DUCATO LUM NL 23-01-2009 16:03 Pagina 1 F I A T D U C A T O NEDERLANDS De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld. Fiat behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Wendt u voor nadere informatie tot het Fiat Servicenetwerk. Gedrukt op milieuvriendelijk chloorvrij papier.
WAAROM KIEZEN VOOR ORIGINELE ONDERDELEN Wij, die uw auto hebben bedacht, ontworpen en gebouwd, kennen daarvan werkelijk elk detail en onderdeel. In de erkende Fiat Professional Service garages vindt u technici die rechtstreeks door ons zijn opgeleid die kwaliteit en professionaliteit bieden voor alle onderhoudswerkzaamheden. De Lancia garages staan altijd tot uw beschikking voor het periodieke onderhoud, de seizoenscontroles en voor praktische adviezen van onze deskundigen.
KIEZEN VOOR ORIGINELE ONDERDELEN IS DE MEEST LOGISCHE KEUZE PERFORMANCE ORIGINELE ONDERDELEN COMFORT VEILIGHEID MILIEU ACCESSOIRES ORIGINELE ONDERDELEN ORIGINELE ONDERDELEN ORIGINELE ONDERDELEN ORIGINELE ONDERDELEN WAARDEN ORIGINELE ONDERDELEN
HET HERKENNEN VAN DE ORIGINELE ONDERDELEN Alle Originele Onderdelen worden onderworpen aan strenge controles, zowel in de ontwerp- als constructiefase, door specialisten die het gebruik van uiterst moderne materialen controleren en hiervan de betrouwbaarheid testen. Dat is bedoeld om de performance en veiligheid voor u en uw passagiers te garanderen. Vraag altijd om een Origineel Onderdeel en controleer of dit gebruikt is.
11-3-2014 16:49 Pagina 1 Beste klant, Wij feliciteren u en bedanken u dat u voor een Fiat Ducato hebt gekozen. Wij hebben dit boekje opgesteld om u te helpen alle kenmerken van dit voertuig te leren kennen en het op de beste manier te gebruiken. Wij raden aan het aandachtig door te lezen voordat u voor de eerste keer gaat rijden.
11-3-2014 16:49 Pagina 2 AANDACHTIG LEZEN TANKEN Tank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen die aan de Europese norm EN590 voldoet. Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en derhalve de garantie voor de veroorzaakte schade ongeldig maken. MOTOR STARTEN Controleer of de handrem is aangetrokken; zet de versnellingspook in de vrijstand.
11-3-2014 16:49 Pagina 3
11-3-2014 16:49 Pagina 4 Deze pagina is opzettelijk blanco gelaten 4
11-3-2014 16:49 Pagina 5 GRAFISCHE INDEX . 1 KOPLAMPEN ❒ Soorten gloeilampen ...........................210 ❒ Dagverlichting ..................................... 48 ❒ Stadslicht en dimlicht .......................... 48 ❒ Grootlicht ............................................ 49 ❒ Lamp vervangen .................................212 WIELEN ❒ Velgen en banden ...............................268 ❒ Bandenspanning .................................269 ❒ Een wiel verwisselen ...........................
GRAFISCHE INDEX 11-3-2014 16:49 Pagina 6 . 2 ACHTERLICHTEN ❒ Soorten gloeilampen ...........................210 ❒ Lamp vervangen .................................214 LAADRUIMTE ❒ Openen/sluiten ................................... 74 6 F1A5001 DERDE REMLICHT ❒ Soorten gloeilampen ...........................210 ❒ lamp vervangen ..................................216 PARKEERSENSOREN ❒ Werking ..............................................
-3-2014 16:49 Pagina 7 . INFO RADIO MEDIA A-B-C PHONE MENU 1 2 3 4 5 6 3 LUCHTROOSTERS ❒ Luchtstroomroosters ........................... 29 LINKERHENDEL ❒ Buitenverlichting ................................. 48 INSTRUMENTENPANEEL ❒ Instrumentenpaneel en boordinstrumenten .............................112 ❒ Controlelampjes ..................................128 RECHTERHENDEL ❒ Ruiten reinigen ....................................
GRAFISCHE INDEX 11-3-2014 16:49 Pagina 8 . MODE 4 HENDEL VOOR HET OPENEN VAN DE MOTORKAP ❒ Openen/sluiten ................................... 77 BEDIENINGSPANEEL ❒ Bedieningselementen .......................... 60 ❒ Bedieningstoetsen ..............................117 HOUDERS VOOR BLIKJES / KOPJES / FLESSEN ❒ Uitrusting ............................................ 64 8 F1A5003 PORTIEREN HANDREM ❒ Vergrendelen/Ontgrendelen ................ 71 STOELEN ❒ Afstelling .................................
11-3-2014 16:49 Pagina 9 WEGWIJS IN UW AUTO Grondige kennis van uw nieuwe voertuig begint hier. In dit boekje is op eenvoudige en rechtstreekse wijze beschreven hoe uw voertuig gemaakt is en hoe het werkt. Daarom adviseren u het comfortabel zittend in uw voertuig te lezen, dan kunt u met eigen ogen zien wat hier beschreven is. SYMBOLEN .................................... FIAT CODE SYSTEEM..................... DE SLEUTELS ................................ DIEFSTALALARM............................
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 10 SYMBOLEN Sommige onderdelen van het voertuig zijn voorzien van gekleurde plaatjes met daarop symbolen die die voorzorgsmaatregelen aangeven die in acht genomen moeten worden wanneer het betreffende onderdeel wordt gebruikt. Onder de motorkap is tevens een plaatje aangebracht, waarop de betekenis van deze symbolen wordt toegelicht. FIAT CODE SYSTEEM IN HET KORT Dit is een elektronische startblokkering die de beveiliging tegen diefstalpogingen verbetert.
11-3-2014 16:49 Pagina 11 Inschakeling van waarschuwingslampje tijdens het rijden ❒ Als het waarschuwingslampje gaat branden, betekent dit dat het systeem een zelfdiagnose uitvoert (bijv. bij een spanningsval). ❒ Als het waarschuwingslampje blijft branden, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk. DE SLEUTELS Om de metalen baard uit te klappen, op knop B fig. 6 - fig. 7 drukken. SLEUTEL ZONDER AFSTANDSBEDIENING Ga als volgt te werk om de baard in de houder te steken: De metalen baard A fig.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 12 Wanneer de portieren worden ontgrendeld, wordt de interieurverlichting tijdelijk ingeschakeld. Voor sommige versies is er een sleutel met afstandsbediening en 2 knoppen en fig. 7. Met knop worden alle portieren vergrendeld. Gebruik knop ontgrendelen. om alle portieren te 7 F1A0005 Indicatie op het dashboard met leds Bij het vergrendelen van de portieren, gaat led A fig. 8 ongeveer 3 seconden branden en vervolgens knipperen (bewakingsfunctie).
11-3-2014 16:49 Pagina 13 DIEFSTALALARM (voor bepaalde versies/markten) BELANGRIJK 1) Druk knop B alleen in wanneer de sleutel ver genoeg van het lichaam (vooral de ogen) en van voorwerpen die snel beschadigen (bijvoorbeeld kleding) is verwijderd. Laat de sleutel niet onbeheerd achter, om te voorkomen dat mensen, met name kinderen, per ongeluk op de knop drukken.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 14 Als een portier of de motorkap niet goed gesloten is, worden ze niet door het alarmsysteem gecontroleerd. Wanneer zelfs bij goed gesloten portieren, motorkap en laadruimte het geluidssignaal weerklinkt, dan heeft zich een storing in de werking van het systeem voorgedaan. Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk. BELANGRIJK Wanneer de portieren met de metalen baard van de sleutel centraal worden vergrendeld, wordt het alarm niet ingeschakeld.
11-3-2014 16:49 Pagina 15 STUURSLOT Inschakeling Wanneer de sleutel op STOP staat, de sleutel verwijderen en het stuurwiel verdraaien tot het vergrendelt. Uitschakeling Draai het stuur enigszins terwijl de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid. BELANGRIJK 2) Als er geknoeid is aan het contactslot (bijv. een poging tot diefstal), dan moet dit gecontroleerd worden bij het Fiat Servicenetwerk voordat er verder gereden wordt.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 16 De stoel omlaag verstellen: ga op de stoel zitten, trek de hendel B (voorste deel van de stoel) of de hendel C (achterste deel van de stoel) omhoog en leun met uw lichaamsgewicht tegen het deel van de stoel dat omlaag versteld moet worden. GEVEERDE STOEL Afstelling rugleuning Zie de paragraaf “Stoelen” voor de verstelling in lengterichting, de hoogteverstelling, de rugleuning- en lendensteunverstelling en de verstelling van de armsteun.
11-3-2014 16:49 Pagina 17 Afstelling in de hoogte 11) Gebruik knop B fig. 18 of C fig. 18 om de voorkant/achterkant van de stoel omhoog of omlaag te brengen. Stoel draaien 15 F1A0025 17 F1A0027 Gebruik hendel D fig. 19 (op de rechterkant van de stoel) om de stoel te draaien. Afstelling rugleuning Gebruik hendel A fig. 18. 1 16 De stoel kan tot 180° worden gedraaid in de richting van de stoel aan de tegenoverliggende zijde en ongeveer 35° naar het portier.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 18 Stoelverwarming (voor bepaalde versies/markten) Met de sleutel op stand MAR, knop E fig. 20 indrukken om de functie in/uit te schakelen. 22 OPBERGVAK ONDER DE STOEL (voor bepaalde versies/markten) 20 Onder de stoel bevindt zich een opbergvak A fig. 23 dat gemakkelijk verwijderd kan worden door de haken op de vloer los te maken. F1A0030 CAPTAIN CHAIR STOEL (voor bepaalde versies/markten) Het voertuig kan uitgerust zijn met een Captain Chair fig.
11-3-2014 16:49 Pagina 19 KUNSTSTOF DEKSELS OP DE STOELVOET (voor bepaalde versies/markten) Het voorste deksel A fig. 24 kan geopend worden door de hendel B fig. 24 op de bovenkant los te maken. PANORAMAVERSIES Verstelling opklapbare rugleuning passagiersstoel Draai aan knop A fig. 25. Zo wordt toegang verkregen tot het opbergvak onder de stoel (zie paragraaf "opbergvak onder de stoel"). De twee zijzitplaatsen op de Panoramabank van de tweede rij zijn vast ingebouwd.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 20 26 F1A0035 27 F1A0036 Neergeklapte stand De bank verwijderen Ga als volgt te werk: BELANGRIJK Om de bank te kunnen verwijderen zijn minstens twee personen nodig. – verwijder de hoofdsteunen na de bank in de stand "easy entry" te hebben gezet; – til hendel B fig. 27 (die zich onder hendel A bevindt fig. 26) omhoog met uw rechterhand; – draai de rugleuning 5° naar achteren; – klap de rugleuning naar voren met uw linkerhand.
11-3-2014 16:49 Pagina 21 ❒ til hendel A op (beweging 3), tot deze zich boven de bevestigingsschuif C fig. 31 (aan de zijkant) bevindt, hetgeen garandeert dat het systeem stevig omhoog is gezet tijdens de handelingen. 30 Het is ook mogelijk, door de stoel waar de clips vrij zijn in verhouding tot de openingen in de rails; in deze stand te zetten (die gemakkelijk bereikt kan worden door de onderkant enigszins te schuiven en tegelijkertijd te verwijderen"), de stoel gemakkelijk te verwijderenfig. 33.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 22 BELANGRIJK Het systeem is alleen vergrendeld als het met de veiligheidsclip onder de hendel horizontaal geblokkeerd is. Als dat niet gebeurt, controleren of de stoel in de exacte vergrendelingsstand ten opzichte van de rail staat (door de stoel enkele millimeters naar achteren of voren te schuiven tot hij goed vast zit).
11-3-2014 16:49 Pagina 23 HOOFDSTEUNEN 11) Verstel de stoelen nooit tijdens het rijden. Zorg er tijdens het draaien van de stoel voor dat deze niet tegen de handrem komt. 12) Controleer of de stoel in de rijstand is vergrendeld voordat de motor gestart wordt. 13) Zet geen zware voorwerpen op de klep terwijl het voertuig rijdt, bij bruusk remmen of een botsing zouden deze de inzittenden kunnen raken en tot ernstig letsel kunnen leiden.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 24 24 Om de hoofdsteunen voor te verwijderen, druk tegelijkertijd op de knoppen A en B fig. 37 op de zijkant van de beide steunen en trek de steunen naar boven. STUURWIEL Het stuurwiel kan axiaal worden versteld. Ga als volgt te werk om in te stellen: ❒ trek de hendelfig. 38 naar het stuur (stand 2) om hem te ontgrendelen; ❒ zet het stuurwiel in de gewenste stand; BELANGRIJK 16) De verstelling mag alleen bij stilstaand voertuig en uitgeschakelde motor gebeuren.
11-3-2014 16:49 Pagina 25 ACHTERUITKIJKSPIEGELS Spiegels met elektrische verstelling Spiegels met de hand inklappen BINNENSPIEGEL De elektrische verstelling kan alleen uitgevoerd worden met de contactsleutel in de stand MAR. Indien nodig (bijvoorbeeld in smalle doorgangen of in wastunnels) kunnen de spiegels met de hand ingeklapt worden door ze van stand 1 in stand 2 te zetten fig. 41. Met hendeltje A fig. 39 kan de spiegel in twee standen gezet worden: normaal of anti-verblindingsstand.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 26 Handmatig inklappen Om de spiegels handmatig in te klappen, ze van stand 1 fig. 41 in stand 2 zetten. Als de spiegels handmatig zijn ingeklapt, dan kunnen ze zowel handmatig als elektrisch weer worden uitgeklapt. 42 F1A0044 Elektrisch inklappen Om de spiegel elektrisch in te klappen, op punt 2 van de tuimelschakelaar A fig. 42 drukken. Druk op punt 1 op de schakelaar om de spiegels weer in geopende stand te zetten.
11-3-2014 16:49 Pagina 27 Ontdooien/ontwasemen (voor bepaalde versies/markten) De spiegels zijn voorzien van verwarmingselementen die in werking treden als de achterruitverwarming ingeschakeld wordt (door het indrukken van de knop ). BELANGRIJK Dit is een tijdgeregelde functie die na enkele minuten automatisch wordt uitgeschakeld. BELANGRIJK 19) De buitenspiegel aan bestuurderszijde is bolvormig; hierdoor wordt de afstandswaarneming ietwat vertekend.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 28 VERWARMING EN VENTILATIE MODE 43 F1A0302 1. Vast luchtrooster bovenkant - 2. Verstelbare luchtroosters in het midden - 3. Vaste luchtroosters aan zijkant - 4. Verstelbare luchtroosters aan zijkant - 5. Onderste luchtroosters voor voorstoelen.
11-3-2014 16:49 Pagina 29 LUCHTROOSTERS VERSTELBARE LUCHTROOSTERS IN HET MIDDEN EN AAN DE ZIJKANT A Vaste luchtroosters voor zijruiten. B Verstelbare luchtroosters aan zijkant. C Vaste luchtroosters. D Verstelbare luchtroosters in het midden. E Regelknop luchtopbrengst. BEDIENINGSELEMENTEN VERWARMING EN VENTILATIE BEDIENINGSELEMENTEN Ventilatieopeningen A en C zijn niet verstelbaar.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 30 Draaischakelaar luchtverdeling C voor een luchtstroom naar de luchtroosters in het midden en aan de zijkant; voor een warme luchtstroom naar de voeten en een ietwat minder warme luchtstroom naar de luchtroosters op het dashboard, bij gematigde temperaturen; voor het verwarmen bij zeer lage buitentemperaturen: zoveel mogelijk luchtstroom naar de voeten; voor zowel een warme luchtstroom naar de voeten als het ontwasemen van de voorruit; voor het snel ontwasemen v
11-3-2014 16:49 Pagina 31 ❒ draai knop B naar 4 ventilatorsnelheid). (maximum BELANGRIJK Voor het snel ontwasemen/ontdooien moet, wanneer er een extra verwarming aanwezig is (onder de voorstoel of achterstoel bij Panorama- en Combi-versies), deze verwarming, indien ingeschakeld, worden uitgeschakeld door te drukken op knop F (led gedoofd) op het bedieningspaneel fig. 47. Nadat de ruiten ontwasemd/ontdooid zijn, kan een stand worden gekozen om de gewenste comfortsituatie te herstellen.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 32 BELANGRIJK Met de interne luchtrecirculatie kan de gewenste toestand (verwarming of koeling, afhankelijk van de keuze) sneller bereikt worden. HANDBEDIENDE KLIMAATREGELING (voor bepaalde versies/markten) BEDIENINGSELEMENTEN Het wordt echter afgeraden de luchtrecirculatie in te schakelen op regenachtige of koude dagen omdat dit de mogelijkheid dat de ruiten beslaan aanzienlijk doet toenemen.
11-3-2014 16:49 Pagina 33 Aan/uit knop klimaatregeling E ❒ draai de schakelaar C naar de stand ; ❒ draai knop B naar de gewenste snelheid. Druk op de knop (led op knop aan) om de klimaatregeling in te schakelen. ❒ druk op knop E om de klimaatregeling in te schakelen; de led op de knop gaat aan; SNELLE VERWARMING VAN HET INTERIEUR Druk nogmaals op de knop (led op knop uit) om de klimaatregeling uit te schakelen.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 34 SNEL ONTWASEMEN/ ONTDOOIEN VAN DE VOORRUIT EN DE VOORSTE ZIJRUITEN Ga als volgt te werk: ❒ draai schakelaar A naar het blauwe gebied; ❒ draai knop B naar 4 ventilatorsnelheid).
11-3-2014 16:49 Pagina 35 51 F1A0330 INSCHAKELING VAN DE INTERNE LUCHTRECIRCULATIE Draai knop D naar . Geadviseerd wordt de interne luchtrecirculatie in te schakelen in de file of in tunnels, om te voorkomen dat er vervuilde lucht in het interieur komt. Gebruik de functie niet langdurig, vooral als er meerdere passagiers aan boord zijn, om te voorkomen dat de ruiten beslaan.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 36 Alle functies kunnen handmatig worden gewijzigd. Met andere woorden, men kan een of meer functies selecteren en de parameters naar wens veranderen. Hierbij wordt echter de automatische regeling van de functies die handmatig zijn gewijzigd uitgeschakeld: het systeem grijpt alleen in om veiligheidsredenen (bijv. kans op beslaan).
11-3-2014 16:49 Pagina 37 ❒ luchtrecirculatie, om de functie altijd uit- of ingeschakeld te houden; ❒ voor het snel ontwasemen/ ontdooien van de voorruit, de achterruit en de achteruitkijkspiegels. Tijdens de volledig automatische werking van het systeem, kan te allen tijd de ingestelde temperatuur, de luchtverdeling en de ventilatorsnelheid gewijzigd worden met de betreffende knoppen: het systeem past automatisch de eigen instellingen aan de nieuwe instellingen aan.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 38 Om de functie uit te schakelen, volstaat het om de temperatuurknop naar links te draaien en de gewenste temperatuur in te stellen. Drukknoppen voor luchtverdeling (B) Door op een van deze knoppen te drukken, kan handmatig een van de zeven instellingen voor de luchtverdeling worden gekozen: luchtstroom naar de luchtroosters van de voorruit en de voorste zijruiten om deze te ontwasemen of te ontdooien.
11-3-2014 16:49 Pagina 39 AUTO-knop (A) (automatische werking) Druk op AUTO om de hoeveelheid en de verdeling van de lucht in het interieur automatisch door het systeem te laten regelen. Alle vorige handmatige instellingen worden geannuleerd. Tijdens de werking van de automatische klimaatregeling, verschijnt de tekst FULL AUTO op het display.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 40 Bij het uitschakelen van de compressor schakelt het systeem de luchtrecirculatie uit om te voorkomen dat de ruiten beslaan. Hoewel het systeem de gewenste temperatuur kan handhaven, verdwijnt het woord FULL van het display. Wanneer het systeem de gewenste temperatuur echter niet meer kan handhaven, gaan de letters knipperen en verdwijnt het woord AUTO.
