COP PANDA UM NL COMPAT QUAD 30/04/15 15:24 Pagina 1 F I A T P A N D A NEDERLANDS De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld. Fiat Chrysler Automobiles behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Wendt u voor nadere informatie tot het Fiat Servicenetwerk. Gedrukt op milieuvriendelijk chloorvrij papier.
COP PANDA UM NL COMPAT QUAD 30/04/15 15:24 Pagina 2 WAAROM KIEZEN VOOR ORIGINELE ONDERDELEN Dit Instructieboek is bedoeld om de bedrijfsomstandigheden van het voertuig te verduidelijken. Voor de enthousiaste gebruiker die de inzichten, curiositeiten en gedetailleerde informatie over de eigenschappen en functies van het voertuig wil weten, biedt Fiat de gelegenheid om een speciaal gedeelte te raadplegen dat beschikbaar is in elektronisch formaat.
Beste klant, Wij feliciteren u en bedanken u dat u voor een Fiat Panda hebt gekozen. Wij hebben dit boekje opgesteld om u te helpen alle kenmerken van dit voertuig te leren kennen en het op de beste manier te gebruiken. Dit boekje bevat informatie, adviezen en belangrijke waarschuwingen voor een juist gebruik van het voertuig, zodat u het maximum uit de technologische eigenschappen van uw Fiat Panda kunt halen.
AANDACHTIG LEZEN TANKEN Benzinemotoren: tank uitsluitend loodvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON die aan de Europese norm EN228 voldoet. Het gebruik van dergelijke mengsels kan leiden tot problemen met de ontsteking en het rijden, evenals tot beschadiging van fundamentele componenten van het brandstoftoevoersysteem. Dieselmotoren: tank uitsluitend dieselolie voor motorvoertuigen die aan de Europese norm EN590 voldoet.
GEBRUIK VAN HET INSTRUCTIEBOEK BEDIENINGSAANWIJZINGEN Elke keer als er aanwijzingen over de richting van het voertuig worden gegeven (links/rechts of vooruit/achteruit), dan moeten deze begrepen worden als gezien door een inzittende op de bestuurdersstoel. Speciale uitzonderingsgevallen op deze regel zullen duidelijk in de tekst zijn aangegeven.
SYMBOLEN Sommige onderdelen van het voertuig zijn voorzien van gekleurde plaatjes met daarop symbolen die de voorzorgsmaatregelen aangeven die in acht genomen moeten worden wanneer het betreffende onderdeel wordt gebruikt. Een plaatje waarop deze symbolen zijn samengevat bevindt zich onder de motorkap.
WEGWIJS IN UW AUTO 6 WEGWIJS IN UW AUTO Grondige kennis van uw nieuwe voertuig begint hier. In dit boekje is op eenvoudige en rechtstreekse wijze beschreven hoe uw voertuig gemaakt is en hoe het werkt. Daarom adviseren wij u het comfortabel zittend in uw voertuig te lezen, dan kunt u met eigen ogen onmiddellijk zien wat hier beschreven is. DASHBOARD ................................. DE SLEUTELS ................................ CONTACTSLOT .............................. FIAT CODE SYSTEEM...................
DASHBOARD De aanwezigheid en de opstelling van de bedieningselementen, de instrumenten en de meters kunnen variëren afhankelijk van de versies. 1 F1D0131 1. Verstelbare luchtroosters 2. Bedieningshendel buitenverlichting 3. Frontairbag bestuurderszijde 4. Bedieningshendel ruitenwissers voor/achter en tripcomputer 5. Verstelbare en richtbare luchtroosters in het midden 6. Frontairbag passagierszijde 7. Dashboardkastje (voor bepaalde uitvoeringen/markten) 8. Radio (voor bepaalde uitvoeringen/markten) 9.
WEGWIJS IN UW AUTO DE SLEUTELS SLEUTEL ZONDER AFSTANDSBEDIENING Met de metalen baard van de sleutel kunnen de volgende sloten bediend worden: het contactslot, de sloten van de portieren aan bestuurders- en passagierszijde (voor bepaalde versies/markten) en het slot van de bagageruimte. SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING (voor bepaalde versies/markten) 1) 1) 1) Met de metalen baard A fig.
CONTACTSLOT BELANGRIJK 1) Gebruikte batterijen moeten overeenkomstig de wet in speciale bakken gedeponeerd worden. Breng ze anders naar het Fiat Servicenetwerk, dat voor hun verwerking zal zorgen. STUURSLOT Betrokkenheid 2) 3) 4) 5) De sleutel kan naar 3 standen worden gedraaid fig. 3: ❒ STOP: motor uit, sleutel kan verwijderd worden en stuur geblokkeerd. Sommige elektrische apparaten (bijv. autoradio, centrale portiervergrendeling enz.) kunnen werken; ❒ MAR: rijstand.
WEGWIJS IN UW AUTO 10 5) Verwijder de sleutel nooit terwijl het voertuig rijdt. Het stuurwiel zal automatisch vergrendeld worden zodra eraan gedraaid wordt. Dit geldt ook voor voertuigen die gesleept worden. FIAT CODE SYSTEEM Dit is een elektronische startblokkering die de beveiliging tegen diefstalpogingen verbetert. Deze wordt automatisch ingeschakeld wanneer de contactsleutel wordt verwijderd.
PORTIEREN KINDERSLOT 6) PORTIEREN VERGRENDELEN/ ONTGRENDELEN VAN BINNENUIT Duw de bedieningshendel A fig. 4 naar het portier, om de portieren te vergrendelen of omlaag om ze te ontgrendelen. Met de centrale portiervergrendeling (voor bepaalde uitvoeringen/markten), worden bij bediening van de handgreep A aan bestuurderszijde alle portieren vergrendeld/ontgrendeld. Door het bedienen van hendel A van de andere portieren wordt alleen het betreffende portier vergrendeld/ontgrendeld.
WEGWIJS IN UW AUTO Het kinderslot blijft ingeschakeld ook als de portieren elektrisch ontgrendeld . worden. BELANGRIJK De achterportieren kunnen niet van binnenuit worden geopend als het kinderslot is ingeschakeld. BELANGRIJK 6) Gebruik dit mechanisme altijd wanneer kinderen worden vervoerd. Controleer na inschakeling van het kinderslot bij beide achterportieren of het slot daadwerkelijk is ingeschakeld door aan de handgreep aan de binnenzijde van de portieren te trekken.
8 F1D0009 9 F1D0010 ❒ als er een derde achterstoel aanwezig is (voor bepaalde versies/ markten), de middelste veiligheidsgordel losmaken, de gesp oprollen in de behuizing op het dakpaneel; ❒ gebruik de hendels aan de zijkanten van de achterstoelen fig. 10 duw ze in de richting van het interieur van het voertuig, klap de rugleuning in en leg hem op de zitting. Bij versies uitgerust met een gedeelde achterbank kan het linker of rechter deel van de rugleuning ingeklapt worden.
WEGWIJS IN UW AUTO 14 HOOFDSTEUNEN Terugzetten van de rugleuningen Plaats de veiligheidsgordels opzij en controleer of ze goed uitgetrokken en niet verdraaid zijn. Zet de eerder neergeklapte rugleuning omhoog tot de klik van het vergrendelmechanisme hoorbaar is. BELANGRIJK 7) Verstel de stoelen nooit tijdens het rijden. 8) Als er een zijairbag is geïnstalleerd, is het gevaarlijk stoelhoezen te gebruiken die niet geleverd zijn door Lineaccessori MOPAR®.
STUURWIEL HOOFDSTEUNEN ACHTER Omhoog verstellen: breng de hoofdsteun omhoog tot deze op zijn plaats vastklikt. Omlaag verstellen: druk op knop A fig. 13 en breng de hoofdsteun omlaag. 13 BELANGRIJK 11) Verstel de stoelen nooit tijdens het rijden. De hoofdsteunen moeten zodanig versteld worden dat het hoofd en niet de nek er tegenaan steunt. Alleen op deze manier oefenen ze hun beschermende werking uit.
WEGWIJS IN UW AUTO BELANGRIJK 13) De verstelling mag alleen bij stilstaand voertuig en uitgeschakelde motor gebeuren. 14) After-market werkzaamheden waarbij wijzigingen van de stuurinrichting of de stuurkolom betrokken zijn (bijv. bij montage van een alarmsysteem) zijn ten strengste verboden. Dergelijke werkzaamheden kunnen de prestaties van het systeem, de garantie en de veiligheid in gevaar brengen waardoor het voertuig niet meer aan de typegoedkeuring voldoet.
BUITENVERLICHTING Met de linkerhendel fig. 18 worden de koplampen, het stadslicht, dimlicht, de parkeerlichten, het grootlicht, de richtingaanwijzers en het "Follow me home"-systeem bediend. 17 F1D0016 BELANGRIJK Wanneer de achterruitverwarming wordt ingeschakeld, worden de verwarmingselementen van de buitenspiegels geactiveerd (voor bepaalde versies/markten). Handmatig inklappen Indien nodig, de spiegels naar het voertuig toe inklappen.
WEGWIJS IN UW AUTO Als de schemersensor actief is, is het niet mogelijk om het grootlicht continu te laten branden, alleen knipperen is toegestaan. Om het grootlicht continu te laten branden, ring A op draaien en de hendel naar het stuurwiel trekken. Bij automatische uitschakeling door de sensor, wordt eerst het dimlicht uitgeschakeld en enkele seconden later het stadslicht.
"Rijbaanwissel"-functie Zet, als u het verwisselen van rijstrook wilt aangeven, de linkerhendel korter dan een halve seconde in de instabiele stand. De richtingaanwijzer aan de gekozen kant knippert vijf maal en wordt vervolgens automatisch uitgeschakeld. "FOLLOW ME HOME" SYSTEEM Met dit systeem kan de ruimte vóór het voertuig gedurende een ingestelde tijdsduur worden verlicht.
WEGWIJS IN UW AUTO INTERIEURVERLICHTING Plafondverlichting met meerdere lampen (voor bepaalde versies/markten) PLAFONDVERLICHTING VOOR Plafondverlichting met een lamp Het lampenglas van plafondverlichting A fig. 20 kan in drie standen worden gezet: ❒ rechts ingedrukt: lampje altijd aan ❒ links ingedrukt: lampje altijd uit ❒ middelste stand: het lampje gaat aan/uit bij het openen/sluiten van de portieren. 20 Schakelaar A fig. 21 wordt gebruikt om de plafondverlichting in/uit te schakelen.
RUITEN REINIGEN RUITENWISSERS/ -SPROEIERS 4) 5) 6) Werkt alleen met de contactsleutel in de stand MAR. Draaischakelaar A fig. 22 heeft vier verschillende standen: ruitenwissers uit. wissen met interval. langzaam continu wissen. snel continu wissen. 22 F1D0020 Hef de hendel op (onstabiele stand) om de tijdelijke snelle wisstand in te schakelen. Bij het loslaten keert de hendel terug naar de beginstand en wordt de werking van de ruitenwissers automatisch afgebroken. Met draaischakelaar A fig.
WEGWIJS IN UW AUTO BELANGRIJK 4) Gebruik de ruitenwisser nooit om opgehoopte sneeuw of ijs van de voorruit te verwijderen. In dergelijke omstandigheden wordt bij overbelasting van de ruitenwissers de beveiliging ingeschakeld, waardoor de ruitenwissers enkele seconden worden uitgeschakeld. Als hierna de ruitenwissers niet meer werken (ook niet na de sleutel te hebben gedraaid en de motor opnieuw te hebben gestart), neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
KLIMAATREGELING 18) 2) VERWARMING/HANDBEDIENDE KLIMAATREGELING (voor bepaalde versies/markten) Bedieningselementen 1 0 2 3 4 23 F1D0132 A - Luchttemperatuurknop (rood-warm / blauw-koud). B - Knop luchtrecirculatie: interne luchtrecirculatie. luchttoevoer van buitenaf. C - Draaiknop luchtverdeling: luchtstroom uit middelste luchtroosters en uit de roosters aan de zijkant van het dashboard.
WEGWIJS IN UW AUTO luchtstroom uit de roosters in de beenruimte en op het dashboard. luchtstroom uit de luchtroosters in de beenruimte. luchtstroom uit de roosters in de beenruimte, onder de voorruit en de roosters voor de zijruiten voor. luchtstroom uit de luchtroosters onder de voorruit. D - Inschakeling/uitschakeling achterruitverwarming en (bij bepaalde versies/markten) verwarming buitenspiegels/verwarming voorruit.
