Operation Manual

168
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Groep 1
Ga voor een correcte montage van het kinderzitje als volgt te werk:
controleer of de ontgrendelhendel (B) in ruststand (ingetrokken)
staat;
zoek de bevestigingsbeugels (A) en plaats vervolgens het kinderzitje
met de bevestigingshaken (C) in de beugels;
duw tegen het kinderzitje totdat het hoorbaar vergrendelt;
bij kinderzitjes die in de rijrichting worden geplaatst, moet de
bovenste gordel (deze bevindt zich in het bovenste vakje van het
kinderzitje) aan het bevestigingspunt (D) op de rugleuning van de
achterbank worden bevestigd;
bij kinderzitjes die in de rijrichting worden geplaatst, moet de
bovenste gordel (deze bevindt zich in het bovenste vakje van het
kinderzitje) aan de ring op de achterzijde van de rugleuning van de
achterbank worden bevestigd;
controleer of het kinderzitje goed vergrendeld is door met kracht te
proberen het kinderzitje te verplaatsen: de ingebouwde
beveiligingsmechanismen verhinderen dat slechts een enkele
bevestigingshaak is vergrendeld.
In deze opstelling wordt het kind ook beschermd door de
veiligheidsgordels van de auto en door de bovenste gordel: zie de
handleiding van het kinderzitje voor het correct omleggen van de
veiligheidsgordels van de auto.
VEILIGHEID
F0H0142m
F0H0143m