11-3-2014 16:49 Pagina 41 Om de vorige werkingsomstandigheden te herstellen, op knop B drukken, op de recirculatieknop G, op de knop van de compressor F of op de AUTO-knop A. Opmerking Voor het snel ontwasemen/ontdooien moet, wanneer er een extra verwarming/klimaatregeling aanwezig is (onder de voorstoel of achterstoel bij Panorama- en Combi-versies), deze verwarming, indien ingeschakeld, worden uitgeschakeld door te drukken op knop F (led uit) op het bedieningspaneel F fig. 55.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 42 ONAFHANKELIJKE EXTRA VERWARMING (voor bepaalde versies/markten) Het voertuig kan optioneel worden uitgerust met twee verschillende soorten onafhankelijke verwarming: een volautomatische en een programmeerbare verwarming. AUTOMATISCHE VERSIE De extra verwarming schakelt automatisch in wanneer de motor wordt gestart en op basis van de buitentemperatuur en de koelvloeistoftemperatuur. De uitschakeling is altijd automatisch.
11-3-2014 16:49 Pagina 43 Wanneer het systeem werkt, schakelt de regeleenheid de ventilator van het verwarmingssysteem in het interieur met de tweede snelheid in. Het thermisch vermogen van de ketel wordt automatisch geregeld door de elektronische regeleenheid, afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur. BELANGRIJK De verwarming is voorzien van een thermische beveiliging die de verbranding onderbreekt in geval van oververhitting door een te laag koelvloeistofpeil of door koelvloeistoflekkage.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 44 Onmiddellijke inschakeling van de verwarming De instelling van de tijd is niet mogelijk wanneer de verwarming of de ventilatie werkt. Druk op knop 6 van de timer om het systeem handmatig in te schakelen: het display en het controlelampje 9 lichten op en blijven branden zolang het systeem actief is. WAARSCHUWING Let op bij de instelling van de zomertijd/ standaardtijd. De inschakelduur verdwijnt na 10 seconden.
11-3-2014 16:49 Pagina 45 WAARSCHUWING De fabrieksinstellingen worden gewist door nieuwe invoer. De voorkeuzetijden blijven tot de volgende wijziging opgeslagen. Als de klok van de elektrische installatie wordt losgemaakt (bijv. als de accu wordt losgekoppeld), worden de fabrieksinstellingen hersteld. De geprogrammeerde inschakeltijd uitschakelen Druk kort op knop 4 om de geprogrammeerde inschakeltijd te wissen: de verlichting van het display dooft en het nummer 5 van de voorkeuzetijd verdwijnt.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 46 BELANGRIJK De standverwarming schakelt uit wanneer de accuspanning laag is, zodat het starten van de motor mogelijk blijft. BELANGRIJK Controleer alvorens het systeem in te schakelen of het brandstofpeil boven het reserveniveau staat. Is dat niet het geval, dan kan het systeem blokkeren en dient u zich tot het Fiat Servicenetwerk te wenden.
11-3-2014 16:49 Pagina 47 EXTRA KLIMAATREGELING ACHTER (Panorama- en Combiversies) (voor bepaalde versies/markten) F MODE 56 F1A0305 Door de draaiknop D in de maximaal koude stand te zetten (draaiknop in blauwe gebied), zal lucht op omgevingstemperatuur uit de uitstroomopeningen voor de beenruimte achterin stromen (onder de stoelen van de 2e-3e rij bij Panoramaversies en uit het rooster aan de zijde van de linker wielkuip bij Combiversies).
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 48 BUITENVERLICHTING IN HET KORT BELANGRIJK 21) Net als de motor verbruikt ook de verwarming brandstof, maar in mindere mate. Dus om vergiftiging en verstikking te voorkomen, mag de extra verwarming nooit worden ingeschakeld in een afgesloten ruimte, zoals een garage of een werkplaats zonder een afzuigsysteem voor uitlaatgassen, ook niet gedurende korte tijd. 22) Net als de motor verbruikt ook de verwarming brandstof, maar in mindere mate.
11-3-2014 16:49 Pagina 49 Als de contactsleutel naar STOP wordt gedraaid of wordt verwijderd en de draaischakelaar wordt van O naar gedraaid, gaan het stadslicht en de kentekenplaatverlichting branden. AUTOMATISCH GROOTLICHT Het systeem wordt geactiveerd via het menu-item en door de lichtenschakelaar naar de stand AUTO te draaien. Het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden. 59 F1A0066 GROOTLICHTSIGNAAL Trek de hendel naar het stuurwiel (1e instabiele stand) fig.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 50 Als in deze fase opnieuw aan de hendel wordt getrokken, om uitschakeling van het grootlicht te verzoeken, blijft de functie uitgeschakeld en gaat ook het grootlicht uit. Draai de schakelaar naar de stand fig. 58 om de automatische functie uit te schakelen. Inschakeling Trek, met de contactsleutel in de stand OFF of verwijderd, de hendel binnen 2 minuten na het afzetten van de motor naar het stuurwiel fig. 62.
11-3-2014 16:49 Pagina 51 Telkens als de hendel wordt bediend, wordt uitsluitend de inschakeltijd van de verlichting verlengd. BELANGRIJK Uitschakeling Houd de hendel langer dan twee seconden naar het stuurwiel fig. 62 getrokken.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 52 25) Als de camera van plaats verandert door een wijziging in de belading, kan het systeem tijdelijk niet werken om de camera in de gelegenheid te stellen een automatische kalibratie uit te voeren. RUITEN REINIGEN IN HET KORT Met de rechter hendel fig. 64 worden de ruitenwissers/ruitensproeiers bediend, en daar waar voorzien, ook de koplampsproeiers en de regensensor.
11-3-2014 16:49 Pagina 53 Automatische wis-/wasregeling Trek de hendel naar het stuur (instabiele stand) om de ruitensproeiers in te schakelen fig. 65. Als de hendel langer dan een halve seconde wordt aangetrokken, dan worden in één beweging de ruitenwissers en -sproeiers ingeschakeld.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 54 CRUISE-CONTROL (voor bepaalde versies/markten) BELANGRIJK 3) Gebruik de ruitenwissers niet om opgehoopte sneeuw of ijs van de voorruit te verwijderen. Onder dergelijke omstandigheden wordt bij overbelasting van de ruitenwissers de beveiliging ingeschakeld, waardoor de ruitenwissers enkele seconden worden uitgeschakeld. Als hierna de ruitenwissers niet meer werken, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
11-3-2014 16:49 Pagina 55 Voertuigsnelheid opslaan Ga als volgt te werk: ❒ schakel de versnelling in die ingeschakeld was op het moment dat de snelheid werd opgeslagen; ❒ zet draaischakelaar A fig. 66 - fig. 67 (afhankelijk van in de stand ON of de versie) en trap het gaspedaal in om de gewenste snelheid te bereiken; ❒ druk op knop B fig. 66 - fig. 67. ❒ zet de hendel omhoog (+) gedurende minstens een seconde, laat hem vervolgens los.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 56 ❒ door een verzoek om sequentieel te schakelen bij een automatische versnellingsbak; ❒ bij een voertuigsnelheid onder de ingestelde limiet ❒ door het gaspedaal in te trappen; in dit geval wordt het systeem eigenlijk niet uitgeschakeld, maar wordt voorrang aan het acceleratieverzoek gegeven. De Cruise-Control blijft actief, zonder de noodzaak om de CAN/RES-knop in te drukken om na het accelereren naar de vorige toestand terug te keren.
11-3-2014 16:49 Pagina 57 Beweeg, om een lagere snelheid dan de weergegeven snelheid op te slaan, hendel A omlaag (-). Elke beweging van de hendel komt overeen met een snelheidsverlaging van ongeveer 1 km/h, terwijl als de hendel omlaag wordt gehouden, een verlaging van 5 km/h wordt verkregen. Inschakeling/ uitschakeling van het systeem Druk op de toets CANC RES om het systeem te activeren/deactiveren.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 58 Automatische uitschakeling van het systeem Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld in geval van een systeemstoring. BELANGRIJK 27) Als met actieve cruise-control wordt gereden, mag de versnellingspook nooit in de vrijstand worden gezet. PLAFONDVERLICHTING PLAFONDVERLICHTING VOOR MET SPOTS Schakelaar A fig. 69 wordt gebruikt om de plafondverlichting in/uit te schakelen.
11-3-2014 16:49 Pagina 59 De tijdregeling wordt onderbroken wanneer de sleutel in de stand "MAR" wordt gezet. VERWIJDERBARE INSTAPVERLICHTING (voor bepaalde versies/markten) TIJDEGEREGELDE WERKING OM UIT HET VOERTUIG TE STAPPEN Deze kan zowel als vast licht en als elektrische zaklamp gebruikt worden. Als de sleutel uit het contactslot wordt verwijderd, gaat de plafondverlichting op de volgende manieren branden: Wanneer de verwijderbare instapverlichting aangesloten is op de vaste houderfig.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 60 BEDIENINGSELEMENTEN Noodremmen (voor bepaalde versies/markten) ALARMKNIPPERLICHTEN Bij het remmen in noodsituaties gaan de alarmknipperlichten automatisch branden, evenals de controlelampjes en op het instrumentenpaneel. Deze functie wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de remwerking weer normaal is. Deze functie voldoet aan de geldende wettelijke voorschriften. De lichten worden ingeschakeld door op schakelaar A fig.
11-3-2014 16:49 Pagina 61 Druk, om de contactsleutel naar de stand BATT te draaien, op de (rode) knop A fig. 78. MODE 75 F1A0323 PARKEERLICHTEN Deze lichten kunnen alleen worden ingeschakeld met de contactsleutel in de stand STOP of verwijderd, door de linker ring eerst naar de stand O en vervolgens naar de stand of te draaien. Het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 62 Steek, om de accuverbinding te herstellen, de contactsleutel in het slot en draai hem naar de stand MAR. Nu kan het voertuig op normale wijze worden gestart. Na het loskoppelen van de accu kan het nodig zijn om sommige elektrische systemen (bv. klok, datum, etc.) opnieuw in te stellen. 79 F1A0303 80 F1A0085 CENTRALE PORTIERVERGRENDELING Druk op de knop A fig.
11-3-2014 16:49 Pagina 63 INTERIEURUITRUSTING De afsluiter van de brandstoftoevoer weer inschakelen Druk op knop A fig. 81 om de afsluiter van de brandstoftoevoer weer in te schakelen. BELANGRIJK 29) Als na een botsing een brandstoflucht wordt geroken of brandstoflekkage wordt geconstateerd, de afsluiter niet opnieuw inschakelen om gevaar van brand te voorkomen. 81 F1A0086 BOVENSTE OPBERGVAK - KOELVAK (voor bepaalde versies/markten) Til voor het gebruik het deksel op zoals getoond in fig. 82.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 64 DASHBOARDKASTJE Gebruik de handgreep A fig. 83 om het dashboardkastje te openen. DASHBOARDKASTJE (voor bepaalde versies/markten) Het opbergvak A fig. 85 bevindt zich midden op het dashboard. Het opbergvak B fig. 86 bevindt zich rechts op het dashboard, net boven het dashboardkastje. 83 BEKERHOUDER BLIKJESHOUDER FLESHOUDER OP DASHBOARD (voor bepaalde versies/markten) Bij sommige versies zijn twee bekerhouders/blikjeshouders/fleshouders (0,5/0,75 liter) fig.
11-3-2014 16:49 Pagina 65 HOUDER MOBIELE TELEFOON (voor bepaalde versies/markten) OPBERGVAK ONDER VOORSTE PASSAGIERSSTOEL Bevindt zich op de tunnelconsole op de plaats getoond in fig. 88 Ga als volgt te werk om dit opbergvak te gebruiken: ❒ Open en verwijder de klep A fig. 90 zoals is aangegeven; ❒ draai de vergrendelknop B linksom en verwijder hem om het vak te kunnen uitschuiven. 91 F1A0096 BEKERHOUDER BLIKJESHOUDER De beker-/blikjeshouder bevindt zich midden op het dashboard fig. 92.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 66 AANSTEKER De aansteker bevindt midden op het dashboard fig. 93. ASBAK USB-POORTEN (voor versies/markten, daar waar aanwezig) Deze zijn te vinden: ❒ in het midden van het dashboard op de plaats van de aansteker en kan alleen gebruikt worden als oplaadbron voor externe apparaten; De asbak bestaat uit een uitneembare kunststof houder fig. 95 die in de beker-/blikjeshouders midden op het dashboard geplaatst kan worden.
11-3-2014 16:49 Pagina 67 96 F1A0100 97 F1A0308 98 F1A0102 BELANGRIJK Aan beide zijden van de zonneklep aan passagierszijde is een etiket aangebracht dat eraan herinnert dat de airbag verplicht uitgeschakeld moet worden als een kinderzitje tegen de rijrichting in op de voorstoel wordt gemonteerd. Houd u altijd aan de aanwijzingen op de zonneklep (zie de paragraaf “Frontairbag” in hoofdstuk "Veiligheid").
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 68 OPBERGVAK BOVEN ZONNEKLEPPEN (voor bepaalde versies/markten) Dit opbergvak bevindt zich boven de zonnekleppen fig. 101 en is ontworpen voor het snel en makkelijk opbergen van lichte voorwerpen (documenten, wegenkaarten enz.). 99 102 F1A0342 OPBERGVAK BOVEN DE CABINE (voor bepaalde versies/markten) Dit opbergvak bevindt zich boven in de bestuurderscabine fig. 100 en biedt ruimte voor lichte voorwerpen.
11-3-2014 16:49 Pagina 69 TACHOGRAAF Raadpleeg voor de werking en het gebruik van de tachograaf het door de fabrikant geleverde instructieboek. Voertuigen (met of zonder aanhanger) met een gewicht van meer dan 3,5 ton, moeten uitgerust zijn met een tachograaf. BELANGRIJK Elke verandering aan het controle-instrument of aan het signaaltransmissiesysteem, die de registratie door het controle-instrument beïnvloedt, vooral m.b.t. frauduleus gebruik, is strafbaar.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 70 AUTOMATISCHE NIVEAUREGELING LUCHTVERING ALGEMENE INFORMATIE Het systeem werkt alleen op de achterwielen in. Het systeem houdt de achterste rij-instelling van het voertuig onder alle beladingscondities constant, terwijl een groter rijcomfort wordt gegarandeerd.
11-3-2014 16:49 Pagina 71 Het niveau dat geselecteerd is bij stilstaand voertuig wordt gehandhaafd tot een snelheid van ongeveer 20 km/h; wanneer deze snelheid wordt overschreden, zal het systeem het normale niveau automatisch herstellen: “rij-instelling 0”. BELANGRIJK 4) Controleer, alvorens handmatig te regelen met geopende portieren, of er voldoende ruimte rond het voertuig is voor een dergelijke handeling.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 72 Wanneer de portieren worden ontgrendeld, gaat de led op de knop uit; wanneer de knop opnieuw wordt bediend, worden alle portieren vergrendeld. De centrale portiervergrendeling werkt alleen als alle portieren perfect gesloten zijn. 106 F1A0114 Draai de sleutel linksom in het slot van het bestuurdersportier fig. 106 om alle portieren te ontgrendelen.
11-3-2014 16:49 Pagina 73 ❒ wanneer het instrumentenpaneel wordt ingeschakeld; DEAD LOCK (voor bepaalde versies/markten) ❒ wanneer een van de voorportieren wordt geopend; Deze veiligheidsvoorziening verhindert de werking van: ❒ wanneer het portier wordt vergrendeld bij 20 km/h (indien ingeschakeld vanaf het menu). ❒ de binnenhandgrepen vergrendel-/ontgrendelknop A fig.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 74 DUBBELE ACHTERDEUR Eerste deur handmatig openen van buitenaf Draai de sleutel linksom fig. 106 of druk van de op de knop afstandsbediening en trek de handgreep A fig. 112 in de richting aangegeven door de pijl. 109 F1A0117 Pak, om de zijschuifdeur te sluiten, de buitenhandgreep A (of de binnenhandgreep) vast en duw hiermee de deur dicht. Controleer in elk geval of de geopende deur correct is vergrendeld in het vangmechanisme.
11-3-2014 16:49 Pagina 75 De openingshoek van de twee deuren kan worden vergroot voor een beter comfort bij het in- en uitladen. Druk hiervoor op de knop A fig. 116; nu kunnen de deuren ongeveer 180 graden worden geopend. 38) 39) 113 F1A0121 Eerste deur handmatig sluiten van buitenaf Draai de sleutel rechtsom of druk op de knop van de sleutel met afstandsbediening. Sluit eerst de linkerdeur en dan de rechterdeur.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 76 BELANGRIJK 34) Als het dead lock systeem is ingeschakeld, dan is het niet meer mogelijk om de portieren vanuit het interieur te openen. Controleer daarom, voordat het voertuig wordt verlaten, of er niemand meer aan boord is.
11-3-2014 16:49 Pagina 77 Continue automatische werking ❒ trek de hendel A fig. 119 omhoog zoals afgebeeld in de figuur; Alle versies zijn voorzien van automatische bediening omhoog en omlaag van de ruit aan bestuurderszijde voor. ❒ til de motorkap op en trek tegelijkertijd de steunstang uit de fig. 120 uit de vergrendeling D; steek vervolgens het uiteinde C fig. 121 van de stang in de zitting E.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 78 SLUITEN Ga als volgt te werk: ❒ houd de motorkap met één hand omhoog, verwijder met de andere hand de stang C fig. 121 uit de zitting E en zet hem terug in vergrendeling D fig. 120; ❒ laat de motorkap tot op ongeveer 20 cm van de motorruimte zakken en laat hem dan vallen. Controleer of de motorkap volledig gesloten is en niet alleen met de beveiliging is vergrendeld door te proberen hem op te tillen.
11-3-2014 16:49 Pagina 79 IMPERIAAL/SKIDRAGER KOPLAMPEN Gebruik voor de montage van de imperiaal/skidrager, bij de voorbereiding voor de uitvoeringen H1 en H2, de daarvoor bestemde pennen op de dakranden fig. 122. LICHTBUNDEL AFSTELLEN BELANGRIJK 44) Controleer na enkele kilometers rijden of de schroeven van de bevestigingen nog goed zijn vastgedraaid. 45) Verdeel de lading gelijkmatig en houd bij het rijden rekening met een verhoogde zijwindgevoeligheid.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 80 Hoogteregeling koplampen KOPLAMPAFSTELLING IN HET BUITENLAND of op het Druk op bedieningspaneel fig. 123. De dimlichten zijn afgesteld voor gebruik in het land waar het voertuig oorspronkelijk is gekocht. Als gereden wordt in landen waar op de andere weghelft wordt gereden, dient de richting van de bundel gewijzigd te worden door een speciale folie op de koplamp aan te brengen, zodat verblinding van tegenliggers wordt voorkomen.
11-3-2014 16:49 Pagina 81 BELANGRIJK Een inrijperiode van circa 500 km is vereist om het beste uit het remsysteem te halen: vermijd tijdens deze periode bruusk, herhaaldelijk of langdurig remmen. 46) INSCHAKELING VAN HET SYSTEEM De bestuurder kan merken wanneer het ABS wordt ingeschakeld omdat er een lichte trilling van het rempedaal voelbaar is en het systeem iets meer geluid maakt: dit geeft aan dat de snelheid moet worden aangepast aan het type wegdek waarop wordt gereden.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 82 ❒ Onderstuur: treedt op wanneer het voertuig minder draait dan overeenkomstig de hoek van het stuurwiel zou moeten. HILL HOLDER-SYSTEEM Het ESC-systeem verbetert de richtingscontrole en stabiliteit van het voertuig onder diverse rijomstandigheden.