AUTOMATISCHE KLIMAATREGELING (voor bepaalde versies/markten) Bedieningselementen 24 F1D0133 A - Selectieknoppen voor handmatige luchtverdeling. Door op de knoppen te drukken, kan een van de vijf luchtstroomverdelingspatronen gekozen worden: luchtstroom naar de luchtroosters van de voorruit en de voorste zijruiten om deze te ontwasemen of te ontdooien. luchtstroom uit de roosters in het midden en aan de zijkanten van het dashboard om de borst en het gezicht te koelen.
WEGWIJS IN UW AUTO B - Inschakeling/uitschakeling van de MAX-DEF-functie (snelle ontdooiing/ontwaseming voorruit). C - In-/uitschakeling compressor van klimaatregeling. D - Knop voor in-/uitschakeling interne luchtrecirculatie E - Aan/uit knop klimaatregeling. F - Inschakeling/uitschakeling achterruitverwarming en (bij bepaalde versies/markten) verwarming buitenspiegels/verwarming voorruit. G/M - Instelling ventilatorsnelheid. H - Inschakeling AUTO-functie (automatische werking klimaatregeling).
ELEKTRISCHE RUITBEDIENING ELEKTRISCH SCHUIFDAK ELEKTRISCHE RUITBEDIENING VOOR (voor bepaalde versies/markten) 21) 19) 20) Deze werkt met de contactsleutel in de stand MAR en gedurende ongeveer drie minuten nadat de contactsleutel naar de stand STOP is gedraaid of verwijderd is. De bedieningsknoppen voor de elektrische ruitbediening bevinden zich fig. 25 achter de versnellingspook en bedienen: A Openen/sluiten linkerruit. B Openen/sluiten rechterruit.
WEGWIJS IN UW AUTO KNELBEVEILIGING (voor bepaalde versies/markten) Het schuifdak is uitgerust met een knelbeveiliging die tijdens het sluiten van het dak een eventueel obstakel kan herkennen; wanneer dit gebeurt, onderbreekt het systeem de beweging en keert de beweging van het ruitpaneel onmiddellijk om. 26 F1D0027 De automatische beweging van het dak kan in elke stand worden stopgezet door nogmaals op knop B of C te drukken. Sluiten Druk, langer dan een halve seconde, op knop B fig.
❒ houd de knop B ingedrukt tot het schuifdak helemaal gesloten is: de initialisatieprocedure is afgerond; ❒ druk binnen 3 seconden na afronding van de initialisatieprocedure nogmaals op de knop B; ❒ houd de knop B ingedrukt: het schuifdak zal automatisch een volledige cyclus openen en sluiten uitvoeren: herhaal de hele procedure vanaf het begin als dit niet gebeurt; ❒ houd de knop B ingedrukt en wacht tot het schuifdak helemaal gesloten is.
WEGWIJS IN UW AUTO 23) Zet altijd de motor uit en verwijder de sleutel uit het contactslot om het stuurslot in te schakelen alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. Dit is met name belangrijk wanneer de wielen van het voertuig de grond niet raken. Als dit niet mogelijk is (bijv. als de contactsleutel in de stand MAR moet staan of als de motor moet draaien), de hoofdzekering van de elektrische stuurbekrachtiging verwijderen.
❒ til de motorkap op en trek tegelijkertijd de steunstang C fig. 32 uit de klem D, steek vervolgens het uiteinde van de stang in de opening E in de motorkap (grote opening) en druk de stang in de veiligheidsstand (kleine opening). SLUITEN Ga als volgt te werk: ❒ houd de motorkap met één hand omhoog, verwijder met de andere hand de stang C fig. 32 uit de zitting E en plaats hem terug in de klem D; ❒ laat de motorkap tot op ongeveer 20 cm van de motorruimte zakken en laat hem dan vallen.
WEGWIJS IN UW AUTO BAGAGERUIMTE Met elektrisch bediende handgreep (soft touch) (voor bepaalde versies/markten) De ontgrendeling van de bagageruimte gebeurt elektrisch en is uitgeschakeld wanneer het voertuig rijdt. Bij versies met "soft touch" elektrisch bediende handgreep kan de achterklep (indien ontgrendeld) alleen van buitenaf geopend worden met behulp van de elektrisch bediende handgreep A fig.
INITIALISATIE BAGAGERUIMTE BELANGRIJK Als de accu is losgekoppeld of als de zekering doorbrandt, moet het openen/sluiten van de bagageruimte opnieuw geïnitialiseerd worden. Ga als volgt te werk: sluit alle portieren en de achterklep, druk op de toets op de afstandsbediening, druk daarna op de toets 30) 31) 32) BELANGRIJK 28) Let op bij het openen van de achterklep als er een imperiaal gemonteerd is.
WEGWIJS IN UW AUTO KEUZE VAN BRANDSTOFTOEVOER BENZINE OF LPG 35) 36 F1D0111 38 F1D0113 Certificatie LPG-TANK 37 F1D0112 LPG-TANK 13) Het voertuig heeft een tank (onder druk) A fig. 38 voor de opslag van LPG in vloeibare staat. Deze ringvormige tank is in de ruimte voor het reservewiel geplaatst en is op passende wijze beschermd. 34 14) 15) 16) Met knop (benzine/LPG-schakelaar) A fig. 39, kan de bestuurder de werking op benzine of LPG kiezen.
VULINHOUDEN BELANGRIJK 17) 18) LPG Maximum vulinhoud (inclusief reserve): 30,5 liter. Er is bij de waarde reeds rekening gehouden met de 80% vullimiet van de tank en de resthoeveelheid die nodig is voor de correcte opvoering en het is de maximum toelaatbare vulinhoud. Bovendien kan deze maximuminhoud, na herhaaldelijk tanken, afwijken wegens verschillen tussen de toevoerdrukwaarden bij de tankstations, pompen met verschillende toevoer-/blokkeringswaarden, of een tank die niet helemaal leeg is.
WEGWIJS IN UW AUTO 15) Wanneer om omschakeling verzocht wordt van benzine naar LPG, kan er een metaalachtig geluid van de kleppen hoorbaar zijn als deze het circuit onder druk zetten. Als gevolg van de hierboven beschreven omschakelingslogica, is de vertraging tussen het tikken van de klep en op het uitgaan van het groene lampje het instrumentenpaneel helemaal normaal.
Op de plaatjes, die door de dealer verschaft zijn bij de boorddocumentatie, is de datum voor de eerste inspectie van de cilinders vermeld. Aardgasvulstations zijn niet bevoegd de cilinders bij te vullen als de inspectiedatum verstreken is. BELANGRIJK Als het voertuig in een ander land dan Italië geregistreerd is, dan dienen de certificatiedata, identificatie- en inspectieprocedures voor de aardgascilinders te voldoen aan de wetgeving van dat land.
WEGWIJS IN UW AUTO BELANGRIJK 36) De Fiat Panda Natural Power is uitgerust met een hogedruk aardgasbrandstoftoevoersysteem, ontworpen om te werken op een nominale druk van 200 bar. Het is gevaarlijk om het systeem te forceren op hogere drukwaarden te laten werken. Volg, om beschadiging aan onderdelen van het aardgassysteem te voorkomen, wanneer het voertuig wordt gesleept of opgekrikt, de aanwijzingen op die beschreven zijn in de paragraaf "Slepen van het voertuig" van het Instructieboek.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL In dit deel van het instructieboek vindt u alle informatie die u nodig hebt om het instrumentenpaneel goed te begrijpen, te interpreteren en te gebruiken. BEDIENINGSPANEEL EN BOORDINSTRUMENTEN................ 40 DISPLAY ......................................... 41 LAMPJES EN BERICHTEN ............. 43 - Rode waarschuwingslampjes ........... - Gele lampjes .................................... - Groene controlelampjes ................... - Blauwe controlelampjes ............
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL BEDIENINGSPANEEL EN BOORDINSTRUMENTEN . De achtergrondkleur en het type van de instrumenten kunnen afhankelijk van de versies variëren. De lampjes op het bedieningspaneel kunnen verschillend zijn afhankelijk van de versie/het uitrustingsniveau (bijv. LPG, Cross enz.) van het voertuig. De lampjes en zijn alleen aanwezig op Dieselversies. Bij dieselversies komt het maximum motortoerental (rode bereik op de toerenteller) overeen met 6000 tpm. 43 A. Snelheidsmeter – B.
DISPLAY Op het display fig.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 42 SETUP-MENU Het menu biedt de volgende functies: ❒ MENU ❒ VERLICHTING ❒ SNELHEIDSZOEMER ❒ SENSOR KOPLAMPEN (voor bepaalde uitvoeringen/markten) ❒ ACTIVERING TRIP B ❒ TIJD INSTELLEN ❒ DATUM INSTELLEN ❒ ZIE RADIO ❒ AUTOCLOSE ❒ MEETEENHEID ❒ TAAL ❒ GELUIDSSTERKTE WAARSCHUWINGEN ❒ ZOEMER VEILIGHEIDSGORDEL (voor bepaalde versies/markten) ❒ SERVICE ❒ AIRBAG/PASSAGIERSAIRBAG (voor bepaalde versies/markten) ❒ DAGVERLICHTING (voor bepaalde uitvoeringen/markten) ❒ RESET BANDEN ❒ C
LAMPJES EN BERICHTEN BELANGRIJKE INFORMATIE BELANGRIJK Lampjes worden vergezeld van een specifiek bericht en/of een geluidssignaal, wanneer van toepassing. Deze berichten zijn korte waarschuwingen en mogen vanwege hun beknopte karakter niet worden beschouwd als volledig en/of een alternatief voor de informatie die is opgenomen in het Instructieboek. Het wordt daarom geadviseerd het instructieboek altijd aandachtig te lezen. Zie de informatie in dit hoofdstuk in de gevallen dat een storing wordt gemeld.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL Lampje Wat het betekent STORING EBD (rood), (geel) en (geel) gelijktijdig gaan branden, dan is er ofwel een Wanneer de lampjes storing in het EBD-systeem of is het systeem niet beschikbaar. In dit geval kunnen de achterwielen bij hard remmen plotseling blokkeren waardoor het voertuig begint te slippen. Bij sommige versies verschijnt een speciaal bericht op het display.
Lampje Wat het betekent LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU / HANDREM AANGETROKKEN Wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden maar het moet na enkele seconden doven. Remvloeistofniveau te laag Dit lampje gaat branden wanneer het remvloeistofniveau in het reservoir zich onder het minimumpeil bevindt, bijvoorbeeld wegens een lek in het circuit. Bij sommige versies verschijnt een speciaal bericht op het display.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 46 Lampje Wat het betekent ONVOLDOENDE MOTOROLIEDRUK Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden maar het moet doven zodra de motor is gestart. Onvoldoende motoroliedruk Het lampje gaat continu branden, bij sommige versies verschijnt ook een bericht op het display, wanneer het systeem een te lage motoroliedruk detecteert.
Lampje Wat het betekent Motorolie verslechterd (dieselversies met DPF) Het lampje gaat knipperen, bij sommige versies verschijnt er ook een speciaal bericht op het display. Het lampje knippert met cycli van 3 minuten met intervallen van 5 seconden waarin het lampje niet brandt totdat de olie wordt ververst. Na de eerste melding zal, bij elke start van de motor, het lampje blijven knipperen zoals hiervoor beschreven is, totdat de olie wordt ververst.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 48 Lampje Wat het betekent TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden, maar dit moet na enkele seconden doven. Het lampje gaat branden, bij sommige versies verschijnen er een bericht en een symbool op het display, als de motor oververhit raakt.
Lampje Wat het betekent STORING ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING “DUALDRIVE” Het lampje gaat branden wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, maar het moet even later doven. Als het lampje, bij sommige versies samen met het bericht op het display blijft branden, zou de elektrische stuurbekrachtiging niet meer kunnen werken waardoor aanzienlijk meer inspanning nodig is om het stuurwiel te bedienen, sturen blijft echter wel mogelijk. Neem in dat geval contact op met het Fiat Servicenetwerk.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 50 Gele lampjes Lampje Wat het betekent STORING ABS Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden, maar dit moet na enkele seconden doven. Het lampje gaat branden, bij sommige versies verschijnt er een bericht op het display, als het systeem inefficiënt is. In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar met uitsluiting van het ABS systeem. Rijd zeer voorzichtig en neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.
