Operation Manual
166
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
STARTEN MET EEN HULPACCU
Als de accu leeg is, kan de motor worden gestart met een hulpaccu, die
ten minste dezelfde capaciteit moet hebben als de lege accu. Ga als volgt
te werk:
❒ Verbind de pluspolen (+ teken nabij de pool) van de beide accu’s met
een startkabel.
❒ Sluit een tweede startkabel aan op de minpool (–) van de hulpaccu en
op de massakabel
E
op de motor of de versnellingsbak van de auto
die gestart moet worden.
BELANGRIJK Verbind de minklemmen van de twee accu’s niet direct
met elkaar: eventuele vonken kunnen het explosieve gas ontsteken dat
uit de accu kan ontsnappen. Als de hulpaccu is geïnstalleerd aan boord
van een andere auto, mogen tussen deze auto en de auto met de lege
accu niet per ongeluk metalen delen met elkaar in verbinding staan.
❒ Start de motor.
❒ Neem als de motor draait, de kabels in de omgekeerde volgorde los.
Als de motor na enkele pogingen niet aanslaat, blijf dan niet proberen
maar wendt u tot de Fiat-dealer.
F0E0670m
Gebruik voor een noodstart beslist nooit een acculader: de elektronische systemen kunnen bescha-
digen; in het bijzonder de regeleenheden van de ontsteking en de inspuiting.
ATTENTIE
Laat deze procedure door gespecialiseerd personeel uitvoeren. Onjuiste handelin-
gen kunnen leiden tot vonken en ernstige beschadiging van de accu. De vloeistof
in de accu is giftig en corrosief. Vermijd het contact met de huid of de ogen. Kom
ook niet dicht bij een accu met open vuur of een brandende sigaret en veroorzaak
geen vonken.










