F I A P T U N T 530.02.
001-036 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:43 Pagina 1 Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze voor de Fiat Punto. Wij hebben dit boekje samengesteld om u de kwaliteiten van deze auto volledig te laten benutten. Wij raden u aan alle hoofdstukken door te lezen voordat u voor de eerste keer met de auto gaat rijden. Dit instructieboekje bevat informatie, tips en aanwijzingen die u zullen helpen de technische kwaliteiten van uw Fiat volledig te benutten.
001-036 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:43 Pagina 2 ABSOLUUT LEZEN! BRANDSTOF TANKEN K Benzinemotoren: tank uitsluitend loodvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON die voldoet aan de Europese specificatie EN 228. Dieselmotoren: tank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen conform de Europese specificatie EN590. Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en het vervallen van de garantie tot gevolg hebben.
001-036 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:43 Pagina 3 ELEKTRISCHE APPARATUUR Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die stroom verbruiken (waardoor de accu langzaam kan ontladen), wendt u dan tot het Fiat Servicenetwerk, dat kan controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik. 쇵 CODE-card Bewaar deze op een veilige plaats, maar niet in de auto. Wij raden u aan de elektronische code van de CODE-card altijd bij u te hebben.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-036 PuntoN 1ed NL 4 11-02-2009 15:43 Pagina 4 DASHBOARD EN BEDIENING DASHBOARD ...................................................................... SYMBOLEN ........................................................................... FIAT CODE ........................................................................... DE SLEUTELS ...................
11-02-2009 15:43 Pagina 5 DASHBOARD 1. Verstelbare luchtroosters zijkant - 2. Vaste luchtroosters zijkant - 3. Linker hendel: bediening buitenverlichting - 4. Instrumentenpaneel - 5. Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, trip computer - 6. Bedieningsknoppen op het dashboard 7. Verstelbare luchtroosters midden - 8. Vast luchtrooster boven - 9. Frontairbag passagierszijde - 10. Dashboardkastje 11. Autoradio (indien aanwezig) - 12.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-036 PuntoN 1ed NL 6 11-02-2009 15:43 Pagina 6 SYMBOLEN FIAT CODE Op of in de nabijheid van enkele onderdelen van uw auto zijn plaatjes met een bepaalde kleur aangebracht, met daarop symbolen die uw aandacht vragen en die voorzorgsmaatregelen aangeven die u in acht moet nemen als u met het betreffende onderdeel te maken krijgt.
De code wordt alleen verzonden als de regeleenheid van het Fiat CODE-systeem de door de sleutel verzonden code heeft herkend. Iedere keer als u de contactsleutel in stand STOP zet, schakelt de Fiat CODE de functies van de elektronische regeleenheid van de motor uit. Als bij het starten de code niet wordt herkend, gaat op het instrumentenpaneel het waarschuwingslampje Y branden (zie hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
15:43 Pagina 8 DE SLEUTELS Bij de auto worden twee sleutels geleverd en de CODE-card waarop staan aangegeven: ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN DASHBOARD EN BEDIENING 11-02-2009 VEILIGHEID 001-036 PuntoN 1ed NL 8 CODE CARD fig.
11-02-2009 15:43 Pagina 9 VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-036 PuntoN 1ed NL Als de portieren worden vergrendeld, gaat het bewakingslampje A-fig. 5 ongeveer 3 seconden branden en daarna knipperen (bewakingsfunctie). Als u de portieren vergrendelt en een of meer portieren of de achterklep zijn niet goed gesloten, dan gaan het lampje en de richtingaanwijzers snel knipperen. STARTEN EN RIJDEN F0M0395m BATTERIJ VAN DE SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING VERVANGEN fig.
-02-2009 15:43 Pagina 10 Extra afstandsbedieningen bestellen DIEFSTALALARM Het systeem kan maximaal 8 afstandsbedieningen herkennen. Als u in de loop der tijd een nieuwe afstandsbediening nodig hebt, kunt u zich tot het Fiat Servicenetwerk wenden. Neem dan de CODEcard, een identiteitsbewijs en het kentekenbewijs mee. Het diefstalalarm van de auto is opgenomen in het Fiat Lineaccessori-programma.
Mechanische sleutel Sleutel met afstandsbediening Ontgrendelen sloten Sloten van buitenaf vergrendelen Sleutel linksom draaien (bestuurderszijde) Sleutel rechtsom draaien (bestuurderszijde) Sleutel linksom draaien (bestuurderszijde) Sleutel rechtsom draaien (bestuurderszijde) Knop Ë kort indrukken Knop Á kort indrukken Dead lock inschakelen (indien aanwezig) Ontgrendelen achterklepslot – – – – Ruiten openen (indien van toepassing) Ruiten sluiten (indien van toepassing) – – – – Knop Á la
DASHBOARD EN BEDIENING 001-036 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:43 Pagina 12 START-/CONTACTSLOT STUURSLOT De sleutel kan in 3 standen worden gedraaid fig. 9: Inschakelen Zet de sleutel in stand STOP, trek de sleutel uit het start-/contactslot en draai het stuur totdat het vergrendelt. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID ❒ STOP: motor uit, sleutel uitneembaar, stuurslot ingeschakeld.
Pagina 13 INSTRUMENTENPANEEL Uitvoeringen met digitaal display A Snelheidsmeter B Brandstofmeter met waarschuwingslampje brandstofreserve C Koelvloeistoftemperatuurmeter met waarschuwingslampje voor te hoge koelvloeistoftemperatuur D Toerenteller DASHBOARD EN BEDIENING 15:43 VEILIGHEID 11-02-2009 STARTEN EN RIJDEN 001-036 PuntoN 1ed NL F0M0401m fig.
001-036 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:43 Pagina 14 DASHBOARD EN BEDIENING Sport-uitvoeringen (uitvoeringen met multifunctioneel display) A Snelheidsmeter VEILIGHEID B Brandstofmeter met waarschuwingslampje brandstofreserve D Toerenteller E Multifunctioneel display F0M0403m fig.
Pagina 15 DASHBOARD EN BEDIENING INSTRUMENTEN fig. 14 F0M0405m fig. 15 F0M0406m SNELHEIDSMETER fig. 14 TOERENTELLER fig. 15 Geeft de snelheid van de auto aan. De toerenteller geeft het toerental per minuut van de motor aan. BELANGRIJK De regeleenheid van de elektronische inspuiting blokkeert tijdelijk de toevoer van brandstof als de motor met te hoge toerentallen draait, waardoor het motorvermogen zal afnemen.
001-036 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:43 Pagina 16 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING Als het waarschuwingslampje B gaat branden (op enkele uitvoeringen verschijnt ook een melding op het multifunctionele display), dan is de koelvloeistoftemperatuur te hoog; zet in dat geval de motor uit en wendt u tot het Fiat Servicenetwerk. 16 fig. 16 F0M0407m BRANDSTOFMETER fig.
Pagina 17 DASHBOARD EN BEDIENING DIGITAAL DISPLAY BEGINSCHERM fig. 18 A Stand koplampverstelling (alleen als het dimlicht is ingeschakeld). B Tijd (altijd weergegeven, ook bij uitgenomen contactsleutel en gesloten voorportieren). fig. 18 F0M0119m BEDIENINGSKNOPPEN fig. 19 fig. 19 F0M0122m Opmerking Bij de knoppen + en – hangt de werking van het volgende af: C Kilometerteller (weergave kilometer-/ mijltotaalteller) en informatie Trip computer.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-036 PuntoN 1ed NL 18 11-02-2009 15:43 Pagina 18 SETUP-MENU Het menu bestaat uit een aantal functies dat “cyclisch” wordt weergegeven. De functies kunnen met de knoppen + en – worden gekozen, waarna u keuzemogelijkheden kunt selecteren of instellingen (setup) kunt uitvoeren.
Pagina 19 DASHBOARD EN BEDIENING 15:43 STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID Druk kort op de knop MENU ESC om vanuit het beginscherm te navigeren. Druk op de knop + of – om in het menu te navigeren. Opmerking Als de auto rijdt, is om veiligheidsredenen alleen een beperkt menu (instelling “SPEEd”) toegankelijk. Als de auto stilstaat is het uitgebreide menu toegankelijk.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-036 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:43 Pagina 20 Snelheidslimiet (SPEEd) instellen Met deze functie kan de snelheidslimiet van de auto (km/h of mph) worden ingesteld. Als deze limiet wordt overschreden, wordt de bestuurder gewaarschuwd (zie hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
❒ op het display verschijnt het bericht om de instelling te bevestigen; ❒ selecteer door het indrukken van de knop + of – (YES) (voor bevestiging van de inschakeling/uitschakeling) of (no) (om te annuleren); ❒ druk kort op de knop MENU ESC; er verschijnt een bevestiging van de gekozen instelling en er wordt teruggekeerd naar het menuscherm of, wanneer de knop even ingedrukt wordt gehouden, naar het beginscherm zonder op te slaan.
15:43 Pagina 22 MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY (indien aanwezig) De auto kan zijn uitgerust met een multifunctioneel display dat tijdens de rit nuttige informatie levert aan de bestuurder op basis van de instelling voor de gewenste gegevens. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN DASHBOARD EN BEDIENING 11-02-2009 VEILIGHEID 001-036 PuntoN 1ed NL 22 BEGINSCHERM fig.
Een menupunt selecteren in het hoofdmenu zonder submenu: – als u de knop MENU ESC kort indrukt, kunt u in het hoofdmenu de instelling selecteren die u wilt wijzigen; – met de knop + of – (door de knop telkens in te drukken) kan de nieuwe instelling worden geselecteerd; – als u de knop MENU ESC kort indrukt, kunt u de instelling opslaan en tegelijkertijd terugkeren naar het daarvoor geselecteerde menupunt.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-036 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:43 Pagina 24 Bijvoorbeeld: Deutsch Italiano English Nederland Español Français Polski Português + ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN + 24 MENU ESC kort indrukken van de knop – + – Bijvoorbeeld: Druk kort op de knop MENU ESC om vanuit het beginscherm te navigeren. Druk op de knop + of – om in het menu te navigeren.
Pagina 25 BEGINSCHERM fig. 23 Op het beginscherm kan het volgende worden weergegeven: A Tijd B Datum C Informatie over Sport-functie (indien aanwezig) D Kilometerteller (weergave kilometer-/ mijltotaalteller) E Informatie over de status van de auto (geopende portieren, kans op gladheid enz.). F Stand koplampverstelling (alleen als het dimlicht is ingeschakeld) G Buitentemperatuur Als u de contactsleutel in stand MAR draait, wordt op het beginscherm van het display de datum fig. 23 of de turbodruk fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-036 PuntoN 1ed NL 26 11-02-2009 15:43 Pagina 26 SETUP-MENU fig. 25a Het menu bestaat uit een aantal functies dat “cyclisch” wordt weergegeven. De functies kunnen met de knoppen + en – worden gekozen, waarna u keuzemogelijkheden kunt selecteren of instellingen (setup) kunt uitvoeren.
Bijvoorbeeld: Dag Druk kort op de knop MENU ESC om vanuit het beginscherm te navigeren. Druk op de knop + of – om in het menu te navigeren. Opmerking Als de auto rijdt is om veiligheidsredenen alleen een beperkt menu toegankelijk: instellingen “Verl.” en “Beep snelheid”. Als de auto stilstaat is het uitgebreide menu toegankelijk. Bij uitvoeringen die zijn uitgerust met het Connect Nav+ worden veel functies op het display van het navigatiesysteem weergegeven.
15:43 Pagina 28 FUNCTIES DISPLAY (zie Multifunctioneel display of Instelbaar multifunctioneel display) Met deze functie kan de snelheidslimiet van de auto (km/h of mph) worden ingesteld. Als deze limiet wordt overschreden, wordt de bestuurder gewaarschuwd (zie hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
Datum instellen (Datum instellen) Met deze functie kan de datum worden ingesteld (dag - maand - jaar).
15:43 Pagina 30 – druk kort op de knop MENU ESC om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan. Als u de contactsleutel in stand MAR draait, wordt op het display, na de startcontrole, de informatie weergegeven die door middel van de functie “Eerste pagina” in het menu is ingesteld.