Lampje Wat het betekent City Brake Control - "Collision Mitigation" SYSTEEM UITGESCHAKELD (voor bepaalde versies/markten) Het lampje gaat branden als het City Brake Control - "Collision Mitigation" systeem via het Setup Menu is uitgeschakeld. STORING INSPUIT-/EOBD-SYSTEEM Onder normale omstandigheden, wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden maar dit moet doven zodra de motor is gestart.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 52 Lampje Wat het betekent ESC-SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten) Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden, maar dit moet na enkele seconden doven. Als het lampje continu niet dooft of blijft branden tijdens het rijden, bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
Lampje Wat het betekent STORING VOORGLOEIBOUGIES/VOORGLOEISYSTEEM (dieselmotoren) Voorgloeibougies Wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden. Het dooft wanneer de voorgloeibougies de vereiste temperatuur hebben bereikt. De motor kan worden gestart zodra het lampje gedoofd is. BELANGRIJK Als de buitentemperatuur erg hoog of gematigd is, kan het lampje al na zeer korte tijd doven.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 54 Lampje Wat het betekent DPF (ROETFILTER) REGENERATIE BEZIG (Dieselversies met DPF) Wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden maar het moet na enkele seconden doven. Het lampje gaat continu branden, bij sommige versies samen met een speciaal bericht op het display, om de bestuurder te waarschuwen dat het DPF-systeem bezig is met het verwijderen van de opgehoopte vervuilende deeltjes (roet) door middel van het regeneratieproces.
Lampje Wat het betekent ALGEMENE STORINGSMELDING (voor bepaalde versies/markten) Het lampje gaat onder de volgende omstandigheden branden. Snelheidslimiet overschreden (voor bepaalde versies/markten) Het lampje gaat branden als de in het Setup-menu ingestelde snelheidslimiet wordt overschreden. Bij sommige versies verschijnen bij het overschrijden van deze limiet een bericht en een symbool op het display en klinkt er een geluidssignaal.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL Lampje Wat het betekent Storing parkeersensor (voor bepaalde versies/markten) Dit lampje gaat branden, bij sommige versies verschijnt er ook een bericht op het display, als er een storing is in de parkeersensoren. Storing buitenverlichting (voor bepaalde versies/markten) Het lampje gaat branden wanneer er een storing gedetecteerd wordt in een van de volgende lichten: stadslichten, kentekenverlichting, mistachterlichten, richtingaanwijzers, dagverlichting (DRL).
Lampje Wat het betekent iTPMS (voor bepaalde versies/markten) Lage bandenspanning Het waarschuwingslampje gaat continu branden om aan te geven dat de bandenspanning gezakt is onder de aanbevolen waarde die een lange levensduur van de band en een zuinig brandstofverbruik garandeert, of om aan te geven dat er spanningsverlies is. Zo wordt de bestuurder door het iTPMS gewaarschuwd dat een of meer banden leeg en mogelijk lek kunnen zijn. In dat geval wordt geadviseerd de correcte bandenspanning te herstellen.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 58 Lampje Wat het betekent LPG-BRANDSTOFRESERVE (voor bepaalde versies/markten) Het lampje gaat branden als de resterende hoeveelheid LPG in de cilinder minder dan 1/5 van de capaciteit bedraagt. Bij sommige versies wordt er een speciaal bericht weergegeven. AARDGASRESERVE (Natural Power versies) Het lampje gaat branden als de resterende hoeveelheid aardgas in de cilinder minder dan 1/5 van de capaciteit bedraagt.
Groene controlelampjes Lampje Wat het betekent ELD-SYSTEEM (Panda Cross en Panda 4x4 versies) Als het lampje knippert, betekent dit dat de functie van het elektronisch vergrendelend differentieel (ELD) is ingeschakeld. HDC-SYSTEEM (Panda Cross versies) Als het lampje continu brandt, samen met een speciaal bericht op het display, dan geeft dit de inschakeling aan van de HDC-functie.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 60 Lampje Wat het betekent LINKER RICHTINGAANWIJZER Het lampje gaat branden wanneer de richtingaanwijzerhendel omlaag wordt verplaatst of, samen met de rechter richtingaanwijzer, wanneer de knop voor de alarmknipperlichten wordt ingedrukt. RECHTER RICHTINGAANWIJZER Het lampje gaat branden wanneer de richtingaanwijzerhendel omhoog wordt gebracht of, samen met de linker richtingaanwijzer, wanneer de knop voor de alarmknipperlichten wordt ingedrukt.
Symbolen en berichten op het display Symbolen en berichten op het display Het symbool wordt weergegeven, samen met een speciaal bericht, als er een storing is in het LPG-systeem. Neem in dat geval zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk, en rijd verder op benzine. Het symbool wordt weergegeven, samen met een speciaal bericht, als er een storing is in het aardgassysteem. Neem in dat geval zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk, en rijd verder op benzine.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL Symbolen en berichten op het display SERVICE (GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA) VERVALLEN Wanneer het onderhoudsinterval bijna is vervallen, verschijnt het bericht "Service" op het display, gevolgd door het aantal resterende kilometers of mijlen. Dit wordt automatisch weergegeven, met de contactsleutel op MAR, 2000 km (of het equivalent in mijlen) vóór de onderhoudsbeurt of, indien aanwezig, 30 dagen vóór de onderhoudsbeurt.
VEILIGHEID Dit hoofdstuk is erg belangrijk. Hierin worden de veiligheidssystemen beschreven waarmee het voertuig is uitgerust en aanwijzingen over hoe deze op de juiste wijze gebruikt moeten worden. ACTIEVE VEILIGHEIDSSYSTEMEN . RIJHULPSYSTEMEN ...................... BESCHERMINGSSYSTEMEN INZITTENDEN ................................. VEILIGHEIDSGORDELS .................. SBR-SYSTEEM (SEAT BELT REMINDER) .................................... GORDELSPANNERS....................... KINDERZITJES .................
VEILIGHEID ESC SYSTEEM ACTIEVE VEILIGHEIDSSYSTEMEN (Electronic Stability Control) (voor bepaalde versies/markten) ABS (Anti-lock Braking System) Dit systeem, dat deel uitmaakt van het remsysteem, voorkomt het blokkeren of slippen van een of meerdere wielen op alle soorten wegdek en ongeacht de kracht van de remwerking, zodat de auto ook tijdens paniekremmen onder controle gehouden kan worden.
Als na twee seconden niet wordt weggereden, wordt het systeem automatisch uitgeschakeld en wordt de remdruk geleidelijk gereduceerd. Tijdens deze fase kan een typisch mechanisch geluid van de remmen hoorbaar zijn, dit wijst erop dat het voertuig weldra in beweging zal komen. OPMERKING: het Hill Holdersysteem is niet actief als de parkeerrem is ingeschakeld.
VEILIGHEID Verminder niet de druk op het rempedaal zolang geremd moet worden. Het HBA-systeem wordt uitgeschakeld wanneer het rempedaal wordt losgelaten. 67) 68) 69) ELD-SYSTEEM (Electronic Locking Differential) (Elektronisch vergrendelend differentieel) (Panda Cross en Panda 4x4 versies) Dankzij het ELD-systeem kan de aandrijfkracht gelijkmatig verdeeld worden over dezelfde as wanneer een of beide wielen slippen.
HDC-SYSTEEM (Hill Descent Control) (Panda Cross versies) Dit is een integraal onderdeel van het ESC-systeem dat erop gericht is om het voertuig tijdens de afdaling op een constante snelheid te houden, door op zelfstandige en gedifferentieerde wijze op de remmen in te werken. Op deze manier helpt de HDC-functie de bestuurder wanneer er een steile helling genomen moet worden met omstandigheden van weinig grip en/of slecht wegdek.
VEILIGHEID BELANGRIJK Het systeem is beschikbaar voor snelheden van 5 km/h tot 25 km/h. Het wordt geadviseerd het systeem te gebruiken met lage versnellingen (eerste, tweede en derde).
53) De capaciteiten van het ABS mogen nooit op onverantwoorde en gevaarlijke wijze worden uitgetest, waardoor de persoonlijke veiligheid en die van anderen in gevaar komt. 54) Voor de goede werking van het ABS is het essentieel dat de banden van alle wielen van hetzelfde merk en type zijn, in perfecte conditie verkeren en, vooral, van het voorgeschreven type en maat zijn. 55) Wanneer de Mechanical Brake Assist in werking treedt, kan er lawaai afkomstig van het systeem hoorbaar zijn.
VEILIGHEID RIJHULPSYSTEMEN TP-SYSTEEM (Traction Plus) (voor bepaalde versies/markten) Traction Plus is een rijhulpmiddel bij het wegrijden en optrekken op wegen met slechte grip (sneeuw, ijs, modder, enz.) dat de aandrijfkracht zo goed mogelijk over de vooras verdeelt wanneer een wiel doorslipt. Traction Plus remt de wielen met slechte grip (of de wielen die meer slippen dan de andere) door de aandrijfkracht op de wielen met de beste grip op het terrein over te brengen.
Het systeem kan in elk geval uitgeschakeld (en vervolgens ingeschakeld) worden via het display van het Setup-menu. Het systeem treedt in werking als er een gevaar is van een dreigende botsing en de bestuurder het rempedaal niet direct intrapt. Als het systeem vaststelt dat u in botsing zou kunnen komen met het voertuig dat vóór u rijdt, kan het voorbereidingen treffen voor een mogelijke noodstop.
VEILIGHEID ❒ voertuigen van kleine afmetingen en/of niet met de rijstrook uitgelijnd (zie fig. 53); ❒ andere voertuigen die van rijstrook veranderen (zie fig. 54); kan de activering van het systeem onverwachts of vertraagd zijn. De bestuurder moet daarom bijzonder voorzichtig zijn en de controle over het voertuig behouden om in alle veiligheid te blijven rijden.
Om de RESET-procedure uit te voeren, bij stilstaand voertuig en de contactsleutel op MAR, het Hoofdmenu als volgt gebruiken: ❒ druk kort op de knop : op het display verschijnt Reset; ❒ druk op de knop of om te kiezen (“Ja” of “Nee”); ❒ druk kort op de knop : op het display verschijnt "Bevestigen"; ❒ druk op knop of om te kiezen ("Ja" om te resetten of "Nee" om de pagina te verlaten); ❒ druk nogmaals langdurig op de knop om terug te keren naar het standaardscherm of het hoofdmenu in functie van waar men zich
VEILIGHEID 75) Als het systeem een spanningsafname van een bepaalde band aangeeft, wordt geadviseerd om de spanning van alle vier de banden te controleren. 76) Het iTPMS ontslaat de bestuurder niet van de verplichting om de bandenspanning elke maand te controleren en mag niet beschouwd worden als een systeem dat het onderhoud of de veiligheid vervangt. 77) De bandenspanning moet bij koude banden gecontroleerd worden.
BESCHERMINGSSYSTEMEN INZITTENDEN VEILIGHEIDSGORDELS De belangrijkste veiligheidsuitrusting van het voertuig omvat de volgende beschermingssystemen: ❒ veiligheidsgordels; ❒ SBR-systeem (Seat Belt Reminder); ❒ hoofdsteunen; ❒ kinderzitjes; ❒ frontairbags en zijairbags. Lees de informatie vermeld op de volgende pagina's uiterst aandachtig door.
VEILIGHEID De gordel is goed afgesteld als hij halverwege tussen de nek en het uiteinde van de schouder ligt. 57 F1D0143 BELANGRIJK Als de achterbank weer in de normale stand wordt geplaatst, controleer dan of de veiligheidsgordels zodanig geplaatst zijn dat ze klaar voor gebruik zijn. HOOGTE VAN DE VEILIGHEIDSGORDEL INSTELLEN (voor bepaalde versies/markten) 85) 86) Er zijn vier verschillende hoogteverstellingen mogelijk. Om in te stellen, op knop A fig.
SBR-SYSTEEM (Seat Belt Reminder) ❒ B: veiligheidsgordel vastgemaakt; Het SBR-systeem waarschuwt de passagiers op de voorstoel en achterbank (voor bepaalde versies/ markten) als hun veiligheidsgordel niet is omgelegd. Het systeem signaleert niet vastgemaakte veiligheidsgordels met visuele waarschuwingen (waarschuwingslampjes branden op het instrumentenpaneel en pictogrammen op het display) en een geluidssignaal (zie de volgende paragrafen).
