Operation Manual

Draai de schakelaar tot voorbij de eerste stand
om de achterruitsproeier in te schakelen. De
ruitensproeierpomp blijft werken zolang u de schake-
laar in deze st and houd. Na loslaten maakt de ruiten-
wisser nog drie wisbewegingen en keert vervolgens in
de ruststand terug.
(afb. 70)
Als de achterruitwisser is ingeschakeld wanneer het
contactslot in de st and LOCK wordt gezet, keert de
ruitenwisser automatisch in de ruststand terug. Wan-
neer u de motor weer wordt gestart, zal de wisser
weer gaan werken volgens de stand van de schakelaar.
Schakel de achterruitwisser uit als u
door een autowasstraat rijdt. De achter-
ruitwisser kan beschadigd raken als hij
ingeschakeld blijft.
Laat bij koud weer de achterruitenwisser eerst
in de beginstand terugkeren vóór u het contact
uitzet en zorg dat de achterruitenwisserschake-
laar uitstaat. Als u de schakelaar van de achter-
ruitenwisser niet uitzet en de wisser vastvriest aan
de ruit, kan de wissermotor beschadigd raken
wanneer de auto weer wordt gestart.
Verwijder altijd o peengehoopte sneeuw als dit
verhindert dat de wisserbladen terugkeren naar
de ruststand. Wanneer u de ruitenwisserschake-
laar uitzet en de wisser bladen kunnen niet terug-
keren naar de ruststand, kan dit schade toebren-
gen aan de achterruitenwissermotor.
ACHTERRUITVERWARMING
De knop van de achterruitverwarming bevindt
zich op het bedieningspaneel van de klimaatre-
geling. Druk op deze knop om de achterruitverwar-
ming en de buitenspiegelverwarming (voor bepaalde
uitvoeringen/landen) in te schakelen. Een controle-
lampje in de knop gaat branden om aan te geven dat de
(afb. 70)
Achterruitwisser/-sproeier bedienen
108
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN
EN
RIJDEN
WAARSCHU-
WINGS-
LAMPJES EN
MELDINGEN
NOODGE-
VALLEN
SERVICE EN
ONDERHOUD
TECHNISCHE
SPECIFICATIES
INHOUD