– druk op de knop + of – om de keuze uit te voeren; – als het submenu “Temperatuur” is gekozen: druk kort op de knop MENU ESC; op het display wordt “°C” of “°F” weergegeven, afhankelijk van de instelling; – druk op de knop + of – om de keuze uit te voeren; Druk na het uitvoeren van de instelling kort op de knop MENU ESC om terug te keren naar het scherm van het submenu of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het scherm van het hoofdmenu zonder op te slaan.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-036 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:43 Pagina 32 Volumeregeling knoppen (Vol. toetsen) Het akoestische signaal dat klinkt bij het indrukken van de knoppen MENU ESC, + en –, kan worden ingesteld op 8 niveaus.
VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG TECHNISCHE GEGEVENS F0M1037g F0M1016g F0M1009g F0M1009g MENU ESC DASHBOARD EN BEDIENING F0M1035g MENU ESC + + – – F0M1015g ❒ druk kort op de knop MENU ESC; er verschijnt een bevestiging van de gekozen instelling en er wordt teruggekeerd naar het menuscherm of, wanneer de knop even ingedrukt wordt gehouden, naar het beginscherm zonder op te slaan.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-036 PuntoN 1ed NL 34 11-02-2009 15:43 Pagina 34 Menu verlaten TRIPCOMPUTER Laatste functie waarmee de instellingen uit het menuscherm worden afgesloten. Algemeen Druk kort op de knop MENU ESC om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan. Als u de knop – indrukt, wordt teruggekeerd naar het eerste menupunt (Beep Snelheid).
Geeft het gemiddelde brandstofverbruik aan vanaf het begin van een nieuwe rit. BELANGRIJK Als u het systeem op nul zet terwijl het scherm van “Trip A” wordt weergegeven, dan worden alleen de gegevens van “Trip A” op nul gezet. Huidig verbruik Geeft doorlopend de wijziging in het brandstofverbruik aan. Als de auto stilstaat met draaiende motor wordt “----” op het display weergegeven.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 001-036 PuntoN 1ed NL 36 11-02-2009 15:43 Pagina 36 ZITPLAATSEN VOOR BELANGRIJK Alle afstellingen mogen uitsluitend bij een stilstaande auto worden uitgevoerd. fig. 27 De stoffen bekleding van uw auto is langdurig bestand tegen slijtage die ontstaat bij een normaal gebruik van de auto.
11-02-2009 15:48 Pagina 37 ZITPLAATSEN ACHTER F0M0058m Elektrische lendensteunverstelling (indien aanwezig) fig. 29 Stoelverwarming (indien aanwezig) fig. 30 Bedien de knoppen E om elektrisch het steunvlak van de rugleuning aan te passen. Druk met de sleutel in stand MAR op de knop F om de functie in of uit te schakelen. Bij inschakeling gaat het lampje op de knop branden. De stoffen bekleding van uw auto is langdurig bestand tegen slijtage die ontstaat bij een normaal gebruik van de auto.
DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:48 Pagina 38 HOOFDSTEUN VOOR fig. 31 VEILIGHEID Deze zijn op enkele uitvoeringen in hoogte verstelbaar en vergrendelen automatisch in de gewenste stand. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN Instellen: 38 ❒ omhoog verplaatsen: trek de hoofdsteun omhoog totdat deze hoorbaar vergrendelt. fig.
Het stuurwiel kan zowel in lengterichting als in hoogte worden versteld. BINNENSPIEGEL fig. 34 De binnenspiegel is voorzien van een beveiligingsmechanisme, waardoor de spiegel bij een krachtig contact met een inzittende losschiet. Ga voor het verstellen als volgt te werk: ❒ ontgrendel de hendel A-fig. 33 door deze naar voren te drukken (stand 1); ❒ plaats het stuur in de gewenste stand; ❒ vergrendel de hendel A door hem naar het stuur te trekken (stand 2). fig.
037-087 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:48 Pagina 40 DASHBOARD EN BEDIENING Indien nodig (bijv. bij nauwe doorgangen) kunnen de buitenspiegels worden ingeklapt door ze van stand 1-fig. 36 in stand 2 te zetten. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN Inklappen VEILIGHEID ❒ met de schakelaar C kunt u de spiegel in 4 richtingen verstellen. 40 fig. 34 F0M0028m fig.
11-02-2009 15:48 Pagina 41 VERWARMING EN VENTILATIE TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID F0M0355m DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 1. Vast luchtrooster boven - 2. Verstelbare luchtroosters in het midden - 3. Vaste luchtroosters aan zijkant - 4. Verstelbare luchtroosters aan zijkant - 5. Luchtroosters onder voor zitplaatsen voor - 6. Luchtroosters onder voor zitplaatsen achter. ALFABETISCH REGISTER fig.
11-02-2009 15:48 Pagina 42 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 42 fig. 38 F0M0033m fig. 39 F0M0034m F0M0035m fig. 40 VERSTELBARE EN REGELBARE LUCHTROOSTERS AAN DE ZIJKANT EN IN HET MIDDEN fig. 38-39 BEDIENINGSKNOPPEN fig. 40 Draaiknop A voor regeling van de luchttemperatuur (menging van warme/koude lucht) A Vast luchtrooster voor de zijruiten.
SNELLE VERWARMING VAN INTERIEUR ¶ voor lucht uit de luchtroosters in het Ga voor een goede ventilatie van het interieur als volgt te werk: Ga voor een snelle verwarming als volgt te werk: ß voor luchttoevoer naar de beenruim- ❒ draai de knop A in het blauwe vlak; ❒ draai de knop A in het rode vlak; ❒ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop D in te drukken (lampje op de knop gedoofd); ❒ schakel de luchtrecirculatie in door de knop D in te drukken (lampje op de knop brandt); © voor verwarming b
15:49 Pagina 44 DASHBOARD EN BEDIENING 11-02-2009 SNELLE ONTWASEMING/ ONTDOOIING VAN DE RUITEN VOOR (VOORRUIT EN ZIJRUITEN) VEILIGHEID 037-087 PuntoN 1ed NL Ga als volgt te werk: ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN ❒ draai de knop A in het rode vlak; 44 ❒ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop D in te drukken (lampje op de knop gedoofd); ❒ draai de knop C in stand -; ❒ draai de knop B in stand 4 - (maximale aanja
Het verdient aanbeveling om de luchtrecirculatie in te schakelen in de file of in tunnels. Hiermee wordt voorkomen dat vervuilde lucht het interieur bereikt. Het is niet raadzaam dit systeem langdurig te laten werken, omdat anders, vooral als u met meerdere personen in de auto zit, de kans aanzienlijk toeneemt dat de ruiten beslaan. Het is echter niet raadzaam deze functie in te schakelen op regenachtige of koude dagen, omdat dan de ruiten aan de binnenzijde aanzienlijk sneller kunnen beslaan.
037-087 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:49 Pagina 46 DASHBOARD EN BEDIENING Knop D voor in-/uitschakeling van de luchtrecirculatie VEILIGHEID Als u op de knop drukt (lampje op de knop brandt), schakelt de luchtrecirculatie in. Knop E voor het in-/uitschakelen van de airconditioning Als u op de knop drukt (lampje op de knop brandt), schakelt de airconditioning in. Als u nogmaals op de knop drukt (lampje op de knop gedoofd), schakelt de airconditioning uit. fig.
❒ draai de knop A in het blauwe vlak; ❒ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop D in te drukken (lampje op de knop gedoofd); ❒ draai de knop C in stand ¶; ❒ draai de knop B op de gewenste snelheid.
15:49 Pagina 48 VERWARMING VAN HET INTERIEUR SNELLE VERWARMING VAN INTERIEUR Ga als volgt te werk: Ga voor een snelle verwarming als volgt te werk: SNELLE ONTWASEMING/ ONTDOOIING VAN DE RUITEN VOOR (VOORRUIT EN ZIJRUITEN) ❒ draai de knop C op het gewenste symbool; ❒ draai de knop A in het rode vlak; Ga als volgt te werk: ❒ schakel de luchtrecirculatie in door de knop D in te drukken (lampje op de knop brandt); ❒ draai de knop A in het rode vlak; ❒ draai de knop B in stand 4 -(maximale aanjagersne
DASHBOARD EN BEDIENING Als het buiten extreem vochtig is en/of bij regen en/of bij grote verschillen in interieur- en buitentemperatuur, raden wij u de volgende procedure aan om het beslaan van de ruiten te voorkomen: VEILIGHEID BELANGRIJK De airconditioning kan goed gebruikt worden om de ruiten sneller te ontwasemen, omdat de lucht wordt ontvochtigd. Stel de bedieningsorganen in zoals hiervoor beschreven en schakel de airconditioning in door de knop E in te drukken; het lampje op de knop gaat branden.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 50 11-02-2009 15:49 Pagina 50 LUCHTRECIRCULATIE INSCHAKELEN Druk op de knop • zodat het lampje op de knop gaat branden. Het verdient aanbeveling om de luchtrecirculatie in te schakelen in de file of in tunnels. Hiermee wordt voorkomen dat vervuilde lucht het interieur bereikt.
De automatische tweezone-klimaatregeling regelt de temperatuur en de luchtverdeling in het interieur in twee zones: bestuurders- en passagierszijde. De temperatuurregeling is gebaseerd op de “gevoelstemperatuur”: d.w.z. dat het systeem continu werkt om het comfort in het interieur constant te houden en eventuele verschillen in de weersomstandigheden buiten te compenseren, ook zonnestraling (gesignaleerd door een zonnestralingssensor).
037-087 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:49 Pagina 52 DASHBOARD EN BEDIENING L verhogen/verlagen aanjagersnelheid; M drukknop voor instellen luchtverdeling aan bestuurderszijde; VEILIGHEID N drukknop voor inschakelen functie AUTO (automatische werking) en draaiknop voor regelen temperatuur aan bestuurderszijde.
❒ • luchtrecirculatie, om de recirculatie altijd in- of uitgeschakeld te houden; ❒ - voor een snelle ontwaseming/ontdooiing van de ruiten voor, de achterruit en de buitenspiegels; ❒ ( voor het ontwasemen/ontdooien van de achterruit en de buitenspiegels. Tijdens de volledig automatische werking van het systeem kunt u op ieder moment de ingestelde temperaturen, de luchtverdeling en de aanjagersnelheid wijzigen m.b.v.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:49 Pagina 54 ˙ Lucht uit de luchtroosters in de beenO ruimten (warmere lucht) en de lucht- roosters in het midden en aan de zijkant van het dashboard (koelere lucht). Deze luchtverdeling is bijzonder nuttig in de gematigde seizoenen (voor- en najaar) als de zon schijnt.
Bij automatische werking wordt de recirculatie automatisch door het systeem geregeld op basis van de externe klimatologische omstandigheden. Voor het hervatten van de automatische werking van het systeem na een handmatige instelling (een of meerdere), moet de knop AUTO worden ingedrukt.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 56 11-02-2009 15:49 Pagina 56 Drukknop voor in-/uitschakelen aircocompressor B Als u op de knop √ drukt als het lampje op de knop brandt, wordt de aircocompressor uitgeschakeld en dooft het lampje.
Het lampje op de knop gaat branden als deze functie wordt ingeschakeld. De functie schakelt na 20 minuten automatisch uit, of als opnieuw de knop wordt ingedrukt. De functie wordt ook uitgeschakeld als u de motor uitzet en blijft uitgeschakeld als u de motor opnieuw start. BELANGRIJK Plak geen stickers of andere plaatjes op de elektrische weerstandsdraden aan de binnenzijde van de achterruit, om beschadiging van de achterruitverwarming te voorkomen.
15:49 Pagina 58 BUITENVERLICHTING GROOTLICHTSIGNAAL Met de linker hendel fig. 45 bedient u de buitenverlichting. De buitenverlichting werkt uitsluitend als de contactsleutel in stand MAR staat. Trek de hendel naar het stuurwiel (1e onvergrendelde stand), ongeacht de stand van de draaiknop. Op het instrumentenpaneel gaat lampje 1 branden.
Zet de hendel in de vergrendelde stand: ❒ omhoog (stand 1): inschakeling rechter richtingaanwijzer; ❒ omlaag (stand 2): inschakeling linker richtingaanwijzer. Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje Î of ¥ knipperen. De richtingaanwijzers schakelen automatisch uit als de auto weer rechtuit rijdt.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:49 Pagina 60 RUITEN REINIGEN BELANGRIJK Vervang de wisserbladen volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk “Onderhoud en zorg”. Met de rechter hendel fig. 47 kunt u de ruitenwissers/-sproeiers en achterruitwisser/-sproeier bedienen.