VEILIGHEID De visuele indicatie (weergave van het pictogram ) verschijnt en verdwijnt voor elk waarschuwingslampje als meerdere veiligheidsgordels niet zijn vastgemaakt. De visuele indicatie verandert (weergave van het pictogram ) nadat de betreffende veiligheidsgordel weer is vastgemaakt. BELANGRIJK Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid en alle veiligheidsgordels vooren achterin zijn al vastgemaakt, gaan de lampjes nog 30 seconden branden.
Ook zwangere vrouwen moeten de veiligheidsgordel omleggen: voor zwangere vrouwen en het ongeboren kind wordt het risico op verwondingen bij een ongeval fors ingeperkt als de gordel wordt gedragen. Natuurlijk moeten zwangere vrouwen wel het onderste deel van de gordel lager omleggen, zodat de gordel over het bekken en onder de buik komt (zie fig. 60).
VEILIGHEID KINDERZITJES BELANGRIJK BELANGRIJK 87) De gordelspanner is voor éénmalig gebruik bestemd. Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk om de gordelspanners te laten vervangen nadat ze in werking zijn getreden. 88) Voor optimale veiligheid moet de rugleuning rechtop gezet worden, moet men goed tegen de rugleuning aanzitten en moet de gordel goed aansluiten op de borst en het bekken.
Kinderen moeten veilig en comfortabel op hun zitplaats blijven. Afhankelijk van de eigenschappen van de gebruikte kinderzitjes, wordt geadviseerd om kinderzitjes zo lang mogelijk tegen de rijrichting in te monteren (tot het kind minstens 3–4 jaar oud is), omdat die stand bij een ongeval de meeste bescherming biedt. De keuze van het meest geschikte kinderzitje is afhankelijk van het gewicht en de lengte van het kind.
VEILIGHEID Groep 1 Groep 2 Groep 3 Kinderen met een gewicht van 9 tot 18 kg mogen in een in de rijrichting gemonteerd kinderzitje vervoerd worden fig. 64 Kinderen met een gewicht tussen 15 en 25 kg mogen rechtstreeks de veiligheidsgordels van het voertuig gebruiken fig. 65.
GESCHIKTHEID VAN DE PASSAGIERSSTOELEN VOOR HET GEBRUIK VAN UNIVERSELE KINDERZITJES Dit voertuig voldoet aan de nieuwe Europese 2000/3/EG-richtlijn inzake de montage van kinderzitjes op de verschillende plaatsen in het voertuig overeenkomstig de volgende tabel: Groep “Universeel” kinderzitje monteren Passagier achterin in het midden (voor Gewichtsgroep Voorpassagier bepaalde versies/ markten) Passagiers achterin aan de zijkanten Groep 0, 0+ tot 13 kg U X U Groep 1 9 - 18 kg U X U Groep 2 15 -
VEILIGHEID 84 Voor versies met een deelbare achterbank die verschoven kan worden, de speciale bevestigingen, afgebeeld in fig. 69 op de buis aan de onderkant van de rugleuning gebruiken. ISOFIX-KINDERZITJE MONTEREN 98) 99) 100) 101) Het voertuig is uitgerust met ISOFIXbevestigingsbeugels, een nieuwe standaard die het monteren van een kinderzitje snel, eenvoudig en veilig maakt.
BELANGRIJK Aanbevolen wordt om na een ongeval zowel het kinderzitje als de Isofix-verankeringen waarmee het vastzat te vervangen. fig. 70 een voorbeeld van een Universeel ISOFIX-kinderzitje voor gewichtsgroep 1. BELANGRIJK De fig. 70 is indicatief en dient slechts ter illustratie van de montage. Monteer het kinderzitje overeenkomstig de aanwijzingen, die bijgesloten moeten zijn.
VEILIGHEID GESCHIKTHEID VAN PASSAGIERSSTOELEN VOOR GEBRUIK VAN ISOFIX KINDERZITJE In de onderstaande tabel worden, conform de Europese regelgeving ECE 16, de verschillende mogelijkheden weergegeven van de montage van ISOFIX kinderzitjes op de stoelen die zijn uitgerust met de speciale beugels.
KINDERZITJES AANBEVOLEN DOOR FCA VOOR UW PANDA Lineaccessori MOPAR® omvat een volledige reeks kinderzitjes die bevestigd moeten worden met de driepuntsveiligheidsgordel of de ISOFIX-beugels. Gewichtsgroep Kinderzitjes Type kinderzitje Installatie kinderzitjes Britax Baby Safe plus Goedkeuringsnummer type: E1 04301146 Fiat-bestelcode: 71806415 Groep 0+:van pasgeboren tot 13 kg + + Universeel ISOFIX kinderzitje.
VEILIGHEID Gewichtsgroep Kinderzitjes Type kinderzitje Fair G0/1S Goedkeuringsnummer type: E4 04443718 Fiat-bestelcode: 71807388 + + Fair ISOFIX RWF-platform, type "A" voor G 0/1S Fiat-bestelcode: 71805368 of Fair ISOFIX FWF-platform, type "M" voor G 0/1S Fiat-bestelcode: 71806374 Groep 1: van 9 tot 18 kg + + FAIR starre hoofdsteun Fiat-bestelcode: 71807387 88 Installatie kinderzitjes Universeel ISOFIX kinderzitje.
Gewichtsgroep Kinderzitjes Type kinderzitje Installatie kinderzitjes Britax Safefix TT Goedkeuringsnummer type: E1 04301199 Fiat-bestelcode: 71805956 Deze mag alleen in de rijrichting gemonteerd worden, met behulp van ISOFIX-verankeringen en de bovenste gordel, die bij het kinderzitje geleverd wordt. Deze moet gemonteerd worden op de achterstoelen aan de zijkanten.
VEILIGHEID 90 Belangrijke aanbevelingen voor het veilig vervoeren van kinderen ❒ Monteer de kinderzitjes op de achterbank, omdat die plaats bij een ongeval de meeste bescherming biedt. ❒ Houd kinderen zo lang mogelijk in kinderzitjes die tegen de rijrichting in gemonteerd zijn, tot ze 3-4 jaar zijn. ❒ Indien een kinderzitje tegen de rijrichting in op de achterbank is gemonteerd, dan is het raadzaam om het kinderzitje zo dicht mogelijk tegen de voorstoel aan te monteren.
96) Wanneer het kinderzitje niet in gebruik is, zet het dan vast met de veiligheidsgordel of met de ISOFIXbevestigingen, of verwijder het uit het voertuig. Laat het kinderzitje niet los in het interieur liggen. Zo wordt voorkomen dat, in het geval van bruusk remmen of een ongeval, het zitje letsel veroorzaakt aan de inzittenden. 97) Verplaats, na de montage van een kinderzitje, de stoel niet: verwijder het kinderzitje altijd alvorens willekeurig welke instellingen uit te voeren.
VEILIGHEID Uitschakeling van de airbags aan passagierszijde: frontairbag en zijairbag Als de airbags onder de hierboven beschreven omstandigheden niet opgeblazen worden, dan bieden ze geen aanvullende bescherming ten opzichte van de veiligheidsgordels, zodat hun activering geen zin heeft. In deze gevallen wijst de uitgebleven activering dus niet op een storing van het systeem.
Frontairbag passagier en kinderzitje: WAARSCHUWING 75 F1D0127 93
VEILIGHEID ZIJAIRBAGS (Zijairbag Hoofdairbag) Om de bescherming van de inzittenden in geval van een flankbotsing te vergroten, is de auto uitgerust met in de stoel gemonteerde zijairbags (voor bepaalde markten/versies) en hoofdairbag (voor bepaalde markten/ versies). Zijairbags beschermen de inzittenden bij middelzware/zware zijdelingse aanrijdingen, door de airbag tussen de inzittende en de interieurdelen van de zijdelingse structuur van het voertuig op te blazen.
Als de airbag geactiveerd wordt, ontsnapt er een kleine hoeveelheid poeder: dit poeder is niet schadelijk en duidt niet op het begin van een brand. Dit poeder kan echter de huid en ogen irriteren: was ze in dit geval met neutrale zeep en water. De controle, reparatie en vervanging van de airbags moeten door het Fiat Servicenetwerk worden uitgevoerd. Als het voertuig wordt gesloopt, moet het airbagsysteem buiten werking gesteld worden bij een werkplaats van het Fiat Servicenetwerk.
VEILIGHEID 113) Als de contactsleutel in stand MAR staat of wanneer de motor is uitgezet, kunnen de airbags ook geactiveerd worden als het voertuig door een ander voertuig wordt aangereden. Daarom mag, wanneer de passagiersairbag is ingeschakeld, en ook al staat de auto stil, GEEN tegen de rijrichting in gemonteerd kinderzitje op de voorstoel gemonteerd worden. Als bij een botsing de airbag wordt opgeblazen, kan dit leiden tot ernstig letsel en zelfs tot de dood van het kind.
STARTEN EN RIJDEN Laten we eens kijken naar het "hart" van het voertuig: dan kunt u zien hoe u het potentieel ervan optimaal kunt benutten. We zullen u laten zien hoe u het voertuig in elke situatie veilig kunt besturen, zodat het een echte "maatje" voor u kan zijn, waarbij het comfort en de portefeuille niet vergeten worden. DE MOTOR STARTEN .................... 98 HANDREM...................................... 99 HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK ......................100 DUALOGIC VERSNELLINGSBAK....
STARTEN EN RIJDEN DE MOTOR STARTEN 118) 119) 36) 37) 38) 39) Alvorens de motor te starten, de stoel, achteruitkijkspiegels, buitenspiegels instellen en de veiligheidsgordel correct vastmaken. Trap nooit het gaspedaal in om de motor te starten. VERSIES MET HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK Benzine-uitvoeringen Ga als volgt te werk: ❒ trek de handrem aan en zet de versnellingspook in de vrijstand. Voor 0.9 TwinAir en 0.
BELANGRIJK 118) Het is gevaarlijk om de motor in afgesloten ruimten te laten draaien. De motor verbruikt zuurstof en produceert kooldioxide, koolmonoxide en andere giftige gassen. 119) Onthoud dat de rem- en stuurbekrachtiging niet werken zolang de motor niet is gestart, daarom is er meer kracht nodig voor de bediening van het rempedaal en het stuur.
STARTEN EN RIJDEN BELANGRIJK HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK 124) 121) Laat kinderen nooit zonder toezicht in het voertuig achter. Verwijder altijd de sleutel uit het contactslot als het voertuig verlaten wordt en neem hem mee. 122) Het voertuig zou na enkele klikken van de hefboom geblokkeerd moeten zijn, als dat niet het geval is, contact opnemen met het Fiat Servicenetwerk om de hefboom af te laten stellen.
DUALOGIC VERSNELLINGSBAK (voor bepaalde versies/markten) 43) Het voertuig kan uitgerust zijn met een elektronisch geregelde handgeschakelde versnellingsbak die Dualogic wordt genoemd en die op twee manieren bediend kan worden: MANUAL en AUTO. VERSNELLINGSPOOK De versnellingspook A fig. 80, die zich op het dashboard bevindt, is een zwevende multistabiele hendel; d.w.z. hij heeft drie stabiele en drie instabiele standen.
STARTEN EN RIJDEN AUTO - ECO WERKING Deze functie wordt geactiveerd door op de knop ECO fig. 81 op de tunnelconsole te drukken. De ECO-functie kan alleen ingeschakeld worden bij actieve automatische werking.
HET SYSTEEM HANDMATIG INSCHAKELEN/ UITSCHAKELEN fig. 82 op het Druk op knop bedieningspaneel van het dashboard om het systeem handmatig in of uit te schakelen. Led uit: systeem uitgeschakeld. Led aan: systeem ingeschakeld. 126) Controleer alvorens de motorkap te openen of de motor is afgezet en de contactsleutel in de stand STOP staat. Volg de instructies op die zijn aangegeven op het plaatje op de voorste traverse.
STARTEN EN RIJDEN WERKING MET EEN AANHANGER De werking van de sensoren wordt automatisch uitgeschakeld zodra de elektrische stekker van de aanhanger in het stopcontact van de trekhaak van het voertuig wordt gestoken. De sensoren worden automatisch ingeschakeld zodra de stekker van de aanhangerkabel verwijderd wordt. BELANGRIJKE INFORMATIE Let tijdens parkeermanoeuvres met name op obstakels die zich boven of onder de sensoren kunnen bevinden.
