Operation Manual
109
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
OPGESLAGEN SNELHEID VERHOGEN
Dit kan op twee manieren:
❒ trap het gaspedaal in sla vervolgens de nieuwe
snelheid op;
of
❒ plaats de hendel omhoog (+).
Telkens als de hendel wordt bediend, wordt de
snelheid iets verhoogd (ongeveer 1 km/h). Als de
hendel omhoog wordt gehouden, verandert de
snelheid traploos.
SNELHEID OPSLAAN
Ga als volgt te werk:
❒ zet de draaiknop (A) in stand ON en trap het
gaspedaal in tot de auto met de gewenste snelheid
rijdt;
❒ plaats de hendel ten minste 3 seconden omhoog
(+) en laat vervolgens de hendel los: de snelheid
van de auto is opgeslagen en het gaspedaal kan
worden losgelaten.
Indien nodig (bijvoorbeeld bij inhalen) kan de snelheid
simpel verhoogd worden door het intrappen van het
gaspedaal: als u daarna het gaspedaal loslaat, wordt
teruggekeerd naar de opgeslagen snelheid.
OPGESLAGEN SNELHEID OPROEPEN
Als het systeem is uitgeschakeld door bijvoorbeeld het
intrappen van het rem- of koppelingspedaal, kan de
opgeslagen snelheid op de volgende manier worden
opgeroepen:
❒ geef geleidelijk gas, totdat de snelheid ongeveer
gelijk is aan de opgeslagen snelheid;
❒ schakel de versnelling in die ingeschakeld was op
het moment van het opslaan van de snelheid
(vierde of vijfde versnelling);
❒ druk op de knop RES (B).