11-3-2014 16:49 Pagina 83 Als na twee seconden niet wordt weggereden, wordt het systeem automatisch uitgeschakeld en wordt de remdruk geleidelijk gereduceerd. Tijdens deze fase kan een typisch mechanisch geluid hoorbaar zijn. Dit geluid wijst erop dat het voertuig weldra in beweging zal komen.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 84 Er wordt maximale assistentie van het HBA-systeem verkregen als het rempedaal zeer snel wordt ingetrapt. Tevens moet het rempedaal continu, dus niet intermitterend, ingetrapt worden tijdens het remmen, om voordelen van het systeem te verkrijgen. Het is niet mogelijk om de neiging tot over de kop slaan te voorkomen wanneer dit te wijten is aan redenen zoals met de wielen aan één kant op steile hellingen rijden, botsing tegen voorwerpen of andere voertuigen.
11-3-2014 16:49 Pagina 85 BELANGRIJK Boven de 25 km/h schakelt het HDC-systeem uit, maar is nog steeds klaar voor gebruik (de led op de toets blijft branden) wanneer de snelheid weer onder 25 km/h zakt. Als de snelheid boven de 50 km/h komt, schakelt het HDC-systeem volledig uit (de led op de toets dooft) en werkt de functie niet meer zelfstandig op de remmen in. Druk, om het systeem weer in te schakelen, opnieuw op de toets wanneer de snelheid onder de 25 km/h is gezakt.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 86 TRACTION PLUS SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten) BELANGRIJK 7) Langdurig gebruik kan tot oververhitting van het remsysteem leiden. Als de remmen oververhit raken, zal het HDC-systeem, indien actief, geleidelijk uitgeschakeld worden na de bestuurder geïnformeerd te hebben (de led op de toets dooft): het kan alleen weer geactiveerd worden wanneer de remmen voldoende zijn afgekoeld.
11-3-2014 16:49 Pagina 87 Wanneer met sneeuwkettingen wordt gereden, kan het handig zijn om Traction Plus in te schakelen en op die manier de ASR-functie te blokkeren: onder deze omstandigheden levert het doorslippen van de aandrijfwielen bij het wegrijden immers meer trekkracht op. BELANGRIJK 63) Het Traction Plus systeem werkt alleen effectief op wegoppervlakken die niet homogeen zijn en/of bij verschillen tussen de twee aandrijfwielen.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 88 ❒ Rijden met onvoldoende bandenspanning veroorzaakt oververhitting van de banden en kan in defecten van de banden resulteren. Een lage bandenspanning vermindert tevens de brandstofefficiency en de duur van het loopvlak en kan de handling en remwerking van het voertuig nadelig beïnvloeden. Het TPMS maakt gebruik van draadloze apparaatjes met elektronische sensoren die op de wielvelgen zijn gemonteerd om voortdurend de bandenspanning te controleren.
11-3-2014 16:49 Pagina 89 ❒ Gebruik van wielen/banden zonder TPM-sensoren. ❒ Het noodreservewiel is niet met een TPM-sensor uitgerust. Daarom kan de betreffende bandenspanning niet door het systeem gecontroleerd worden. ❒ Als het noodreservewiel een band vervangt met een lagere spanning dan de limietspanning, zal bij de eerstvolgende ontstekingscyclus een geluidssignaal klinken en zal het waarschuwingslampje gaan branden.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 90 71) Een te lage bandenspanning verhoogt het brandstofverbruik, verlaagt de duur van het loopvlak en kan het vermogen om de auto op veilige manier te besturen beïnvloeden. DRIVING ADVISOR 72) Breng altijd de dop op het ventiel aan nadat de bandenspanning is gecontroleerd of aangepast. Dit voorkomt intreden van vocht of vuil in het ventiel, wat de controlesensor van de bandenspanning zou kunnen beschadigen.
11-3-2014 16:49 Pagina 91 Het systeem wordt bij elke startcyclus van het voertuig geactiveerd en begint met de herkenning van de bedrijfscondities (toestand die aan de bestuurder gemeld wordt door het branden van de 2 lampjes van de richtingaanwijzers en op het instrumentenpaneel). Wanneer het systeem de bedrijfscondities herkent, wordt het actief, d.w.z. het kan de bestuurder met visuele en akoestische waarschuwingen assisteren.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 92 SYSTEEM UITSCHAKELEN Handmatig Het systeem kan uitgeschakeld worden door knop A fig. 127 op het dashboard in te drukken. De led op de knop gaat branden en er verschijnt een bericht op het display om te bevestigen dat het systeem uitgeschakeld is. Automatisch Als Start&Stop actief is, wordt het systeem automatisch uitgeschakeld. Het systeem wordt weer ingeschakeld en de bedrijfscondities worden gecontroleerd nadat het voertuig gestart is.
11-3-2014 16:49 Pagina 93 OVERZICHTSTABEL VAN DE MELDINGEN TIJDENS HET GEBRUIK VAN DE DRIVING ADVISOR Toestand van de led op de knop Uit Bericht op het display Toestand van het symbool op het display Geluidssignaal Betekenis – – – systeem ingeschakeld (automatisch bij elke startcyclus) - systeem ingeschakeld maar zonder dat aan bedrijfscondities is voldaan - systeem ingeschakeld en aan bedrijfscondities voldaan: het systeem kan akoestischevisuele meldingen geven ja het systeem is actief en h
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 94 94 Toestand van de led op de knop Bericht op het display Toestand van het symbool op het display Geluidssignaal Betekenis ja het systeem is actief en herkent de bedrijfscondities: het waarschuwt over een afwijking t.o.v.
11-3-2014 16:49 Pagina 95 CAMERA ACHTER (PARKVIEW® ACHTERUITRIJCAMERA) (voor bepaalde versies/markten) 8) 77) Het voertuig kan uitgerust zijn met een ParkView® achteruitrijcamera, waarmee de bestuurder het beeld van de zone achter het voertuig op het display kan zien, elke keer dat de achteruit wordt ingeschakeld of de achterklep wordt geopend fig. 128. 129 Het rooster toont afzonderlijke zones, waardoor de afstand ten opzichte van de achterkant van de auto gedetecteerd kan worden.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 96 BELANGRIJKE INFORMATIE BELANGRIJK Onder bepaalde omstandigheden, zoals bij ijs, sneeuw of modder op het oppervlak van de camera, kan de gevoeligheid ervan afnemen. BELANGRIJK Als de achterdeuren na reparaties opnieuw geverfd moeten worden, zorg er dan voor dat de verf niet in contact komt met de plastic steun van de camera. BELANGRIJK Let tijdens parkeermanoeuvres in bijzondere mate op obstakels die zich boven of onder het bereik van de camera kunnen bevinden.
11-3-2014 16:49 Pagina 97 TRAFFIC SIGN RECOGNITION (voor bepaalde versies/markten) Opmerking: de toestand en instellingen van het systeem veranderen niet tijdens de in- en uitschakelcycli. 74) 79) 80) 81) 9) 10) 11) 12) 13) 14) 15) Het systeem detecteert automatisch herkenbare verkeersborden: snelheidslimieten, inhaalverboden en borden die het einde van dergelijke verboden aangeven. De camera is achter de achteruitkijkspiegel gemonteerd.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 98 BELANGRIJK 78) Als de camera van zijn plaats komt door een wijziging in de belading, kan het systeem tijdelijk niet werken om de camera in de gelegenheid te stellen een automatische kalibratie uit te voeren. 79) Het systeem detecteert alleen de van te voren ingestelde verkeersborden. Als voldaan wordt aan de voorwaarden voor minimale zichtbaarheid en afstand tot het bord, kunnen alle verkeersborden gedetecteerd worden.
11-3-2014 16:49 Pagina 99 EOBD-SYSTEEM Het EOBD-systeem (European On Board Diagnosis) voert een doorlopende diagnose uit op onderdelen die bij de uitstoot van uitlaatgassen betrokken zijn. Bovendien waarschuwt het systeem de bestuurder met een brandend lampje op het instrumentenpaneel (samen met een bericht op het multifunctionele display (voor bepaalde versies/ markten)), wanneer de toestand van deze onderdelen verslechtert (zie het hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 100 GELUIDSSIGNAAL STORINGSMELDINGEN Zodra de achteruitversnelling wordt ingeschakeld, wordt automatisch een geluidssignaal geactiveerd.
11-3-2014 16:49 Pagina 101 ❒ De sensoren kunnen een onbestaand voorwerp (echogeluid) wegens mechanische geluiden detecteren, bijvoorbeeld tijdens het wassen van de auto, in geval van regen, sterke wind, hagel. ❒ De door de sensoren verzonden signalen kunnen ook gewijzigd worden door ultrasoonsystemen (bijv. pneumatisch remsysteem of pneumatische hamers) in de buurt van het voertuig. ❒ De prestaties van het parkeerhulpsysteem kunnen ook beïnvloed worden door de positie van de sensoren.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 102 START&STOP SYSTEEM De led op de knop brandt wanneer het systeem is uitgeschakeld. IN HET KORT Het Start&Stop-systeem zet automatisch de motor af wanneer de auto stilstaat en start de motor zodra de bestuurder wil wegrijden. Dit verhoogt de efficiency van de auto dankzij een reductie van het brandstofverbruik, de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen en de geluidsoverlast.
11-3-2014 16:49 Pagina 103 ❒ veiligheidsgordel van de bestuurder niet omgelegd; ❒ de motor langer dan drie minuten afzetten via het Start&Stop systeem. ❒ ingeschakelde achteruit (bijv. bij het parkeren); ❒ automatische klimaatregeling voor het instellen van de temperatuur in het interieur of om de MAX-DEF functie in te schakelen.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 104 ONREGELMATIGE WERKING Indien zich een storing voordoet, wordt het Start&Stopsysteem uitgeschakeld. De bestuurder wordt hiervan op de hoogte gebracht doordat het pictogram gaat branden en er verschijnt ook een bericht op het display. Neem in dat geval contact op met het Fiat Servicenetwerk.
11-3-2014 16:49 Pagina 105 AUTORADIO (voor bepaalde versies/markten) BELANGRIJK Zie voor de werking van de autoradio het supplement dat bij dit Instructieboek is geleverd. 83) Alle inzittenden moeten uit de auto stappen nadat de contactsleutel is uitgenomen of naar de OFF-stand is gedraaid. Controleer tijdens het tanken of de motor is afgezet en of de contactsleutel in de STOP-stand staat.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 106 OPTIONELE ACCESSORIES BELANGRIJK 86) Neem voor verbinding met de bestaande apparaten in het voertuig contact op met het Fiat Servicenetwerk om elk probleem te voorkomen dat de veiligheid van het voertuig in gevaar zou kunnen brengen. Als men na aanschaf van het voertuig accessoires wil monteren die constante elektrische voeding nodig hebben (diefstalalarm, satellietbewaking via GPS enz.
11-3-2014 16:49 Pagina 107 RADIOZENDAPPARATUUR EN MOBIELE TELEFOONS Radiozendapparatuur (autotelefoons, CB-zenders, radioamateurs e.d.) mag alleen in de auto worden gebruikt met een aparte antenne die aan de buitenkant is gemonteerd. BELANGRIJK Het gebruik van deze apparaten in het voertuig (zonder buitenantenne) kan storingen in de elektrische systemen van het voertuig veroorzaken.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 108 TANKEN IN HET KORT Tank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen conform de Europese specificatie EN590. Zet de motor af alvorens te tanken. In dit geval wordt tevens geadviseerd om de tank meer dan 50% gevuld te houden. 18) 140 WERKING BIJ LAGE TEMPERATUREN Bij zeer lage buitentemperaturen kan de vloeibaarheid van de dieselolie onvoldoende worden wegens de vorming van paraffine met een slechte werking van het brandstoftoevoersysteem als gevolg.
11-3-2014 16:49 Pagina 109 MILIEUBESCHERMING Dieselmotoren hebben de volgende emissiereductiesystemen: BELANGRIJK BELANGRIJK 18) Tank uitsluitend dieselolie die aan de Europese norm EN590 voldoet. Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en derhalve de garantie voor de veroorzaakte schade ongeldig maken. Als per ongeluk andere brandstofsoorten worden getankt, mag de motor niet gestart worden. Ledig de tank.
WEGWIJS IN UW AUTO 11-3-2014 16:49 Pagina 110 Aangezien dit filter roetdeeltjes opvangt, moet het regelmatig geregenereerd (gereinigd) worden door de roetdeeltjes te verbranden. De regeneratie wordt automatisch geregeld door de elektronische motorregeleenheid afhankelijk van de toestand van het roetfilter en de gebruiksomstandigheden van het voertuig.
11-3-2014 16:49 Pagina 111 KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL In dit deel van het instructieboek vindt u alle informatie die u nodig hebt om het instrumentenpaneel goed te begrijpen, te interpreteren en te gebruiken. INSTRUMENTENPANEEL ...............112 DISPLAY ........................................116 TRIP COMPUTER ...........................125 LAMPJES EN BERICHTEN .............128 - LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU / HANDREM AANGETROKKEN ............ 129 - STORING EBD .................................
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:49 Pagina 112 INSTRUMENTENPANEEL . Versies met multifunctioneel display 141 F1A0356 A. Snelheidsmeter – B. Display – C. Toerenteller – D. Koelvloeistoftemperatuurmeter met waarschuwingslampje oververhitting – E.
11-3-2014 16:49 Pagina 113 Versies met herconfigureerbaar multifunctioneel display 142 F1A0358 A. Snelheidsmeter – B. Display – C. Toerenteller – D. Koelvloeistoftemperatuurmeter met waarschuwingslampje oververhitting – E.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:49 Pagina 114 114 SNELHEIDSMETER BRANDSTOFMETER KOELVLOEISTOFTEMPERATUURMETER De meter A geeft de snelheid van de auto aan. De wijzer E geeft de hoeveelheid brandstof in de tank aan. De wijzer D geeft de koelvloeistoftemperatuur aan en meldt de gebruiker wanneer de koelvloeistoftemperatuur hoger is dan circa 50°C. Bij normaal gebruik kan de wijzer op verschillende standen staan, afhankelijk van de gebruikscondities.
11-3-2014 16:49 Pagina 115 Als het olieniveau zich onder het minimumpeil bevindt, dan verschijnt er een bericht op het display dat het minimum motorolieniveau aangeeft en waarschuwt dat er bijgevuld moet worden. 143 - Versies met multifunctioneel display F1A0354 Liv.olio MIN MAX 144display - Versies met herconfigureerbaar multifunction eel F1A0355 De symbolen doven geleidelijk aan om het dalende olieniveau aan te geven. Er branden vier of vijf symbolen wanneer de oliehoeveelheid voldoende is.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:49 Pagina 116 DISPLAY E Stand hoogteregeling koplampen (alleen bij ingeschakeld dimlicht). (voor bepaalde versies/markten) Het voertuig kan uitgerust zijn met een multifunctioneel display of met een herconfigureerbaar multifunctioneel display, waarop informatie kan worden weergegeven die tijdens het rijden nuttig en noodzakelijk is.
11-3-2014 16:49 Pagina 117 BEDIENINGSKNOPPEN MODE 147 Opmerking Met de knoppen en kunnen verschillende functies geactiveerd worden, afhankelijk van de volgende situaties: Het Setup-menu wordt geactiveerd door de MODE knop kort in te drukken. Regeling lichtsterkte interieurverlichting ❒ Verlichting - bij ingeschakeld stadslicht en standaardscherm, kan de lichtsterkte van de interieurverlichting worden ingesteld.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 118 Door het kort indrukken van de knoppen of kan door de opties van het setup-menu gebladerd worden. - druk op de knoppen of (meerdere keren kort indrukken) om de nieuwe instelling voor deze menu-optie te selecteren; - om alleen de door de gebruiker opgeslagen (en door het indrukken van de knop MODE bevestigde) wijzigingen op te slaan. De bedieningswijzen verschillen afhankelijk van de gekozen optie.
11-3-2014 16:50 Pagina 119 Verlichting (Regeling interieurverlichting) (alleen bij ingeschakeld stadslicht) Deze functie wordt gebruikt om de lichtsterkte van het instrumentenpaneel, de bedieningsknoppen van het uconnect™ systeem (voor bepaalde versies/markten) en de bedieningsknoppen van de automatische klimaatregeling (voor bepaalde versies/markten) (op 8 niveaus) te regelen. Ga als volgt te werk om de lichtsterkte te regelen: ❒ druk kort op de knop MODE.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 120 Ga als volgt te werk om de instelling te annuleren: - druk kort op de knop MODE, op het display knippert (On); - druk op knop , op het display gaat (Off) knipperen; - druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop ingedrukt om terug te keren naar het standaardscherm zonder op te slaan.
11-3-2014 16:50 Pagina 121 Verkeersborden Met deze functie kan de functie Verkeersborden in (On) of uit (Off) geschakeld worden om de verkeersborden te herkennen (niet inhalen of snelheidslimieten). - druk na het submenu te hebben geselecteerd kort op de knop MODE; Datum instellen (Datum instellen) - wanneer het submenu “Uur” is gekozen, gaan de "uren" op het display knipperen wanneer kort op de knop MODE wordt gedrukt; Met deze functie kan de datum ingesteld worden (dag - maand - jaar).
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 122 - druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop ingedrukt om terug te keren naar het standaardscherm zonder op te slaan. - druk nogmaals op de knop MODE om terug te keren naar het standaardscherm of het hoofdmenu afhankelijk van waar u zich in het menu bevindt.
11-3-2014 16:50 Pagina 123 - druk nogmaals op de knop MODE om terug te keren naar het standaardscherm of het hoofdmenu afhankelijk van waar u zich in het menu bevindt. Taal instellen (Taal) De berichten op het display kunnen in de volgende talen worden weergegeven: Italiaans, Duits, Engels, Spaans, Frans, Portugees en Nederlands.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 124 124 Opmerking Het “Geprogrammeerd onderhoudsschema” voorziet elke 48.000 km (of 30.000 mijl) in een servicebeurt. Deze melding verschijnt automatisch wanneer de sleutel in de stand MAR wordt gedraaid, vanaf 2.000 km (of 1.240 mijl) voor de servicebeurt. Deze melding wordt elke 200 km (of 124 mijl) herhaald. Meldingen m.b.t. de olieverversing worden op dezelfde wijze herhaald.
11-3-2014 16:50 Pagina 125 ❒ druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop ingedrukt om terug te keren naar het hoofdmenu zonder op te slaan; ❒ druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop ingedrukt om terug te keren naar het hoofdmenu zonder op te slaan; ❒ druk de knop MODE nogmaals in om terug te keren naar het standaardscherm of naar het hoofdmenu afhankelijk van de menuopties waarin men zich bevindt.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 126 “Trip B” is alleen beschikbaar op multifunctionele displays en geeft informatie over: ❒ Afgelegde afstand B ❒ Gemiddeld verbruik B ❒ Gemiddelde snelheid B ❒ Reistijd B.
11-3-2014 16:50 Pagina 127 ❒ nadat de accu losgekoppeld is geweest. TRIP 148 BELANGRIJK Als het systeem wordt gereset wanneer de details van “Trip A” worden weergegeven, dan wordt alleen de met deze functie geassocieerde informatie gereset. F1A0301 Nieuwe reis Deze begint na een: ❒ “handmatige” reset door de gebruiker, door de betreffende knop in te drukken; ❒ “automatische” reset wanneer de afgelegde afstand de waarde 3.999,9 km of 9.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 128 128 LAMPJES EN BERICHTEN Behalve het branden van de controlelampjes, verschijnt er (bij bepaalde instrumentenpanelen) een specifiek bericht en/of klinkt er een geluidssignaal. Deze meldingen zijn korte waarschuwingen en mogen vanwege hun beknopte karakter niet worden beschouwd als volledig en/of een alternatief voor de informatie die is opgenomen in het Instructieboek. Het wordt daarom geadviseerd het instructieboek altijd aandachtig te lezen.
11-3-2014 16:50 Pagina 129 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel Wat het betekent Wat te doen LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU / HANDREM AANGETROKKEN Het waarschuwingslampje gaat branden wanneer de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid en moet enkele seconden later doven. rood Remvloeistofniveau te laag Dit lampje gaat branden wanneer het remvloeistofniveau in het reservoir zich onder het minimumpeil bevindt, bijvoorbeeld wegens een lek in het circuit.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 130 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel rood geel Wat te doen STORING EBD Wanneer bij draaiende motor de lampjes (rood), (geel) en (geel) tegelijk gaan branden (voor bepaalde versies/markten), dan is er een storing in het EBD-systeem of is het systeem niet beschikbaar. In dit geval kunnen de achterwielen bij hard remmen plotseling blokkeren waardoor het voertuig kan gaan slippen. Op het display verschijnt een speciaal bericht.
