Operation Manual
230
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
WIEL VERWISSELEN
ALGEMENE AANWIJZINGEN
Voor het verwisselen van het wiel en voor het juiste gebruik van de krik en het reservewiel moeten de onderstaan-
de voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
BELANGRIJK Als de auto is uitgerust met “Fix & Go (snelle bandenreparatieset)”, zie dan de betreffende instructies
in dit hoofdstuk.
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ATTENTIE
Het bijgeleverde noodreservewiel behoort bij de auto waarbij het geleverd is;
gebruik het reservewiel niet bij andere auto’s en monteer geen reservewielen van
andere auto’s. Het noodreservewiel mag alleen in noodgevallen worden gebruikt.
Het noodreservewiel moet zo kort mogelijk gebruikt worden en er mag niet sneller
dan 80 km/h mee worden gereden. Op het noodreservewiel is een oranje sticker
aangebracht waarop de belangrijkste aanwijzingen en de beperkingen staan ver-
meld met betrekking tot het gebruik van het reservewiel. Deze sticker mag abso-
luut niet worden verwijderd of afgedekt. Op het noodreservewiel mag nooit een
wieldeksel worden gemonteerd. Op de sticker staan de volgende aanwijzingen in
vier talen vermeld:
ATTENTIE
!
ALLEEN VOOR TIJDELIJK GEBRUIK
!
MAX
. 80
KM
/
H
!
VERVANG ZO
SNEL MOGELIJK DOOR NORMALE BAND
. B
EDEK DEZE AANWIJZINGEN NIET
.










