Operation Manual

95
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Drukknoppen
AUTO
(H-N\)
(automatische wer-
king)
Als u de knop AUTO aan bestuurderszijde en/of pas-
sagierszijde voor indrukt, regelt het systeem automa-
tisch, in de betreffende zones, de hoeveelheid en de
verdeling van de naar het interieur toegevoerde lucht
en worden alle voorafgaande handmatige instellingen
opgeheven.
Dit wordt aangeven door het verschijnen van het
opschrift FULL AUTO op het display voor.
Als er een of meerdere handmatige instellingen zijn
uitgevoerd (luchtrecirculatie, luchtverdeling, aanjager-
snelheid of uitschakeling aircocompressor), dooft het
opschrift FULL op het display om aan te geven dat het
systeem niet langer alle functies automatisch regelt
(behalve de temperatuur die altijd automatisch wordt
geregeld).
BELANGRIJK Als het systeem vanwege handmatige
instellingen de gewenste temperatuur in de verschil-
lende zones niet meer kan garanderen en handhaven,
knippert de ingestelde temperatuur om aan te geven
dat het systeem een probleem heeft gesignaleerd; na
een minuut dooft het opschrift AUTO.
Voor het hervatten van de automatische werking van
de aanjager na een handmatige instelling (een of meer-
dere), moet de knop AUTO worden ingedrukt.
Drukknop MONO (A) (gelijkstellen
ingestelde temperaturen en lucht-
verdeling)
Als u de knop MONO indrukt, wordt
de temperatuur en de luchtverdeling
aan bestuurderszijde en aan passagierszijde voor auto-
matisch gelijkgesteld, waardoor u in de twee zones
dezelfde temperatuur en de luchtverdeling kunt instel-
len met de draaiknop aan bestuurderszijde. Met deze
functie kan de temperatuur in het interieur makkelijk
geregeld worden als alleen de bestuurder in de auto
zit. De gescheiden regeling van de temperatuur en de
luchtverdeling wordt automatisch weer hervat als u de
draaiknop (H) draait of nogmaals op de knop MONO
(A) drukt als het lampje op de knop brandt.
Drukknop voor in-/uitschakelen luchtrecircula-
tie (C)
De luchtrecirculatie werkt als volgt:
geforceerde inschakeling (recircula-
tie altijd ingeschakeld); het lampje
op de knop (C) en het symbool í
op het display branden;
geforceerde uitschakeling (recirculatie altijd uitge-
schakeld met luchttoevoer van buiten); lampje op
de knop en het symbool
êop het display
gedoofd.