11-3-2014 16:50 Pagina 131 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel rood Wat het betekent Wat te doen VEILIGHEIDSGORDELS NIET VASTGEMAAKT (voor bepaalde versies/markten) Het waarschuwingslampje blijft continu branden bij stilstaand voertuig als de veiligheidsgordel van de bestuurder niet is vastgemaakt. Het lampje gaat knipperen en er klinkt een geluidssignaal als het voertuig rijdt en de veiligheidsgordel van de bestuurder niet goed is vastgemaakt.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 132 Waarschuwingslampjes op display rood 132 Wat het betekent Wat te doen TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR Als de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden. Na enkele seconden moet het doven. Het lampje gaat branden wanneer de motor oververhit is. Op het display verschijnt een speciaal bericht.
11-3-2014 16:50 Pagina 133 Waarschuwingslampjes op display Wat het betekent MOTOROLIEDRUK TE LAAG Wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het digitale waarschuwingslampje branden maar het moet doven zodra de motor is gestart. Het waarschuwingslampje gaat continu branden en er verschijnt een bericht op het display wanneer het systeem detecteert dat de motoroliedruk onvoldoende is. Wat te doen 21) Neem zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 134 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel rood rood rood 134 Wat het betekent STORING STUURBEKRACHTIGING Wanneer de contactsleutel in de stand MAR gedraaid wordt, gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden, maar het moet na enkele seconden uitgaan.
11-3-2014 16:50 Pagina 135 BELANGRIJK 90) Als het waarschuwingslampje niet dooft wanneer de sleutel naar MAR wordt gedraaid of als het blijft branden tijdens het rijden (terwijl er ook een bericht op het display wordt weergegeven), dan kan er iets mis zijn met de veiligheidssystemen; in dit geval worden de airbags misschien niet opgeblazen of werken de gordelspanners niet goed indien een ongeval optreedt of, in een zeer beperkt aantal gevallen, werken ze op het verkeerde moment.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 136 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel STORING INSPUIT-/EOBD-SYSTEEM Onder normale omstandigheden, wanneer de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid, gaat het lampje branden maar dit moet doven zodra de motor is gestart. De verkeerspolitie beschikt over speciale apparatuur waarmee de werking van het lampje kan worden gecontroleerd. Neem in elk geval de wettelijke voorschriften van het land waarin u rijdt in acht.
11-3-2014 16:50 Pagina 137 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel Wat het betekent Wat te doen BRANDSTOFRESERVE Als de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden. Na enkele seconden moet het doven. Het lampje gaat branden wanneer er nog ongeveer 10-12 liter brandstof (voor versies met tankinhoud van 90-120 liter) of 10 liter (voor versies met tankinhoud van 60 liter) in de tank zit. geel BELANGRIJK Het lampje knippert om een storing in het systeem aan te geven.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 138 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel STORING VOORGLOEIBOUGIES/ VOORGLOEISYSTEEM Voorgloeisysteem Dit lampje gaat branden wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid. Het lampje dooft zodra de voorgloeibougies de van te voren ingestelde temperatuur hebben bereikt. geel Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel Wat te doen Start de motor onmiddellijk nadat het lampje is gedoofd.
11-3-2014 16:50 Pagina 139 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel Wat het betekent Wat te doen STORING STARTBLOKKERING - FIAT CODE Wanneer de contactsleutel in de stand MAR wordt gedraaid, knippert het lampje één keer en gaat het vervolgens uit.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 140 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel Wat het betekent ALGEMENE STORINGSMELDING (Versies met multifunctioneel display) Het lampje gaat onder de volgende omstandigheden branden: geel ❒ Als de brandstofnoodschakelaar in werking treedt ❒ Storing in de verlichting (mistachterlichten, richtingaanwijzers, remlichten, kentekenplaatverlichting, stadslichten, dagverlichting, automatisme grootlicht koplampen, richtingaanwijzers aanhanger, stadslic
11-3-2014 16:50 Pagina 141 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel geel Wat het betekent DPF (ROETFILTER) WORDT SCHOONGEMAAKT (voor bepaalde versies/markten) Als de contactsleutel naar de stand MAR wordt gedraaid, gaat dit lampje branden. Na enkele seconden moet het doven. Het lampje gaat continu branden om de bestuurder te waarschuwen dat het DPF-systeem bezig is met het verwijderen van de opgehoopte vervuilende deeltjes (roet) middels regeneratie.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 142 142 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel geel geel Wat het betekent Wat te doen Storing ESC-ASR systeem/TRACTION PLUS Bij sommige versies verschijnt een speciaal bericht op het display. Het lampje gaat tijdens het rijden knipperen om aan te geven dat het ESC systeem in werking is getreden. Als het lampje niet uit gaat, of tijdens het rijden blijft branden, contact opnemen met het Fiat Servicenetwerk.
11-3-2014 16:50 Pagina 143 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel geel Wat het betekent Wat te doen DRIVING ADVISOR Als de twee lampjes branden dan betekent het dat het systeem begonnen is met het herkennen van de bedrijfscondities. Wanneer het systeem de bedrijfscondities herkent, wordt het actief, d.w.z. het kan de bestuurder met visuele en akoestische waarschuwingen assisteren. Daarom gaan de lampjes uit.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 144 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel Wat het betekent TPMS Storing TPMS Het lampje gaat branden wanneer er een storing in het TPMS wordt gedetecteerd. geel Wat te doen Neem in dit geval zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk. Lage bandenspanning Het waarschuwingslampje gaat branden om aan te geven dat de bandenspanning lager is dan de aanbevolen waarde en/of dat de band langzaam spanning verliest.
11-3-2014 16:50 Pagina 145 BELANGRIJK 94) Rijd altijd met een snelheid die is afgestemd op de verkeerssituatie, de weersomstandigheden en de wegenverkeerswetgeving. De motor afzetten terwijl het DPF lampje brandt is toegestaan, maar het meermaals onderbreken van het regeneratieproces kan leiden tot voortijdig kwaliteitsverlies van de motorolie. Daarom wordt aanbevolen altijd te wachten tot het lampje is gedoofd alvorens de motor af te zetten, zoals hierboven is beschreven.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 146 146 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel groen Wat het betekent RECHTER RICHTINGAANWIJZER Het lampje gaat branden wanneer de richtingaanwijzerhendel omhoog wordt verplaatst of, samen met de linker richtingaanwijzer, wanneer de drukknop voor de alarmknipperlichten wordt ingedrukt. MISTLAMPEN VOOR Het lampje gaat branden wanneer de mistlampen voor worden ingeschakeld.
11-3-2014 16:50 Pagina 147 Waarschuwingslampjes op instrumentenpaneel groen Wat het betekent Wat te doen SNELHEIDSBEGRENZER (voor bepaalde versies/markten) Het lampje op het bedieningspaneel gaat branden wanneer de functie ingeschakeld wordt. Bij sommige versies verschijnt een speciaal bericht op het display. AUTOMATISCH GROOTLICHT Dit lampje gaat branden wanneer het grootlicht automatisch wordt ingeschakeld.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 148 148 Berichten op het display Wat het betekent Wat te doen STORING BUITENLICHTEN (Versies met herconfigureerbaar multifunctioneel display) Het symbool wordt weergegeven wanneer er een storing in een van de volgende lichten wordt gedetecteerd: ❒ richtingaanwijzers ❒ mistachterlichten ❒ remlichten ❒ stadslicht De storing kan de volgende oorzaken hebben: een of meer lampen doorgebrand, de betreffende zekering(en) doorgebrand of elektrische verbi
11-3-2014 16:50 Pagina 149 Wat het betekent Wat te doen STORING AUTOMATISME GROOTLICHT KOPLAMPEN (Versies met herconfigureerbaar multifunctioneel display) Het symbool verschijnt wanneer er een storing gedetecteerd wordt in het automatische inschakelingssysteem van het grootlicht. KANS OP GLAD WEGDEK Wanneer de buitentemperatuur 3 °C of lager bedraagt dan gaat de aanwijzing knipperen om de bestuurder te waarschuwen voor de mogelijke aanwezigheid van een glad wegdek.
KENNIS VAN HET INSTRUMENTENPANEEL 11-3-2014 16:50 Pagina 150 Wat het betekent BRANDSTOFNOODSCHAKELAAR IN WERKING GETREDEN (Versies met herconfigureerbaar multifunctioneel display) Dit symbool verschijnt op het display als de brandstofnoodschakelaar in werking is getreden. STORING PARKEERSENSOR (Versies met herconfigureerbaar multifunctioneel display) Het symbool verschijnt samen met een speciaal bericht om een storing van de parkeersensoren aan te geven.
11-3-2014 16:50 Pagina 151 Wat het betekent Wat te doen BEPERKTE ACTIERADIUS Op het display verschijnt een speciaal bericht om de bestuurder te waarschuwen dat de actieradius minder dan 50 km bedraagt. INSCHAKELING/UITSCHAKELING START&STOP-SYSTEEM (voor bepaalde versies/markten) Inschakeling Start&Stop-systeem Er verschijnt een bericht op het display wanneer het Start&Stop-systeem wordt ingeschakeld.
11-3-2014 16:50 Pagina 152 Deze pagina is opzettelijk blanco gelaten 152
11-3-2014 16:50 Pagina 153 VEILIGHEID Dit hoofdstuk is erg belangrijk. Hierin worden de veiligheidssystemen beschreven waarmee de auto is uitgerust en aanwijzingen over hoe deze op de juiste wijze gebruikt moeten worden. VEILIGHEIDSGORDELS ..................154 SBR-SYSTEEM...............................155 GORDELSPANNERS.......................156 KINDEREN VEILIG VERVOEREN.....158 INBOUWVOORBEREIDING VOOR “UNIVERSEEL ISOFIX” KINDERZITJE..................................163 FRONTAIRBAGS.....................
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 154 VEILIGHEIDSGORDELS GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS De veiligheidsgordel moet omgelegd worden terwijl men goed rechtop, met de rug tegen de rugleuning zit. Pak, om de gordel om te leggen, de gesp A fig. 149 en steek deze in de sluiting B, totdat de klik van het vergrendelen wordt gehoord. Via de oprolautomaat past de gordel zich automatisch aan het lichaam van de passagier aan, waarbij voldoende bewegingsvrijheid wordt gelaten.
11-3-2014 16:50 Pagina 155 SBR-SYSTEEM IN HET KORT BELANGRIJK 95) Druk tijdens het rijden nooit op knop C fig. 149. 96) De hoogte van de veiligheidsgordels mag alleen ingesteld worden bij stilstaande auto. 97) Controleer na de afstelling altijd of de beugel, waaraan de ring is bevestigd, in één van de vaste standen is geblokkeerd. Om dit te doen, de hendel loslaten en de gordel omlaag trekken tot het bevestigingspunt in één van de mogelijke standen blokkeert.
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 156 GORDELSPANNERS Voor een nog doeltreffender bescherming zijn de veiligheidsgordels van de voorstoelen voorzien van gordelspanners. Bij een frontale of zijdelingse botsing, trekken de gordelspanners de gordel enige centimeters aan. Op die manier worden de inzittenden veel beter op hun plaats gehouden en wordt de voorwaartse beweging ingeperkt.
11-3-2014 16:50 Pagina 157 ❒ zorg er altijd voor dat de gordel goed uitgetrokken en niet gedraaid is; controleer ook of de oprolautomaat niet haperend werkt; ❒ vervang de gordels na een ongeval, ook al lijken ze niet beschadigd. Vervang de gordels ook steeds als de gordelspanners werden geactiveerd. 152 153 F1A0148 F1A0149 ❒ Gebruik water en neutrale zeep om de gordels met de hand te wassen. Spoel de gordels en laat ze in de schaduw drogen.
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 158 100) Voor optimale bescherming moet de rugleuning rechtop gezet worden, moet men goed tegen de rugleuning aanzitten en moet de gordel goed aansluiten op de borst en het bekken. Draag altijd veiligheidsgordels, zowel voor- als achterin! Rijden zonder veiligheidsgordels doet bij ongeval het risico op ernstige verwondingen toenemen en kan zelfs de dood tot gevolg hebben.
11-3-2014 16:50 Pagina 159 Groep Gewichtsgroep Groep 0 tot 10 kg Groep 0+ tot 13 kg Groep 1 9-18 kg Groep 2 15-25 kg Groep 3 22-36 kg Zoals men kan opmerken, bestaat er een gedeeltelijke overlapping tussen de groepen. Er zijn dan ook systemen in de handel verkrijgbaar die geschikt zijn voor meer dan één gewichtsgroep.
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 160 GROEP 2 GROEP 3 Kinderen met een gewicht tussen 15 en 25 kg mogen rechtstreeks de veiligheidsgordels van het voertuig gebruiken fig. 157. De borstomvang van kinderen met een gewicht tussen 22 en 36 kg is groot genoeg om gewoon tegen de rugleuning te kunnen steunen zonder gebruik te maken van een kinderzitje.
11-3-2014 16:50 Pagina 161 GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN KINDERZITJES Het voertuig voldoet aan de nieuwe Europese 2000/3/EG-richtlijn inzake de montage van kinderzitjes op de verschillende plaatsen in het voertuig overeenkomstig de volgende tabel (de tabel heeft betrekking op Bestel-, Combi- en Panoramaversies): Groep Gewichtsgroep CABINE 1e en 2e RIJ STOELEN Eén- of tweepersoonsbank (1 of 2 passagiers) Passagier links achterin Passagier rechts achterin Passagier in het midden
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 162 Belangrijkste veiligheidsvoorschriften voor het vervoeren van kinderen ❒ Het wordt aanbevolen kinderen altijd op de achterbank te vervoeren, bij een ongeval biedt de achterbank de meeste bescherming. ❒ Als de passagiersairbag buiten werking is gesteld, controleer dan of de led op de knop op het instrumentenpaneel brandt om er zeker van te zijn dat deze airbag daadwerkelijk is uitgeschakeld.
11-3-2014 16:50 Pagina 163 BELANGRIJK 104) Plaats een tegen de rijrichting in gemonteerd kinderzitje nooit op de passagiersstoel als de zijairbag aan passagierszijde is ingeschakeld. Bij een ongeval, hoe klein ook, kan de airbag ernstig letsel en zelfs de dood van het kind tot gevolg hebben. Het is raadzaam kinderen altijd in kinderzitjes op de achterbank te vervoeren: bij een ongeval biedt de achterbank de meeste bescherming.
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 164 Door het verschillende verankeringssysteem, moet het kinderzitje met de daarvoor bestemde onderste metalen beugels A fig. 160, die zich tussen de rugleuning en de zitting bevinden, worden bevestigd. Bevestig de bovenste riem (bij het kinderzitje geleverd) aan de ring B fig. 161 op het onderste gedeelte van de stoel. Een Universeel Isofixkinderzitje kan naast een conventioneel kinderzitje worden gemonteerd.
11-3-2014 16:50 Pagina 165 GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN UNIVERSELE ISOFIX KINDERZITJES In onderstaande tabel worden, conform de Europese regelgeving ECE 16, de mogelijkheden weergegeven van de montage van Universeel Isofix kinderzitjes op de stoelen die zijn uitgerust met Isofix-beugels.
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 166 DOOR FIAT PROFESSIONAL VOOR UW NIEUWE DUCATO AANBEVOLEN KINDERZITJES Lineaccessori Fiat omvat een volledige reeks kinderzitjes die bevestigd moeten worden met de driepuntsveiligheidsgordel of de Isofix beugels.
11-3-2014 16:50 Pagina 167 Gewichtsgroep Kinderzitje Type kinderzitje G0/1 kinderzitje Nummer typegoedkeuring: E4 04443718 Fiat bestelcode:71805991 + + Isofix RWF type "I" platform voor G0/1 Fiat bestelcode: 71806309 of Isofix FWF type "G" platform voor G0/1 Fiat bestelcode: 71806308 Groep 1 – van 9 tot 18 kg + + Installatie kinderzitje Dit mag zowel in de rijrichting als tegen de rijrichting in gemonteerd worden met behulp van alleen de veiligheidsgordels van het voertuig of de Isofix beugels.
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 168 Gewichtsgroep Kinderzitje Type kinderzitje Installatie kinderzitje Junior Kidfix kinderzitje Nummer typegoedkeuring: E4 04443721 Fiat bestelcode: 71806570 Het kan alleen in de rijrichting gemonteerd worden, met behulp van de driepuntsveiligheidsgordel en de Isofixbevestigingen, indien aanwezig. Scout-zitje Nummer typegoedkeuring: E4 04443718 Fiat bestelcode: 71805372 Dit mag alleen bevestigd worden in de rijrichting met de driepuntsveiligheidsgordel.
11-3-2014 16:50 Pagina 169 BELANGRIJK 107) Monteer het kinderzitje alleen bij stilstaand voertuig. Het kinderzitje is op de juiste wijze aan de beugels bevestigd als de vergrendeling hoorbaar vastklikt. 108) De instructies voor de montage, de demontage en de plaatsing moeten in elk geval worden opgevolgd. De fabrikant van het kinderzitje is verplicht deze instructies bij het kinderzitje te leveren.
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 170 FRONTAIRBAGS Het voertuig is uitgerust met frontairbags voor bestuurder en passagier. De frontairbags voor bestuurder/ passagier zijn ontworpen om de inzittenden te beschermen bij middelzware frontale botsingen, door de airbag tussen de inzittende en het stuurwiel of het dashboard op te blazen. Als de airbags niet worden opgeblazen bij andere soorten botsingen (botsingen opzij, achterop, over de kop slaan enz.), wijst dit niet op een storing van het systeem.
11-3-2014 16:50 Pagina 171 FRONTAIRBAG BESTUURDERSZIJDE Deze bestaat uit een onmiddellijk opblaasbaar kussen dat in een speciale ruimte in het midden van het stuurwiel is geplaatst fig. 162. FRONTAIRBAG PASSAGIERSZIJDE (voor bepaalde versies/markten) FRONTAIRBAG PASSAGIER EN KINDERZITJES Deze bestaat uit een onmiddellijk opblaasbaar kussen dat in een speciale ruimte in dashboard is opgeborgen fig. 163: deze airbag heeft een groter volume dan de bestuurdersairbag.
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 172 De led naast het symbool fig. 164 op het dashboard geeft de toestand van de passagiersbescherming aan. Als de led niet brandt, is de passagiersbescherming ingeschakeld. Wanneer de passagiersairbags (fronten zijairbags, voor bepaalde versies/ markten) weer worden ingeschakeld, dooft de led. Wanneer het voertuig wordt gestart (sleutel in stand MAR), brandt de led circa 8 seconden, als ten minste 5 seconden na de vorige uitschakeling zijn verstreken.
11-3-2014 16:50 Pagina 173 FRONTAIRBAG PASSAGIER EN KINDERZITJES: WAARSCHUWING 165 F1A0387 173
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 174 BELANGRIJK 110) Breng geen stickers of andere voorwerpen op het stuurwiel, op het dashboard in de zone van de passagiersairbag en op de stoelen aan. Plaats nooit voorwerpen (bijv. mobiele telefoons) op het dashboard aan passagierszijde, omdat deze het correct openen van de passagiersairbag kunnen hinderen en tevens de inzittenden ernstig kunnen verwonden.
11-3-2014 16:50 Pagina 175 ZIJAIRBAGS 112) 113) 114) 115) 116) 117) 118) 119) 120) 121) 122) 123) 124) Het voertuig is uitgerust met frontairbags voor bestuurder en passagier, zijairbags voor bestuurder en passagier voor bescherming van borst en schouders (voor bepaalde versies/markten) en hoofdairbags voor het beschermen van de hoofden van de inzittenden voor- en achterin.