MODUSSELECTIE SYSTEEM "AUTO"-MODUS Deze rijmodus is bedoeld voor comfort en veiligheid in rijomstandigheden met normale grip. (Panda Cross versies) Hiermee kunnen, met behulp van de draaischakelaar van de knop fig. 84 (op de tunnelconsole), drie verschillende rijmodi geselecteerd worden op basis van rijstijl en wegomstandigheden: "OFF ROAD"-MODUS Deze rijmodus is bedoeld voor het wegrijden in omstandigheden van weinig grip op wegdek met weinig grip (bijv. sneeuw, ijs, modder, enz.).
STARTEN EN RIJDEN Uitschakelen Om de modus "Off Road" uit te schakelen en terug te keren naar de modus "Auto", de schakelaar naar links draaien en gedurende een halve seconde in deze stand houden. In dit geval gaat de led van de “Auto”-modus branden en wordt de uitschakelingsindicatie “Off Road”modus op het display weergegeven.
Op de trekhaak rust het gewicht van de aanhanger waardoor het laadvermogen van het voertuig proportioneel wordt gereduceerd. Om er zeker van te zijn dat het maximum toelaatbaar getrokken gewicht (op het kenteken van het voertuig vermeld) niet wordt overschreden, moet er rekening mee gehouden worden dat deze waarde betrekking heeft op het toelaatbaar gewicht van de volgeladen aanhangwagen, inclusief accessoires en bagage. Neem in elk land de specifieke snelheidslimieten voor voertuigen met aanhanger in acht.
STARTEN EN RIJDEN 108 TANKPROCEDURE 46) Diesel- en benzineversies De hieronder beschreven tankprocedure is afgebeeld op het plaatje Bfig. 85 dat aan de binnenkant van de tankklep is aangebracht. Op het plaatje is ook het type brandstof aangegeven (LOODVRIJE BRANDSTOF=benzine, DIESEL=dieselolie). Ga als volgt te werk om te tanken: ❒ trek aan de tankklep A fig.
Houdt u aan de volgende voorzorgsmaatregelen tijdens het tanken: ❒ schakel de motor uit; ❒ trek de handrem aan; ❒ draai de contactsleutel op STOP; ❒ rook niet; ❒ geef het speciale verloopstuk A fig. 88 aan het personeel dat LPG tankt. BELANGRIJK Afhankelijk van het land zijn er verschillende soorten verloopstukken voor LPG-tankstations. Vuladapter, die bij het voertuig in een speciaal hoesje geleverd wordt, is speciaal ontworpen voor het land waarin het voertuig verkocht is.
STARTEN EN RIJDEN BELANGRIJK BELANGRIJK 130) Monteer geen enkel voorwerp/dop op de rand van de vulopening die niet geleverd is voor het voertuig. Het gebruik van voorwerpen/doppen van het verkeerde type kan de druk in de tank doen toenemen, waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. 131) Breng geen open vuur of brandende sigaretten in de buurt van de vulopening van de tank: brandgevaar. Kom niet te dicht met het gezicht bij de vulopening, om geen schadelijke dampen in te ademen.
NOODGEVALLEN Een lekke band of een doorgebrand lampje? Soms kan een probleem uw reis in gevaar brengen. De pagina's over noodsituaties kunnen u helpen om op zelfstandige en kalme wijze kritieke situaties op te lossen. Wij adviseren u om in een noodsituatie het gratis telefoonnummer te bellen dat in het garantieboekje is vermeld. U kunt ook het gratis landelijke of internationale universele telefoonnummer bellen om het dichtstbijzijnde Servicepunt te vinden. ALARMKNIPPERLICHTEN ..............
NOODGEVALLEN ALARMKNIPPERLICH- EEN LAMP TEN VERVANGEN Druk op knop A fig. 90 om de lichten in/uit te schakelen. Controlelampjes en op het instrumentenpaneel branden als de lichten AAN zijn. BELANGRIJK Het gebruik van de alarmknipperlichten wordt geregeld door de wegenverkeerswetgeving van het land waar u rijdt: neem de wettelijke voorschriften in acht.
Lampen Type Vermogen H4 55 W Parkeer-/dagverlichting (DRL) P21/5W 21 W Stadslicht achter P21/5W 5W Richtingaanwijzers voor PY21W 21 W W5W 5W Dimlicht/grootlicht Richtingaanwijzers op flanken Richtingaanwijzers achter PY21W 21 W Stop P21/5W 21 W Derde remlicht LED - Mistlampen H11 55 W Achteruitrijlichten W16W 16 W Mistachterlicht W16W 16 W Kentekenplaat C5W 5W 113
NOODGEVALLEN KOPLAMPUNITS (behalve Panda Cross versies) De lampen in de koplampunit fig. 91 zijn als volgt opgesteld: A - Dimlicht/grootlicht/ richtingaanwijzers; B - Dagverlichting (DRL) C - Mistlampen. 92 F1D0117 DIMLICHT/GROOTLICHT Ga als volgt te werk om de lamp te vervangen: ❒ verwijder het deksel A fig.
ZijGa als volgt te werk om de lamp te vervangen: ❒ druk op het lampenglas A fig. 95 om de borgveer B in te drukken en trek de lichtunit naar buiten; ❒ draai de lamphouder C linksom, verwijder de lamp en vervang hem; ❒ monteer de lamphouder C in het lampenglas en draai hem rechtsom; ❒ monteer de lichtunit zodat de interne borgveer B op zijn plaats vastklikt.
NOODGEVALLEN 99 F1D0119 ❒ zet beschermkapje B fig. 98 weer op zijn plaats, zorg ervoor dat de lipjes goed in hun zittingen zitten en draai de bevestigingsschroeven A vast; STADSLICHT/ DAGVERLICHTING (DRL) (voor bepaalde versies/markten behalve Panda Cross versies) Ga als volgt te werk om de lamp te vervangen: ❒ draai het stuurwiel helemaal, draai de bouten A fig. 96 los en verwijder klepje B; ❒ druk op klem C fig.
❒ verwijder de lamp A fig. 106 uit de zijdelingse veercontacten en vervang hem; ❒ monteer de nieuwe lamp en voer de hiervoor beschreven procedure in omgekeerde volgorde uit. ACHTERUITRIJLICHT/ MISTACHTERLICHT 135) Het achteruitrijlicht en het mistachterlicht bevinden zich in de achterbumper. Ga als volgt te werk om de lamp te vervangen: ❒ maak de borglippen A los en verwijder klepje B fig. 103 104 F1D0088 DERDE REMLICHT Het derde remlicht zit in de achterklep verwerkt en bestaat uit led lampjes.
NOODGEVALLEN BELANGRIJK 48) Raak alleen het metalen gedeelte van halogeenlampen aan. Het aanraken van de bol met de vingers kan de lichtopbrengst en de levensduur van de lamp reduceren. Als het lampglas per ongeluk toch wordt aangeraakt, wrijf het dan schoon met een doekje bevochtigd met alcohol en laat het vervolgens drogen. 49) Geadviseerd wordt, indien mogelijk, de lampjes te laten vervangen bij een Fiat Servicepunt.
ZEKERINGENKAST IN MOTORRUIMTE fig. 107 APPARATEN ZEKERING AMPÈRE Knooppunt Body Computer F01 60 Ventilator inzittendenruimte F08 40 Mistlicht F09 15 Geluidssignalen F10 15 Grootlicht F14 15 Verwarmde voorruit F15 70 Aircocompressor F19 7.5 Stopcontact voor (met of zonder aansteker) F20 15 Brandstofpomp F21 15 Blow-by F30 5 Motor elektrisch schuifdak F82 20 +15 (*) achteruitrijlichten F87 5 Spiegelontwaseming F88 7.
NOODGEVALLEN ZEKERINGENKAST IN DASHBOARD fig. 108 APPARATEN ZEKERING AMPÈRE F13 5 F31 5 +30 (**) F36 10 +15 (*) rempedaalschakelaar (NO) F37 7.5 Centrale portiervergrendeling F38 20 Tweeweg-ruitensproeierpomp F43 20 +15 (*) hoogteregeling koplampen +15 (*) Bediening via ingeschakeld contactslot met blokkering tijdens starten van motor Elektrische ruitbediening bestuurderszijde F47 20 Elektrische ruitbediening passagierszijde F48 20 +15 (*) F49 7.5 +15 (*) F50 7.
BELANGRIJK EEN WIEL VERWISSELEN 142) 143) 144) 145) 146) 136) Als de zekering opnieuw doorbrandt, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk. 137) Vervang een doorgebrande zekering nooit door metalen draden of ander materiaal. 138) Vervang een zekering nooit door een exemplaar met een hogere stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR.
NOODGEVALLEN ❒ draai met de sleutel A fig. 111 de wielbouten ongeveer één slag los; 113 111 F1D0074 ❒ plaats de krik onder het voertuig, in de buurt van het te verwisselen wiel; ❒ gebruik het toestel A fig. 112 om de krik te verlengen tot de bovenkant van de krik B fig.
❒ monteer het standaardwiel door de eerste wielbout 2 slagen aan te draaien in het gat dat zich het dichtst bij het ventiel bevindt; ❒ monteer het wieldeksel, lijn het gat met de bout die u gemonteerd hebt uit, monteer vervolgens de andere bouten; ❒ draai de wielbouten vast met de bijgeleverde sleutel; ❒ breng het voertuig omlaag en verwijder de krik; ❒ gebruik de bijgeleverde sleutel om de bouten om de beurt en diametraal volledig vast te draaien; Versies met lichtmetalen velgen Ga als volgt te werk: ❒ mon
NOODGEVALLEN 145) De krik mag alleen gebruikt worden om wielen te verwisselen van het voertuig waarbij de krik geleverd is of voor voertuigen van hetzelfde model. Gebruik de krik niet voor andere doeleinden, zoals het opkrikken van andere voertuigmodellen. Gebruik de krik nooit voor het uitvoeren van reparaties onder het voertuig. Door een verkeerde plaatsing van de krik, kan het voertuig van de krik vallen. Gebruik de krik niet voor zwaardere lasten dan is aangegeven op het plaatje op de krik.
❒ controleer of de schakelaar van de compressor in stand 0 (uit) staat, start de motor, steek de stekker in het stopcontact op de tunnelconsole en schakel de compressor in door schakelaar A in stand I (aan) te zetten. ❒ pomp de band op tot de juiste bandenspanning, vermeld in de paragraaf "Bandenspanning" in het hoofdstuk "Technische gegevens", is bereikt.
NOODGEVALLEN BELANGRIJK 52) Als de band door vreemde voorwerpen lek is gelaakt, kan de kit gebruikt worden voor beschadigingen in het loopvlak of de schouder van de band met een diameter van maximaal 4 mm. BELANGRIJK 3) Laat het busje en het afdichtmiddel niet in het milieu achter. Zorg dat ze worden weggegooid overeenkomstig de nationale en plaatselijke voorschriften.
Kabels aansluiten Ga als volgt te werk om de auto te starten met een hulpaccu: ❒ sluit een uiteinde van de pluskabel (+) aan op de plusklem (+) van het voertuig met de lege accu; ❒ sluit het andere uiteinde van de pluskabel (+) aan op de plusklem (+) van de hulpaccu; ❒ sluit een uiteinde van de minkabel (–) aan op de minklem (–) van de hulpaccu; ❒ Sluit het andere uiteinde van de minkabel (–) aan op de massa op de motor (het zichtbare metalen deel van de motor van het voertuig met lege accu) uit de buurt va
NOODGEVALLEN AFSLUITER VAN DE BRANDSTOFTOEVOER 158) Deze grijpt bij een botsing in en veroorzaakt het volgende: ❒ onderbreking van de brandstoftoevoer met afzetten van de motor als gevolg ❒ automatische ontgrendeling van de portieren ❒ automatische inschakeling van de interieurverlichting ❒ inschakeling van de alarmknipperlichten. BELANGRIJK Controleer de auto zorgvuldig op brandstoflekkage, bijvoorbeeld in de motorruimte, onder de auto of in de buurt van de tank.
Panda Cross en Panda 4x4 versies Het voertuig kan slechts op een van de volgende manieren worden gesleept (en altijd met uitgezette motor, versnellingsbak in de vrijstand en losgezette handrem): ❒ met alle wielen op het wegdek; 117 F1D0095 Versies met Dualogic versnellingsbak Controleer of de versnellingsbak in de vrijstand staat (N) (door te controleren of het voertuig door te duwen verplaatst kan worden) en ga vervolgens te werk zoals bij een voertuig met handgeschakelde versnellingsbak.