Als u de hendel langer dan een halve seconde aangetrokken houdt, dan worden in een handeling de ruitenwissers en de ruitensproeiers ingeschakeld. Als u de hendel loslaat, maken de ruitenwissers nog drie slagen. Na 6 seconden volgt nog een extra reinigingsslag. BELANGRIJK Houd de ruit in de omgeving van de sensor schoon. Inschakelen Plaats de draaiknop van de rechter hendel in stand ≤ fig. 47. Als de regensensor wordt ingeschakeld, maken de ruitenwissers 1 slag.
037-087 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:49 Pagina 62 DASHBOARD EN BEDIENING Als u bij ingeschakelde ruitenwissers voor de achteruit inschakelt, gaat automatisch ook de achterruitwisser continu wissen. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID Als u de hendel naar het dashboard duwt (onvergrendelde stand), schakelt de achterruitsproeier in. 62 fig. 48 F0M0218m ACHTERRUITWISSER/-SPROEIER fig.
DASHBOARD EN BEDIENING Draai de draaiknop A-fig. 50 in stand ON. Het systeem kan niet worden ingeschakeld in de 1e versnelling of de achteruit. Het is raadzaam het systeem in te schakelen bij een versnelling die gelijk of hoger is dan de 4e. Op afdalingen kan bij ingeschakelde cruise-control de snelheid iets oplopen ten opzichte van de opgeslagen snelheid. Het systeem is ingeschakeld als het lampje Ü brandt en op het instrumentenpaneel het betreffende bericht verschijnt (indien aanwezig).
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 64 11-02-2009 15:49 Pagina 64 OPGESLAGEN SNELHEID OPROEPEN OPGESLAGEN SNELHEID VERLAGEN Als het systeem is uitgeschakeld door bijvoorbeeld het intrappen van het rem- of koppelingspedaal, kan de opgeslagen snelheid op de volgende manier worden opgeroepen: Dit kan op twee manieren: ❒ geef geleidelijk gas, totdat de snelheid ongeve
U kunt het lampje in- en uitschakelen door op de rechter of linker zijde van het lampenglas te drukken, zoals is afgebeeld in fig. 51. Als de schakelaar in de rechter stand is blijven staan, schakelt de verlichting 15 minuten na het uitzetten van de motor automatisch uit. fig. 51 F0M0067m fig. 52 F0M0065m PLAFONDVERLICHTING VOOR MET SPOTJES Met de schakelaar A-fig. 52 kunnen de plafondlampjes worden in- en uitgeschakeld. Met de schakelaar A-fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 66 11-02-2009 15:49 Pagina 66 Brandduurregeling van de plafondverlichting Om het in- en uitstappen vooral in het donker te vergemakkelijken, zijn er 2 brandduurregelingen (bepaalde uitvoeringen).
11-02-2009 15:49 Pagina 67 F0M0176m BAGAGERUIMTEVERLICHTING (indien aanwezig) fig. 54 DORPELVERLICHTING (indien aanwezig) fig. 55 De verlichting (indien aanwezig) schakelt automatisch in of uit als u de achterklep opent of sluit. De verlichting A in de portieren gaat branden als het portier wordt geopend, ongeacht de stand van de contactsleutel. fig. 56 F0M0173m VERLICHTING ZONNEKLEPSPIEGEL (indien aanwezig) fig.
Pagina 68 BEDIENINGSORGANEN Deze worden ingeschakeld als op knop A wordt gedrukt, ongeacht de stand van de contactsleutel. Als het systeem is ingeschakeld, knippert het lampje in de knop. Gelijktijdig gaan op het instrumentenpaneel de controlelampjes Î en ¥ knipperen. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN DASHBOARD EN BEDIENING 15:49 VEILIGHEID 11-02-2009 STARTEN EN RIJDEN 037-087 PuntoN 1ed NL 68 WAARSCHUWINGSKNIPPERLICHTEN fig.
11-02-2009 15:49 Pagina 69 Dit gaat branden als de dimlichten of de buitenverlichting en de mistlampen voor (indien aanwezig) branden en knop 4 wordt ingedrukt. Op het instrumentenpaneel gaat het lampje 4 branden. Druk voor uitschakeling nogmaals op de knop of schakel het dimlicht en/of de mistlampen voor (indien aanwezig) uit. Het gebruik van het mistachterlicht is afhankelijk van de wetgeving van het land waarin u zich bevindt. Houdt u aan de voorschriften.
15:49 Pagina 70 BRANDSTOFNOODSCHAKELING ❒ de portieren automatisch ontgrendelen; ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN DASHBOARD EN BEDIENING 11-02-2009 VEILIGHEID 037-087 PuntoN 1ed NL 70 Deze schakelt in bij een ongeval waardoor: ❒ de toevoer van brandstof wordt gestopt en de motor afslaat; fig. 62 F0M0013m PORTIERVERGRENDELING fig.
DASHBOARD EN BEDIENING INTERIEURUITRUSTING VEILIGHEID DASHBOARDKASTJE fig. 63-64 Trek aan de handgreep A-fig. 63 om het dashboardkastje te openen. In het dashboardkastje bevindt zich een documentenvak A-fig. 64. fig. 63 F0M0104m fig. 64 F0M0077m fig. 65 F0M0078m OPBERGVAKKEN Het opbergvak A-fig. 65 bevindt zich in het dashboard, links van het stuurwiel.
11-02-2009 15:49 Pagina 72 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 72 fig. 66 F0M0079m fig. 68 F0M0081m fig. 70 F0M0245m ARMSTEUN VOOR MET OPBERGVAK (indien aanwezig) Tussen de voorstoelen is bij enkele uitvoeringen een armsteun geplaatst A-fig. 69. fig. 67 F0M0080m Het opbergvak B-fig. 66 bevindt zich in het midden van het dashboard.
11-02-2009 15:49 Pagina 73 F0M0083m PASJESHOUDER CD-HOUDER fig. 73 Op de tunnelconsole bevinden zich gleuven om telefoonkaarten, CD’s, magneetpasjes of tolkaarten in op te bergen. fig. 72 F0M0118m BEKERHOUDER – BLIKJESHOUDER fig. 71-72 De bekerhouders – blikjeshouders bevinden zich op de tunnelconsole (twee voor de handrem en één achter). fig. 74 F0M0084m AANSTEKER fig. 74 Deze is in de tunnelconsole geplaatst, voor de handrem.
11-02-2009 15:49 Pagina 74 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 74 fig. 75 F0M0085m fig. 77 F0M0086m fig. 78 F0M0117m fig. 79 F0M0249m ZONNEKLEPPEN fig. 77 De zonnekleppen zitten aan beide zijden naast de binnenspiegel. Ze kunnen voor de voorruit of voor de zijruit worden gedraaid. De zonnekleppen zijn voorzien van een spiegeltje (indien aanwezig). fig.
DASHBOARD EN BEDIENING VEILIGHEID Het grote opendak bestaat uit twee ruitpanelen, een vast paneel en een beweegbaar paneel met twee handbediende zonneschermen (voor en achter). De zonneschermen kunnen worden gebruikt in de standen “geheel gesloten” of “geheel geopend” (ze hebben geen vaste tussenliggende standen). Zonneschermen openen: pak de handgreep A-fig. 81 vast, maak de handgreep vrij en beweeg hem in de richting van de pijlen totdat de stand “geheel geopend” is bereikt.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:49 Pagina 76 ANTI-LETSELFUNCTIE Het opendak is voorzien van een anti-letselfunctie die een eventueel obstakel kan waarnemen als de ruit sluit. In dat geval stopt het systeem de ruitbeweging en wordt de ruitbeweging onmiddellijk omgekeerd.
Pagina 77 DASHBOARD EN BEDIENING PORTIEREN PORTIERVERGRENDELING VAN BUITENAF Druk bij gesloten portieren op de knop Á op de afstandsbediening fig. 83 of steek de metalen baard in het slot van het bestuurdersportier en draai de sleutel rechtsom fig. 84. Als de portieren zijn vergrendeld, brandt het lampje op de knop A-fig. 85 één keer. Alleen als alle portieren gesloten zijn, wordt de portiervergrendeling ingeschakeld.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:49 Pagina 78 Als de portieren zijn vergrendeld met behulp van: ❒ de afstandsbediening; ❒ het portierslot; ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN kunt u de portieren niet meer ontgrendelen met de knop A-fig. 85 op het schakelaarpaneel op het dashboard.
DASHBOARD EN BEDIENING Pagina 79 KINDERVEILIGHEIDSSLOT (5-deursuitvoeringen) fig. 86 BELANGRIJK Controleer nadat u het veiligheidsslot bij beide achterportieren hebt ingeschakeld, of het slot daadwerkelijk is ingeschakeld door aan de handgreep aan de binnenzijde van de portieren te trekken. Hierdoor kunnen de achterportieren niet van binnenuit geopend worden. Het systeem kan alleen bij een geopend portier worden ingeschakeld.
DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:49 Pagina 80 RUITBEDIENING Automatische werking De uitvoeringen met 2 elektrisch bedienbare ruiten (alleen voor) zijn uitgerust met automatische bediening omhoog en omlaag van de ruit voor aan bestuurderszijde. ELEKTRISCH BEDIEND fig. 88 F0M0089m fig.
BELANGRIJK Als de anti-letselfunctie binnen 1 minuut 5 keer inschakelt, dan voert het systeem automatisch de “recovery” uit (zelfbescherming). Hierbij gaat de ruit telkens een klein stukje omhoog totdat de ruit geheel gesloten is. of ❒ draai de contactsleutel in stand STOP en vervolgens in MAR. Als er geen storingen zijn, dan werkt de ruit weer normaal. BELANGRIJK Als de contactsleutel in stand STOP staat of is uitgenomen, dan kunnen de ruiten nog ongeveer 2 minuten worden bediend.
11-02-2009 15:49 Pagina 82 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 82 fig. 90 F0M0251m BELANGRIJK Onzorgvuldig gebruik van de elektrische ruitbediening kan gevaarlijk zijn.
Pagina 83 BELANGRIJK Bij het gebruik van de bagageruimte mag het maximum laadvermogen nooit worden overschreden (zie het hoofdstuk “Technische gegevens”). Controleer bovendien of de bagageruimte goed geladen is, om te voorkomen dat een voorwerp bij bruusk remmen naar voren schiet en letsel veroorzaakt. BELANGRIJK Rijd niet met voorwerpen op de hoedenplank: bij een ongeval of bruusk remmen kunnen ze de passagiers verwonden. VEILIGHEID fig. 93 F0M0425m fig. 95 F0M0094m fig. 94 F0M0093m fig.
11-02-2009 15:49 Pagina 84 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 84 fig. 97 F0M0096m fig. 98 F0M0097m ❒ klap de zitplaatsen achter volledig om (zie de paragraaf “Bagageruimte vergroten” in dit hoofdstuk); Als de achterbank wordt neergeklapt, is de bagageruimte maximaal vergroot.
11-02-2009 15:49 Pagina 85 F0M0099m fig. 104 F0M0222m fig. 103 F0M0101m fig. 105 F0M0175m Achterbank terugplaatsen fig. 101 Plaats de rugleuningen omhoog en druk de leuningen naar achteren, totdat beide borgmechanismen hoorbaar inklikken. Plaats de gespen van de veiligheidsgordels omhoog en zet de zitting weer in de normale gebruiksstand. BELANGRIJK Als de rugleuning goed is vergrendeld, dan is de “rode band” naast de hendels voor het neerklappen van de rugleuning, niet meer zichtbaar.
DASHBOARD EN BEDIENING 037-087 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 15:49 Pagina 86 MOTORKAP OPENEN VEILIGHEID Ga als volgt te werk: ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN ❒ trek de hendel fig. 106 in de richting van de pijl; 86 ❒ trek aan het hendeltje A-fig. 107, zoals aangegeven in de afbeelding; ❒ til de motorkap op en trek gelijktijdig de steunstang D-fig. 108 uit de klem; steek vervolgens het uiteinde Cfig.