VEILIGHEID 11-3-2014 16:50 Pagina 176 BELANGRIJK De frontairbags en/of zijairbags kunnen geactiveerd worden bij krachtige stoten aan de onderzijde van de carrosserie (bijv. heftige botsing tegen drempels of stoepranden, grote gaten of verzakkingen in het wegdek etc.). BELANGRIJK Als de airbag geactiveerd wordt, ontsnapt een kleine hoeveelheid poeder. Dit poeder is niet schadelijk en duidt niet op het begin van een brand.
11-3-2014 16:50 Pagina 177 118) Wanneer de contactsleutel is ingebracht en naar de stand MAR is gedraaid, kunnen de airbags ook geactiveerd worden als de stilstaande auto door een andere auto wordt aangereden, ook al is de motor afgezet. Daarom mag, wanneer de passagiersairbag is ingeschakeld, en ook al staat de auto stil, GEEN tegen de rijrichting in gemonteerd kinderzitje op de voorstoel gemonteerd worden.
11-3-2014 16:50 Pagina 178 Deze pagina is opzettelijk blanco gelaten 178
11-3-2014 16:50 Pagina 179 STARTEN EN RIJDEN Laten we eens kijken naar het "hart" van het voertuig: dan kunt u zien hoe u het potentieel ervan optimaal kunt benutten. We zullen u laten zien hoe u het voertuig in elke situatie veilig kunt besturen, zodat het een echte "maatje" voor u kan zijn, waarbij het comfort en de portefeuille niet vergeten worden. MOTOR STARTEN ..........................180 PARKEREN .....................................181 GEBRUIK VAN DE VERSNELLINGSBAK ......................
STARTEN EN RIJDEN 11-3-2014 16:50 Pagina 180 MOTOR STARTEN Het voertuig is uitgerust met een elektronische startblokkering: zie de paragraaf "Fiat CODE startblokkering" in "Kennismaking met de auto" als de motor niet start. 26) 27) 125) DE MOTOR STARTEN Ga als volgt te werk: ❒ trek de handrem aan; ❒ plaats de versnellingspook in de vrijstand; ❒ draai de contactsleutel naar MAR: de en waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel gaan branden; ❒ wacht tot de waarschuwingslampjes en doven.
11-3-2014 16:50 Pagina 181 28) Als het waarschuwingslampje na het starten of tijdens langdurig "aanzwengelen" 1 minuut knippert, duidt dit op een defect van de voorgloeibougies. Als de motor start kan het voertuig zoals gewoonlijk gebruikt worden, maar moet zo snel mogelijk contact worden opgenomen met het Fiat Servicenetwerk.
STARTEN EN RIJDEN 11-3-2014 16:50 Pagina 182 BELANGRIJK Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk om de handrem te laten afstellen als dit niet het geval is. Als de slag van de hendel langer mocht worden, moet contact worden opgenomen met het Fiat Servicenetwerk. Bij aangetrokken handrem en contactsleutel in de stand MAR, gaat het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel branden. 168 BELANGRIJK 33) BELANGRIJK Trek de handrem alleen aan als het voertuig stilstaat.
11-3-2014 16:50 Pagina 183 GEBRUIK VAN DE VERSNELLINGSBAK Trap, om de versnellingen in te schakelen, het koppelingspedaal volledig in en plaats de pook in de gewenste stand (het schakelschema is aangegeven op de pookknop fig. 169). BELANGRIJK De achteruit kan uitsluitend bij stilstaand voertuig worden ingeschakeld. Wacht bij draaiende motor minstens 2 seconden met het koppelingspedaal helemaal ingetrapt alvorens de achteruit in te schakelen om beschadiging aan de tandwielen te voorkomen.
STARTEN EN RIJDEN 11-3-2014 16:50 Pagina 184 TIPS VOOR HET LADEN De door u gebruikte versie van de Fiat Ducato is ontworpen en typegoedgekeurd op basis van bepaalde maximumgewichten (zie de tabel "Gewichten" in het hoofdstuk "Technische gegevens): rijklaar gewicht, nuttig laadvermogen, totaalgewicht, maximumgewicht op vooras, maximumgewicht op achteras, aanhangergewicht.
11-3-2014 16:50 Pagina 185 130) Als u brandstof in een reservetank wilt meenemen, moet dit met inachtneming van de wettelijke voorschriften gebeuren door alleen een typegoedgekeurde tank te gebruiken die stevig met de sjorogen is verankerd. Bedenk echter wel dat op deze manier het risico op brand bij een ongeval toeneemt.
STARTEN EN RIJDEN 11-3-2014 16:50 Pagina 186 Klimaatregelsysteem Overbodige handelingen Acceleratie Het gebruik van de klimaatregeling doet het brandstofverbruik toenemen (gemiddeld zo'n 20% extra). Gebruik bij voorkeur alleen de ventilatie als de buitentemperatuur dit toestaat. Bruusk optrekken kost veel brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen: geef geleidelijk aan gas.
11-3-2014 16:50 Pagina 187 Stilstaan in het verkeer Bij langdurig stilstaan (bijv. spoorwegovergangen) is het raadzaam de motor af te zetten. AANHANGERS TREKKEN BELANGRIJKE INFORMATIE Voor het trekken van aanhangers of caravans moet het voertuig voorzien zijn van een goedgekeurde trekhaak en een geschikte elektrische installatie. De trekhaak moet door gespecialiseerd personeel worden gemonteerd die de speciale documentatie voor het rijden over wegen zal overhandigen.
STARTEN EN RIJDEN 11-3-2014 16:50 Pagina 188 MONTAGE VAN DE TREKHAAK BELANGRIJK Schakel de elektrisch rem of lier alleen bij draaiende motor in. Laat de trekhaak door gespecialiseerd personeel aan de carrosserie monteren, in overeenstemming met de extra en/of aanvullende aanwijzingen van de fabrikant van de trekhaak.
11-3-2014 16:50 Pagina 189 Installatieschema voor Laadbak- en Chassiscabineversies fig. 171 Een andere trekhaak speciaal voor Laadbak- en Chassis-cabineversies wordt getoond in fig. 171. De structuur Ø moet bevestigd worden in de aangegeven punten met in totaal 6 M10x1,25-schroeven en 4 M12schroeven. MAX. GEWICHT OP KOGEL: 100/120 kg afhankelijk van het laadvermogen (zie tabel “Gewichten” in het hoofdstuk “Technische gegevens”).
STARTEN EN RIJDEN 11-3-2014 16:50 Pagina 190 M12 170 190 F1A0164
11-3-2014 16:50 Pagina 191 171 F1A0165 191
STARTEN EN RIJDEN 11-3-2014 16:50 Pagina 192 AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE VERWIJDERBARE TREKSTANG MET KOGELKOP 36) 37) 38) 39) 40) 41) Controleer, vóór het wegrijden, als volgt of de verwijderbare trekstang met kogelkop correct vergrendeld is: De trekstang met kogelkop kan met de hand gemonteerd en verwijderd worden, er zijn geen gereedschappen nodig. Gebruik nooit gereedschappen of middelen, want dan zou het mechanisme beschadigd kunnen raken.
11-3-2014 16:50 Pagina 193 174 - Ontgrendelde stand, verwijderd F1A0382 De trekstang met kogelkop installeren 1. Verwijder de plug uit de zittingbuis. De trekstang met kogelkop staat gewoonlijke in de ontgrendelde stand als hij uit de bagageruimte genomen wordt. Dit is te zien aan de afstand van het vliegwiel tot de trekstang, die overeenkomt met een opening van ongeveer 5 mm (zie afbeelding) en aan het rode merkteken op het vliegwiel dat gericht is naar het groene merkteken op de trekstang.
STARTEN EN RIJDEN 11-3-2014 16:50 Pagina 194 De trekstang verwijderen 1. Verwijder de beschermdop van het slot en duw deze op de greep van de sleutel. Open het slot met de sleutel. 2. Houd de trekstang stevig vast, verwijder het vliegwiel in de richting van de pijl en draai het in de richting van pijl b tot de aanslag, om het te verwijderen tot de uitgetrokken stand. Verwijder vervolgens de trekstang uit de zittingbuis. Nu kan het vliegwiel losgemaakt worden; het stopt vanzelf in de losgemaakte stand. 3.
11-3-2014 16:50 Pagina 195 WINTERBANDEN Het Fiat Servicenetwerk kan u adviseren over de meest geschikte band voor elk gebruik. De specifieke eigenschappen van winterbanden verminderen drastisch wanneer de profieldiepte minder is dan 4 mm. Vervang in dergelijke gevallen de wielen. Door hun specifieke eigenschappen zijn de prestaties van winterbanden onder normale omstandigheden of wanneer lang op de snelweg wordt gereden, lager dan die van de standaard gemonteerde banden.
STARTEN EN RIJDEN 11-3-2014 16:50 Pagina 196 LANGDURIGE STILSTAND BELANGRIJK 42) Beperk de snelheid als sneeuwkettingen gemonteerd zijn; rijd niet harder dan 50 km/h. Vermijd kuilen, trottoirbanden en stoepen en rijd geen lange stukken op sneeuwvrije wegen om het voertuig en het wegdek niet te beschadigen.
11-3-2014 16:50 Pagina 197 NOODGEVALLEN Een lekke band of een doorgebrand lampje? Soms kan een probleem uw reis in gevaar brengen. De pagina's over noodsituaties kunnen u helpen om op zelfstandige en kalme wijze kritieke situaties op te lossen. Wij adviseren u om in een noodsituatie het gratis telefoonnummer te bellen dat in het garantieboekje is vermeld. U kunt ook het gratis telefoonnummer 00 800 3428 0000 bellen om de dichtstbijzijnde Fiat dealer te vinden. MOTOR STARTEN ..........................
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 198 MOTOR STARTEN Ga als volgt te werk om de auto te starten: Ga onmiddellijk naar het Fiat Servicenetwerk als het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel continu blijft branden. ❒ til het kapje A fig. 175 op om de plusklem van de accu toegankelijk te maken.
11-3-2014 16:50 Pagina 199 EEN WIEL VERVANGEN ALGEMENE INSTRUCTIES BELANGRIJK 136) Deze procedure moet uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel aangezien onjuiste handelingen kunnen leiden tot zeer sterke elektrische ontladingen. Bovendien is accuvloeistof giftig en corrosief: vermijd contact met huid en ogen. Houd open vuur en brandende sigaretten uit de buurt van de accu en veroorzaak geen vonken.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 200 ❒ neem het verlengstuk en de sleutel uit de gereedschapstas/-doos onder de passagiersstoel (zie “Bergruimte onder passagiersstoel” in het hoofdstuk “Kennismaking met de auto”); ❒ bij versies met lichtmetalen velgen, verwijder het vastgeklemde wieldeksel; ❒ draai de wielbouten van het te verwisselen wiel een slag los; ❒ draai aan de ringmoer om de krik gedeeltelijk te verlengen; ❒ plaats de krik ter hoogte van de hefsteun die zich het dichtst bij het te vervangen wie
11-3-2014 16:50 Pagina 201 ❒ breng het voertuig omlaag met de wielsleutel en verwijder de krik; ❒ draai de wielbouten om de beurt en diametraal vast, in de volgorde aangegeven in fig. 185. 180 F1A0171 182 F1A0173 184 181 F1A0172 ❒ draai de borgknop D fig. 183 los en maak het wiel los van de houder E. ❒ gebruik de wielsleutel F fig. 184 om de wielbouten helemaal los te draaien en verwijder het wiel; 183 F1A0175 F1A0174 ❒ monteer het reservewiel en laat de gaten G fig.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 202 ❒ breng de meegeleverde sleutel C fig. 181 met het geschikte verlengstuk B fig. 180 op de bout A fig. 180 van de hefinrichting van het reservewiel aan en draai de sleutel rechtsom 2 om het reservewiel omhoog te laten komen totdat het volledig in de zitting onder de bodemplaat rust. Controleer daarbij of het vangteken D fig. 181 in het venstertje van de hefinrichting kan worden gezien. ❒ monteer de kop A op de speciale plaat B fig.
11-3-2014 16:50 Pagina 203 189 F1A0385 BELANGRIJK 137) Gebruik de alarmknipperlichten, de gevarendriehoek etc., om het stilstaande voertuig overeenkomstig de geldende voorschriften aan te geven. Alle inzittenden moeten het voertuig auto verlaten, vooral als het zwaar beladen is, en uit de buurt van gevaarlijk verkeer wachten tot het wiel is verwisseld. Trek de handrem aan. 138) Het reservewiel (voor bepaalde versies/markten) is specifiek voor het voertuig waarbij het geleverd is.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 204 143) Steek bij versies met automatische niveauregeling nooit uw hoofd of handen in de wielkuip: het voertuig kan automatisch omhoog of omlaag komen, afhankelijk van de mogelijke veranderingen in belading of temperatuur. 144) De inrichting mag alleen met de hand bediend worden, zonder een ander gereedschap dan de bijgeleverde slinger te gebruiken, zoals pneumatische of elektrische schroevendraaiers.
11-3-2014 16:50 Pagina 205 ❒ informatiefolder (zie fig. 191), voor een correct gebruik van de snelle bandenreparatiekit, die vervolgens overhandigd moet worden aan het personeel dat de band behandeld met FIX&GO moet repareren; BELANGRIJKE INFORMATIE: ❒ een compressor D met drukmeter en aansluitstukken; Het afdichtmiddel heeft een houdbaarheidsdatum. ❒ een paar beschermende handschoenen in het zijvak van de compressor; ❒ adapters voor het oppompen van verschillende elementen.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 206 ❒ als het na 10 minuten nog steeds niet mogelijk is om minstens 3 bar te krijgen, maak dan de doorzichtige vulleiding van het ventiel los, neem de 12V-stekker uit en verplaats vervolgens het voertuig ongeveer 10 meter naar voren, zodat de afdichtvloeistof zich gelijkmatig in de band kan verdelen; pomp de band vervolgens weer op; ❒ als het na deze handeling nog steeds niet mogelijk is om na 10 minuten minstens 3 bar te verkrijgen, rijd dan niet verder omdat de band t
11-3-2014 16:50 Pagina 207 BELANGRIJK 148) Overhandig de informatiefolder aan het personeel dat de behandelde band moet repareren. 196 F1A0186 VERVANGINGSPROCEDURE BUSJE Ga als volgt te werk om het busje te vervangen: ❒ druk op de knop A fig. 197 om het onderdeel los te maken; 197 F1A0187 ❒ breng het nieuwe busje aan en druk erop totdat het automatisch vergrendelt. 149) Beschadigingen op de zijkanten van de band kunnen niet gerepareerd worden.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 208 154) Breng de sticker op een voor de bestuurder goed zichtbare plaats aan, om eraan te herinneren dat de band behandeld is met de snelle bandenreparatiekit. Rijd voorzichtig, met name in bochten. Rijd niet harder dan 80 km/h. Vermijd bruusk accelereren en remmen. 155) Rijd niet verder als de bandenspanning onder 3 bar is gedaald: de snelle bandenreparatiekit Fix & Go automatic kan de vereiste afdichting niet garanderen omdat de band te ernstig beschadigd is.
11-3-2014 16:50 Pagina 209 BELANGRIJK De binnenkant van de koplamp kan licht beslagen zijn: dit duidt niet op een defect, maar wordt veroorzaakt door een lage temperatuur en de luchtvochtigheidsgraad. De condens zal snel verdwijnen wanneer de koplampen ingeschakeld worden. De aanwezigheid van druppels in de koplamp duidt daarentegen op infiltratie van water. Wendt u zich tot het Fiat servicenetwerk.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 210 TYPEN LAMPEN Het voertuig is uitgerust met verschillende typen gloeilampen: Volglas lampen: (type A) klemmontage. Trek om te verwijderen. Lamp met bajonetsluiting: (type B) druk de lamp ietwat in en draai hem linksom om hem te verwijderen. Buislampen: (type C) trek de lamp uit de veercontacten om hem te verwijderen. Halogeenlampen: (type D) maak de lamp vrij en trek hem uit zijn zitting om hem te verwijderen.
11-3-2014 16:50 Pagina 211 Lampen Lampen Type Vermogen Ref.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 212 LAMP BUITENVERLICHTING VERVANGEN Zie voor het type lamp en het vermogen “Een lamp vervangen". KOPLAMPUNITS ❒ volg onderstaande stappen om de lampen te vervangen; ❒ monteer de koplamp na de vervanging door hem met de schroeven B fig. 199 te bevestigen; ❒ sluit de stekker A fig. 198 op de koplamp aan.
11-3-2014 16:50 Pagina 213 ❒ monteer de lamphouder B door hem rechtsom te draaien en controleer of hij goed vastzit. ❒ monteer het beschermdeksel A fig. 201. Ga als volgt te werk om de lamp te vervangen: ❒ verwijder het rubberen beschermdeksel C fig. 201; ❒ maak de lamphouder A fig.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 214 Ga als volgt te werk om de lamp te vervangen: ❒ verwijder het rubberen beschermdeksel B fig. 201; ❒ maak de lamphouder A fig. 204 uit de clips opzij B los en verwijder hem; ❒ maak de stekker los; ❒ monteer de nieuwe lamp, waarbij het profiel van het metalen gedeelte in de uitsparing in de reflector moet vallen; oefen druk uit om de lamp aan de clips opzij te bevestigen; ❒ sluit de stekker weer aan; ❒ monteer het beschermdeksel B fig. 201.
11-3-2014 16:50 Pagina 215 De lampen zijn als volgt in de lichtunit opgesteld fig. 209: A remlichten/stadslicht achter B stadslicht achter C richtingaanwijzers D achteruitrijlichten E mistachterlichten 207 F1A0361 208 F1A0362 Ga als volgt te werk om de lamp te vervangen fig. 210 fig. 211: 211 F1A0320 ❒ open de achterdeur.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 216 ❒ verwijder de lamp D, E, F door er voorzichtig op te drukken en linksom te draaien ("bajonetsluiting) en vervang hem; verwijder de lamp G, H door hem naar buiten te trekken; ❒ plaats de lamphouder en draai de schroeven C vast; ❒ sluit de stekker weer aan, monteer de lichtunit op de juiste wijze op de carrosserie en draai de bevestigingsschroeven B vast. 214 DERDE REMLICHT ❒ breng het plastic deksel aan en bevestig het met de 7 bevestigingsschroeven A.
11-3-2014 16:50 Pagina 217 KENTEKENVERLICHTING Ga als volgt te werk om de lamp te vervangen: ❒ verwijder het lampenglas A fig. 215 in het door de pijl aangegeven punt; ❒ vervang de lamp door hem uit de zijcontacten los te maken; controleer of de nieuwe lamp correct tussen de contacten wordt geblokkeerd; ❒ monteer het lampenglas met drukbevestiging. STADSLICHT (voor bepaalde versies/markten) Ga als volgt te werk om de lamp te vervangen: ❒ extra lange bestelwagen: – draai de twee schroeven C fig.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 218 218 F1A0209 219 F1A0210 PLAFONDVERLICHTING ACHTER De elektrische installatie wordt beveiligd door zekeringen: bij een storing of bij oneigenlijk gebruik van de installatie brandt de zekering door. Controleer eerst de toestand van de zekering wanneer een elektrisch onderdeel niet meer werkt: de geleidende band A fig. 221 mag niet onderbroken zijn.
11-3-2014 16:50 Pagina 219 PLAATS VAN DE ZEKERINGEN Zekeringenkast in het dashboard De zekeringen van het voertuig zijn in drie zekeringenkasten opgenomen; deze bevinden zich in het dashboard, in het interieur in de rechter stijl en in de motorruimte. Draai, om toegang te krijgen tot de zekeringenkast in het dashboard, fig. 223 de drie schroeven A fig. 222 los en verwijder het deksel.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 220 Zekeringenkast in motorruimte Verwijder het beschermdeksel fig. 225 voor toegang tot de zekeringenkast fig. 224. ❒ het sluiten wordt aangegeven als de kop van de bout volledig in de behuizing zit.
11-3-2014 16:50 Pagina 221 Zekeringenkast in rechter stijl in interieur (voor bepaalde versies/markten) Verwijder het beschermdeksel fig. 227 voor toegang tot de zekeringenkast fig. 226. BELANGRIJK 160) Vervang een zekering nooit door een exemplaar met een hogere stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR. Als een hoofdzekering (MEGA-FUSE, MIDIFUSE) doorbrandt, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 222 222 Zekeringenkast in het dashboard fig. 222 - fig.
