Operation Manual

166
LAMPJES EN
BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ALLEEN VOOR HET CONTRO-
LEREN EN HERSTELLEN VAN
DE SPANNING
De compressor kan ook worden
gebruikt voor het herstellen van de ban-
denspanning. Maak de snelkoppeling los
en verbind de koppeling direct met het
ventiel van de band fig. 16; op deze
manier wordt de spuitbus niet met de
compressor verbonden en wordt de
afdichtvloeistof niet in de band gespoten.
PROCEDURE VOOR HET VER-
VANGEN VAN DE SPUITBUS
Ga als volgt te werk voor het vervangen
van de spuitbus:
maak de koppeling B-fig. 17 los;
draai de te vervangen spuitbus links-
om en trek de spuitbus omhoog;
plaats de nieuwe spuitbus en draai de
spuitbus rechtsom;
sluit de koppeling B aan op de spuit-
bus en plaats de doorzichtige vulbuis
A in het daarvoor bestemde vak.
fig. 16
F0Q0517m
fig. 17
F0Q0512m
als een spanning van ten minste 1,8
bar wordt gemeten, herstel dan de
correcte bandenspanning (met draai-
ende motor en aangetrokken hand-
rem) en rijdt verder;
rijd zeer voorzichtig naar de dichtst-
bijzijnde Fiat-dealer.
U moet absoluut aangeven
dat de band is gerepareerd
met de snelle bandenreparatieset.
Overhandig de informatiefolder aan
het personeel dat de band moet
repareren die behandeld is met de
bandenreparatieset.
ATTENTIE
Als de bandenspanning
onder 1,8 bar is gedaald,
mag niet verder worden gereden: de
snelle reparatieset Fix & Go auto-
matic kan de vereiste wegligging
niet garanderen omdat de band te
erg beschadigd is. Wendt u tot de
Fiat-dealer.
ATTENTIE