NOODGEVALLEN 130 BELANGRIJK 159) Alvorens sleephandelingen te verrichten, de contactsleutel naar MAR draaien en vervolgens naar STOP, zonder hem uit het contactslot te nemen. Als de sleutel uit het contactslot wordt genomen, wordt automatisch het stuurslot ingeschakeld waardoor de auto niet kan worden bestuurd. 160) Maak voor het vastdraaien van het sleepoog de zitting met schroefdraad zorgvuldig schoon. Controleer of het sleepoog volledig op de schroefdraadpen is gedraaid alvorens het voertuig te slepen.
ONDERHOUD EN ZORG Dankzij correct onderhoud kunnen de prestaties van het voertuig, evenals beperkte bedrijfskosten en het behoud van de efficiëntie van de veiligheidssystemen gedurende langere tijd gegarandeerd worden. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe. GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD.................................132 MOTORRUIMTE..............................141 ACCU OPLADEN ............................147 RUITENWISSER/ ACHTERRUITWISSER.....................148 HET VOERTUIG OPKRIKKEN .........
ONDERHOUD EN ZORG 132 GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD Juist onderhoud is essentieel voor een lange levensduur van het voertuig onder optimale omstandigheden. Daarom heeft Fiat een reeks controles en onderhoudsbeurten opgesteld die op vaste afstandsintervallen uitgevoerd moeten worden, en, waar aanwezig, op vaste tijdsintervallen, zoals beschreven in het Geprogrammeerd Onderhoudsschema.
GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA (benzineversies) De controles vermeld in het Geprogrammeerd Onderhoudsschema moeten, na het bereiken van 120.000 km/8 jaar, cyclisch herhaald worden te beginnen vanaf het eerste interval, daarna dezelfde intervallen aanhouden als daarvoor.
ONDERHOUD EN ZORG km x 1000 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150 Jaren 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Werking van het ruitenwisser/-sproeiersysteem controleren en zo nodig de sproeiers afstellen ● ● ● ● Slot van motorkap en achterklep op aanwezigheid van vuil controleren, schoonmaken en mechanismen smeren ● ● ● ● ● Slag van handrem controleren en zo nodig afstellen ● ● ● ● ● Slag koppelingspedaal controleren/afstellen ● ● ● ● ● Conditie en slijtage remblokken van schijfremme
km x 1000 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150 Jaren 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Klepspeling controleren en zo nodig afstellen (1.
ONDERHOUD EN ZORG km x 1000 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150 Jaren 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Werking en parameters van het brandstoftoevoersysteem m.b.
km x 1000 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150 Jaren 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Aandrijfriem(en) hulporganen vervangen (4) ● Toestand van getande distributieriem visueel controleren (behalve 0.9 TwinAir 60 pk/65 pk en 0.
ONDERHOUD EN ZORG 138 DIESELUITVOERINGEN De controles vermeld in het Geprogrammeerd Onderhoudsschema moeten, na het bereiken van 120.000 km/6 jaar, cyclisch herhaald worden te beginnen vanaf het eerste interval, daarna dezelfde intervallen aanhouden als daarvoor.
km x 1000 20 40 60 80 100 120 140 160 180 200 Jaren 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Werking van het ruitenwisser/-sproeiersysteem controleren en zo nodig de sproeiers afstellen ● ● ● ● ● Slot van motorkap en achterklep op aanwezigheid van vuil controleren, schoonmaken en mechanismen smeren ● ● ● ● ● Slag van handrem controleren en zo nodig afstellen ● ● ● ● ● Conditie en slijtage remblokken van schijfremmen voor visueel controleren en de werking van remblokslijtagesensor control
ONDERHOUD EN ZORG 140 km x 1000 20 40 60 80 100 120 140 160 180 200 Jaren 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 (1) Motorolie verversen en oliefilter vervangen ● Aandrijfriem(en) hulporganen vervangen (2) ● Brandstoffilterelement vervangen (3) ● ● Het luchtfilterelement vervangen (4) ● ● ● ● ● Remvloeistof verversen (5) ● ● ● ● ● Interieurfilter vervangen (4) (O) (●) O ● O ● O ● O ● O ● (1) Het werkelijke interval voor de vervanging van de motorolie en het oliefilter is a
MOTORRUIMTE . NIVEAUS CONTROLEREN 164) 165) 55) 0.9 TwinAir/0.9 TwinAir Turbo versies 119 F1D0097 A. Motorolie dop/vulopening - – B. Motorolie peilstok - – C. Motorkoelvloeistof - – D. Ruitensproeiervloeistof voor voorruit/achterruit/ koplampsproeiers - – E. Remvloeistof - – F.
ONDERHOUD EN ZORG 1.2 8V 69 pk versies 120 A. Motorolie dop/vulopening - – B. Motorolie peilstok - – C. Motorkoelvloeistof - – D. Ruitensproeiervloeistof voor voorruit/achterruit/ koplampsproeiers - – E. Remvloeistof - – F.
1.3 16V Multijet EURO 5 versies 121 F1D0099 A. Motorolie dop/vulopening - – B. Motorolie peilstok - – C. Motorkoelvloeistof - – D. Ruitensproeiervloeistof voor voorruit/achterruit/ koplampsproeiers - – E. Remvloeistof - – F.
ONDERHOUD EN ZORG 1.3 16V Multijet EURO 6 versies 122 A. Motorolie dop/vulopening - – B. Motorolie peilstok - – C. Motorkoelvloeistof - – D. Ruitensproeiervloeistof voor voorruit/achterruit/ koplampsproeiers - – E. Remvloeistof - – F.
MOTOROLIE 56) 57) 4) Controleer enkele minuten (ongeveer vijf) na het uitzetten van de motor het oliepeil met de auto op een horizontale ondergrond. Controleer of het oliepeil zich tussen het MIN- en MAX-teken op de peilstok B bevindt.Wanneer het olieniveau bij of onder het MIN-teken komt, moet olie bijgevuld worden via de vulopening A tot aan het MAX-teken. OPMERKING Bij de 0.9 TwinAir en 0.9 TwinAir Turboversies, zit de oliepeilstok B vast aan de dop A.
ONDERHOUD EN ZORG BELANGRIJK Als het ladingsniveau gedurende langere tijd onder 50% blijft, raakt de accu door sulfatering beschadigd. Hierdoor verminderen de capaciteit en het startvermogen. ONDERHOUD AIRCONDITIONINGSYSTEEM Schakel in de winter de airconditioning minstens eens per maand ongeveer 10 minuten in. Laat vóór het begin van het zomerseizoen het systeem controleren door het Fiat Servicenetwerk. BELANGRIJK 164) Rook nooit als u werkzaamheden in de motorruimte verricht.
ACCU OPLADEN BELANGRIJK 4) Gebruikte motorolie en oliefilters bevatten stoffen die schadelijk zijn voor het milieu. Het verdient aanbeveling de olie en de filters te laten vervangen door het Fiat Servicenetwerk. 5) Afgewerkte transmissieolie bevat stoffen die schadelijk zijn voor het milieu. Het wordt aanbevolen de olie te laten vervangen door het Fiat Servicenetwerk waar deze op milieuvriendelijke wijze en in overeenstemming met de wettelijke voorschriften verwerkt wordt.
ONDERHOUD EN ZORG BELANGRIJK 174) Accuvloeistof is giftig en corrosief: vermijd contact met huid en ogen. Het opladen van de accu moet worden uitgevoerd in een goed verluchte ruimte, ver van open vuur en vonken: branden ontploffingsgevaar. 175) Probeer nooit een bevroren accu op te laden: laat de accu eerst ontdooien om ontploffing ervan te voorkomen.
WISSERBLAD ACHTERRUIT VERVANGEN BELANGRIJK Bij versies met schuifdak moet het schuifdak gesloten zijn alvorens de ruitensproeiers te bedienen. Ga als volgt te werk: ❒ til de dop A fig. 125 op, draai de moer B los en verwijder de wisserarm C; ❒ plaats de nieuwe wisserarm op correcte wijze, draai de moer B volledig vast en breng de afdekking A omlaag. Achterruitsproeier De sproeiers van de achterruit zijn niet verstelbaar. De sproeier bevindt zich boven de achterruit .
ONDERHOUD EN ZORG WIELEN EN BANDEN BELANGRIJK 178) 179) 62) 63) 64) 65) SUGGESTIES VOOR HET OMWISSELEN VAN DE BANDEN De voor- en achterbanden zijn onderhevig aan verschillende belastingen en spanningen die te wijten zijn aan stuurbewegingen, manoeuvres en remmen. Daarom kunnen ze ongelijkmatig verslijten. Om dit probleem op te lossen, moeten de banden op het juiste moment worden omgewisseld.
TECHNISCHE GEGEVENS Alles dat u nuttig kunt vinden om te begrijpen hoe uw voertuig is gemaakt en hoe het werkt is in dit hoofdstuk vermeld en wordt toegelicht met gegevens, tabellen en grafieken. Voor de liefhebbers en de monteurs, maar ook gewoon voor degenen die elk detail van hun voertuig willen kennen. IDENTIFICATIEGEGEVENS..............152 MOTOR ..........................................153 WIELEN ..........................................158 AFMETINGEN .................................167 GEWICHTEN..
TECHNISCHE GEGEVENS IDENTIFICATIEGEGEVENS N Correcte waarde van de VIN-PLAATJE Dit is aangebracht aan de linkerkant van de bagageruimte fig. 127 (til de mat op voor toegang) en hierop zijn de volgende gegevens vermeld: 127 IDENTIFICATIEPLAATJE CARROSSERIELAK Dit plaatje is aangebracht onder de motorkap (links) en hierop zijn de volgende gegevens vermeld fig. 128: A Lakfabrikant B Kleurnaam. C Fiat kleurcode. D Kleurcode voor overspuiten en bijwerken. F1D0142 B Nummer typegoedkeuring.
MOTOR EURO 5 VERSIES Versies Typecode Cyclus 1.3 16V MultiJet 75 pk 1.
TECHNISCHE GEGEVENS EURO 6 VERSIES Versies Typecode Cyclus 1.
Versies Typecode Cyclus 0.9 TwinAir 60 pk (*) 0.9 TwinAir 65 pk 0.9 TwinAir Turbo 80 pk (*) 312A6000 312A4000 312A5000 Otto Otto Otto Aantal en opstelling cilinders 2 in lijn 2 in lijn 2 in lijn Boring en slag zuigers (mm) 83.5x88 83.5x88 80.5x86 964 964 875 Cilinderinhoud (cm³) Compressieverhouding 11.1 : 1 11.
TECHNISCHE GEGEVENS Versies Typecode Cyclus 0.9 TwinAir Turbo Natural Power 312A2000 312A2000 Otto Otto Aantal en opstelling cilinders 2 in lijn 2 in lijn Boring en slag zuigers (mm) 80,5 x 86,0 80,5 x 86,0 Cilinderinhoud (cm³) 875 875 Compressieverhouding 10 10 Aardgas Benzine Maximum vermogen (EEG) (kW) 62.5 / 57 (*) 59 62.5 Maximum vermogen (EEC) (pk) 85 / 77.5(*) 80 85 5500 5500 5500 Maximumkoppel (EEG) (Nm) 145 / 100 (*) 140 145 Maximum koppel (EEC) (kgm) 14.8 / 10.
0.9 TwinAir Turbo 90 pk (*) 1.3 16V MultiJet 95 pk 1.3 16V MultiJet 80 BESTEL 312A7000 312B1000 / 330A1000(°) 312B2000 / 225A2000 (°°) Otto Diesel Diesel Aantal en opstelling cilinders 2 in lijn 4 in lijn 4 in lijn Boring en slag zuigers (mm) 80,5 x 86,0 69,6 x 82 69,6 x 82 Cilinderinhoud (cm³) 875 1248 1248 Compressieverhouding 10 16.8 16.
TECHNISCHE GEGEVENS WIELEN 180) 181) 182) STANDAARD VELGEN EN BANDEN Panda versies Versies 0.9 TwinAir 60 pk (*) 0.9 TwinAir 65 pk Velgen Standaard banden Winterbanden Ruimtebesparend reservewiel(*) 5.5J x 14H2 - ET35 175/65 R14 82T(**) 175/65 R14 84Q (M+S) 135/80 R14 84M 5.5J x 14H2 - ET35 175/65 R14 82T(**) 175/65 R14 84Q (M+S) 135/80 R14 84M 5.5J x 14H2 - ET35 175/65 R14 82T Goodyear Duragrip (**) 175/65 R14 84Q (M+S) 135/80 R14 84M (***) 0.
