Operation Manual

166
LAMPJES EN
BERICHTEN
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
Voor het onderhoud van de nieuwe accu
dient u zich strikt te houden aan de aan-
wijzingen van de fabrikant van de accu.
ACCU
De accu van de auto is “onderhouds-
arm”: onder normale omstandigheden
hoeft het elektrolyt niet bijgevuld te
worden met gedestilleerd water.
ACCULADING CONTROLEREN
fig. 14
De acculading kan gecontroleerd wor-
den door de kleur van de optische
meter A te controleren.
Zie de volgende tabel of de sticker B op
de accu.
fig. 14
F0G0119m
Helderwitte Elektrolyt bijvullen Wendt u tot
kleur de Fiat-dealer
Donkere kleur Accu niet voldoende Accu opladen (het is
zonder middenstuk opgeladen raadzaam dit door de Fiat-
dealer te laten uitvoeren )
Donkere kleur Niveau elektrolyt en Geen enkele handeling
met groen acculading voldoende
middenstuk
De vloeistof in de accu is gif-
tig en corrosief. Voorkom
contact met de huid en de ogen. Houd
open vuur en vonkvormende appara-
ten verwijderd van de accu: brand- en
ontploffingsgevaar.
ATTENTIE
Als de accu werkt met een
zeer laag vloeistofniveau,
ontstaat onherstelbare schade aan
de accu en kan de accu openbar-
sten.
ATTENTIE
ACCU VERVANGEN
Als de accu vervangen wordt, moet een
originele accu met dezelfde specificaties
worden geïnstalleerd.
Als de accu vervangen wordt door een
accu met andere specificaties, vervallen
de onderhoudsintervallen die in het
“Onderhoudsschema” staan aangegeven.