Operation Manual
10
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Signaleringen afschriklampje
Als u de portieren vergrendelt, gaat het afschriklampje op de knop (A)
ongeveer 3 seconden branden en daarna knipperen (bewakingsfunctie).
Als u de portieren vergrendelt en een of meer portieren of de achter-
klep zijn niet goed gesloten, dan gaan het lampje en de richtingaanwijzers
snel knipperen.
BELANGRIJK De frequentie van de afstandsbediening kan worden
gestoord door krachtige radiosignalen van buiten de auto (bijv. van
mobiele telefoons, van radioamateurs enz.). Hierdoor kan de werking
van de afstandsbediening worden beïnvloed.
F0H0016m
Achterklep op afstand ontgrendelen
Druk de knop
R
in en houd de knop even ingedrukt om op afstand de achterklep te ontgrendelen (openen). Als
de achterklep wordt geopend, knipperen de richtingaanwijzers twee keer; bij het vergrendelen knipperen de rich-
tingaanwijzers één keer.
BELANGRIJK De frequentie van de afstandsbediening kan worden gestoord door krachtige radiosignalen van buiten
de auto (bijv. van mobiele telefoons, van radioamateurs enz.). Hierdoor kan de werking van de afstandsbediening
worden beïnvloed.
Portieren van binnenuit vergrendelen
Druk bij gesloten portieren op de knop (A) of de knop (B), in het midden op het dashboard, om de portieren
respectievelijk te vergrendelen of te ontgrendelen.
BELANGRIJK De centrale portiervergrendeling werkt niet als een portier niet goed gesloten is of als er een storing
in het systeem is.
Als de oorzaak van de storing is opgelost, werkt het systeem weer normaal.
Als onbedoeld het vergrendelknopje vanuit het interieur wordt ingedrukt en u de auto verlaat, wor-
den uitsluitend de gebruikte portieren ontgrendeld; de achterklep blijft vergrendeld. Voor het her-
stellen van de centrale portiervergrendeling moet u de ver-/ontgrendelknopjes opnieuw indrukken.