11-3-2014 16:50 Pagina 223 STROOMVERBRUIKER ZEKERING AMPÈRE Linker grootlicht F90 7,5 Rechter grootlicht F91 7,5 Linker mistlamp F92 7,5 Rechter mistlamp F93 7,5 223
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 224 224 Zekeringenkast in motorruimte fig. 224 - fig.
11-3-2014 16:50 Pagina 225 Zekeringenkast in rechter stijl in interieur fig. 226 - fig.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 226 ACCU OPLADEN BELANGRIJK De procedure voor het opladen van de accu is uitsluitend bedoeld ter informatie. Geadviseerd wordt contact op te nemen met het Fiat Servicenetwerk om deze werkzaamheden te laten uitvoeren. BELANGRIJK Wacht, nadat de contactsleutel naar STOP is gedraaid en het bestuurdersportier is gesloten, minstens één minuut alvorens de elektrische voeding naar de accu los te koppelen.
11-3-2014 16:50 Pagina 227 165) Probeer nooit een bevroren accu op te laden: laat de accu eerst ontdooien om ontploffing ervan te voorkomen. Als de accu bevroren is geweest, moet door vakbekwaam personeel worden gecontroleerd of de cellen niet beschadigd zijn en of de behuizing geen scheuren vertoont, waardoor de giftige en corrosieve vloeistof kan weglekken.
NOODGEVALLEN 11-3-2014 16:50 Pagina 228 Bij versies zonder gereedschapstas wordt het sleepoog samen met het instructieboek in de opslagruimte voor de boorddocumentatie bewaard. Om het te gebruiken, gaat u als volgt te werk: ❒ Open en verwijder de klep A zoals is aangegeven in fig. 230; 232 F1A0344 Het sleepoog voor bevindt zich in de gereedschapstas onder de passagiersstoel.
11-3-2014 16:50 Pagina 229 170) Houd u bij het slepen aan de speciale voorschriften van de Wegenverkeerswet met betrekking tot de sleepvoorziening en het gedrag op de weg. 171) Start de motor niet wanneer het voertuig wordt gesleept. 172) Het slepen mag uitsluitend plaatsvinden over de weg; de voorziening mag niet gebruikt worden om het voertuig weer op de weg te brengen als het van de weg is geraakt. 173) Het voertuig mag niet gesleept worden om het over aanzienlijke obstakels op de weg te krijgen (bijv.
11-3-2014 16:50 Pagina 230 Deze pagina is opzettelijk blanco gelaten 230
11-3-2014 16:50 Pagina 231 ONDERHOUD EN ZORG Dankzij correct onderhoud kunnen de prestaties van de auto, evenals beperkte bedrijfskosten en het behoud van de efficiëntie van de veiligheidssystemen gedurende langere tijd gegarandeerd worden. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe. GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD.................................232 GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA................233 PERIODIEKE CONTROLES .............236 ZWAAR GEBRUIK VAN DE AUTO ...236 NIVEAUS CONTROLEREN..............
ONDERHOUD EN ZORG 11-3-2014 16:50 Pagina 232 GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD Juist onderhoud is uiterst belangrijk voor een lange levensduur van het voertuig onder optimale omstandigheden. Om die reden heeft Fiat een reeks controles en onderhoudsbeurten opgesteld die, afhankelijk van de motorversie, elke 48.000 kilometer uitgevoerd moeten worden. Het geprogrammeerde onderhoud is echter niet volledig toereikend om de auto in optimale toestand te houden: zowel in de beginperiode vóór de servicebeurt bij 48.
11-3-2014 16:50 Pagina 233 GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA km x 1000 48 96 144 192 240 Maanden 24 48 72 96 120 Laadtoestand accu controleren en zo nodig opladen ● ● ● ● ● Banden op conditie/slijtage controleren en eventueel op spanning brengen ● ● ● ● ● Werking verlichtingssysteem (koplampen, richtingaanwijzers, alarmknipperlichten, bagageruimte, interieur, dashboardkastje, lampjes instrumentenpaneel, enz.
ONDERHOUD EN ZORG 11-3-2014 16:50 Pagina 234 km x 1000 48 96 144 192 240 Maanden 24 48 72 96 120 Visueel de conditie controleren van aandrijfriem(en) van hulporganen (uitvoeringen zonder automatische riemspanner) (110 (°)- 130 - 150 - 180 MultiJet versies) ● De spanning controleren van aandrijfriem van hulporganen (uitvoeringen zonder automatische riemspanner)(^) ● De spanning controleren van aandrijfriem van hulporganen (uitvoeringen zonder automatische riemspanner) (115 MultiJet versies)
11-3-2014 16:50 Pagina 235 km x 1000 48 96 144 192 240 Maanden 24 48 72 96 120 ● De getande distributieriem vervangen (*) (110 (°)- 130 - 150 MultiJet versies) ● De getande distributieriem vervangen (*) (115 MultiJet versies)(°)) Het luchtfilterelement vervangen (***) ● ● ● ● ● Motorolie en oliefilter vervangen (**) (#) ● Remvloeistof vervangen (of elke 24 maanden) Het pollenfilter vervangen (of elke 24 maanden) ● ● ● ● ● ● (*) Ongeacht de kilometerstand moet de distributieriem b
ONDERHOUD EN ZORG 11-3-2014 16:50 Pagina 236 PERIODIEKE CONTROLES ZWAAR GEBRUIK VAN DE AUTO Vóór een lange reis controleren en eventueel bijvullen: Als vooral een intensief gebruik van het voertuig wordt gemaakt, zoals: ❒ niveau motorkoelvloeistof; ❒ het trekken van aanhangers of caravans; ❒ remvloeistofniveau; ❒ vloeistofniveau ruitensproeier; ❒ conditie en spanning banden; ❒ werking verlichting (koplampen, richtingaanwijzers, alarmknipperlichten, enz..
11-3-2014 16:50 Pagina 237 NIVEAUS CONTROLEREN . 115 MultiJet versies 235 F1A0370 A. Motorolievulopening – B. Motoroliepeilstok – C. Motorkoelvloeistof – D. Ruitensproeiervloeistof – E. Remvloeistof – F.
ONDERHOUD EN ZORG 11-3-2014 16:50 Pagina 238 110 - 130 - 150 MultiJet versies 236 F1A0371 A. Motorolievulopening – B. Motoroliepeilstok – C. Motorkoelvloeistof – D. Ruitensproeiervloeistof – E. Remvloeistof – F.
11-3-2014 16:50 Pagina 239 180 MultiJet Power versies 237 F1A0372 A. Motorolievulopening – B. Motoroliepeilstok – C. Motorkoelvloeistof – D. Ruitensproeiervloeistof – E. Remvloeistof – F.
ONDERHOUD EN ZORG 11-3-2014 16:50 Pagina 240 MOTOROLIE 47) Controleer ongeveer 5 minuten na het uitzetten van de motor het oliepeil met het voertuig op een horizontale ondergrond. Het oliepeil moet tussen het MIN- en het MAX-merkteken staan op de oliepeilstok B fig. 235 - fig. 236 - fig. 237. Het verschil tussen het MIN en MAX-teken komt overeen met ongeveer 1 liter olie. Wanneer het oliepeil dichtbij of onder het MIN-teken komt, moet olie worden bijgevuld via de vulopening Afig. 235 - fig. 236 - fig.
11-3-2014 16:50 Pagina 241 STUURBEKRACHTIGINGSOLIE 183) 3) 50) Controleer of de stuurbekrachtigingsolie in het reservoir op het maximum niveau staat. Deze controle mag alleen op een horizontale ondergrond en bij uitgeschakelde en koude motor worden verricht. Ga als volgt te werk: ❒ verwijder het kunststof deksel A fig. 238, door de bevestigingsbouten B fig. 238 linksom te draaien, om toegang te krijgen tot de vulopening van het reservoir; ❒ controleer of het niveau op het MAX-teken op de peilstok staat.
ONDERHOUD EN ZORG 11-3-2014 16:50 Pagina 242 Ga als volgt te werk om de dop te sluiten: ❒ duw de trechter naar binnen tot hij vast zit; ❒ sluit de dop. 180) REMVLOEISTOF 181) 182) 49) Draai de dop E fig. 235 - fig. 236 - fig. 237 los en controleer of de vloeistof in het reservoir op het maximum niveau staat. Het niveau in het reservoir mag nooit boven het MAX-teken komen. Gebruik de remvloeistof vermeld in de tabel "Vloeistoffen en smeermiddelen" (zie “Technische gegevens”).
11-3-2014 16:50 Pagina 243 176) Wees bijzonder voorzichtig bij het werken in de motorruimte wanneer de motor heet is: gevaar voor brandwonden. Vergeet niet dat bij een warme motor de ventilator onverwacht kan inschakelen: gevaar voor letsel. Sjaals, dassen of andere loszittende kleding kunnen door de bewegende onderdelen worden meegetrokken. 177) Het koelsysteem staat onder druk. Vervang, indien nodig, de dop alleen door een origineel exemplaar om de werking van het systeem niet negatief te beïnvloeden.
ONDERHOUD EN ZORG 11-3-2014 16:50 Pagina 244 LUCHTFILTER/ POLLENFILTER Laat het luchtfilter vervangen door het Fiat servicenetwerk. LUCHTFILTER - STOFFIGE WEGEN (voor bepaalde versies/markten) Wanneer de vooringestelde verstoppingsgraad is bereikt, gaat de indicator B fig. 241 rood branden, ook bij uitgeschakelde motor. Om de indicator te resetten, reinig/vervang het luchtfilter zoals bij normale versies en reset de indicator door op de knop C fig. 241 te drukken.
11-3-2014 16:50 Pagina 245 ACCU De auto is voorzien van een onderhoudsarme accu: onder normale gebruiksomstandigheden hoeft er niet bijgevuld te worden met gedestilleerd water. De accu moet echter wel regelmatig door het Fiat Servicenetwerk of door gespecialiseerd personeel gecontroleerd worden. De accu bevindt zich in de passagiersruimte, vóór de pedalen. Verwijder het beschermdeksel voor toegang tot de accu.
ONDERHOUD EN ZORG 11-3-2014 16:50 Pagina 246 Als men na aanschaf van het voertuig accessoires wil monteren die constante elektrische voeding nodig hebben (diefstalalarm, enz.) of veel stroom verbruiken, dient men contact op te nemen met het gespecialiseerde personeel van het Fiat Servicenetwerk. Zij kunnen het totale stroomverbruik beoordelen en controleren of de elektrische installatie hierop berekend is en of het noodzakelijk is een accu met een grotere capaciteit te monteren.
11-3-2014 16:50 Pagina 247 WIELEN EN BANDEN BELANGRIJK 4) Accu’s bevatten stoffen die zeer gevaarlijk zijn voor het milieu. Laat de accu vervangen door een dealer van het Fiat Servicenetwerk, waar deze op milieuvriendelijke wijze en overeenkomstig de wettelijke voorschriften verwerkt wordt. Controleer voor een lange reis en elke twee weken de bandenspanning van de banden en het ruimtebesparend reservewiel. Deze controle moet bij koude banden worden uitgevoerd.
ONDERHOUD EN ZORG 11-3-2014 16:50 Pagina 248 ❒ stop onmiddellijk bij een lekke band en verwissel het wiel om beschadiging van de band, de velg, de wielophanging en de stuurinrichting te voorkomen; ❒ banden verouderen, ook als ze weinig gebruikt zijn. Scheurtjes in het loopvlak en op de wangen betekenen dat de band verouderd is. Laat de banden door gespecialiseerd personeel controleren als ze langer dan 6 jaar onder de auto zijn gemonteerd.
11-3-2014 16:50 Pagina 249 RUITENWISSER WISSERBLADEN Wisserbladen voorruit vervangen RUITENSPROEIERS Ruitensproeier fig. 244 53) Maak de wisserbladen regelmatig met speciale producten schoon; wij raden TUTELA PROFESSIONAL SC 35 aan. Vervang de wisserbladen wanneer het rubber vervormd of versleten is. Het is in elk geval raadzaam de wisserbladen ongeveer jaarlijks te vervangen.
ONDERHOUD EN ZORG 11-3-2014 16:50 Pagina 250 KOPLAMPSPROEIERS CARROSSERIE Controleer regelmatig de conditie en de aanwezigheid van vuil in de koplampsproeiers. BESCHERMING TEGEN ATMOSFERISCHE INVLOEDEN De koplampsproeiers worden automatisch geactiveerd wanneer, bij ingeschakeld dimlicht, de ruitensproeiers worden bediend.
11-3-2014 16:50 Pagina 251 Werk beschadigingen van de laklaag, zoals krassen en schuurplekken, onmiddellijk bij om roestvorming te voorkomen. Voor het bijwerken mogen uitsluitend originele lakproducten worden gebruikt (zie “Plaatje met informatie over de carrosserielak” in het hoofdstuk “Technische gegevens”). Het normale onderhoud van de lak beperkt zich tot het wassen van de auto: de frequentie is afhankelijk van het gebruik van de auto en van de omgeving.
ONDERHOUD EN ZORG 11-3-2014 16:50 Pagina 252 BELANGRIJK Voor het uitspuiten van de motorruimte moet de contactsleutel in de stand STOP staan en de motor koud zijn. Controleer na het reinigen of de verschillende beschermingen (bijv. rubberen doppen en kappen) niet verwijderd of beschadigd zijn. Koplampen BELANGRIJK Gebruik nooit aromatische stoffen (bijv. benzine) of ketonen (bijv. aceton) om de plastic lampglazen van de koplampen te reinigen.
11-3-2014 16:50 Pagina 253 BELANGRIJK Gebruik nooit alcohol, benzine of afgeleide producten om het glas van het instrumentenpaneel te reinigen. BELANGRIJK LEDEREN STUURWIEL/ POOKKNOP/HANDREM (voor bepaalde versies/markten) Reinig deze interieurdelen uitsluitend met neutrale zeep en water. Gebruik nooit alcohol of producten op basis van alcohol. Controleer alvorens een specifiek product voor interieurreiniging te gebruiken, of het geen alcohol en/of stoffen op basis van alcohol bevat.
11-3-2014 16:50 Pagina 254 Deze pagina is opzettelijk blanco gelaten 254
11-3-2014 16:50 Pagina 255 TECHNISCHE GEGEVENS Alles dat u nuttig kunt vinden om te begrijpen hoe uw voertuig is gemaakt en hoe het werkt is in dit hoofdstuk vermeld en wordt toegelicht met gegevens, tabellen en grafieken. Voor de liefhebbers en de monteurs, maar ook gewoon voor degenen die elk detail van hun voertuig willen kennen. IDENTIFICATIEGEGEVENS..............256 MOTORCODES CARROSSERIEVERSIES.................258 MOTOR ..........................................260 BRANDSTOFTOEVOER .................
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 256 IDENTIFICATIEGEGEVENS Neem nota van de identificatiecodes. De identificatiegegevens die op de plaatjes zijn vermeld, met inbegrip van hun plaats, zijn als volgt: ❒ Typeplaatje met identificatiegegevens. ❒ Chassisnummer. ❒ Identificatieplaatje carrosserielak. ❒ Motorcode. TYPEPLAATJE MET IDENTIFICATIEGEGEVENS E Max. toelaatbaar gewicht van volgeladen auto. F Max. toelaatbaar gewicht van volgeladen auto met aanhangwagen. G Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 257 IDENTIFICATIEPLAATJE CARROSSERIELAK Dit plaatje is aangebracht in de motorruimte, op de voorste traverse fig. 248 en bevat de volgende gegevens: A Verffabrikant B Kleurnaam. C Fiat kleurcode. D Kleurcode voor overspuiten en bijwerken. MOTORCODE 248 F1A0369 De motorcode is op het cilinderblok ingeslagen en vermeldt het model en het chassisnummer.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 258 MOTORCODES - CARROSSERIEVERSIES . Versie Motorcode 110 MultiJet (*) F1AE3481G 115 MultiJet (*) 250A1000 130 MultiJet F1AE3481D 150 MultiJet F1AE3481E 180 MultiJet Power F1CE3481E (*)Versie voor specifieke markten Wij vermelden hier een voorbeeld van een carrosserieversiecode met bijbehorende legenda die voor alle carrosserieversiecodes geldt.
11-3-2014 16:50 Pagina 259 TRANSMISSIE M Handgeschakelde versnellingsbak A Automatische versnellingsbak WIELBASIS A Korte wielbasis B Medium wielbasis C Lange wielbasis D Medium-lange wielbasis U Alle wielbasissen (onvolledige voertuigen) CARROSSERIE A Chassis/cabine B Chassis zonder cabine C Platformchassis met cabine D Open laadbak E Schoolbus basisonderwijs F Bestel G Pick-up verlengde cabine H Chassis verlengde cabine M Minibus P Panorama R Combi 6/9 zitplaatsen 259
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 260 MOTOR 110 MultiJet (*) 115 MultiJet (*) 130 MultiJet 150 MultiJet 180 MultiJet Power F1AE3481G 250A1000 F1AE3481D F1AE3481E F1CE3481E Cyclus Diesel Diesel Diesel Diesel Diesel Aantal en opstelling cilinders 4 in lijn 4 in lijn 4 in lijn 4 in lijn 4 in lijn Boring en slag zuigers (mm) 88 x 94 83 x 90,4 88 x 94 88 x 94 95,8 x 104 2287 1956 2287 2287 2999 16,2 : 1 16,5 : 1 16,2 : 1 16,2 : 1 17,5 : 1 Maximum vermogen (EG) (kW
11-3-2014 16:50 Pagina 261 BRANDSTOFTOEVOER Versies Alle Brandstoftoevoer Common Rail directe inspuiting 195) BELANGRIJK 195) Wijzigingen of reparaties aan het brandstoftoevoersysteem die niet correct zijn uitgevoerd en waarbij geen rekening wordt gehouden met de technische specificaties, kunnen storingen in de werking en zelfs brand tot gevolg hebben.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 262 262 TRANSMISSIE Versies 115 MultiJet (*) Versnellingsbak 150 MultiJet 180 MultiJet Power (*)Versie voor specifieke markten Aandrijving Zelfinstellend met pedaal zonder vrije slag Voor Vijf gesynchroniseerde versnellingen vooruit en een versnelling achteruit. 110 MultiJet (*) 130 MultiJet Koppeling Zes gesynchroniseerde versnellingen vooruit en een versnelling achteruit.
11-3-2014 16:50 Pagina 263 WIELOPHANGING 55) Versies Voor Achter Voor Achter onafhankelijke voorwielophanging van McPherson type Starre buisvormige achteras; overlangs geplaatste bladveren BELANGRIJK 55) Zorg ervoor dat de bladveren van composietmateriaal niet in contact komen met enig zuurtype 263
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 264 264 REMMEN Voorste bedrijfsremmen Achterste bedrijfsremmen Parkeerrem geventileerde schijfremmen schijfremmen bediend met handremhefboom die op de achterremmen inwerkt BELANGRIJK Water, ijs en strooizout op de wegen kunnen zich afzetten op de remschijven waardoor de gewenste remwerking iets later wordt bereikt.
11-3-2014 16:50 Pagina 265 STUURINRICHTING Versies Draaicirkel tussen stoepranden (m) Korte wielbasis 11.41 Medium wielbasis 12.81 Medium-lange wielbasis 13.89 Lange wielbasis 14.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 266 WIELEN DE BANDENMAAT LEZEN VELGEN EN BANDEN Voorbeeld: 215/70 R 15 109S (zie fig. 249) Geperste stalen of lichtmetalen velgen. Tubeless radiaalbanden. Alle typegoedgekeurde banden zijn op het kentekenbewijs vermeld. BELANGRIJK Als de gegevens in het instructieboek afwijken van die van het kentekenbewijs, dient men zich altijd aan de gegevens van het kentekenbewijs te houden.