BELANGRIJK Als de steunstang verkeerd geplaatst wordt, kan de motorkap onverwacht dichtvallen. BELANGRIJK Voer deze handeling alleen uit als de auto stilstaat. DASHBOARD EN BEDIENING IMPERIAAL/ SKIDRAGER VEILIGHEID 3-deursuitvoeringen De voorste bevestigingspunten bevinden zich op de punten A-fig. 110. De achterste bevestigingspunten bevinden zich op de punten B. Deze worden aangegeven met symbolen (O) op de zijruiten achter.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 088-108 PuntoN 1ed NL 88 11-02-2009 16:04 Pagina 88 KOPLAMPEN Koplampen afstellen fig. 111 KOPLAMPEN AFSTELLEN De koplampen kunnen worden versteld met de knoppen Ò en op het schakelaarpaneel. Goed afgestelde koplampen zijn belangrijk voor het comfort en de veiligheid van uzelf en de overige weggebruikers.
KOPLAMPEN AANPASSEN AAN HET BUITENLAND fig. 112-113 De dimlichten zijn afgesteld voor gebruik in het land waarin de auto is verkocht. In die landen waarin aan de andere zijde van de weg wordt gereden, moet om het tegemoetkomende verkeer niet te verblinden, de vorm van de lichtbundel worden gewijzigd door het aanbrengen van een speciaal daarvoor ontwikkelde sticker. Deze sticker is opgenomen in het Fiat Lineaccessori-programma en verkrijgbaar bij het Fiat Servicenetwerk. F0M0105m fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 088-108 PuntoN 1ed NL 90 11-02-2009 16:04 Pagina 90 ABS Als u niet eerder in een auto met ABS hebt gereden, raden wij u aan het systeem eerst een paar keer uit te proberen op een glad wegdek. Verlies hierbij de veiligheid niet uit het oog en houdt u aan de wetgeving van het land waarin u zich bevindt.
In dit geval kunnen bij krachtig remmen de achterwielen vroegtijdig blokkeren waardoor de auto kan slippen. Rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde werkplaats van het Fiat Servicenetwerk om het systeem te laten controleren. BELANGRIJK Als alleen het waarschuwingslampje x op het instrumentenpaneel gaat branden (er verschijnt ook een melding op het multifunctionele display - indien aanwezig), stop dan onmiddellijk en wendt u tot het Fiat Servicenetwerk.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 088-108 PuntoN 1ed NL 92 11-02-2009 16:04 Pagina 92 WERKING VAN HET SYSTEEM HILL HOLDER-SYSTEEM Storingsmeldingen Het ESP wordt automatisch ingeschakeld als de motor wordt gestart en kan niet worden uitgeschakeld. Dit in het ESP geïntegreerde systeem helpt bij het wegrijden op een helling.
❒ als beide aangedreven wielen doorslippen, vermindert de ASR het motorvermogen; ❒ als slechts een aangedreven wiel doorslipt, zorgt het ASR-systeem ervoor dat het wiel automatisch wordt afgeremd.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 088-108 PuntoN 1ed NL 94 11-02-2009 16:04 Pagina 94 BELANGRIJK De prestaties van het systeem mogen de bestuurder er niet toe verleiden onnodige en onverantwoorde risico’s te nemen. De rijstijl moet altijd zijn aangepast aan het wegdek, het zicht en het verkeer. De verantwoordelijkheid voor de verkeersveiligheid ligt altijd en overal bij de bestuurder.
De auto is uitgerust met de elektrische stuurbekrachtiging “Dualdrive”. De elektrische stuurbekrachtiging werkt alleen als de contactsleutel in stand MAR staat en de motor draait. Met het systeem kan de bestuurder de hulpkracht voor het verdraaien van het stuur aanpassen aan de rijomstandigheden. Als deze functie is ingeschakeld bij de Sport-uitvoeringen, kan comfortabeler worden gereden, omdat de motor veel geleidelijker op gaspedaalbewegingen reageert tijdens accelereren/decelereren. fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 088-108 PuntoN 1ed NL 96 11-02-2009 16:04 Pagina 96 STORINGSMELDINGEN Eventuele storingen in de elektrische stuurbekrachtiging worden aangegeven door het branden van het lampje g op het instrumentenpaneel (er verschijnt ook een melding op het multifunctionele display indien aanwezig) (zie het hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
BELANGRIJK Wees zeer zorgvuldig bij het controleren of herstellen van de bandenspanning. Een te hoge spanning vermindert de grip op het wegdek, verhoogt de belasting op de wielophanging en de wielen en veroorzaakt een onregelmatige slijtage van de banden. BELANGRIJK Ook als de auto is uitgerust met het TPMS-systeem moet de bestuurder regelmatig de spanning van de banden en die van het reservewiel (zie de paragraaf “Wielen” in het hoofdstuk “Onderhoud en zorg”) controleren.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 088-108 PuntoN 1ed NL 98 11-02-2009 16:04 Pagina 98 BELANGRIJK Het vervangen van de normale banden door winterbanden en omgekeerd, vereist ook een aanpassing van het TPMS, die uitsluitend door het Fiat Servicenetwerk mag worden uitgevoerd. BELANGRIJK Het TPMS vereist het gebruik van speciale apparatuur.
Aanwezigheid sensor Storingsmelding Taak van het Fiat Servicenetwerk – – JA Wendt u tot het Fiat Servicenetwerk Een wiel vervangen door het reservewiel NEE JA Het beschadigde wiel repareren Wielen vervangen door wielen met winterbanden NEE JA Wendt u tot het Fiat Servicenetwerk Wielen vervangen door wielen met winterbanden JA NEE – Wielen vervangen door andere met afwijkende afmetingen (*) JA NEE – Wielen omwisselen (voor/achter) (**) JA NEE – (*) Velgmaten die als alternatief sta
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 088-108 PuntoN 1ed NL 100 11-02-2009 16:04 Pagina 100 PARKEERSENSOREN (indien aanwezig) Meetbereik Als de sensoren meerdere obstakels signaleren, dan reageren zij alleen op die obstakels die zich het dichtst bij de auto bevinden. Deze bevinden zich in de achterbumper van de auto fig.
De sensoren worden automatisch weer ingeschakeld als u de aanhangerstekker loskoppelt. In wastunnels waar gebruik wordt gemaakt van stoom of hogedrukreiniging, moeten de sensoren kort worden gereinigd. Houd hierbij de straalpijp op meer dan 10 cm afstand. Voor een juiste werking van het systeem mag er geen modder, vuil, sneeuw of ijs op de sensoren zitten. Wees voorzichtig bij het reinigen van de sensoren om krassen of beschadigingen te voorkomen; gebruik geen droge, grove of harde doek.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 088-108 PuntoN 1ed NL 102 11-02-2009 16:04 Pagina 102 AUTORADIO (indien aanwezig) BELANGRIJK Laat de aansluiting op de inbouwvoorbereiding in de auto uitsluitend door het Fiat Servicenetwerk uitvoeren. Zo bent u verzekerd van het beste resultaat en wordt voorkomen dat de rijveiligheid in gevaar wordt gebracht.
Raadpleeg voor de werking van het handsfreesysteem met spraakherkenning en Bluetooth®-technologie (indien aanwezig) het bijgevoegde supplement. ❒ aansluitkabels VEILIGHEID INBOUWVOORBEREIDING CD-WISSELAAR (indien aanwezig) Het pakket bestaat uit: ❒ voedingskabels BELANGRIJK Laat de aansluiting op de inbouwvoorbereiding in de auto uitsluitend door het Fiat Servicenetwerk uitvoeren. Zo bent u verzekerd van het beste resultaat en wordt voorkomen dat de rijveiligheid in gevaar wordt gebracht. fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 088-108 PuntoN 1ed NL 104 11-02-2009 16:04 Pagina 104 EXTRA ACCESSOIRES ELEKTRISCHE/ELEKTRONISCHE SYSTEMEN MONTEREN RADIOZENDAPPARATUUR EN MOBIELE TELEFOONS Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die constante voeding nodig hebben (autoradio, anti-diefstalsatellietbewaking enz.
Tank uitsluitend loodvrije benzine. Om vergissingen te voorkomen is de diameter van de vulpijp van de tank kleiner, zodat het vulpistool voor loodhoudende benzine er niet in past. Het octaangetal van de benzine moet ten minste 95 RON zijn. BELANGRIJK Een beschadigde katalysator laat schadelijke stoffen in het uitlaatgas achter, waardoor het milieu wordt vervuild. BELANGRIJK Tank met de auto nooit, niet in noodgevallen en ook niet een klein beetje, loodhoudende benzine.
11-02-2009 16:04 Pagina 106 DASHBOARD EN BEDIENING 088-108 PuntoN 1ed NL ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID BELANGRIJK Kom niet dicht bij de vulopening met open vuur of een brandende sigaret: brandgevaar. Houd uw hoofd ook niet dicht bij de vulopening om te voorkomen dat u schadelijke dampen inademt.
❒ driewegkatalysator (katalysator); ❒ lambdasondes; ❒ benzinedamp-opvangsysteem. Laat de motor nooit, ook niet tijdens testwerkzaamheden, met een of meer losgekoppelde bougies draaien. De emissiereductiesystemen voor dieselmotoren zijn: ❒ oxidatiekatalysator; ❒ uitlaatgasrecirculatie-systeem (EGR); ❒ roetfilter (DPF) (indien aanwezig). DASHBOARD EN BEDIENING BELANGRIJK Onder normale bedrijfsomstandigheden bereikt de katalysator hoge temperaturen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 088-108 PuntoN 1ed NL 108 11-02-2009 16:04 Pagina 108 DPF-ROETFILTER (DIESEL PARTICULATE FILTER) (indien aanwezig) Het DPF-roetfilter (Diesel Particulate Filter) is een mechanisch filter in het uitlaatsysteem dat de partikels in het uitlaatgas van dieselmotoren opvangt.
S.B.R.-SYSTEEM...................................................................... 111 GORDELSPANNERS............................................................ 112 KINDEREN VEILIG VERVOEREN..................................... 115 MONTAGEVOORBEREIDING VOOR “ISOFIX UNIVERSEEL”-KINDERZITJE ........................... 120 FRONTAIRBAGS .................................................................. 121 ZIJ-AIRBAGS .........................................................................
11:49 Pagina 110 VEILIGHEIDSGORDELS Ga goed rechtop zitten, steun tegen de rugleuning en leg dan de gordel om. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN DASHBOARD EN BEDIENING 10-02-2009 VEILIGHEID 109-126 PuntoN 1ed NL 110 GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS fig. 1 Trek de gordel uit en maak de gordel vast door de gesp A in de sluiting B te drukken, totdat hij hoorbaar blokkeert.
fig. 3 F0M0042m BELANGRIJK Als de rugleuning goed is vergrendeld, dan is de “rode band” naast de hendels voor het neerklappen van de rugleuning, niet meer zichtbaar. Als de “rode band” zichtbaar is, is de rugleuning niet goed vergrendeld. Als de rugleuning in de normale gebruiksstand wordt gezet, controleer dan of de rugleuning hoorbaar vergrendelt.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 109-126 PuntoN 1ed NL 112 10-02-2009 11:49 Pagina 112 GORDELSPANNERS Voor een nog effectievere bescherming zijn de veiligheidsgordels voor van de auto voorzien van gordelspanners. Dit systeem trekt bij een heftige botsing de gordel enige centimeters aan.
10-02-2009 11:49 Pagina 113 De bestuurder is verplicht zich te houden aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot het verplichte gebruik van de veiligheidsgordels (en de inzittenden erop attent te maken). Leg de veiligheidsgordel altijd om voordat u vertrekt. F0M0044m Ook vrouwen die in verwachting zijn moeten een gordel dragen: ook voor hen (zowel voor de aanstaande moeder als het kind) is de kans op letsel bij een ernstig ongeval kleiner als ze een gordel dragen. fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 109-126 PuntoN 1ed NL 114 10-02-2009 11:49 Pagina 114 BELANGRIJK Voor maximale veiligheid moet u de rugleuning rechtop zetten, tegen de leuning aan gaan zitten en de gordel goed laten aansluiten op borst en bekken.
❒ zorg dat de gordel goed uitgetrokken en niet gedraaid is; controleer ook of de oprolautomaat zonder haperingen werkt; ❒ vervang de gordels na een ongeval, ook al zijn ze ogenschijnlijk niet beschadigd. Vervang de gordels ook als de gordelspanners in werking zijn geweest; ❒ u kunt de gordels met de hand wassen met water en een neutrale zeep. Spoel ze uit en laat ze in de schaduw drogen. Gebruik geen bijtende, blekende of kleurende middelen.
