Operation Manual
189
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
SNEEUWKETTINGEN
Het gebruik van sneeuwkettingen is afhankelijk van de
voorschriften van het land waar wordt gereden.
De sneeuwkettingen mogen alleen op de voorwielen
gemonteerd worden (aangedreven wielen). Wij raden
u het gebruik aan van sneeuwkettingen uit het Fiat
Lineaccessori-programma.
Controleer na enkele meters rijden of de kettingen
nog goed gespannen zijn.
BELANGRIJK Het noodreservewiel is niet geschikt
voor de montage van sneeuwkettingen. Als u een
lekke voorband hebt, kunt u het noodreservewiel op
de achteras plaatsen en het achterwiel op de vooras.
Zo hebt u op de vooras twee normale wielen waarop
u sneeuwkettingen kunt monteren.
BELANGRIJK Op banden met bandenmaat 205/50 R16
87V kunnen geen sneeuwkettingen worden
gemonteerd.
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
Banden waarop sneeuwkettingen
gemonteerd kunnen worden
185/65 R14 86T
195/60 R15 88T
195/60 R15 88T
195/60 R15 88T
Type sneeuwketting dat gebruikt moet worden
Sneeuwkettingen met normale afmetingen
met maximale dikte boven het profiel van de band: 12 mm.
Beperk de snelheid als u sneeuwkettingen gebruikt; rijdt niet harder dan 50 km/h. Vermijd kui-
len, stoepranden en andere obstakels en rijd, om de auto en het wegdek niet te beschadigen,
geen lange stukken op sneeuwvrije wegen.
De banden waarop sneeuwkettingen gemonteerd kunnen worden en het type sneeuwketting staan
aangegeven in de tabel; houdt u strikt aan deze tabel.
Uitvoeringen
ACTIVE
DYNAMIC
EMOTION










