type.
83 = 487 kg 6 = breedte van de velg in inch 1. 73 = 365 kg 84 = 500 kg J = velgbedprofiel (deel aan de zijkanten waarop de band steunt) 2. 74 = 375 kg 85 = 515 kg 15 75 = 387 kg 86 = 530 kg 76 = 400 kg 87 = 545 kg = montagediameter in inch (komt overeen met die van de band die gemonteerd moet worden) 3 = Ø.
STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-204 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:18 Pagina 196 Uitvoering Velgen (*) Banden standaard winterband Noodreservewiel (ç) Velgmaat (*) Bandenmaat 1.2 (Euro 5) - 1.4 1.3 Multijet 6J X 15'' - ET 43 6J X 15'' - ET 43 (▲) 175/65 R15 84T 185/65 R15 88T 175/65 R15 84T (M+S) 185/65 R15 88T (M+S) 1.3 Multijet 85pk ECO 6J X 15'' - ET 43 (▲) 185/65 R15 88T 185/65 R15 88T (M+S) 1.
187-204 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:18 Pagina 197 155 156 165 165 172 STARTEN EN RIJDEN 1.3 Multijet 85pk ECO LAMPJES EN BERICHTEN 1.3 Multijet 70pk-75pk NOODGEVALLEN 1.4 ONDERHOUD EN ZORG 1.2 (Euro 5) - 1.2 ECO TECHNISCHE GEGEVENS 1.2 (Euro 4) ALFABETISCH REGISTER Maximaal bereikbare snelheid na de inrijperiode van de auto, in km/h.
187-204 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:18 Pagina 198 DASHBOARD EN BEDIENING AFMETINGEN VEILIGHEID De afmetingen zijn aangegeven in mm en hebben betrekking op een auto die is uitgerust met standaard banden. De hoogte heeft betrekking op een onbelaste auto. Inhoud bij onbeladen auto (VDA-norm) ................................ 275 dm3 Inhoud bij omgeklapte rugleuning en zitting van achterbank ..........1030 dm3 fig.
187-204 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:18 Pagina 199 5-deurs 4 zitplaatsen 5-deurs 5 zitplaatsen (Õ) Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank voor 90% gevuld en zonder optionals): 1015 1015 1030 1030 1025 1025 1040 1040 Nuttig laadvermogen (*) inclusief de bestuurder: 480 560 480 560 480 560 480 560 Max.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-204 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:18 Pagina 200 200 1.3 Multijet 70pk - 75pk Gewichten (kg) 1.
45 5÷7 45 5÷7 – – Loodvrije benzine met octaangetal van ten minste 95 RON (specificatie EN228) Brandstoftank: inclusief een reserve van: liter liter – – – – 45 5÷7 Diesel voor motorvoertuigen (specificatie EN590) liter 5,27 5,27 7,4/6,7 (*) Carter: Carter en filter: liter liter 2,4 2,6 2,4 2,6 – – Carter: Carter en filter: liter liter – – – – 3,0 3,2 SELENIA WR P.E. Versnellingsbak/ differentieel: kg 1,5 1,5 1,7 TUTELA CAR TECHNYX Hydraul.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-204 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:18 Pagina 202 202 VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELEN AANBEVOLEN PRODUCTEN EN HUN SPECIFICATIES Gebruik Specificaties van de vloeistoffen en smeermiddelen voor een correct functioneren van de auto Vloeistoffen en smeermiddelen (origineel) Vervangingsverwisselen Smering voor benzinemotoren Volledig synthetische olie SAE 5W-
Vloeistof voor ruitensproeiers/ achterruitsproeier Mengsel van alcoholen, water en oppervlakte-actieve stoffen CUNA NC 956-II Kwalificatie FIAT 9.55522. Remvloeistof Bescherming voor radiateurs TUTELA DIESEL ART Contractual Technical Reference N° F601.L06 TUTELA PROFESSIONAL SC35 Contractual Technical Reference N° F201.D02 (*) BELANGRIJK Nooit bijvullen of mengen met vloeistoffen waarvan de specificaties afwijken van hetgeen is voorgeschreven.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-204 ACTUAL NL 1ed 19-11-10 09:18 Pagina 204 204 BRANDSTOFVERBRUIK - CO2-EMISSIE Het brandstofverbruik dat in de tabellen is opgenomen, is gemeten volgens een vastgestelde testmethode die in EU-normen is vastgelegd.
