Operation Manual
181
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
PARKEREN
Ga als volgt te werk:
❒ zet de motor uit en trek de handrem aan;
❒ schakel een versnelling in (de 1
e
als de weg omhoog loopt, de
achteruit als de weg omlaag loopt) en zet de voorwielen iets
uitgestuurd.
Als de auto op een steile helling staat, blokkeer de wielen dan met stenen
of wiggen. Het verdient aanbeveling om niet lang met een wiel op of
tegen het trottoir geparkeerd te staan. Laat de contactsleutel nooit in
stand MAR staan omdat hierdoor de accu ontlaadt en neem bovendien
de sleutel altijd uit het contactslot als u de auto verlaat.
HANDREM
De handrem bevindt zich tussen de voorstoelen.
Om de handrem in te schakelen, moet u de hendel omhoog trekken zodat de auto blokkeert.
Op een vlakke ondergrond hoort de auto geblokkeerd te zijn als de handrem vier of vijf tanden is aangetrokken. Op sterke
hellingen en bij een beladen auto moet de handrem negen of tien tanden worden aangetrokken.
BELANGRIJK Als dit niet het geval is, laat dan de Fiat-dealer de handrem afstellen.
Als de handrem is aangetrokken en de contactsleutel in stand MAR staat, gaat op het instrumentenpaneel het waarschu-
wingslampje x branden.
Handrem uitschakelen:
❒ trek de hendel iets omhoog en druk op ontgrendelknop (A);
❒ houd de knop (A) ingedrukt en laat de hendel zakken. Het lampje x op het instrumentenpaneel dooft.
Om onverwachtse bewegingen van de auto te voorkomen, moet bij het bedienen van de handrem het rempedaal worden
ingetrapt.
BELANGRIJK Als u bemerkt dat de handrem aan het einde van zijn slag dicht bij de rand van de tunnelconsole komt, wendt
u dan tot de Fiat-dealer om de handrem af te laten stellen.
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
ATTENTIE
Laat kinderen nooit alleen achter in de auto. Neem de sleutels altijd uit het
contactslot als u de auto verlaat en neem de sleutels mee.
F0H0149m










