Operation Manual

92
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
BEDIENINGSORGANEN
Draaiknoppen voor
regeling luchttempe-
ratuur H-N
Als u de knoppen naar
rechts of naar links
draait, verhoogt of verlaagt u de luchttemperatuur
respectievelijk in het gedeelte linksvoor (draaiknop N)
en rechtsvoor (draaiknop H) van het interieur.
Omdat het systeem het klimaat in twee zones in het
interieur regelt, kunnen de bestuurder en de passagier
voor verschillende temperatuurwaarden instellen. Het
maximaal toegestane verschil is 7 .C.
De ingestelde temperaturen worden op het display
weergegeven dicht bij de knoppen.
Als u knop A (MONO) indrukt, wordt de tempera-
tuur aan bestuurders- en passagierszijde automatisch
gelijkgesteld, waarna u de temperatuur in de twee
zones met de draaiknop (N) aan bestuurderszijde kunt
regelen.
Met deze functie kan de temperatuur in het interieur
makkelijk geregeld worden, als de bestuurder alleen in
de auto zit.
De gescheiden regeling van de temperatuur en de
luchtverdeling wordt automatisch weer hervat als u de
knop (H) draait of nogmaals op de knop (A-MONO)
drukt als het lampje op de knop brandt.
Als u de knoppen helemaal naar rechts of helemaal
naar links draait, tot aan de uiterste waarden HI of
LO, wordt respectievelijk de functie van de maximale
verwarming of de maximale koeling ingeschakeld:
Functie HI (maximale verwarming):
wordt ingeschakeld als de draaiknop van de tempera-
tuur naar rechts wordt gedraaid, voorbij de maximale
waarde (32 °C). Deze functie kan worden geactiveerd
voor alleen de bestuurderszijde of de passagierszijde
voor of voor beide zijden (ook door de functie
MONO te selecteren).
Deze functie kan worden ingeschakeld als u het interi-
eur zo snel mogelijk wilt verwarmen, waarbij maxi-
maal van het vermogen van het systeem gebruik
wordt gemaakt. Deze functie maakt gebruik van de
maximale temperatuur van de verwarmingsvloeistof,
terwijl de luchtverdeling en de snelheid van de aanja-
ger door het systeem worden ingesteld.
Als de motorkoelvloeistof niet warm genoeg is, scha-
kelt het systeem niet onmiddellijk de maximale aanja-
gersnelheid in, om de toevoer van te koude lucht in
het interieur te beperken.
Als deze functie is ingeschakeld, zijn alle handmatige
instellingen toegestaan.