11:49 Pagina 116 Kinderen met een lengte van meer dan 1,50 m worden, met betrekking tot de veiligheidssystemen, gelijkgesteld met volwassenen en moeten dan ook normaal de veiligheidsgordels omleggen. In het Fiat Lineaccessori-programma zijn kinderzitjes opgenomen voor elke gewichtsgroep. Wij raden u deze kinderzitjes aan omdat ze speciaal ontworpen en ontwikkeld zijn voor de Fiat-modellen.
10-02-2009 11:49 Pagina 117 F0M0047m fig. 9 F0M0048m GROEP 1 GROEP 2 Kinderen met een gewicht tussen 9 en 18 kg moeten worden vervoerd in kinderzitjes met een kussen die naar voren zijn gekeerd, waarbij de veiligheidsgordel van de auto zowel het kinderzitje als het kind op zijn plaats moet houden fig. 8. Kinderen met een gewicht tussen 15 en 25 kg kunnen direct door de veiligheidsgordels van de auto worden beschermd fig. 9.
109-126 PuntoN 1ed NL 10-02-2009 11:49 Pagina 118 DASHBOARD EN BEDIENING GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE KINDERZITJES ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID De auto voldoet aan de nieuwe Europese 2000/3/EU-richtlijnen voor de montage van kinderzitjes op de verschillende plaatsen in de auto. Zie de volgende tabel: 118 fig.
2) Als de airbag aan passagierszijde buiten werking wordt gesteld, moet altijd gecontroleerd worden of het betreffende gele lampje op het instrumentenpaneel continu brandt. 3) Houdt u bij de montage van het kinderzitje strikt aan de instructies. De fabrikant is verplicht deze instructies bij te leveren. Bewaar de instructies samen met het instructieboekje in de auto. Monteer geen gebruikte kinderzitjes waarvan de gebruiksaanwijzingen ontbreken.
10-02-2009 11:49 Pagina 120 MONTAGEVOORBEREIDING VOOR “ISOFIX UNIVERSEEL”KINDERZITJE De auto is voorbereid op de montage van “Isofix Universeel”-kinderzitjes; een nieuw gestandaardiseerd Europees systeem voor het vervoeren van kinderen. F0M0050m fig. 13 F0M0051m Het Isofix Universeel-kinderzitje is er voor drie gewichtsgroepen: 1. TECHNISCHE GEGEVENS Vanwege het verschillende bevestigingssysteem, moet het kinderzitje aan de daarvoor bestemde onderste metalen beugels A-fig. 12 worden bevestigd.
In de volgende tabel worden, conform de Europese wetgeving ECE 16, de mogelijkheden weergegeven van de montage van de Isofix Universeel-kinderzitjes op de zitplaatsen die zijn uitgerust met Isofix-beugels. De auto is uitgerust met frontairbags, aan bestuurders- en passagierszijde, en een knie-airbag aan bestuurderszijde (indien aanwezig).
11:49 Pagina 122 Als de frontairbags volledig opgeblazen zijn, vullen zij het grootste deel van de ruimte tussen het stuurwiel en de bestuurder en het dashboard en de voorpassagier. Bij een ongeval kan een inzittende die geen veiligheidsgordel heeft omgelegd, in contact komen met een airbag die nog niet volledig opgeblazen is. Hierdoor wordt de inzittende minder door de airbag beschermd.
Als het absoluut noodzakelijk is een kind op de passagiersstoel voor te vervoeren, moeten de frontairbag en de sidebag (indien aanwezig) aan passagierszijde worden uitgeschakeld. Het waarschuwingslampje “ op het dashboard blijft continu branden totdat de frontairbag en de zij-airbag (sidebag) (indien aanwezig) aan passagierszijde opnieuw worden ingeschakeld.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 109-126 PuntoN 1ed NL 124 10-02-2009 11:49 Pagina 124 ZIJ-AIRBAGS De auto is uitgerust met zij-airbags voor (sidebags voor) aan bestuurders- en passagierszijde (indien aanwezig) voor bescherming van borst-bekken en headbags voor en achter (windowbags) (indien aanwezig).
BELANGRIJK Als de airbags in werking treden, ontsnapt een beetje rook. Deze rook is niet schadelijk en duidt niet op brand; bovendien kan het oppervlak van het opgeblazen kussen en het interieur van de auto bedekt zijn met een laagje poeder: dit poeder kan de huid en de ogen irriteren. Als u hiermee in aanraking bent gekomen, moet u zich met neutrale zeep en water wassen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 109-126 PuntoN 1ed NL 126 10-02-2009 11:49 Pagina 126 BELANGRIJK Rijd altijd met beide handen op de stuurwielrand, zodat bij het in werking treden van de airbag, het systeem niet wordt gehinderd door obstakels. Rijd niet met voorover gebogen lichaam, maar ga goed rechtop zitten en steun tegen de rugleuning.
PARKEREN ............................................................................ 131 HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK .............. 132 BRANDSTOFBESPARING ................................................. 133 WINTERBANDEN ............................................................... 137 SNEEUWKETTINGEN ....................................................... 137 AUTO LANGERE TIJD STALLEN .................................... 138 VEILIGHEID MOTOR STARTEN ...............................................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 127-138 PuntoN 1ed NL 128 11-02-2009 16:11 Pagina 128 MOTOR STARTEN De auto is uitgerust met een elektronische startblokkering: zie bij startproblemen de paragraaf “Fiat CODE-systeem” in het hoofdstuk “Dashboard en bediening”. Laat de contactsleutel niet in het contactslot zitten als de motor stilstaat, zodat de accu niet onnodig wordt ontladen.
BELANGRIJK Als het lampje Y op het instrumentenpaneel constant blijft branden, wendt u dan onmiddellijk tot het Fiat Servicenetwerk. BELANGRIJK Laat de start-/contactsleutel niet in stand MAR staan als de motor is uitgezet.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 127-138 PuntoN 1ed NL 130 11-02-2009 16:11 Pagina 130 MOTOR OPWARMEN NA HET STARTEN (benzine en diesel) Ga als volgt te werk: ❒ rijd rustig weg, laat de motor niet met hoge toerentallen draaien en trap het gaspedaal niet bruusk in; ❒ verlang de eerste kilometers geen maximale prestaties.
Ga als volgt te werk: ❒ trek de hendel iets omhoog en druk op de ontgrendelknop A; ❒ zet de motor uit en trek de handrem aan; ❒ schakel een versnelling in (de 1e als de weg omhoog loopt, de achteruit als de weg omlaag loopt) en zet de voorwielen iets uitgestuurd. Als de auto op een steile helling staat, blokkeer de wielen dan met stenen of wiggen. Laat de contactsleutel nooit in het contactslot zitten omdat hierdoor de accu ontlaadt.
16:11 Pagina 132 GEBRUIK VAN DE HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK Om de versnellingen in te schakelen, moet u het koppelingspedaal geheel intrappen en vervolgens de versnellingspook in de gewenste stand plaatsen (het schakelschema staat op de knop van de pook fig. 2-3). fig. 2 Voor het inschakelen van de 6e versnelling moet de pook naar rechts worden gedrukt om te voorkomen dat per ongeluk de 4e versnelling wordt ingeschakeld. Dit geldt ook voor het schakelen van de 6e naar de 5e versnelling.
Hierna volgen enkele nuttige tips, waardoor het brandstofverbruik zo laag mogelijk blijft en de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen zoveel mogelijk beperkt wordt. Verwijder de imperiaal of skidrager als u deze niet gebruikt. Ze verminderen de aerodynamica van de auto, waardoor het brandstofverbruik toeneemt. Gebruik voor het vervoer van volumineuze voorwerpen bij voorkeur een aanhanger.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 127-138 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 16:11 Pagina 134 Maximum snelheid Het brandstofverbruik neemt aanzienlijk toe bij een hogere snelheid. Rijd daarom zoveel mogelijk met een gelijkmatige snelheid, vermijd overbodig remmen en optrekken. Dit kost brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen.
BELANGRIJK Het ABS waarmee de auto kan zijn uitgerust, werkt niet op het remsysteem van de aanhanger. Wees daarom extra voorzichtig op gladde wegen. BELANGRIJK Voer in geen geval modificaties aan het remsysteem van de auto uit. Het remsysteem van de aanhanger moet geheel onafhankelijk van het hydraulisch remsysteem van de auto worden bediend. De te installeren trekhaak moet voldoen aan de huidige EU-normen 94/20 en daarop volgende wijzigingen.
127-138 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 16:11 Pagina 136 Volbeladen DASHBOARD EN BEDIENING De binnenste verstevigingsplaten aan het frame moeten een minimale dikte hebben van 6 mm. Bestaand gat Bestaande bout ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN De trekhaak moet op de punten aangegeven met Ø bevestigd worden met in totaal 6 M10-bouten. VEILIGHEID Montageschema fig.
Het Fiat Servicenetwerk kan u adviseren welke band het meest geschikt is voor het doel waarvoor u deze wilt gebruiken. Houdt u voor de bandenmaat, de bandenspanning en het type winterbanden exact aan de gegevens die staan vermeld in de paragraaf “Wielen” in het hoofdstuk “Technische gegevens”. De specifieke eigenschappen van winterbanden verminderen aanzienlijk als de profieldiepte minder is dan 4 mm. In dat geval is het veiliger ze te vervangen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 127-138 PuntoN 1ed NL 138 11-02-2009 16:11 Pagina 138 BELANGRIJK Op banden met bandenmaat 195/55 R16 87H en 205/45 R17 88V kunnen geen sneeuwkettingen worden gemonteerd.
140 140 141 141 142 142 142 142 143 143 143 143 144 144 145 145 145 146 146 146 146 DEFECTE BUITENVERLICHTING .................................. MISTACHTERLICHTEN ..................................................... ALGEMENE STORINGSMELDING .................................. VERSTOPT ROETFILTER (Multijet-uitvoeringen) ......................................................... STORING ESP ....................................................................... VERSLETEN REMBLOKKEN .......................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 139-152 PuntoN 1ed NL 140 10-02-2009 11:57 Pagina 140 LAMPJES EN BERICHTEN ALGEMENE OPMERKINGEN Als het lampje gaat branden, verschijnt er bij bepaalde uitvoeringen ook een bijbehorende melding op het instrumentenpaneel en/of klinkt een geluidssignaal.
Als het lampje continu blijft branden, geeft dit een storing in het airbagsysteem aan. Op enkele uitvoeringen verschijnt de bijbehorende melding op het display. BELANGRIJK Een defect lampje ¬ (lampje gedoofd) wordt aangegeven doordat het lampje voor de uitgeschakelde frontairbag aan passagierszijde “ langer dan de normale 4 seconden knippert. Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven. Het lampje gaat branden als de motor te warm is.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 139-152 PuntoN 1ed NL 142 10-02-2009 11:57 Pagina 142 ❒ Als de auto onder zware bedrijfsomstandigheden wordt gebruikt (bijvoorbeeld het bergopwaarts trekken van een aanhanger of bij volbeladen auto): verlaag de snelheid en breng, als het lampje blijft branden, de auto tot stilstand.
Op enkele uitvoeringen verschijnt de bijbehorende melding op het display. Als de auto in beweging is met geopende portieren, dan klinkt er een akoestisch signaal. k MINIMUM MOTOROLIEPEIL (rood) (indien aanwezig) Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden. Na enkele seconden moet het lampje doven. Het lampje (indien aanwezig) op het instrumentenpaneel gaat branden als het motoroliepeil onder de minimum vastgestelde waarde is gedaald.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 139-152 PuntoN 1ed NL U 10-02-2009 11:57 Pagina 144 STORING INSPUITSYSTEEM (Multijet-uitvoeringen geel) STORING EOBDSYSTEEM (benzineuitvoeringen - geel) ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN Storing in inspuitsysteem 144 Als u onder normale omstandigheden de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na het starten van de motor moet het lampje doven.
