Operation Manual
166
LAMPJES EN
BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
KENTEKENPLAATVER-
LICHTING fig. 28
Gloeilampen vervangen:
❒
verwijder het lampenglas A op het
door de pijl aangegeven punt;
❒
maak de lamp B los uit de veercon-
tacten aan de zijkant en vervang hem;
controleer of de nieuwe lamp goed
vastzit in de veercontacten;
❒
monteer het lampenglas.
GLOEILAMP INTERIEUR-
VERLICHTING
VERVANGEN
Zie voor het type lamp en het bijbeho-
rende vermogen de paragraaf
“Gloeilamp vervangen”.
PLAFONDVERLICHTING VOOR
fig. 29-30
Gloeilampen vervangen:
❒
verwijder het afdekplaatje A op de
door de pijlen aangegeven punten;
❒
draai de 2 lamphouders B linksom,
verwijder de lampen en vervang ze;
❒
druk op de borglippen B-fig. 27 en
neem de lamphouder uit;
❒
verwijder de geklemde lampen en
vervang ze;
❒
monteer de lamphouder in de unit
en controleer of de borglippen
B-fig. 27 vastklikken.
fig. 27
F0L0190m
fig. 28
F0L0079m










