Operation Manual
111
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
TANKDOP fig. 130
Om te tanken moet u het klepje A ope-
nen, vervolgens de dop B linksom los-
draaien nadat met de contactsleutel het
slot is ontgrendeld. De tankdop is voor-
zien van een koord C dat aan het klepje
vastzit, om verlies van de dop te voorko-
men.
Door de hermetische afsluiting van de
tank kan de druk in de tank iets verhoogd
zijn. Het is daarom normaal als u bij het
losdraaien van de tankdop een sissend ge-
luid hoort.
Plaats tijdens het tanken de dop in de uit-
sparing op het tankklepje, zoals is afge-
beeld in fig. 130.
fig. 130
F0N0068m
Kom niet dicht bij de vul-
opening met open vuur of
een brandende sigaret: brandgevaar.
Houd uw hoofd ook niet dicht bij de
vulopening om te voorkomen dat u
schadelijke dampen inademt.
ATTENTIE
Gebruik uitsluitend diesel-
brandstof voor motorvoertui-
gen die voldoet aan de Euro-
pese specificatie EN590. Het
gebruik van andere producten of meng-
sels kan de motor onherstelbaar be-
schadigen en het vervallen van de ga-
rantie tot gevolg hebben. Mocht u on-
verhoopt een ander type brandstof
tanken, dan mag de motor niet worden
gestart en moet de brandstoftank wor-
den afgetapt. Ook als de motor slechts
kort heeft gedraaid, moet naast de
brandstoftank, ook alle brandstof uit
de brandstofleidingen worden afgetapt.
TANKINHOUD
Om te zorgen dat de tank volledig gevuld
wordt, moet u twee keer bijvullen nadat
het vulpistool voor de eerste keer afslaat.
Vul niet nog een keer bij om storingen in
het brandstofsysteem te voorkomen.