Als u bij ingeschakelde frontairbag aan passagierszijde de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje “ ongeveer 4 seconden branden en vervolgens 4 seconden knipperen. Hierna moet het lampje doven. Het lampje gaat branden als het systeem defect of niet beschikbaar is. In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar zonder de mogelijkheden van het ABS. Rijd voorzichtig verder en wendt u zo snel mogelijk tot het Fiat Servicenetwerk.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 139-152 PuntoN 1ed NL 146 m 10-02-2009 11:57 Pagina 146 VOORGLOEI INSTALLATIE (Multijet-uitvoeringen geel) STORING VOORGLOEIINSTALLATIE (Multijet-uitvoeringen geel) Voorgloeien c WATER IN BRANDSTOFFILTER AANWEZIG (Multijetuitvoeringen - geel) Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden.
– buitenverlichting – remlichten – mistachterlicht – richtingaanwijzers – kentekenplaatverlichting. De storing kan betreffen: doorbranden van een of meer lampen, doorbranden van de bijbehorende zekering of een onderbreking in de elektrische verbinding. Op enkele uitvoeringen gaat het lampje è branden. Op enkele uitvoeringen verschijnt een bijbehorende melding op het display. Het lampje gaat bij de volgende omstandigheden branden.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 139-152 PuntoN 1ed NL 148 h 10-02-2009 11:57 Pagina 148 Verstopt roetfilter (Multijet-uitvoeringen) Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.
BANDENSPANNING NIET AANGEPAST AAN SNELHEID (indien aanwezig) (geel) Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven. Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden om een te zachte band aan te geven. Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden als de spanning van een of meer banden onder een bepaalde drempelwaarde komt.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 139-152 PuntoN 1ed NL 150 10-02-2009 11:57 Pagina 150 Bandenspanning niet aangepast aan snelheid Wanneer constant harder dan 160 km/h wordt gereden, moet de bandenspanning verhoogd worden overeenkomstig de waarde die aangegeven is in de paragraaf “Bandenspanning”.
F RICHTINGAANWIJZER LINKS (groen knipperend) Het lampje gaat branden als de richtingaanwijzerhendel omlaag wordt gezet of, tegelijkertijd met het lampje van de rechter richtingaanwijzer, als de drukknop voor de waarschuwingsknipperlichten wordt ingedrukt. Het lampje gaat branden als de richtingaanwijzerhendel omhoog wordt gezet of, tegelijkertijd met het lampje van de linker richtingaanwijzer, als de drukknop voor de waarschuwingsknipperlichten wordt ingedrukt.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 139-152 PuntoN 1ed NL 152 10-02-2009 11:57 Pagina 152 KANS OP GLADHEID (uitvoeringen met multifunctioneel display) Als de buitentemperatuur gelijk is aan of lager wordt dan 3°C, dan knippert de temperatuuraanduiding om aan te geven dat er kans op gladheid bestaat. Op het display verschijnt een bijbehorende melding.
MOTOR STARTEN ............................................................. 154 WIEL VERWISSELEN .......................................................... 155 SNELLE BANDENREPARATIESET FIX & GO automatic ........................................................... 161 GLOEILAMP VERVANGEN .............................................. 166 GLOEILAMP BUITENVERLICHTING VERVANGEN . 168 GLOEILAMP INTERIEURVERLICHTING VERVANGEN ........................................................................
Pagina 154 MOTOR STARTEN Als het lampje Y op het instrumentenpaneel constant blijft branden, wendt u dan onmiddellijk tot het Fiat Servicenetwerk. STARTEN MET EEN HULPACCU fig.
BELANGRIJK Houd er rekening mee dat de rem- en stuurbekrachtiging niet werken zolang de motor niet is aangeslagen, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur. WIEL VERWISSELEN ALGEMENE AANWIJZINGEN Voor het verwisselen van het wiel en voor het juiste gebruik van de krik en het reservewiel moeten de onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen. BELANGRIJK Attendeer het overige wegverkeer op de stilstaande auto m.b.v.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 156 10-02-2009 12:05 Pagina 156 BELANGRIJK Het reservewiel behoort bij de auto waarbij het geleverd is. Gebruik het reservewiel niet bij andere auto’s en monteer geen reservewielen van andere auto’s. De wielbouten behoren bij de auto: gebruik de wielbouten niet bij andere auto’s en gebruik geen wielbouten van andere auto’s.
DASHBOARD EN BEDIENING ❒ zet de auto stil op een plaats waar het verkeer niet in gevaar wordt gebracht en in alle veiligheid het wiel kan worden verwisseld.
10-02-2009 12:05 Pagina 158 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 158 fig. 3 F0M0362m ❒ draai met de bijgeleverde sleutel E-fig. 3 de wielbouten ongeveer een slag los; schud bij uitvoeringen met lichtmetalen velgen enige malen aan de bovenkant van de carrosserie, waardoor de velg los van de wielnaaf kan komen; fig. 4 ❒ draai het mechanisme F-fig.
10-02-2009 12:05 Pagina 159 NORMALE WIEL MONTEREN F0M0194m ❒ monteer het wieldeksel waarbij het gat met het halvemaantje over de wielbout moet vallen die reeds met de bijgeleverde sleutel is geplaatst; ❒ draai de wielbouten handvast aan; ❒ draai de slinger L-fig. 4 van krik zodat de auto zakt, en verwijder de krik; ❒ draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten kruiselings vast, in de volgorde die is aangegeven in fig.
10-02-2009 12:05 Pagina 160 Uitvoeringen met stalen velgen ❒ zorg ervoor dat de boutgaten en alle contactvlakken van het reservewiel schoon zijn en geen onzuiverheden bevatten, omdat hierdoor na verloop van tijd de wielbouten kunnen loslopen; ❒ monteer het normale wiel en draai de eerste wielbout twee slagen in het gat dat zich het dichtst bij het ventiel bevindt; ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN VEILIGHEID Ga als volgt te werk: STARTEN EN
Pagina 161 De snelle bandenreparatieset Fix & Go automatic bevindt zich in de bagageruimte. De set fig. 7 bevat: ❒ een spuitbus A met afdichtvloeistof, die voorzien is van: – een vulbuis B; – een sticker C met het opschrift “max. 80 km/h”. Na het repareren van het wiel moet deze sticker op een voor de bestuurder goed zichtbare plaats worden aangebracht (op het dashboard); ❒ een informatiefolder (zie fig. 8), voor een correct gebruik van de snelle reparatieset.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 162 10-02-2009 12:05 Pagina 162 Als u een lekke band krijgt, kan de band gerepareerd worden als de diameter van het lek niet groter is dan 4 mm. BELANGRIJK Het is niet mogelijk lekken aan de zijkanten van de band te repareren. Gebruik de reparatieset niet als de band beschadigd is geraakt door het rijden met een lege band.
DASHBOARD EN BEDIENING VEILIGHEID Vervang de spuitbus met de afdichtvloeistof als deze datum verstreken is. Spuitbussen en afdichtvloeistof zijn schadelijk voor het milieu. Houdt u voor het afvoeren van deze producten aan de wettelijke normen. fig. 9 F0M0363m OPPOMPEN VAN DE BAND BELANGRIJK Doe de handschoenen aan die bij de snelle bandenreparatieset zijn geleverd. ❒ Trek de handrem aan. Draai de ventieldop van de band los, neem de vulbuis A-fig.
153-186 PuntoN 1ed NL 10-02-2009 12:05 Pagina 164 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING ❒ als de band op de juiste spanning is gebracht (zie de paragraaf “Bandenspanning” in het hoofdstuk “Technische gegevens”), vertrek dan onmiddellijk; 164 fig. 10 F0M0202m fig. 12 F0M0364m Controleer de bandenspanning op de manometer F-fig. 10.
Pagina 165 ❒ rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde werkplaats van het Fiat Servicenetwerk. fig. 13 BELANGRIJK U moet absoluut aangeven dat de band is gerepareerd met de snelle bandenreparatieset. Overhandig de informatiefolder aan het personeel dat de met de bandenreparatieset behandelde band repareert. F0M0365m ALLEEN VOOR HET CONTROLEREN EN HERSTELLEN VAN DE SPANNING De compressor kan ook worden gebruikt voor het herstellen van de bandenspanning.
12:06 Pagina 166 GLOEILAMP VERVANGEN ❒ Als een lamp niet brandt, controleer dan eerst of de zekering niet doorgebrand is, voordat u de lamp vervangt: zie voor de plaats van de zekeringen de paragraaf “Zekeringen vervangen” in dit hoofdstuk; ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN DASHBOARD EN BEDIENING 10-02-2009 VEILIGHEID 153-186 PuntoN 1ed NL 166 ALGEMENE AANWIJZINGEN ❒ controleer voordat u een lamp vervangt of de contact
Type Vermogen Grootlicht D H4 55W Dimlicht D H4 60W Buitenverlichting voor A W5W 5W Mistlampen voor (indien aanwezig) – H3 55W Richtingaanwijzers voor B PY21W 21W Richtingaanwijzers op flanken A WY5W 5W Richtingaanwijzers achter B P21W 21W Achterlichten B R5W 5W Remlichten B P21/5W 5W Derde remlicht B – 2,3W Achteruitrijverlichting – P21W 21W Mistachterlicht – P21W 21W Kentekenplaatverlichting A W5W 5W Plafondverlichting voor met kantelbaar lampenglas C
12:06 Pagina 168 GLOEILAMP BUITENVERLICHTING VERVANGEN Zie voor het type lamp en het bijbehorende vermogen de vorige paragraaf “Gloeilamp vervangen”. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN DASHBOARD EN BEDIENING 10-02-2009 VEILIGHEID 153-186 PuntoN 1ed NL 168 fig. 16 F0M0178m fig. 17 F0M0179m KOPLAMPUNITS fig. 16 BUITENVERLICHTING fig.
10-02-2009 12:06 Pagina 169 Gloeilamp vervangen: ❒ verwijder de geklemde rubber dop A in de richting van de pijl; F0M0261m RICHTINGAANWIJZERS Voor fig. 19/a - 19/b Gloeilamp vervangen: ❒ trek de middelste stekker los en haak de borgveer van de lamp los; ❒ stuur het rechter/linker wiel iets naar buiten; ❒ verwijder en vervang de lamp B; ❒ draai de blokkeerschroef A-fig.
10-02-2009 12:06 Pagina 170 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 170 fig. 20 F0M0182m Op het voorspatbord fig. 20 fig. 21 F0M0223m Gloeilamp vervangen: MISTLAMPEN VOOR (indien aanwezig) ❒ duw tegen het lampenglas A zodat de interne borgveer B wordt ingedrukt en trek de unit naar buiten; Wendt u voor het vervangen van de mistlampen voor A-fig.
10-02-2009 12:06 Pagina 171 ❒ monteer de lamphouder en draai de schroeven E vast; fig. 23 F0M0185m Gloeilamp vervangen: ❒ open de achterklep en draai de twee schroeven A los; ❒ trek de middelste stekker los en trek de lampunit naar buiten; ❒ draai de schroeven E los en neem de lamphouder uit; ❒ sluit de stekker aan, plaats de lampunit op de juiste wijze op de carrosserie van de auto en draai de schroeven A vast. MISTACHTERLICHTEN fig.
10-02-2009 12:06 Pagina 172 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 172 fig. 26 F0M0210m DERDE REMLICHT fig. 26-27 Gloeilamp vervangen: ❒ open de achterklep; ❒ verwijder de rubber doppen A-fig. 26; fig. 27 F0M0211m fig. 28 F0M0212m fig. 29 F0M0233m ❒ druk de lippen D-fig. 27 naar elkaar en neem de lamphouder uit; ❒ verwijder de geklemde lamp en vervang hem.
Pagina 173 Zie voor het type lamp en het bijbehorende vermogen de paragraaf “Gloeilamp vervangen”. PLAFONDLAMPJE VOOR fig. 30 F0M0213m fig. 32 F0M0214m fig. 31 F0M0234m fig. 33 F0M0235m Gloeilampen vervangen: ❒ maak het plafondlampje A-fig. 30 op de door de pijlen aangegeven punten los; ❒ open het beschermdeksel B; ❒ maak de lampen C-fig. 31 los uit de veercontacten aan de zijkant en vervang ze; controleer of de nieuwe lampen goed vastzitten in de veercontacten; ❒ sluit het beschermdeksel B-fig.
10-02-2009 12:06 Pagina 174 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 174 fig. 34 F0M0215m VERLICHTING ZONNEKLEPSPIEGEL fig. 34 Gloeilamp vervangen: ❒ maak de lichtunit A-fig. 34 op het door de pijl aangegeven punt los. BAGAGERUIMTEVERLICHTING fig. 35 Gloeilamp vervangen: ❒ open de achterklep; ❒ maak de lichtunit A op het door de pijl aangegeven punt los.