205-212 ACTUAL NL 1ed 17-11-10 14:08 Pagina 205 196 175 190 188 131 196 195 53 58 58 85 185 59 15 55 204 47 143 145 47 Carrosserie – codes uitvoeringen ....................... – onderhoud ..................................... Chassisnummer ................................... CO2-emissie ........................................ Code Card ........................................... 184 178 182 204 8 Dashboard 5 4 56 63 147 10 .......................................... Dashboard en bediening ...........
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 205-212 ACTUAL NL 1ed 17-11-10 14:08 Pagina 206 – bediening ........................................ 47 – gloeilamp vervangen .................... 144 Display, digitaal .................................... 16 Dop van brandstoftank ...................... 85 Handrem ............................................. EOBD-systeem .................................. Handschoenenvak .............................. Hill Holder-systeem ...........................
171 Niveau motorolie ............................... 176 Niveau remvloeistof ........................... 178 Niveau ruitensproeiervloeistof ........ 178 Niveaus controleren .................. 168-174 Noodgevallen ...................................... 129 Noodportiervergrendeling achterportieren ................................ 64 Onderhoud en zorg .......................... 167 – Geprogrammeerd onderhoud ... 168 – Onderhoudsschema benzine-uitvoeringen ................... 169 – Sluiten in noodgevallen ..
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD EN ZORG NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 205-212 ACTUAL NL 1ed 17-11-10 14:08 Pagina 208 208 Snelheid (maximum) .......................... 191 Snelheidsmeter .................................... 14 Spiegels – binnenspiegel ................................. 35 – buitenspiegels ................................ 36 Start-/contactslot ................................ 12 Startblokkering Fiat CODE ....
205-212 ACTUAL NL 1ed 17-11-10 14:08 Pagina 209 RICHTLIJNEN VOOR DE BEHANDELING VAN DE AUTO AAN HET EINDE VAN DE LEVENSDUUR Al jaren werkt Fiat hard aan de bescherming van het milieu door de doorlopende verbetering van de productieprocessen en de ontwikkeling van producten die steeds milieuvriendelijker zijn.
205-212 ACTUAL NL 1ed 17-11-10 14:08 Pagina 210 ® in het hart van uw motor.
205-212 ACTUAL NL 1ed 17-11-10 14:08 Pagina 211 Uw auto heeft Selenia gekozen De motor van uw auto is ontstaan en ontworpen voor Selenia, het motorolie-assortiment dat voldoet aan de meest geavanceerde internationale specificaties. Specifieke tests en technische kenmerken van hoog niveau maken van Selenia het smeermiddel bij uitstek voor veilige en onovertrefbare motorprestaties.
205-212 ACTUAL NL 1ed 17-11-10 14:08 Pagina 212 NOTITIES
205-212 ACTUAL NL 1ed 17-11-10 14:08 Pagina 213
205-212 ACTUAL NL 1ed 17-11-10 14:08 Pagina 214
205-212 ACTUAL NL 1ed 17-11-10 14:08 Pagina 215
205-212 ACTUAL NL 1ed 17-11-10 14:08 Pagina 216 BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND (bar) Uitvoeringen 1.2 1.4 1.3 Multijet Voor Achter Voor Achter Voor Achter 175/65 R15 84T Bij gemiddelde belading Volbeladen 2,2 2,2 2,1 2,2 2,2 2,2 2,1 2,2 2,4 2,5 2,1 2,2 185/65 R15 88T Bij gemiddelde belading Volbeladen 2,2 2,2 2,0 2,2 2,2 2,2 2,0 2,2 2,3 2,3 2,1 2,3 Bij warme banden moet de bandenspanning 0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde.
NEDERLANDS De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld. Fiat behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Wendt u voor nadere informatie tot het Fiat Servicenetwerk. Gedrukt op houtvrij milieuvriendelijk papier.