Versies 0.9 TwinAir Turbo 85pk 0.9 TwinAir Turbo Natural Power Velgen Standaard banden Winterbanden Ruimtebesparend reservewiel(*) 5.5J x 14H2 - ET35 175/65 R14 82T(**) 175/65 R14 84Q (M+S) 135/80 R14 84M 5.5J x 14H2 - ET35 175/65 R14 82T Goodyear Duragrip (**) 175/65 R14 84Q (M+S) 135/80 R14 84M (***) 6J x 15H2 - ET35 (****) 185/55 R15 82T (°) 185/55 R15 82Q (M+S) 135/80 R14 84M 6J x 15H2 - ET 35 (****) 175/65 R15 84T (°°°) 175/65 R15 84T (M+S) - (*) Voor bepaalde versies/markten.
TECHNISCHE GEGEVENS Versies Velgen Standaard banden Winterbanden Ruimtebesparend reservewiel(*) 5.5J x 14H2 - ET35 165/65 R14 79T (*) 175/65 R14 84Q (M+S) 135/80 R14 84M 5.5J x 14H2 - ET35 165/70 R14 81T(*) 175/65 R14 84Q (M+S) 135/80 R14 84M 5.5J x 14H2 - ET35 175/65 R14 82T(**) 175/65 R14 84Q (M+S) 135/80 R14 84M 6J x 15H2 - ET35 (****) 185/55 R15 82T (°) 185/55 R15 82Q (M+S) 135/80 R14 84M 5.5J x 14H2 - ET35 165/65 R14 79T (*) 175/65 R14 84Q (M+S) 135/80 R14 84M 5.
Panda Trekking versies Versies 0.9 TwinAir Turbo 85pk 1.3 16V Multijet (°°) 1.3 16V Multijet (°°°) Velgen Standaard banden Winterbanden Ruimtebesparend reservewiel(*) 5.5J x 14H2 - ET35 175/65 R14 82T(**) 175/65 R14 84Q (M+S) 135/80 R14 84M 5.
TECHNISCHE GEGEVENS 162 Panda 4x4 versies Versies 0.9 TwinAir Turbo 85pk Velgen Standaard banden Winterbanden Ruimtebesparend reservewiel(*) 5.5J x 14H2 - ET35 175/65 R14 82T(**) 175/65 R14 84Q (M+S) 135/80 R14 84M 5.
Panda Cross versies Versies Velgen 6 J x 15H2 ET35 0.
TECHNISCHE GEGEVENS BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND (bar) Bij warme banden moet de bandenspanning +0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de bandenspanning nogmaals als de banden koud zijn. Bij winterbanden moet de bandenspanning +0,2 bar worden verhoogd t.o.v. de voorgeschreven spanningswaarde voor standaardbanden. Panda-versies Voor Achter Voor Achter Ruimtebesparend reservewiel ("thuiskomer") (*) 165/65 R14 79T 2.5 2.2 2.7 2.4 2.8 165/70 R14 81T(*) 2.3 2.0 2.5 2.
Panda Cross / Panda 4x4 versies Onbelast/gemiddelde belasting Volle belasting Voor Achter Voor Achter Ruimtebesparend reservewiel(°) (*) 2,2 2,1 2,5 2,5 4,2 175/65 R15 84T (*) 2.2 2.1 2.5 2.5 4.2 175/65 R15 84T (**) 2.4 2.2 2.7 2.7 4.2 185/65 R15 88H (**) 2.4 2.2 2.7 2.7 4.2 Banden 175/65 R14 82T M+S (°) Voor bepaalde versies/markten. (*) Voor Panda 4x4 versies.
TECHNISCHE GEGEVENS BELANGRIJK 180) De maximumsnelheid voor winterbanden met de indicatie “Q” is 160 km/h; 190 km/h voor winterbanden met de indicatie “T” en 210 km/h voor winterbanden met de indicatie"H". De snelheidsbeperkingen moeten echter altijd worden gerespecteerd. 181) op 185/55 R15 82T banden kunnen geen sneeuwkettingen gemonteerd worden. 182) Op 175/65 R14 82T banden kunnen sneeuwkettingen met smalle schakels van 9 mm gemonteerd worden.
AFMETINGEN De afmetingen zijn uitgedrukt in mm en hebben betrekking op een voertuig met standaard bijgeleverde banden. De hoogte heeft betrekking op een onbeladen auto. INHOUD BAGAGERUIMTE Inhoud (V.D.A.-norm) =225 liter Panda-versies 129 F1D0103 A B C D E F G H I 3653 747 2300 606 1551/1605(*) 1407/1408(*) 1643 1409/1414(*) 1882 (*) Natural Power versies.
TECHNISCHE GEGEVENS Panda Trekking / Panda 4x4 versies 130 F1D0104 Panda Trekking A B C D E F G H I 3686 765 2300 621 1605 1408 1672 1414 1882 A B C D E F G H I 3686 / 3653(*) 765 / 747 2300 621 / 606 (*) 1605 1408 1672/1643(*) 1411 1882 Panda 4x4 (*) Bestelwagen versies 168
Panda Cross versies 131 F1D0121 A B C D E F G H I 3705 772.5 2300 632.5 1656.
TECHNISCHE GEGEVENS GEWICHTEN Panda/Panda Trekking EURO 5 versies Gewichten (kg) 1.3 16V MultiJet 75 pk Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties): 1035 Nuttig laadvermogen inclusief de bestuurder: (*) 480 (4 zit plaatsen) / 500 (5 zitplaatsen) Maximum toelaatbare belastingen (**) – vooras: 855 – achteras: 760 – totaal: 1515 (4 zit plaatsen) / 1535 (5 zitplaatsen) Trekgewichten – geremde aanhanger: 900 – ongeremde aanhanger: 400 Max.
Panda/Panda Trekking EURO 6 versies 0.9 TwinAir 60 pk/65 pk 0.9 TwinAir Turbo 80 pk/85 pk 0.
TECHNISCHE GEGEVENS Gewichten (kg) 1.2 8V 69 pk 1.2 8V 69 pk LPG 1.
Panda Cross en Panda 4x4 EURO 5 versies 1.3 16V MultiJet 75 pk 1.
TECHNISCHE GEGEVENS Panda Cross en Panda 4x4 EURO 6 versies 0.9 TwinAir Turbo 85 pk 0.9 TwinAir Turbo 90 pk 1.
Panda VAN EURO 5 versies Gewichten (kg) 1.3 16V MultiJet 75 pk 1.3 16V MultiJet 4x4 75 pk 1030 (2 zit plaatsen) / 1050 (4 zitplaatsen) 1100 505 (2 zit plaatsen) / 400 (2 zitplaatsen) (**) / 490 (4 zitplaatsen) 495 855 875 770 (2 zit plaatsen) / 780 (4 zitplaatsen) 810 1535 (2 zit plaatsen) / 1430 (2 zitplaatsen) (**) / 1530 (4 zitplaatsen) 1595 – geremde aanhanger: 900 900 – ongeremde aanhanger: 400 400 Max. dakbelasting: 60 55 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS Panda VAN EURO 6 versies 0.9 TwinAir 65 pk 0.9 TwinAir Turbo 85pk 0.9 TwinAir Turbo 85 pk 4x4 0.
1.2 8V 69 pk 1.2 8V 69 pk LPG 1.3 16V MultiJet 80pk 1.
TECHNISCHE GEGEVENS VULINHOUDEN Voorgeschreven brandstof en originele smeermiddelen 0.9 TwinAir 60 pk/65 pk 0.9 TwinAir Turbo 1.2 8V 69 pk 37 37 / 35 (*) 37 5÷7 5÷7 5÷7 Motorkoelsysteem (liter): 4,8 5,2 4,6 Carterpan (liter): 2.8 2.8 2.5 Carterpan en filters (liter): 3.2 3.2 2.8 1.65 (liter) 1,65 (liter) / 1,7 (kg) (***) 1.65 (liter) Differentieel achter (kg) (***): - 0.62 - TUTELA TRANSMISSION CROSS Dualogic versnellingsbak hydraulisch bedieningssysteem (liter): - 0.
1.3 16V MultiJet 1.3 16v MultiJet Cross / 4x4 Voorgeschreven brandstof en originele smeermiddelen 37 / 35 (*) 35 5÷7 5÷7 Motorkoelsysteem (liter): 6,3 6,3 Carterpan (liter): 2,8 2,8 Carterpan en filters (liter): 3.0 3.0 SELENIA WR P.E. (Euro 5 versies) / SELENIA WR FORWARD (Euro 6 versies) Versnellingsbak-/differentieelhuis voor (kg): 1.8 1.70 TUTELA TRANSMISSION GEARFORCE Krachtoverbrenging verdeelbak (PTU) (kg): - 0.39 TUTELA TRANSMISSION MULTIAXLE Tankinhoud (liter): incl.
TECHNISCHE GEGEVENS VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELEN Het voertuig is voorzien van een motorolie die grondig ontwikkeld en getest is om aan de vereisten van het Geprogrammeerd Onderhoudsschema te kunnen voldoen. Constant gebruik van de voorgeschreven smeermiddelen garandeert de specificaties van brandstofverbruik en emissies. De kwaliteit van het smeermiddel is van essentieel belang voor de werking en de levensduur van de motor.
Kenmerken Specificatie Originele vloeistoffen en smeermiddelen Verversingsinterval Smeermiddel voor benzine-/LPGmotoren SAE 5W-40 ACEA C3 / API SN. 9.55535-T2 SELENIA MULTIPOWER GAS 5W-40 Contractuele Technische Referentie Nr. F922.E09 Volgens het Geprogrammeerde Onderhoudsschema Smeermiddelen voor dieselmotoren (Euro 5 versies) SAE 5W-30 ACEA C2. 955535-S1 SELENIA WR P.E. Contractual Technical Reference No. F510.
TECHNISCHE GEGEVENS Gebruik Smeermiddelen en vetten voor krachtoverbrengingen Kenmerken Specificatie Originele vloeistoffen en smeermiddelen Toepassingen SAE 75W- 85 synthetisch smeermiddel. 9.55550MX3 9.55550-MX3 TUTELA TRANSMISSION TECHNYX Contractual Technical Reference No. F010.B05 Handgeschakelde versnellingsbak en differentieel (0.9 TwinAir en 0.9 TwinAir Turbo versies) SAE 75W synthetisch smeermiddel. 9.55550-MZ6 of MS.
Gebruik Originele vloeistoffen en smeermiddelen Kenmerken Specificatie Remvloeistof Synthetische vloeistof voor rem- en koppelingssystemen. Overtreft specificaties: FMVSS nr. 116 DOT 4, ISO 4925 SAE J1704. 9.55597 of MS.90039 TUTELA TOP 4 Contractuele Technische Referentie nr. F001.A93 Hydraulisch remsysteem en hydraulische koppelingsbediening Beschermingsmiddel voor radiateurs Beschermingsmiddel met antivrieswerking en organische formule. CUNA NC 956-16, ASTM D 3306 specificaties. 9.55523 of MS.
TECHNISCHE GEGEVENS PRESTATIES Maximumsnelheid na de inrijperiode van het voertuig. Versies 0.9 TwinAir 60 pk (*) 158 in 4e versnelling 0.9 TwinAir 65 pk 160 0.9 TwinAir Turbo 80 pk (*) 175 0.9 TwinAir Turbo 80 pk Dualogic (*) 175 0.9 TwinAir Turbo 85 pk 177 - 170 in 4e versnelling (**) 0.9 TwinAir Turbo 85 pk Dualogic (*) 177 0.9 TwinAir Turbo 85 pk 4x4 166 0.9 TwinAir Turbo 90 pk Cross 167 0.9 TwinAir Turbo Natural Power 170 (°) / 168(°°) 1.2 8V 69 pk 164 1.2 8V 69 pk LPG 164 1.
Versies km/h 1.3 16V MultiJet 95 pk 4x4 167 1.
TECHNISCHE GEGEVENS BRANDSTOFVERBRUIK De gegevens over het brandstofverbruik die vermeld zijn in onderstaande tabellen zijn bepaald op basis van de typegoedkeuringstests in overeenstemming met specifieke Europese Richtlijnen.
