Operation Manual
91
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
GEBRUIK VAN DE KLIMAATREGELING
Het systeem kan op verschillende manieren worden
ingeschakeld, maar wij raden u aan te beginnen met
het indrukken van een van de knoppen AUTO en ver-
volgens de draaiknoppen te draaien om op het display
de gewenste temperaturen in te stellen.
Omdat het systeem het klimaat in twee zones in het
interieur regelt, kunnen de bestuurder en de passagier
voor verschillende temperatuurwaarden instellen. Het
maximaal toegestane verschil is 7 °C.
Op deze wijze begint het systeem geheel automatisch
te werken, zodat zo snel mogelijk de ingestelde tem-
peraturen worden bereikt. Het systeem regelt de
temperatuur, de luchthoeveelheid, de luchtverdeling in
het interieur, de recirculatiefunctie en het inschakelen
van de aircocompressor.
Tijdens de volledig automatische werking van het sys-
teem, moeten alleen de volgende functies eventueel
handmatig worden ingeschakeld:
❒ MONO, om de ingestelde temperatuur en de
luchtverdeling aan bestuurders- en passagierszijde
voor gelijk te stellen;
❒ …, luchtrecirculatie, om de recirculatie altijd in-
of uitgeschakeld te houden;
❒ -, voor een snelle ontwaseming/ontdooiing van
de ruiten voor, de achterruit en de buitenspiegels;
❒ (, voor het ontwasemen/ontdooien van de ach-
terruit en de buitenspiegels.
Tijdens de volledig automatische werking van het sys-
teem kunt u op ieder moment de ingestelde tempera-
turen, de luchtverdeling en de aanjagersnelheid met de
betreffende knoppen wijzigen: het systeem zal auto-
matisch de eigen instellingen wijzigen en aanpassen aan
de nieuwe instellingen.
Als tijdens de volledige automatische werking (FULL
AUTO) de luchtverdeling en/of de luchtopbrengst
gewijzigd worden en/of de inschakeling van de com-
pressor en/of de recirculatie, dan verdwijnt het
opschrift FULL. Op deze manier worden de functies
niet langer automatisch geregeld maar moeten met de
hand worden bediend, totdat u opnieuw de knop
AUTO indrukt. De aanjagersnelheid is voor alle zones
in het interieur gelijk.
Als een of meer functies handmatig zijn ingeschakeld,
dan blijft de regeling van de luchttemperatuur automa-
tisch plaatsvinden, behalve als de compressor is uitge-
schakeld: als de compressor is uitgeschakeld, dan kan
er geen lucht in het interieur worden gevoerd waar-
van de temperatuur lager is dan de buitentempera-
tuur.










