Operation Manual
154
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
HOOGTEVERSTELLING VAN DE
VEILIGHEIDSGORDELS VOOR (indien aanwezig)
De hoogte van de gordel moet altijd worden aangepast aan het postuur
van de inzittende: zo wordt de kans op letsel bij een ongeval aanzienlijk
verkleind.
De gordel is goed afgesteld als hij over de schouder halverwege tussen
nek en uiteinde van de schouder ligt.
Duw voor het afstellen de knop (A) van het blokkeermechanisme
omhoog of omlaag en schuif tegelijkertijd de beugel (B) omhoog of
omlaag in de gewenste stand.
GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDEL VAN DE
ZITPLAATS MIDDENACHTER (indien aanwezig)
De veiligheidsgordel is uitgerust met twee sluitingen en twee gespen.
Voor het gebruik van de veiligheidsgordel moet u de gespen uit de
zittingen (H) en (P) van de rolautomaat halen en de gordel voorzichtig en
rustig uittrekken om te voorkomen dat de gordelband draait. Druk
vervolgens de gesp (G) in de sluiting (L) die voorzien is van een knop (M).
VEILIGHEID
F0H0128m
ATTENTIE
ATTENTIE
Controleer na het afstellen altijd of de beugel vergrendeld is in een van de vaste
standen. Laat hiervoor de knop los en trek de gordel omlaag, zodat het
bevestigingspunt blokkeert, als dit nog niet heeft plaatsgevonden.
De veiligheidsgordels mogen alleen worden versteld als de auto stilstaat.










