Operation Manual

83
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
REGELING AANJAGERSNELHEID
Ga voor een goede ventilatie van het interieur als
volgt te werk:
open de uitstroomopeningen in het midden (4) en
aan de zijkant (2) geheel;
draai de knop (B) in het blauwe gebied;
draai de knop (A) op de gewenste snelheid;
draai de knop (D) in stand «;
schakel de luchtrecirculatie uit door de knop (E) in
stand Ú te zetten.
RECIRCULATIE INSCHAKELEN
Draai de knop (E) in stand .
Het verdient aanbeveling om de recirculatiefunctie in
te schakelen in de file of in tunnels. Hiermee wordt
voorkomen dat vervuilde lucht het interieur bereikt.
Het is niet raadzaam dit systeem langdurig te laten
werken, omdat anders, vooral als u met meerdere
personen in de auto zit, de kans aanzienlijk toeneemt
dat de ruiten beslaan.
BELANGRIJK Met de recirculatiefunctie kunnen,
afhankelijk van de werking van het systeem (“verwar-
ming” of “koeling”), de gewenste omstandigheden
sneller bereikt worden. Het is echter niet raadzaam
deze functie in te schakelen op regenachtige of koude
dagen, omdat dan de ruiten aan de binnenzijde aan-
zienlijk sneller kunnen beslaan.