ALGEMENE INFORMATIE Het elektrische systeem wordt door zekeringen beveiligd: de zekering brandt door bij een storing of bij oneigenlijk gebruik van het systeem. Als een elektrisch onderdeel niet werkt, controleer dan eerst of de zekering niet is doorgebrand: de verbindingsstrip A-fig. 38 mag niet onderbroken zijn. Is dit wel het geval, dan moet u de zekering vervangen door een exemplaar met dezelfde stroomsterkte (zelfde kleur). B zekering in goede staat fig. 38 C zekering met doorgebrande strip fig. 38.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 176 10-02-2009 12:06 Pagina 176 TOEGANG TOT DE ZEKERINGEN De zekeringen van de auto bevinden zich in drie zekeringenkasten; op het dashboard, in de motorruimte en in de bagageruimte (linkerzijde). Zekeringenkast op dashboard fig. 40 De zekeringen in de zekeringenkast op het dashboard zijn bereikbaar nadat de schroeven A-fig.
153-186 PuntoN 1ed NL 10-02-2009 12:06 Pagina 177 DASHBOARD EN BEDIENING Zekeringenkast in motorruimte - fig. 42 fig. 42 F0M0417m TECHNISCHE GEGEVENS F0M0416m ALFABETISCH REGISTER fig. 41 ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID De zekeringen in de zekeringkast naast de accu zijn bereikbaar nadat het beschermdeksel fig. 41 is verwijderd.
10-02-2009 12:06 Pagina 178 Zekeringenkast in bagageruimte fig. 44 De zekeringen in de zekeringenkast links in de bagageruimte zijn bereikbaar nadat het inspectieklepje is geopend (zoals afgebeeld in fig. 43). ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 178 fig. 44 fig.
Pagina 179 VERBRUIKERS ZEKERING AMPÈRAGE Dimlicht rechts 1 7,5 Dimlicht links, koplampverstelling 8 7,5 Voeding INT/A voor relaisspoelen in zekeringenkast motorruimte en relaisspoelen in regeleenheid body computer 13 5 Plafondlampje voor, plafondlampje achter, zonneklepverlichting, dorpelverlichting, bagageruimteverlichting 2 5 + Accu voor voeding EOBD-diagnosestekker, regeleenheid automatische klimaatregeling, sirene diefstalalarm, autoradio, convergence-regeleenheid.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 180 10-02-2009 12:06 Pagina 180 Zekeringenkast in motorruimte - fig.
AMPÈRAGE Regeleenheid remsysteem BSM (regeleenheid en magneetkleppengroep) 23 20 Regeleenheid elektrische stuurbekrachtiging EPS (voeding via contactslot), regeleenheid remsysteem NFR (voeding via contactslot) gierhoeksensor op tunnel 24 5 Mistlamp links, mistlamp rechts 30 15 Regeleenheid automatisch bediende versnellingsbak 84 10 Magneetkleppen voor methaanregeling CNG-systeem 84 10 Stekkerdoos (inbouwvoorbereiding) 85 – Stekkerdoos interieur, aansteker 86 15 Achteruitrijlicht, relai
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 182 10-02-2009 12:06 Pagina 182 Zekeringenkast in bagageruimte fig.
ACCU OPLADEN BELANGRIJK De beschrijving voor het opladen van de accu dient slechts ter informatie. Wendt u bij voorkeur tot het Fiat Servicenetwerk om deze werkzaamheden uit te laten voeren. We raden u aan de accu langzaam en met een lage stroomsterkte (ampèrage) gedurende ca. 24 uur op te laden. Als u de accu snel oplaadt met een hoge stroomsterkte, kan de accu worden beschadigd.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 184 10-02-2009 12:06 Pagina 184 BELANGRIJK Probeer een bevroren accu niet op te laden: eerst moet de accu ontdooid worden, anders loopt u het risico dat de accu ontploft.
DASHBOARD EN BEDIENING ❒ draai het sleepoog geheel op de schroefdraadpen voor of achter. BELANGRIJK Houd er bij het slepen rekening mee dat de rem- en stuurbekrachtiging niet werken als de motor niet draait, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur. Gebruik voor het slepen geen elastische kabels en rijd zo gelijkmatig mogelijk. Controleer tijdens het slepen of de sleepkabel geen carrosseriedelen kan beschadigen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 153-186 PuntoN 1ed NL 186 10-02-2009 12:06 Pagina 186 BELANGRIJK Start de motor niet als de auto wordt gesleept. BELANGRIJK Maak de schroefdraad zorgvuldig schoon, voordat u het sleepoog op de schroefdraadpen draait. Controleer, voordat de auto wordt gesleept, of het sleepoog tot tegen de aanslag op de schroefdraadpen is gedraaid.
ONDERHOUDSSCHEMA ................................................. 189 PERIODIEKE CONTROLES .............................................. 193 ZWAAR GEBRUIK VAN DE AUTO................................ 193 NIVEAUS CONTROLEREN .............................................. 194 LUCHTFILTER ...................................................................... 200 POLLENFILTER .................................................................... 200 ACCU .........................................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-208 PuntoN 1ed NL 188 11-02-2009 16:17 Pagina 188 GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD Doelmatig onderhoud is een beslissende factor voor een lange levensduur, de beste prestaties en een zo zuinig mogelijk gebruik van de auto. Om dit te realiseren heeft Fiat een reeks controle- en onderhoudsbeurten samengesteld die iedere 30.000 km moeten worden uitgevoerd.
30 60 90 120 150 180 Banden op conditie en slijtage controleren en bandenspanning eventueel herstellen ● ● ● ● ● ● Werking verlichting (koplamp-/achterlichtunits, richtingaanw., waarschuwingsknipperlichten, bagageruimte, interieur, waarschuwings-/ controlelampjes enz.
11-02-2009 16:17 Pagina 190 x 1000 km Uitlaatgasemissie controleren 30 60 90 120 150 180 ● ● ● ● ● ● ● ● Vloeistofniveaus bijvullen (motorkoelsysteem, remsysteem, accu, ruitensproeiers enz.) Inspuiting/ontsteking controleren (m.b.v.
x 1000 km 30 60 90 120 150 180 Banden op conditie en slijtage controleren en bandenspanning eventueel herstellen ● ● ● ● ● ● Werking verlichting (koplamp-/achterlichtunits, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten, bagageruimte, interieur, dashboardkastje, waarschuwings-/controlelampjes enz.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-208 PuntoN 1ed NL 192 11-02-2009 16:17 Pagina 192 x 1000 km Inspuiting/ontsteking controleren (m.b.v. diagnosestekker) 30 60 90 120 150 180 ● ● ● ● ● ● ● Aandrijfriem(en) voor hulporganen vervangen Getande distributieriem vervangen (*) (Uitvoering 1.
Iedere 1.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-208 PuntoN 1ed NL 194 11-02-2009 16:17 Pagina 194 NIVEAUS CONTROLEREN BELANGRIJK Rook nooit tijdens werkzaamheden in de motorruimte: er kunnen licht ontvlambare gassen aanwezig zijn; brandgevaar.
187-208 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 16:17 Pagina 195 DASHBOARD EN BEDIENING 1. Motorkoelvloeistof 2. Accu 3. Ruitensproeiervloeistof VEILIGHEID 4. Remvloeistof fig. 2b - Uitvoering 1.4 T-JET F0M0420m 1. Motorolie 2. Motorkoelvloeistof 3. Ruitensproeiervloeistof 4. Remvloeistof 5. Accu ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN 5. Motorolie. fig. 3 - Uitvoering 1.3 Multijet F0M0421m ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS 6. Dieselfilter.
187-208 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 16:17 Pagina 196 DASHBOARD EN BEDIENING 1. Motorolie 2. Motorkoelvloeistof 3. Ruitensproeiervloeistof VEILIGHEID 4. Remvloeistof 5. Accu 6. Dieselfilter. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN 7. Motoroliepeilstok. 196 fig. 4 - Uitvoering 1.
11-02-2009 16:17 Pagina 197 F0M0319m fig. 8 - Uitvoering 1.6 Multijet F0M0423m MOTOROLIEVERBRUIK Als richtlijn geldt een maximaal motorolieverbruik van ongeveer 400 gram per 1000 km. De motor van een nieuwe auto moet nog worden ingereden. Dit betekent dat het motorolieverbruik pas na de eerste 5000 ÷ 6000 km stabiliseert. fig. 6a - Uitvoeringen 1.4 16V F0M0268m MOTOROLIE fig.
11-02-2009 16:17 Pagina 198 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-208 PuntoN 1ed NL 198 fig. 9 F0M0424m BELANGRIJK Wees bij het uitvoeren van werkzaamheden in de motorruimte extra voorzichtig als de motor nog warm is: gevaar voor verbranding. Onthoud dat bij een warme motor de elektroventilateur onverwacht kan inschakelen: kans op verwonding.
Pagina 199 DASHBOARD EN BEDIENING Controleer visueel het niveau van de vloeistof in het reservoir. F0M0154m RUITENSPROEIERVLOEISTOF fig. 10 Verwijder de dop A en vul vloeistof bij. Gebruik een mengsel van water en TUTELA PROFESSIONAL SC35 in de volgende mengverhouding: 30% TUTELA PROFESSIONAL SC35 en 70% water in de zomer. 50% TUTELA PROFESSIONAL SC35 en 50% water in de winter. Bij temperaturen onder –20°C, TUTELA PROFESSIONAL SC35 onverdund gebruiken. fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-208 PuntoN 1ed NL 200 11-02-2009 16:17 Pagina 200 BELANGRIJK De remvloeistof is giftig en zeer corrosief. Als per ongeluk remvloeistof wordt gemorst, moeten de betreffende delen onmiddellijk worden gewassen met water en neutrale zeep en daarna met veel water worden afgespoeld. Bij inslikken dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd.
BELANGRIJK De vloeistof in de accu is giftig en corrosief. Voorkom contact met de huid en de ogen. Houd open vuur en vonkvormende apparaten verwijderd van de accu: brand- en ontploffingsgevaar. ACCU VERVANGEN Als de accu vervangen wordt, moet een originele accu met dezelfde specificaties worden geïnstalleerd. Als de accu vervangen wordt door een accu met andere specificaties, vervallen de onderhoudsintervallen die in het “Geprogrammeerd Onderhoudsschema” staan aangegeven.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-208 PuntoN 1ed NL 202 11-02-2009 16:17 Pagina 202 Onoordeelkundige montage van elektrische en elektronische apparatuur kan ernstige schade toebrengen aan de auto. Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren (diefstalalarm, mobiele telefoon enz.
Tijdens het rijden neemt de bandenspanning toe; zie voor de juiste waarde van de bandenspanning de paragraaf “Wielen” in het hoofdstuk “Technische gegevens”. Een onjuiste bandenspanning veroorzaakt een onregelmatige slijtage van de banden fig. 14: A juiste spanning: gelijkmatige slijtage van het loopvlak. B te lage spanning: te grote slijtage aan de zijkanten van het loopvlak. C te hoge spanning: te grote slijtage in het midden van het loopvlak.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-208 PuntoN 1ed NL 204 11-02-2009 16:17 Pagina 204 BELANGRIJK Door een te lage bandenspanning wordt de band te heet, waardoor er onherstelbare inwendige schade aan de band kan ontstaan. BELANGRIJK Verwissel de banden niet kruiselings, waarbij de banden van de rechterzijde aan de linkerzijde en omgekeerd worden gemonteerd.
11-02-2009 16:17 Pagina 205 F0M0162m fig. 17 F0M0163m Ruitenwisserbladen vervangen fig. 15 Wisserblad achter vervangen fig. 16 RUITENSPROEIERS Aanwijzingen voor het losmaken van het wisserblad: Ga als volgt te werk: Voorruit (ruitensproeiers) fig.
16:17 Pagina 206 CARROSSERIE De belangrijkste oorzaken van roest zijn: ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN DASHBOARD EN BEDIENING 11-02-2009 VEILIGHEID 187-208 PuntoN 1ed NL 206 BESCHERMING TEGEN ATMOSFERISCHE INVLOEDEN ❒ luchtverontreiniging; fig. 18 F0M0164m Achterruit (achterruitsproeier) fig. 18 De sproeiermonden van de achterruitsproeier kunnen niet worden afgesteld. De sproeier is ingebouwd boven de achterruit.