11-3-2014 16:50 Pagina 267 VERKLARING VAN DE VELGCODES BAND MET VELGBESCHERMING 196) BELANGRIJK 250 F1A0248 196) Indien op de stalen velgen met integrale wieldeksels (met veerbevestiging) aftersalesbanden met velgbeschermers worden gemonteerd, dan mogen de wieldeksels NIET gemonteerd worden fig. 250. Het gebruik van ongeschikte banden en wieldeksels kan leiden tot een plotseling verlies van de bandenspanning. Voorbeeld: 6J x 15 ET 43 (zie fig. 249) 6 velgbreedte in inches (1).
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 268 STANDAARD VELGEN EN BANDEN Versies Velgen Standaard banden 215/70 R15C 109/107S 6Jx15'' - H2 225/70 R15C 112/105S Ducato (uitgez. vrijetijds) 215/75 R16C 116/114R (*) 6Jx16'' - H2 225/75 R16C 118/116R (*) 6Jx15'' - H2 215/70 R15CP 109/107Q 6Jx16'' - H2 225/75 R16CP 116/114Q Ducato (vrijetijds) 215/75 R16C 116/114R Ducato Maxi (uitgez.
11-3-2014 16:50 Pagina 269 BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND (bar) Standaard banden Gebruik Voor Achter 3000 MTM (*) met basisbanden, uitgez. PANORAMA 3300 MTM (*) / 3500 MTM (*) met basisbanden 4,0 4,0 4,1 4,5 215/70 R15 PANORAMA met basisbanden 4,1 4,5 3000 MTM (*) met extra grote banden, uitgez.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 270 AFMETINGEN PANORAMA / COMBI VERSIE De afmetingen zijn uitgedrukt in mm en hebben betrekking op een voertuig dat is uitgerust met standaard banden. De hoogte is gemeten bij onbeladen voertuig.
11-3-2014 16:50 Pagina 271 COMBI - PANORAMA CH1 MH2 LH2 A 948 948 948 B 3000 3450 4035 C 1015 1015 1015 - 1380 (*) D 4963 5413 5998 - 6363(*) E 2254 2524 2524 F 1810 1810 1810 G 2050 2050 2050 I 1790 1790 1790 (*) MINIBUS versie, 16 + 1 zitplaatsen De afmetingen variëren op basis van de versies binnen de hierboven vermelde limieten.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 272 BESTELVERSIE De afmetingen zijn uitgedrukt in mm en hebben betrekking op een voertuig dat is uitgerust met standaard banden. De hoogte is gemeten bij onbeladen voertuig.
11-3-2014 16:50 Pagina 273 BESTEL CH1 - CH2 MH1 - MH2 LH2 - LH3 XLH2 - XLH3 A 948 948 948 948 B 3000 3450 4035 4035 C 1015 1015 1015 1380 D 4963 5413 5998 6363 E 2254 - 2524 2254 - 2524 (*) 2524 - 2764 (**) 2524 - 2764 F 1810 1810 1810 1810 G 2050 2050 2050 2050 I 1790 1790 1790 1790 (*) MAXI 2269 - 2539 versie (**) MAXI 2539 - 2774 versie De afmetingen variëren op basis van de versies binnen de hierboven vermelde limieten.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 274 PICK-UPVERSIE De afmetingen zijn uitgedrukt in mm en hebben betrekking op een voertuig dat is uitgerust met standaard banden. De hoogte is gemeten bij onbeladen voertuig.
11-3-2014 16:50 Pagina 275 LAADBAK CHASSIS-CABINE CH1 MH1 LH1 XLH1 CH1 MH1MLH1 LH1 XLH1 XXLH1 A 948 948 948 948 948 948 948 948 948 B 3000 3450 4035 4035 3000 3450 3800 4035 4035 4300 C 1345 1345 1345 1710 960 960 960 1325 1590 D 5293 5743 6328 6693 4908 5358 5708 5943 6308 6573 E 2798 3248 3833 4198 - - - - - F 2424 2424 2424 2424 2254 2254 2254 2254 2519 G 1810 1810 1810 1810 1810 1810 1810 1810 1810 H 1790 1790 1790 179
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 276 CHASSIS/SCHUTBORD SPECIAL CHASSIS-CABINE CH1 MH1MLH1 LH1 XLH1 XXLH1 CH1 MH1MLH1 LH1 XLH1 XXLH1 A 925 925 925 925 925 948 948 948 948 948 B 3000 3450 3800 4035 4035 4300 3000 3450 3800 4035 4035 4300 C 860 860 860 1225 1490 880 880 880 1245 1510 D 4785 5235 5585 5820 6125 6390 4828 5278 5628 5863 6228 6493 E - - - - - - - - - - F - - - - - 2254 2254 2254 2254 2254 G 1810 1810 1810
11-3-2014 16:50 Pagina 277 SPECIAL CHASSIS/SCHUTBORD CH1 MH1 - MH2 LH1 XLH1 XXLH1 A 925 925 925 925 925 B 3000 3450 - 3800 4035 4035 4300 C 880 880 880 1245 1510 D 4805 5255 - 5605 5840 6205 6470 G 1810 1810 1810 1810 1810 H 1790 - 1980 1790 - 1980 1790 - 1980 1790 - 1980 1790 - 1980 L 2050 2050 2050 2050 2050 De afmetingen variëren op basis van de versies binnen de hierboven vermelde limieten.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 278 DUBBELE CABINE VERSIE De afmetingen zijn uitgedrukt in mm en hebben betrekking op een voertuig dat is uitgerust met standaard banden. De hoogte is gemeten bij onbeladen voertuig.
11-3-2014 16:50 Pagina 279 DUBBELE CABINE MH1 LH1 XLH1 A 948 948 948 B 3450 4035 4035 C 1340 1245 1695 D 5798 6228 6678 E 2424 2424 2424 F 1810 1810 1810 G 2100 2100 2100 I 1790 1790 1790 De afmetingen variëren op basis van de versies binnen de hierboven vermelde limieten.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 280 PRESTATIES Toegestane topsnelheden na de eerste gebruiksperiode van het voertuig in km/h.
11-3-2014 16:50 Pagina 281 110 MultiJet (*) 115 MultiJet (*) 130 MultiJet 150 MultiJet 180 MultiJet Power 145 148 152 152 152 CH1 - MH1 BESTEL (vrijetijdsversie) MH2-LH2XLH2 MH3 - LH3 XLH3 (*) Versie voor specifieke markten 281
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 282 GEWICHTEN GEWICHTEN BESTEL Versies GVW 2800 kg(*) Versies GVW 3510 kg(*) 110 (**) /130/150 MultiJet 110 (**) /130/150 MultiJet 1845 ÷ 1860 1860 ÷ 2000 – vooras: 1630 1850 – achteras: 1650 2000 – totaal: 2800 3510 – geremde aanhanger: 2000 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 283 GEWICHTEN BESTEL Versies GVW 3000 kg(*) Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (**) 110 (**) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1845 ÷ 1910 1860 ÷ 1925 1940 ÷ 2005 – vooras: 1630 1630 1630 – achteras: 1650 1650 1650 3000/2420 ÷ 2460 (**) 3000/2435 ÷ 2475 (**) 3000 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 284 GEWICHTEN BESTEL Versies GVW 3300 kg(*) Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (**) 110 (**) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1845 ÷ 1985 1860 ÷ 2000 1940 ÷ 2080 – vooras: 1750 1750 1750 ÷ 1800 – achteras: 1900 1900 1900 – totaal: 3300 3300 3300 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 285 GEWICHTEN BESTEL Versies GVW 3500 kg(*) Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (**) 110 (**) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1845 ÷ 2035 1860 ÷ 2050 1940 ÷ 2130 – vooras: 1850 1850 1850 – achteras: 2000 2000 ÷ 2500 2000 3490 ÷ 3500 3500 3500 – geremde aanhanger: 2000 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 286 GEWICHTEN BESTEL (MAXI versies) Versies GVW 3500 kg(*) 110 (**) /130/ Versies GVW 3995 kg - 4005 kg 4250 kg(*) 180 MultiJet Power 110 (**) /130/ 150 MultiJet 150 MultiJet 180 MultiJet Power 1900 ÷ 2135 1980 ÷ 2215 1945 ÷ 2135 2025 ÷ 2215 2100 2100 2100 2100 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 3500 3500 3995 ÷ 4250 3995 ÷ 4250 – geremde aanhanger: 3000 3000 2000 ÷ 2500 2000 ÷ 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750
11-3-2014 16:50 Pagina 287 GEWICHTEN BESTEL (MAXI versies) 110 (**) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1900 ÷ 2090 2020 ÷ 2170 – vooras: 2100 2100 – achteras: 2400 2400 – totaal: 3510 3510 – geremde aanhanger: 3000 3000 – ongeremde aanhanger: 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 288 GEWICHTEN PICK-UP Versies GVW 3000 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1795 ÷ 1875 1810 ÷ 1890 1890 ÷ 1935 – vooras: 1630 1630 1630 – achteras: 1650 1650 1650 2935 ÷ 3000 2935 ÷ 3000 3000 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 289 GEWICHTEN PICK-UP Versies GVW 3300 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1795 ÷ 1895 1810 ÷ 1910 1890 ÷ 1990 – vooras: 1750 1750 1750 – achteras: 1900 1900 1900 3200 ÷ 3300 3200 ÷ 3300 3300 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 290 GEWICHTEN PICK-UP Versies GVW 3500 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1795 ÷ 1930 1810 ÷ 1945 1890 ÷ 2025 – vooras: 1850 1850 1850 – achteras: 2000 2000 2000 3300 ÷ 3500 3320 ÷ 3500 3395 ÷ 3500 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 291 GEWICHTEN PICK-UP (MAXI versies) Versies GVW 3500 kg Versies GVW 3995 kg - 4005 kg 4250 kg 180 MultiJet Power 110 (*) /130/150 MultiJet MultiJet 180 MultiJet Power 1895 ÷ 1985 1975 ÷ 2065 1895 ÷ 1985 1975 ÷ 2065 2100 2100 2100 2100 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 3500 3500 3920 ÷ 4005 3970 ÷ 4150 – geremde aanhanger: 3000 3000 2500 2000 ÷ 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 292 GEWICHTEN PICK-UP MET LANGE CABINE Versies GVW 3300 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1990 ÷ 2050 2005 ÷ 2065 2085 ÷ 2145 – vooras: 1850 1850 1850 – achteras: 1900 1900 1900 3250 ÷ 3300 3250 ÷ 3300 3300 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 293 GEWICHTEN PICK-UP MET LANGE CABINE Versies GVW 3500 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1990 ÷ 2050 2005 ÷ 2065 2085 – vooras: 1850 1850 1850 – achteras: 2000 2000 2000 3320 ÷ 3500 3320 ÷ 3500 3430 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 294 GEWICHTEN PICK-UP MET LANGE CABINE (MAXI versies) Versies GVW 3500 kg Versies GVW 3995 kg - 4005 kg 4250 kg 180 MultiJet Power 110 (*) /130/150 MultiJet MultiJet 180 MultiJet Power 2045 ÷ 2145 2125 ÷ 2225 2045 ÷ 2145 2125 ÷ 2225 2100 2100 2100 2100 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 3500 3500 3760 ÷ 4005 3840 ÷ 4100 – geremde aanhanger: 3000 3000 2500 2000 ÷ 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 295 GEWICHTEN COMBI Versies GVW 3000 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1935 1950 2030 – vooras: 1630 1630 1630 – achteras: 1650 1650 1650 – totaal: 3000 3000 3000 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 296 GEWICHTEN COMBI Versies GVW 3300 kg Versies GVW 3500 kg 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/ 180 MultiJet Power 110 (*) /130/ 150 MultiJet 150 MultiJet 180 MultiJet Power 1935 ÷ 2045 1950 ÷ 2060 2030 ÷ 2140 2450 2035 ÷ 2465 – vooras: 1750 1750 1750 1850 1850 – achteras: 1900 1900 1900 1900 1900 ÷ 2000 – totaal: 3300 3300 3300 3500 3500 Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) Nuttig laadvermogen
11-3-2014 16:50 Pagina 297 Versies GVW 3300 kg Versies GVW 3500 kg 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/ 180 MultiJet Power 110 (*) /130/ 150 MultiJet 150 MultiJet 180 MultiJet Power – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 2000 2000 ÷ 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 298 GEWICHTEN COMBI (MAXI versies) Versies GVW 3500 kg 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 2100 2180 – vooras: 2100 2100 – achteras: 2400 2400 – totaal: 3500 3500 – geremde aanhanger: 3000 3000 – ongeremde aanhanger: 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 299 GEWICHTEN PANORAMA Versies GVW 3000 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 2200 2215 2295 – vooras: 1750 1750 1750 – achteras: 1650 1650 1650 – totaal: 3150 3150 3150 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 300 GEWICHTEN PANORAMA Versies GVW 3300 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 2200÷ 2285 2300 ÷ 2400 2380 ÷ 2480 1750 ÷ 1850 1750 ÷ 1850 1750 ÷ 1850 – achteras: 1900 1900 1900 – totaal: 3300 3300 3300 Nuttig laadvermogen (**) inclusief de bestuurder: Maximum toelaatbare belastingen (***) – vooras: Trekgewichten 2000 ÷ 2500 – geremde aanha
11-3-2014 16:50 Pagina 301 GEWICHTEN MINIBUS Versies GVW 3995 kg - 4005 kg - 4250 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 110 (*) /130/150 MultiJet 2520 ÷ 2710 Nuttig laadvermogen (**) inclusief de bestuurder: Maximum toelaatbare belastingen (***) – vooras: 2100 – achteras: 2400 ÷ 2500 – totaal: 4005 ÷ 4250 (*) Versie voor specifieke markten (**) Indien speciale uitrusting is gemonteerd (trekhaak, enz.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 302 GEWICHTEN VAN CHASSIS ZONDER CABINE Versies GVW 3000 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1245 ÷ 1360 1305 ÷ 1375 1385 ÷ 1455 – vooras: 1630 1630 1630 – achteras: 1650 1650 1650 – totaal: 3000 3000 3000 – geremde aanhanger: 2000 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 303 GEWICHTEN VAN CHASSIS ZONDER CABINE Versies GVW 3000 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1245 ÷ 1360 1305 ÷ 1375 1385 ÷ 1455 – vooras: 1630 1630 1630 – achteras: 1650 1650 1650 – totaal: 3000 3000 3000 – geremde aanhanger: 2000 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 304 GEWICHTEN VAN CHASSIS ZONDER CABINE Versies GVW 3300 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1245 ÷ 1360 1260 ÷ 1375 1340 ÷ 1455 – vooras: 1750 1750 1750 – achteras: 1900 1900 1900 – totaal: 3300 3300 3300 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 305 GEWICHTEN VAN CHASSIS ZONDER CABINE Versies GVW 3500 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1245 ÷ 1360 1260 ÷ 1375 1340 ÷ 1455 – vooras: 1850 1850 1850 – achteras: 2000 2000 2000 – totaal: 3500 3500 3500 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 306 GEWICHTEN VAN CHASSIS ZONDER CABINE Versies GVW 3650 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1245 ÷ 1360 1260 ÷ 1375 1340 ÷ 1455 – vooras: 1850 1850 1850 – achteras: 2000 2000 2000 – totaal: 3650 3650 3650 – geremde aanhanger: 2000 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 307 GEWICHTEN VAN CHASSIS ZONDER CABINE (MAXI versies) Versies GVW 3500 kg 110 (*) /130/ 150 MultiJet 180 MultiJet Power 1300 ÷ 1415 Versies GVW 4400 kg 150 MultiJet 180 MultiJet Power 180 MultiJet Power 1380 ÷ 1495 1300 ÷ 1415 1380 ÷ 1495 1380 ÷ 1495 2100 2100 2100 2100 2100 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2500 3500 3500 4005 ÷ 4250 4005 ÷ 4250 4400 2500 ÷ 3000 2500 ÷ 3000 2000 ÷ 2500 2000 ÷ 2500 2000 750 750 750 750 750 100 ÷ 1
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 308 GEWICHTEN CHASSIS-CABINE Versies GVW 3000 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1545 ÷ 1660 1605 ÷ 1675 1685 ÷ 1755 – vooras: 1630 1630 1630 – achteras: 1650 1650 1650 – totaal: 3000 3000 3000 – geremde aanhanger: 2000 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 309 GEWICHTEN CHASSIS-CABINE Versies GVW 3300 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1545 ÷ 1660 1605 ÷ 1675 1640 ÷ 1755 – vooras: 1750 1750 1750 – achteras: 1900 1900 1900 – totaal: 3300 3300 3300 – geremde aanhanger: 2000 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 310 GEWICHTEN CHASSIS-CABINE Versies GVW 3500 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1545 - 1660 1605 ÷ 1675 1640 ÷ 1675 – vooras: 1850 1850 1850 – achteras: 2000 2000 2000 – totaal: 3500 3500 3500 – geremde aanhanger: 2000 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 311 GEWICHTEN CHASSIS-CABINE Versies GVW 3510 kg 110 (*) /130/150 MultiJet Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) Versies GVW 3650 kg 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1605 ÷ 1675 1545 ÷ 1660 1560 ÷ 1675 1640 ÷ 1755 – vooras: 1850 1850 1850 1850 – achteras: 2000 2000 2000 2000 – totaal: 3510 3650 3650 3650 – geremde aanhanger: 2500 2000 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 75
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 312 GEWICHTEN MAXI CHASSIS-CABINE (MAXI versies) Versies GVW 3500 kg 110 (*) /130/ 150 MultiJet 180 MultiJet Power 1600 ÷ 1715 Versies GVW 4400 kg 150 MultiJet 180 MultiJet Power 180 MultiJet Power 1680 ÷ 1795 1600 ÷ 1715 1680 ÷ 1795 1680 ÷ 1795 2100 2100 2100 2100 2100 2400 ÷ 2500 2400 - 2500 2400 - 2500 2400 - 2500 2500 3500 3500 3995 - 4250 2500 ÷ 3000 2500 - 3000 2000 - 500 2000 - 2500 2000 750 750 750 750 750 100 ÷ 120 1
11-3-2014 16:50 Pagina 313 GEWICHTEN CHASSIS-CABINE MET LAADVLOER Versies GVW 3000 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1580 ÷ 1630 1595 ÷ 1645 1675 ÷ 1725 – vooras: 1630 1630 1630 – achteras: 1650 1650 1650 – totaal: 3000 3000 3000 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 314 GEWICHTEN CHASSIS-CABINE MET LAADVLOER Versies GVW 3300 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1580 ÷ 1630 1595 ÷ 1645 1675 ÷ 1725 – vooras: 1750 1750 1750 – achteras: 1900 1900 1900 – totaal: 3300 3300 3300 – geremde aanhanger: 2000 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 315 GEWICHTEN CHASSIS-CABINE MET LAADVLOER Versies GVW 3500 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1580 ÷ 1630 1595 ÷ 1645 1675 ÷ 1725 – vooras: 1850 1850 1850 – achteras: 2000 2000 2000 – totaal: 3500 3500 3500 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 316 GEWICHTEN CHASSIS-CABINE MET LAADVLOER (MAXI versies) Versies GVW 3500 kg Versies GVW 3995 kg - 4005 kg 4250 kg 180 MultiJet Power 110 (*) /130/150 MultiJet MultiJet 180 MultiJet Power 1635 ÷ 1685 1715 ÷ 1765 1635 ÷ 1685 1715 ÷ 1765 2100 2100 2100 2100 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 3500 3500 4005 ÷ 4250 4005 ÷ 4250 – geremde aanhanger: 3000 3000 2000 ÷ 2500 2000 ÷ 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 750 M
11-3-2014 16:50 Pagina 317 GEWICHTEN CHASSIS MET LANGE CABINE Versies GVW 3300 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1835 ÷ 1885 1850 ÷ 1900 1930 ÷ 1980 – vooras: 1750 1750 1750 – achteras: 1900 1900 1900 – totaal: 3300 3300 3300 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 318 GEWICHTEN CHASSIS MET LANGE CABINE Versies GVW 3500 kg Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 115 MultiJet (*) 110 (*) /130/150 MultiJet 180 MultiJet Power 1835 ÷ 1885 1850 ÷ 1900 1930 ÷ 1980 – vooras: 1850 1850 1850 – achteras: 2000 2000 2000 – totaal: 3500 3500 3500 – geremde aanhanger: 2000 2000 ÷ 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 319 GEWICHTEN CHASSIS MET LANGE CABINE (MAXI versies) Versies GVW 3500 kg Versies GVW 3995 kg - 4005 kg 4250 kg 180 MultiJet Power 110 (*) /130/150 MultiJet MultiJet 180 MultiJet Power 1890 ÷ 1940 1970 ÷ 2020 1890 ÷ 1940 1970 ÷ 2020 2100 2100 2100 2100 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 2400 ÷ 2500 3500 3500 3995 ÷ 4250 3995 ÷ 4250 – geremde aanhanger: 3000 3000 2000 ÷ 2500 2000 ÷ 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 320 GEWICHTEN BESTELWAGEN DUBBELE CABINE Versies met maximum toelaatbaar totaalgewicht 3300 kg 115 MultiJet (*) 130 MultiJet 180 MultiJet Power 2011 ÷ 2076 2026 ÷ 2091 2106 – vooras: 1750 1750 1750 – achteras: 1900 1900 1900 – totaal: 3300 3300 3300 – geremde aanhanger: 2000 2500 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 321 GEWICHTEN BESTELWAGEN DUBBELE CABINE Versies met maximum toelaatbaar totaalgewicht 3500 kg 115 MultiJet (*) 130 MultiJet 180 MultiJet Power 2011 ÷ 2171 2026 ÷ 2186 2106 ÷ 2171 – vooras: 1850 1850 1850 – achteras: 2000 2000 2000 – totaal: 3500 3500 3500 – geremde aanhanger: 2000 2000 2500 – ongeremde aanhanger: 750 750 750 Max.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 322 GEWICHTEN BESTELWAGEN DUBBELE CABINE (MAXI versies) Versies met maximum toelaatbaar totaalgewicht 3500 kg 130 MultiJet 180 MultiJet Power Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties) 2066 - 2226 2146 - 2306 – vooras: 2100 2100 – achteras: 2400 2400 – totaal: 3500 3500 – geremde aanhanger: 3000 3000 – ongeremde aanhanger: 750 750 Max.
