Operation Manual
89
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
AUTOMATISCHE KLIMAATREGELING MET GESCHEIDEN REGELING
(indien aanwezig)
ALGEMENE INFORMATIE
De automatische klimaatregeling met gescheiden rege-
ling regelt de temperatuur en de luchtverdeling in het
interieur in twee zones: bestuurders- en passagierszij-
de. De temperatuurregeling is gebaseerd op “tempe-
ratuurgelijkheid”: d.w.z. dat het systeem continu
werkt om het comfort in het interieur constant te
houden en eventuele verschillen in de weersomstan-
digheden buiten te compenseren, ook zonnestraling
(gesignaleerd door een zonnestralingssensor).
De automatisch gecontroleerde parameters en func-
ties zijn:
❒ luchttemperatuur naar de uitstroomopeningen aan
bestuurderszijde/passagierszijde voor;
❒ luchtverdeling naar de uitstroomopeningen aan
bestuurderszijde/passagierszijde voor;
❒ aanjagersnelheid (traploze regeling van de lucht-
stroom);
❒ inschakelen van de compressor (voor koeling/ont-
vochtiging van de lucht);
❒ luchtrecirculatie.
Deze functies kunnen handmatig worden gewijzigd,
d.w.z. dat u het systeem kunt regelen door naar wens
een of meer functies te selecteren en te wijzigen. Op
deze manier worden de functies die handmatig zijn
gewijzigd niet langer automatisch door het systeem
geregeld. Het systeem grijpt alleen in om veiligheidsre-
denen (bijv. kans op beslaan).
De handmatige instellingen hebben voorrang boven de
automatische instellingen en blijven in het geheugen
opgeslagen totdat de gebruiker de regeling weer over-
laat aan de automatische werking, behalve in de geval-
len dat het systeem om veiligheidsredenen ingrijpt.
Als handmatig een functie wordt ingesteld, blijven de
andere functies echter automatisch geregeld.
De luchtopbrengst in het interieur is onafhankelijk van
de snelheid van de auto omdat de luchtopbrengst
elektronisch geregeld wordt door de aanjager.
De luchttemperatuur in het interieur wordt altijd
automatisch geregeld op basis van de ingestelde tem-
peraturen op de displays van de bestuurder en de pas-
sagier voor (behalve als het systeem is uitgeschakeld
of in enkele omstandigheden als de compressor is uit-
geschakeld).