De juiste wasmethode: Parkeer de auto niet onder bomen, aangezien harsdruppels bij langere inwerking de lak kunnen beschadigen, waardoor de kans op roestvorming wordt vergroot.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 187-208 PuntoN 1ed NL 208 11-02-2009 16:17 Pagina 208 INTERIEUR STOELEN EN STOFFEN BEKLEDING Controleer af en toe of er onder de vloerbedekking geen water is blijven staan (dooiwater van sneeuwresten aan schoenen, lekkende paraplu’s enz.), waardoor roestvorming op de bodem veroorzaakt zou kunnen worden.
MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN ..... 212 MOTOR ................................................................................. 213 BRANDSTOFSYSTEEM ...................................................... 215 TRANSMISSIE ....................................................................... 215 REMMEN ................................................................................ 216 WIELOPHANGING ............................................................ 216 STUURINRICHTING ....
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 209-229 PuntoN 1ed NL 210 10-02-2009 14:01 Pagina 210 IDENTIFICATIEGEGEVENS H Max. toelaatbare achterasbelasting. I Wij raden u aan om nota te nemen van de identificatiegegevens. De identificatiegegevens zijn op de volgende typeplaatjes ingeslagen: Motortype. L Code van de carrosserie-uitvoering. M Nummer voor onderdelen.
10-02-2009 14:01 Pagina 211 MOTORCODE VEILIGHEID De motorcode is in het cilinderblok ingeslagen en bestaat uit het motortype en een oplopend productienummer. DASHBOARD EN BEDIENING 209-229 PuntoN 1ed NL Het plaatje is op de buitenstijl (linkerzijde) van de achterklep aangebracht en bevat de volgende informatie: A Fabrikant van de lak. B Kleurbenaming. C Kleurcode. D Kleurcode voor bijwerken en overspuiten. CHASSISNUMMER fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 209-229 PuntoN 1ed NL 212 10-02-2009 14:01 Pagina 212 MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN Uitvoeringen Motorcode 4 zitpl. Code van de carrosserie-uitvoering 3 deurs 5 deurs 5 zitpl. 1.2 199A4000 199AXA1A 00E 199AXA1A 00D 199BXA1A 01 1.4 350A1000 199AXB1A 02E 199AXB1A 02D 199BXB1A 03 1.
1.2 1.4 1.4 16V 1.
10-02-2009 14:02 Pagina 214 1.3 Multijet 70 pk (*) 1.3 Multijet 75 pk 1.3 Multijet 85 pk (*) 1.3 Multijet 90 pk 1.
14:02 Pagina 215 BRANDSTOFSYSTEEM 1.4 T-JET 1.3 Multijet - 1.6 Multijet Elektronische Multipointinspuiting Elektronisch geregelde sequentiële, gefaseerde Multipoint-inspuiting met turbo en intercooler Directe “Common Rail” Multijet-inspuiting 1.2 Versnellingsbak 1.4 1.3 Multijet 75pk Vijf gesynchroniseerde versnellingen vooruit en een versnelling achteruit 1.3 Multijet 90pk 1.4 16V - 1.4 T-JET 1.
VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 209-229 PuntoN 1ed NL 10-02-2009 14:02 REMMEN 1.2 STARTEN EN RIJDEN ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG 1.3 Multijet – voor schijfremmen (geventileerde bij bepaalde uitvoeringen) – achter trommelremmen of schijfremmen (bepaalde uitvoeringen) 1.
DASHBOARD EN BEDIENING RESERVEWIEL Geperst stalen velg. Tubeless band. Geperst stalen of lichtmetalen velgen. Tubeless radiaalbanden. Op de typegoedkeuring zijn bovendien alle goedgekeurde banden aangegeven. BELANGRIJK Als de gegevens in het instructieboekje afwijken van die van de typegoedkeuring, dient u zich altijd aan de gegevens van de typegoedkeuring te houden. Voor de rijveiligheid is het noodzakelijk dat alle wielen zijn voorzien van banden van hetzelfde merk en hetzelfde type.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 209-229 PuntoN 1ed NL 218 10-02-2009 14:02 Pagina 218 Snelheidsindex Beladingsindex (draagvermogen) Q = max. 160 km/h 70 = 335 kg 81 = 462 kg VERKLARING VAN DE CODERING OP DE VELGEN fig. 4 R = max. 170 km/h 71 = 345 kg 82 = 475 kg Voorbeeld: 6J x 15 ET43 S = max. 180 km/h 72 = 355 kg 83 = 487 kg 6 = breedte van de velg in inch 1. T = max.
Noodreservewiel (ç) Velg (*) Band winterband 1.2 6J X 15'' - ET 43 6J X 15'' - ET 43 6J X 16'' - ET 45 175/65 R15 84T 185/65 R15 88T 195/55 R16 87H 175/65 R15 84T (M+S) 185/65 R15 88T (M+S) 195/55 R16 87H (M+S) 6J X 15'' - ET 43 175/65 R15 84T 185/65 R15 88T 1.4 6J X 15'' - ET 43 6J X 15'' - ET 43 6J X 16'' - ET 45 175/65 R15 84T 185/65 R15 88T 195/55 R16 87H 175/65 R15 84T (M+S) 185/65 R15 88T (M+S) 195/55 R16 87H (M+S) 6J X 15'' - ET 43 175/65 R15 84T 185/65 R15 88T 1.
10-02-2009 14:02 Pagina 220 BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND (bar) 1.2 1.4 1.4 16V 1.4 T-JET 1.3 Multijet 75 pk 1.3 Multijet 90 pk 1.
14:02 Pagina 221 AFMETINGEN De afmetingen zijn aangegeven in mm en hebben betrekking op een auto die is uitgerust met standaard banden. De hoogte heeft betrekking op een onbelaste auto. DASHBOARD EN BEDIENING 10-02-2009 VEILIGHEID 209-229 PuntoN 1ed NL Uitvoeringen 3 - 5 deurs 1.2 - 1.4 - 1.4 16V 1.4 T-JET 1.3 Multijet 1.6 Multijet A B C D E F G H 4030 875 2510 645 1490 1473 1687 1466 BELANGRIJK Afhankelijk van de velg-/bandenmaat kunnen er kleine verschillen zijn in de maten.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 209-229 PuntoN 1ed NL 222 10-02-2009 14:02 Pagina 222 PRESTATIES Maximale snelheid na de inrijperiode in km/h. BENZINE-UITVOERINGEN 1.2 1.4 1.4 16V 1.4 T-JET 155 165 178 195 MULTIJET-UITVOERINGEN 1.3 Multijet 75 pk 1.3 Multijet 90 pk 1.6 Multijet (*) 165 175 190 (*) Bij de SPORT-uitvoering kan de topsnelheid iets hoger zijn.
Gewichten (kg) 1.2 1.4 1.4 16V 1.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 209-229 PuntoN 1ed NL 224 10-02-2009 14:02 Pagina 224 Multijet-uitvoeringen Gewichten (kg) 1.3 Multijet 75 pk 1.3 Multijet 90 pk 1.
1.4 1.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 209-229 PuntoN 1ed NL 226 10-02-2009 14:02 Pagina 226 VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELEN AANBEVOLEN PRODUCTEN EN HUN SPECIFICATIES Gebruik Specificaties van de vloeistoffen en smeermiddelen Smeermiddelen en voor een correct functioneren van de auto vloeistoffen (origineel) Vervangingsinterval Smering voor benzinemotoren Volledig synthetische olie SAE 5W-
Pagina 227 Synthetische olie SAE 75W-85. Kwalificatie FIAT 9.55550-MZ1 Olie en vetten voor krachtoverbrengingen Vet met molybdeenbisulfide voor hoge bedrijfstemperaturen. Kwalificatie FIAT 9.55580. Indringingsgetal N.L.G.I. 1-2 Specifiek vet met een lage wrijvingscoëfficiënt voor homokinetische koppelingen. Kwalificatie FIAT 9.55580. Indringingsgetal N.L.G.I. 0-1 Toevoeging voor brandstof Synthetisch vet op basis van polyureum voor hoge temperaturen. Kwalificatie FIAT 9.55580. Indringingsgetal N.L.G.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 209-229 PuntoN 1ed NL 228 10-02-2009 14:02 Pagina 228 BRANDSTOFVERBRUIK Het brandstofverbruik dat in de tabellen is opgenomen, is gemeten volgens een vastgestelde testmethode die in EU-normen is vastgelegd.
Pagina 229 Uitvoeringen CO2-emissie volgens EU 2004/3-normen (g/km) 1.2 139 1.4 139 1.4 16V 139 1.4 T-JET 155 1.3 Multijet 70 pk 1.3 Multijet 85 pk (5 versn.) 1.3 Multijet 85 pk (6 versn.) 115 1.3 Multijet 75 pk 1.3 Multijet 90 pk (5 versn.) 1.3 Multijet 90 pk (6 versn.) 119 1.6 Multijet 120 pk 126 STARTEN EN RIJDEN De CO2-emissie, vermeld in de volgende tabel, is gemeten op een gecombineerd traject.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 230-240 PuntoN 1ed NL 230 11-02-2009 16:27 Pagina 230 A L FA B E T I S C H R E G I S T E R Aansteker ........................................... 73 ABS ........................................................ 90 Accu – accu opladen .................................. 183 – acculading controleren ................ 201 – starten met een hulpaccu ...........
Instrumenten ....................................... 15 Gordelspanners .................................. 112 Instrumentenpaneel ........................... 13 Grootlicht Intelligente wis-/wasregeling ............. 61 – bediening ........................................ 58 Interieur ................................................ 208 – gloeilamp vervangen .................... 169 Interieuruitrusting .............................. 71 – grootlichtsignaal ............................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID DASHBOARD EN BEDIENING 230-240 PuntoN 1ed NL 232 11-02-2009 16:27 Pagina 232 – Geprogrammeerd onderhoud ... 188 – bediening ........................................ 62 – motor opwarmen na het starten ............................................ 130 Koppeling ............................................. 215 – motor uitzetten ............................
Tankluikje ............................................. 106 Remmen Sleutel met afstandsbediening .......... 8 Technische gegevens .......................... 209 – Batterij vervangen van sleutel met afstandsbediening ................. 9 – Frontje van afstandsbediening vervangen ....................................... 9 Trekhaak monteren ........................... 135 Sleutels .................................................. 8 Trekken van aanhangers ................... 134 Sneeuwkettingen ...
DASHBOARD EN BEDIENING 230-240 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 16:28 Pagina 234 Zonneklepverlichting Versnellingsbak – gebruik van de handgeschakelde versnellingsbak .............................. 132 Verwarmings-/ventilatiesysteem ...... 43 Vloeistoffen en smeermiddelen ....... 228 Waarschuwingsknipperlichten ....... 68 Wiel verwisselen ................................ 155 Wielen – reservewiel .................................... 217 – vervangen .......................................
VEILIGHEID Al jaren werkt Fiat hard aan de bescherming van het milieu door de doorlopende verbetering van de productieprocessen en de ontwikkeling van producten die steeds milieuvriendelijker zijn.
230-240 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 16:28 Pagina 236 De kracht achter uw motor.
230-240 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 16:28 Pagina 237 Selenia: de perfecte keuze voor uw auto De motor van uw nieuwe auto is ontwikkeld met Selenia; een motorolielijn die voldoet aan de meest geavanceerde internationale specificaties. Tijdens specifieke tests blijkt dat door de hoge technische specificaties Selenia het smeermiddel is om de prestaties van uw motor optimaal en betrouwbaar te houden.
230-240 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 16:28 Pagina 238 NOTITIES
230-240 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 16:28 Pagina 239
230-240 PuntoN 1ed NL 11-02-2009 16:28 Pagina 240 BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND (bar) Uitvoeringen Voor 1.2 1.4 Achter Voor Achter 1.4 16V Voor Achter 1.4 T-JET Voor Achter 1.3 Multijet 75 pk Voor Achter 1.3 Multijet 90 pk Voor Achter 1.
NEDERLANDS De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld. Fiat behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Wendt u voor nadere informatie tot het Fiat Servicenetwerk. Gedrukt op houtvrij milieuvriendelijk papier.