11-3-2014 16:50 Pagina 323 VULINHOUDEN 150 MultiJet 180 MultiJet Power Voorgeschreven brandstof en originele smeermiddelen 90 (*) 90 (*) 90 (*) 10/12 10/12 10/12 10/12 Diesel voor motorvoertuigen (EN590-specificatie) 8 (**) 9,6 (**) 9,6 (**) 10 (**) Carterpan (liter): 4.9 5.3 5.3 8 Carterpan en filters (liter): 5.7 5.9 5.9 9 115 MultiJet (°) 110 (°)/130 Tankinhoud (liter): 90 (*) incl.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 324 115 MultiJet (°) Voorgeschreven brandstof en originele smeermiddelen 150 MultiJet 180 MultiJet Power 2.7 - TUTELA TRANSMISSION EXPERYA 2.9 TUTELA TRANSMISSION GEARTECH Versnellingsbak-/ differentieelhuis (liter): - 2,7 (MLGU versnellingsbak) Versnellingsbak-/ differentieelhuis (liter): 2,9 2,9 (M38 versnellingsbak) Hydraulisch remsysteem met ABS (kg): 0.6 0.6 0.6 0.6 Hydraulisch remsysteem met ASR/ESP (kg): 0.62 0.62 0.62 0.
11-3-2014 16:50 Pagina 325 VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELEN Het voertuig is voorzien van een motorolie die grondig ontwikkeld en getest is om aan de vereisten van het Geprogrammeerd Onderhoudsschema te kunnen voldoen. Constant gebruik van de voorgeschreven smeermiddelen garandeert de specificaties van brandstofverbruik en emissies. De kwaliteit van het smeermiddel is van essentieel belang voor de werking en de levensduur van de motor.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 326 Gebruik Originele vloeistoffen en smeermiddelen Toepassingen SAE 75W-80 klasse synthetisch smeermiddel. Kwalificatie FIAT 9.55550-MZ2. . TUTELA TRANSMISSION EXPERYA Contractual Technical Reference No. F178.B06 Handgeschakelde versnellingsbak en differentieel Synthetisch smeermiddel met SAE 75W-85 klasse. Kwalificatie FIAT 9.55550-MZ3 Smeermiddelen en vetten voor krachtoverbrengingenVet met molybdeendisulfide, voor gebruik op hoge temperaturen. FIAT 9.
11-3-2014 16:50 Pagina 327 Gebruik Eigenschappen van vloeistoffen en smeermiddelen voor een correcte werking van de auto Originele vloeistoffen en smeermiddelen Toepassingen Roodgekleurd beschermingsmiddel met antivrieswerking, op basis van geïnhibeerd Beschermingsmiddelmonoethyleenglycol met organische formule. Overtreft CUNA NC 956-16, ASTM D 3306 voor radiateurs specificaties. FIAT-kwalificatie 9.55523. PARAFLU (*) Contractual Technical Reference No. F101.
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 328 328 BRANDSTOFVERBRUIK De gegevens over het brandstofverbruik die vermeld zijn in onderstaande tabellen zijn bepaald op basis van de typegoedkeuringstests in overeenstemming met specifieke Europese Richtlijnen. Deze verbruikswaarden hebben betrekking op de basisversies van de voertuigen zonder opties.
11-3-2014 16:50 Pagina 329 Brandstofverbruik volgens de geldende Europese richtlijn (liter/100 km) Verbruik Versies Maximaal toegestaan gewicht (kg) Stadsverkeer Buitenwegen Gecombineerd 8,4 6,3 7,1 7,0 5,1 5,8 Bestel - CH1 - CH2 - MH1 - MH2 Combi - MH1 - MH2 8,6 6,5 7,3 Laadbak CH1 - MH1 - MDH1 7,7 5,7 6,4 Panorama - CH1 8,6 6,0 7,0 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 - Laadbak met lange cabine - MH1 - LH1 8,4 6,3 7,1 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 LH1 - MLH1 - XXLH
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 330 Verbruik Versies Stadsverkeer Buitenwegen Gecombineerd Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 - Chassis-cabine met laadvloer - CH1 - MH1 - LH1 - - Chassis met lange cabine - LH1 - MH1 8,6 6,5 7,3 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 LH1 - MLH1 - XXLH1 7,0 5,1 5,8 7,7 5,7 6,4 Laadbak met lange cabine MH1 - LH1 XLH1 8,4 6,3 7,1 Combi MH1 - MH2 - LH2 8,4 5,8 6,8 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 - Chassis zonder cabine CH1
11-3-2014 16:50 Pagina 331 Verbruik Versies 110 (°)/130/ 150 MultiJet Maximaal toegestaan gewicht (kg) Stadsverkeer Buitenwegen Gecombineerd Bestel - CH1 2800 7,7 5,7 6,4 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 - Chassis zonder cabine CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 3650 8,4 6,3 7,1 8,2 6,3 7,0 7,7 5,7 6,4 8,4 6,3 7,1 Bestel - MH2 - LH2 -XLH2 - XLH3 Bestel CH1 - MH1 - LH3 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 3510 (°)Versie voor specifieke markten 331
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 332 Verbruik Maximaal toegestaan gewicht (kg) Stadsverkeer Buitenwegen Gecombineerd 2800 8,5 6,5 7,2 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 8,0 6,1 6,8 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 LH1 - MLH1 - XXLH1 7,4 4,6 5,6 8,2 6,3 7,0 Bestel - CH1 - CH2 - MH1 - MH2 8,5 6,5 7,2 Laadbak - CH1 - MH1 - MDH1 7,6 5,5 6,3 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 8,2 6,3 7,0 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 LH1 - MLH1 - XXLH1 7,6 5
11-3-2014 16:50 Pagina 333 Verbruik Versies Panorama - Combi - CH1 Maximaal toegestaan gewicht (kg) Stadsverkeer Buitenwegen Gecombineerd 3000 - 3300 8,0 5,4 6,4 8,5 6,5 7,2 7,6 5,2 6,1 8,5 6,5 7,2 8,5 6,5 7,2 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 LH1 - MLH1 - XXLH1 115 MultiJet 3500 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 MH1 - LH1 - Bestel - CH1 - CH2 - MH1 MH2 - Chassis met lange cabine - LH1 MH1 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 36
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 334 334 Verbruik Versies Maximaal toegestaan gewicht (kg) Stadsverkeer Buitenwegen Gecombineerd 11 7,1 8,5 9,1 6,1 7,2 Laadbak - CH1 MH1 - Bestel - CH1 CH2 - MH1 - MH2 9,7 6,5 7,7 Panorama CH1 10,7 6,4 8,0 Combi CH1 9,5 5,5 7,0 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 - Chassis-cabine met laadvloer - CH1 - MH1 - LH1 - Bestel CH1 - CH2 - MH1 - MH2 180 MultiJet Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 LH1 - MLH1 - XXLH1 3000
11-3-2014 16:50 Pagina 335 Verbruik Versies 180 MultiJet Maximaal toegestaan gewicht (kg) Stadsverkeer Buitenwegen Gecombineerd Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 11 7,1 8,5 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 LH1 - MLH1 - XXLH1 9,1 6,1 7,2 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 MH1 - LH1 11 7,1 8,5 11 7,1 8,5 Chassis met lange cabine - LH1 - MH1 11 7,1 8,5 Laadbak - CH1 MH1 - Bestel - CH1 CH2 - MH1 - MH2 9,7 6,5 7,7 Laadbak met lange cabine MH1 - LH1 10,1 6,7 8,0 Pano
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 336 336 Verbruik Versies 180 MultiJet Maximaal toegestaan gewicht (kg) Stadsverkeer Buitenwegen Gecombineerd Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 11 7,1 8,5 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 LH1 - MLH1 - XXLH1 9,1 6,1 7,2 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 MH1 - LH1 11 7,1 8,5 11,6 7,4 8,9 Chassis met lange cabine - LH1 - MH1 11 7,1 8,5 Laadbak - CH1 - MH1 - Bestel - CH1 CH2 - MH1 - MH2 9,7 6,5 7,7 Laadbak met lange cabine M
11-3-2014 16:50 Pagina 337 Verbruik Versies 180 MultiJet Maximaal toegestaan gewicht (kg) Stadsverkeer Buitenwegen Gecombineerd Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 11,6 7,4 8,9 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 LH1 - MLH1 - XXLH1 10,5 7,0 8,3 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 MH1 - LH1 11,6 7,4 8,9 11,6 7,4 8,9 Chassis met lange cabine - LH1 - MH1 11,6 7,4 8,9 Laadbak - CH1 MH1 - Bestel - CH1 CH2 - MH1 - MH2 9,7 6,5 7,7 Laadbak met lange cabine MH1 - LH1 11 7,1 8,
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 338 Verbruik Versies Maximaal toegestaan gewicht (kg) Stadsverkeer Buitenwegen Gecombineerd 11 7,2 8,6 Laadbak - CH1 MH1 10,5 7,0 8,3 Bestel CH1 - CH2 - MH1 - MH2 11 7,2 8,6 Laadbak met lange cabine MH1 - LH1 11,6 7,4 8,9 Minibus 11,6 7,4 8,9 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 MLH1 - XXLH1 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 LH1 - MLH1 - XXLH1 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 MH1 - LH1 Bestel - CH1 - CH2 - MH1 - MH2 - LH2 LH3 - XLH2 - XLH3
11-3-2014 16:50 Pagina 339 CO2-EMISSIE De CO2-emissieniveaus in de volgende tabel hebben betrekking op het gecombineerde verbruik. Deze emissiewaarden hebben betrekking op de basisversies van de voertuigen zonder opties. CO2-emissie volgens huidige Europese richtlijn (l/100 km).
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 340 Versies 110 (°)/130/ 150 MultiJet CO2-emissie Gecombineerd Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 Laadbak met lange cabine - MH1 - LH1 186 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXLH1 153 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 - MH1 - LH1 - Chassis met lange cabine - LH1 - MH1 - Panorama MH1 - MH2 3300 192 Laadbak CH1 - MH1 - MDH1 - LH1 - Bestel - CH1 CH2 - MH1 - MH2 - LH2 - LH3 170 Combi CH1 - MH1 - MH2 170 (°)Versie voor specifiek
11-3-2014 16:50 Pagina 341 Versies Maximaal toegestaan gewicht (kg) Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 - MH1 - LH1 - Chassis met lange cabine - LH1 - MH1 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXLH1 CO2-emissie Gecombineerd 192 153 3500 Laadbak CH1 - MH1 - MDH1 - LH1 - XLH1 - Bestel CH1 - CH2 - MH1 - MH2 - LH2 - LH3 - XLH2 - XLH3 170 Laadbak met lange cabine MH1 - LH1 - XLH1 186 Combi MH1 - MH2 - LH2 177 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - M
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 342 342 Versies 110 (°)/130/ 150 MultiJet Maximaal toegestaan gewicht (kg) CO2-emissie Gecombineerd Bestel - CH1 2800 170 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXLH1 3650 186 Bestel - MH2 - LH2 -XLH2 - XLH3 Bestel CH1 - MH1 - LH3 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 (°)Versie voor specifieke markten 183 3510 170 186
11-3-2014 16:50 Pagina 343 Versies Bestel - CH1 2800 CO2-emissie Gecombineerd 190 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 179 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXLH1 148 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 - MH1 - LH1 115 MultiJet Maximaal toegestaan gewicht (kg) 3000 185 Bestel - CH1 - CH2 - MH1 - MH2 190 Laadbak - CH1 - MH1 - MDH1 165 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 185 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXLH1 160 Chassis-cabine met laad
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 344 344 Versies Panorama - Combi - CH1 Maximaal toegestaan gewicht (kg) 3000 - 3300 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXLH1 115 MultiJet CO2-emissie Gecombineerd 166 190 160 3500 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 - MH1 - LH1 Bestel - CH1 - CH2 - MH1 - MH2 - Chassis met lange cabine - LH1 - MH1 190 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXL
11-3-2014 16:50 Pagina 345 Versies Maximaal toegestaan gewicht (kg) Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 - MH1 - LH1 Bestel - CH1 - CH2 - MH1 - MH2 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXLH1 180 MultiJet CO2-emissie Gecombineerd 224 189 3000 Laadbak - CH1 MH1 - Bestel - CH1 - CH2 - MH1 MH2 203 Panorama CH1 210 Combi CH1 184 Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 224 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXLH1 189 Chas
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 346 346 Versies 180 MultiJet Maximaal toegestaan gewicht (kg) CO2-emissie Gecombineerd Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 224 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXLH1 189 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 - MH1 - LH1 224 Bestel - CH1 - CH2 - MH1 - MH2 - LH2 - LH3 - XLH2 - XLH3 236 3500 Chassis met lange cabine - LH1 - MH1 224 Laadbak - CH1 - MH1 - Bestel - CH1 - CH2 - MH1 MH2 203 Laadbak met lange cabine MH1 - LH1 209
11-3-2014 16:50 Pagina 347 Versies CO2-emissie Gecombineerd Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 236 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXLH1 219 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 - MH1 - LH1 236 Bestel - CH1 - CH2 - MH1 - MH2 - LH2 - LH3 - XLH2 - XLH3 180 MultiJet Maximaal toegestaan gewicht (kg) 236 3500 (Heavy) Chassis met lange cabine - LH1 - MH1 236 Laadbak - CH1 MH1 - Bestel - CH1 - CH2 - MH1 MH2 203 Laadbak met lange cabine MH1 - LH1 224 Combi CH1 200 Beste
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 348 348 Versies Maximaal toegestaan gewicht (kg) CO2-emissie Gecombineerd Chassis-cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 - XXLH1 Chassis zonder cabine - CH1 - MH1 - LH1 - MLH1 XXLH1 Chassis-cabine met laadvloer - CH1 - MH1 - LH1 Bestel - CH1 - CH2 - MH1 - MH2 - LH2 - LH3 - XLH2 - XLH3 226 3995 - 4005 - 4250 (Heavy) Chassis met lange cabine - LH1 - MH1 180 MultiJet Laadbak - CH1 MH1 219 Bestel CH1 - CH2 - MH1 - MH2 226 Laadbak met lange cabine MH1 - LH1 236
11-3-2014 16:50 Pagina 349 OFFICIAL TYPE APPROVALS 349
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 350 350
11-3-2014 16:50 Pagina 351 351
TECHNISCHE GEGEVENS 11-3-2014 16:50 Pagina 352 352
11-3-2014 16:50 Pagina 353 RICHTLIJNEN VOOR DE BEHANDELING VAN HET VOERTUIG AAN HET EINDE VAN DE LEVENSDUUR Al jaren zet Fiat zich volledig in voor de bescherming van het milieu via de continue verbetering van de productieprocessen en de realisatie van producten die steeds "eco-compatibeler" zijn.
11-3-2014 16:50 Pagina 354 WAT TE DOEN ALS Storing Mogelijke oplossing Gebruik de Fix&Go bandenreparatiekit. Zie pag. 204. Vervang de band. Zie pag. 199 ... EEN BAND LEEG IS. Herstel de bandenspanning. Zie pag. 269. ... DE PLAFONDVERLICHTING NIET INSCHAKELT. Vervang het lampje. Zie pag. 217 of neem contact op met het Fiat servicenetwerk. ... EEN EXTERNE LAMP (grootlicht, dimlicht...) NIET INSCHAKELT. Vervang het lampje. Zie pag. 212 of neem contact op met het Fiat servicenetwerk. ...
11-3-2014 16:50 Pagina 355 Storing Mogelijke oplossing ...VERKEERDE MONTAGE VAN DE AFTERMARKET SYSTEMEN. Volg zorgvuldig de aanwijzingen in het Instructieboek om de correcte werking van het voertuig niet in gevaar te brengen. Zie pag. 106 of neem contact op met het Fiat servicenetwerk. ...STUURINRICHTING GEBLOKKEERD BIJ STILSTAAND VOERTUIG EN INGESCHAKELD STUURSLOT.
11-3-2014 16:50 Pagina 357
11-3-2014 16:50 Pagina 358
ALFABETISCH REGISTER 11-3-2014 16:50 Pagina 364 ALFABETISCH REGISTER Aanhangers trekken...................... Aansteker....................................... ABS ............................................... Accu – Vervangen ................................. Accu (opladen) ............................... Accu (schakelaar)........................... Accuschakelaar.............................. Achterruitverwarming ..................... Achteruitkijkspiegels.......................
11-3-2014 16:50 Pagina 365 Gebruikscondities .......................... 186 Geveerde stoel............................... 16 Gewichten...................................... 282 Gordelspanners ............................. 156 Grootlicht ................................. 49-213 Grootlichtsignaal ............................ 49 Handbediende klimaatregeling ...... 32 HBA (Hydraulic Brake Assist) systeem ....................................... 83 HBA (systeem) ...............................
ALFABETISCH REGISTER 11-3-2014 16:50 Pagina 366 Opbergvak boven de cabine .......... 68 Opbergvak boven zonnekleppen.... 68 Opbergvak onder de stoel.............. 18 Opbergvak onder voorste passagiersstoel ............................ 65 Oppompen .................................... 205 Opstaptrede................................... 74 Parkeerlichten ........................... 50-61 Parkeersensoren ............................ 99 Parkeren ........................................
11-3-2014 16:50 Pagina 367 Werkblad/lessenaar...................... Wielen en banden .......................... Wielen............................................ Wielophanging ............................... Wieluitlijning ................................... Winterbanden ................................ Wisserbladen voorruit vervangen.... Zekeringen (vervangen) ................. Zijairbags ....................................... Zijschuifruit..................................... Zonnekleppen ............
Fiat Group Automobiles S.p.A. - Parts & Services - Technical Services - Service Engineering Largo Senatore G. Agnelli, 3 - 10040 Volvera - Torino (Italia) Druknummer 603.99.
DUCATO LUM NL 23-01-2009 16:03 Pagina 1 F I A T D U C A T O NEDERLANDS De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld. Fiat behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Wendt u voor nadere informatie tot het Fiat Servicenetwerk. Gedrukt op milieuvriendelijk chloorvrij papier.