Euro 6 versies Versies Stadsverkeer Buitenwegen Gecombineerd 4.5 3.4 3.8 5.0 / 4.8 (*) 3.8 / 3.7 (*) 4.2 / 4.1 (*) 0.9 TwinAir Turbo 80 pk (*) 4.4 3.4 3.8 0.9 TwinAir Turbo 80 pk Dualogic (*) 4.4 3.4 3.8 5.0 / 5.2 (**) / 4.9 (*) 3.8 / 4.2 (**) /3.8 (*) 4.2 / 4.6 (**) / 4.2 (*) 0.9 TwinAir Turbo 85 pk Dualogic 4.8 3.7 4.1 0.9 TwinAir Turbo 85 pk 4x4 5.9 4.3 4.9 0.9 TwinAir Turbo 90 pk 5.9 4.3 4.9 5.8 (°) / 6.0 (°°) 3.8 (°) / 4.0 (°°) 4.5 (°) / 4.7 (°°) 6.7 / 6.5 (*) / 5.
TECHNISCHE GEGEVENS 188 CO2-EMISSIE De CO2 emissieniveaus in de volgende tabellen hebben betrekking op het gecombineerde verbruik. Euro 5 versies Versies 1.3 16V MultiJet 75 pk CO2-EMISSIE VOLGENS HUIDIGE EUROPESE RICHTLIJN (g/km) 103 / 108 (**) 1.3 16V MultiJet 75 pk 4x4 124 1.3 16V MultiJet 80 pk Cross 124 (**) Voor Trekking versies.
Euro 6 versies Versies 0.9 TwinAir 60 pk (*) 0.9 TwinAir 65 pk CO2-EMISSIE VOLGENS HUIDIGE EUROPESE RICHTLIJN (g/km) 88 99 / 95 (*) 0.9 TwinAir Turbo 80 pk (*) 88 0.9 TwinAir Turbo 80 pk Dualogic (*) 88 0.9 TwinAir Turbo 85 pk 99 / 105 (**) / 97 (*) 0.9 TwinAir Turbo 85 pk Dualogic 95 0.9 TwinAir Turbo 85 pk 4x4 114 0.9 TwinAir Turbo 90 pk Cross 114 0.9 TwinAir Turbo Natural Power 1.2 8V 69 pk 1.2 8V 69 pk LPG 106 (°) / 85 (°°) 120 / 117 (*) / 119 (*) /110 (*) 119 (°) / 106 (°°°) 1.
TECHNISCHE GEGEVENS 190 RICHTLIJNEN VOOR DE BEHANDELING VAN HET VOERTUIG AAN HET EINDE VAN DE LEVENSDUUR Al jaren zet FCA zich volledig in voor de bescherming van het milieu via de continue verbetering van de productieprocessen en de realisatie van producten die steeds "eco-compatibeler" zijn.
MULTIMEDIA In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste functies beschreven van de radio en Blue&Me™ die op het voertuig gemonteerd kunnen zijn. AUTORADIO ...................................192 BLUE&ME ......................................
MULTIMEDIA AUTORADIO 186) 187) De radio is ontworpen volgens de specificaties van het passagierscompartiment, met een gepersonaliseerd design dat perfect past bij de stijl van het dashboard. TIPS Verkeersveiligheid Maak uzelf vertrouwd met de verschillende functies van de radio (bijv. het opslaan van stations) voordat u gaat rijden. Zorg en onderhoud Reinig de afdekking uitsluitend met een zachte antistatische doek. Reinigingsen polijstmiddelen kunnen het oppervlak beschadigen.
Als een verkeerde code wordt ingevoerd, geeft de radio een geluid af en toont de display het opschrift “Radio blocked/ wait” om aan te geven dat de juiste code moet worden ingevoerd. Elke keer dat de gebruiker een verkeerde code invoert, neemt de wachttijd geleidelijk aan toe (1 min, 2 min, 4 min, 8 min, 16 min, 30 min, 1 uur, 2 uur, 4 uur, 8 uur, 16 uur en 24 uur), tot een maximum van 24 uur. De wachttijd wordt op de display getoond met het opschrift "Radio blocked/wait".
MULTIMEDIA SNELGIDS 132 194 F1D0105
. Algemene functies Toets Functies FM AS AM MEDIA MENU Modus Inschakelen toets kort indrukken Uitschakelen toets kort indrukken Volumeregeling knop linksom/rechtsom draaien Keuze radiobron FM1, FM2, FM Autostore toets kort achter elkaar indrukken Keuze radiobron MW1, MW2 toets kort achter elkaar indrukken Keuze CD/Media Player bron (alleen met Blue&Me™) / AUX (alleen met Blue&Me™, voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar aanwezig) toets kort achter elkaar indrukken Volume in-/uitschakelen
MULTIMEDIA Radiofuncties Toets Functies Modus Radiostation zoeken: ❒ Automatisch zoeken ❒ Handmatig zoeken Automatisch zoeken: of toets indrukken (langer ingedrukt houden voor snel vooruitzoeken) of toets indrukken (langer Handmatig zoeken: ingedrukt houden voor snel vooruitzoeken) Huidige radiostation opslaan Toetsen 1 t/m 6 voor preset/geheugen langer ingedrukt houden 123456 Opgeslagen radiostation oproepen Toetsen 1 t/m 6 voor preset/geheugen kort indrukken .
Media Player functies (alleen bij Blue&Me™) Toets Functies Modus Keuze vorige/volgende map/artiest/genre/album op basis van de actieve keuzemodus Toets kort indrukken Vorige/volgende nummer weergeven Toets kort indrukken 197
MULTIMEDIA 198 INLEIDING De autoradio biedt de volgende functies: Radio ❒ PLL-tuner met FM/AM/MW golfbanden; ❒ RDS (Radio Data System) met TA-functie (verkeersinformatie) - TP (verkeersprogramma's) - EON (Enhanced Other Network) - REG (regionale programma's); ❒ AF: zoeken naar alternatieve frequenties in RDS; ❒ voorbereiding voor noodberichten; ❒ automatisch/handmatig afstellen op stations; ❒ FM Multipath detector; ❒ handmatige opslag van 30 stations: 18 op FM-golfband (6 op FM1, 6 op FM2, 6 op FMT), 12 op
BLUE&ME™ 188) 189) 190) 191) 192) 193) 194) . Fiat Blue&Me™ gebaseerd op Microsoft Auto™ beschikt over handsfree-, SMS-berichtenlezer- en Media Player functies. Het Blue&Me™ systeem is volledig geïntegreerd met spraakopdrachten, toetsen op het stuurwiel en multifunctioneel display om de werking te vereenvoudigen zonder de aandacht van de bestuurder van de weg af te nemen of de handen van het stuur te verwijderen. 133 F1D0106 .
MULTIMEDIA Toets Kort indrukken (korter dan 1 seconde) Lang indrukken (langer dan 1 seconde) ❒ Inkomend gesprek aannemen ❒ Om de laatste uitgaande gesprekken weer te geven.
Toets Kort indrukken (korter dan 1 seconde) / SRC/OK Lang indrukken (langer dan 1 seconde) Rechter wieltje naar boven of beneden draaien: ❒ Blue&Me ™ menu doorlopen ❒ Nummers Media Player selecteren ❒ SMS-berichten in de lijst doorlopen - Midden van het rechter wieltje indrukken: ❒ Geselecteerde menuoptie bevestigen tijdens handmatige bediening ❒ Lopend telefoongesprek overzetten van handsfreesysteem naar mobiele telefoon en andersom ❒ Audiobron selecteren (Radio, CD, Media Player, AUX) ❒ Weergegeven
MULTIMEDIA SNELGIDS HANDSFREEFUNCTIE Om de handsfreefunctie met spraakherkenning en Bluetooth® technologie van Blue&Me™ voor de eerste keer te gebruiken: ❒ Controleer of de contactsleutel in de stand MAR is gedraaid ❒ Oefen de spraakopdrachten ❒ Registreer de mobiele telefoon ❒ Bel een nummer.
❒ Voer, wanneer de mobiele telefoon hierom vraagt, met het toetsenbord van de mobiele telefoon de PIN-code in die op het display van het instrumentenpaneel wordt getoond. Als de registratie geslaagd is, zegt het systeem “Bezig met verbinden” en daarna toont het display ter bevestiging het identificatienummer van de geregistreerde mobiele telefoon.
MULTIMEDIA ❒ Zeg "Ja" of druk op het rechter SRC/OK wieltje en het systeem leest het laatst ontvangen bericht voor. ❒ Zeg "Nee" of druk op het rechter / wieltje en het systeem slaat het bericht op zodat het op een later tijdstip gelezen kan worden. SNELGIDS MEDIA PLAYER Ga voor het afspelen van de op een USB-apparaat opgeslagen digitale audio als volgt te werk: ❒ Kopieer de nummers op het USB-apparaat.
Spraakcommando's voor de instellingsfuncties ❒ Instellingen ❒ Instellingen Multimediabestand ❒ Afsluiten BELANGRIJK 188) Het gebruik van bepaalde functies van het systeem tijdens het rijden, kan de aandacht van de weg afleiden en mogelijk leiden tot een ongeval of andere ernstige gevolgen; om die reden mogen deze functies uitsluitend gebruikt worden wanneer de rijomstandigheden dit toelaten en indien nodig alleen bij stilstaand voertuig.
WAARSCHUWINGEN EN AANBEVELINGEN BELANGRIJK INTERIEURUITRUSTING ❒ Rijd nooit met open dashboardkastje: het kan de passagier in geval van een botsing verwonden. ❒ De aansteker wordt zeer heet. Wees voorzichtig en zorg dat hij niet wordt gebruikt door kinderen: brandgevaar en/of gevaar voor brandwonden. Controleer altijd of de knop van de aansteker naar de beginstand is teruggekeerd. IMPERIAAL/SKIDRAGER ❒ Controleer na een korte rit of de bouten van de bevestigingen nog goed zijn vastgedraaid.
BELANGRIJK IMPERIAAL/SKIDRAGER ❒ De wettelijke voorschriften betreffende de maximale afmetingen moeten altijd worden gerespecteerd. INBOUWVOORBEREIDING VOOR AUTORADIO ❒ Neem voor aansluiting op de inbouwvoorbereiding voor de radio contact op met het Fiat Servicenetwerk om elk probleem te voorkomen dat de veiligheid van het voertuig in gevaar kan brengen.
NOTITIES
ALFABETISCH REGISTER Dagverlichting (DRL) ALFABETISCH REGISTER 3de remlicht (lamp vervangen)....... Aanhangers trekken...................... 106 Aanvullend veiligheidssysteem (SRS) - Airbags ............................ ABS (systeem) ............................... Accu (opladen) ............................... Achterlichtunits (lamp vervangen) ... Achteruitkijkspiegels....................... Achteruitrijlicht/mistachterlicht ........ Actieve veiligheidssystemen ........... Afmetingen...................
Portieren ........................................ 11 – centrale portiervergrendeling ..... 11 Prestaties (topsnelheid) .................. 184 Richtingaanwijzers (lamp vervangen) ................................... 114 Richtingaanwijzers – bediening .................................. 18 Richtlijnen voor de behandeling van het voertuig aan het einde van de levensduur........................ 190 Rijhulpsystemen............................. 70 Ruiten reinigen ...............................
FCA Italy S.p.A. - Mopar - Technical Services - Service Engineering Largo Senatore G. Agnelli, 3 - 10040 Volvera - Turijn (Italië) Druknummer 603.99.
COP PANDA UM NL COMPAT QUAD 30/04/15 15:24 Pagina 2 WAAROM KIEZEN VOOR ORIGINELE ONDERDELEN Dit Instructieboek is bedoeld om de bedrijfsomstandigheden van het voertuig te verduidelijken. Voor de enthousiaste gebruiker die de inzichten, curiositeiten en gedetailleerde informatie over de eigenschappen en functies van het voertuig wil weten, biedt Fiat de gelegenheid om een speciaal gedeelte te raadplegen dat beschikbaar is in elektronisch formaat.
COP PANDA UM NL COMPAT QUAD 30/04/15 15:24 Pagina 1 F I A T P A N D A NEDERLANDS De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld. Fiat Chrysler Automobiles behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Wendt u voor nadere informatie tot het Fiat Servicenetwerk. Gedrukt op milieuvriendelijk chloorvrij papier.