001-024 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:24 Pagina 1 Geachte cliënt, Hartelijk dank dat u voor een Fiat hebt gekozen en gefeliciteerd met uw keuze. Wij hebben dit boekje samengesteld zodat u elk onderdeel van uw Fiat leert kennen en u uw auto op de juiste manier zult gebruiken. Wij raden u aan alle hoofdstukken door te lezen voordat u voor de eerste keer met de auto gaat rijden.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 001-024 500 LUM NL 7e 2 13-03-2009 14:24 Pagina 2 WEGWIJS IN UW AUTO DASHBOARD ...................................................................... 3 BEDIENINGSKNOPPEN .................................................... 39 SYMBOLEN ........................................................................... 4 INTERIEURUITRUSTING .....................
13-03-2009 14:24 Pagina 3 DASHBOARD STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID De aanwezigheid en de opstelling van de bedieningsorganen, de instrumenten en de controle-/waarschuwingslampjes kunnen per uitvoering verschillen. WEGWIJS IN UW AUTO 001-024 500 LUM NL 7e F0S0001m 1. Uitstroomopening aan zijkant – 2. Linker hendel: bediening buitenverlichting – 3. Instrumentenpaneel en controle-/waarschuwingslampjes – 4. Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, trip computer – 5.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 001-024 500 LUM NL 7e 4 13-03-2009 14:24 Pagina 4 SYMBOLEN FIAT CODE Als het lampje Y tijdens het rijden gaat branden Op of in de nabijheid van enkele onderdelen van uw auto zijn plaatjes met een bepaalde kleur aangebracht, met daarop symbolen die uw aandacht vragen en die voorzorgsmaatregelen aangeven die u in acht moet nemen als u met het betreffende on
Pagina 5 WEGWIJS IN UW AUTO DE SLEUTELS Bij de auto worden twee sleutels geleverd en de CODE-card waarop staat aangegeven: A de elektronische code. fig. 2 F0S0002m fig. 4 B de mechanische code van de sleutels die bij de bestelling van duplicaatsleutels aan het Fiat Servicenetwerk moet worden gemeld. SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING (indien aanwezig) fig. 4 Wij raden u aan de elektronische code A van de CODE-card altijd bij u te hebben.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 001-024 500 LUM NL 7e 6 13-03-2009 14:24 Pagina 6 Portieren en achterklep ontgrendelen Portieren en achterklep vergrendelen Achterklep op afstand ontgrendelen Druk kort op de knop Ë: de portieren en de achterklep worden ontgrendeld, de plafondverlichting wordt tijdelijk ingeschakeld en de richtingaanwijzers knipperen twee keer (bepaalde uitvoeringen/markt
Pagina 7 BATTERIJ VAN SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING VERVANGEN fig. 5 Ga voor het vervangen van de batterij als volgt te werk: ❒ druk op de knop A en klap de metalen baard B uit; ❒ draai de schroef C in stand : m.b.v. een kleine schroevendraaier; ❒ trek de batterijhouder D naar buiten en vervang de batterij E; let daarbij goed op de polariteit; ❒ plaats de batterijhouder D in de sleutel en draai de schroef C in stand Á. VEILIGHEID fig.
001-024 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:24 Pagina 8 WEGWIJS IN UW AUTO STUURSLOT Inschakelen ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID Zet de sleutel in stand STOP, neem de sleutel uit het contactslot en draai het stuur totdat het vergrendelt. 8 Uitschakelen fig. 7 F0S0006m START-/CONTACTSLOT fig. 7 De sleutel kan in 3 standen worden gedraaid: ❒ STOP: motor uit, sleutel uitneembaar en stuur geblokkeerd.
INSTRUMENTENPANEEL Uitvoeringen met multifunctioneel display A Snelheidsmeter B Toerenteller C Multifunctioneel display met digitale brandstofmeter en digitale koelvloeistoftemperatuurmeter. De lampjes m en c zijn uitsluitend op de Dieseluitvoeringen aanwezig. Het lampje t is uitsluitend op de uitvoeringen met Dualogic versnellingsbak aanwezig (zie het supplement “Dualogic”). F0S0007m fig. 8b F0S0280m fig. 9a - Sport-uitvoering F0S0150m fig.
001-024 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:24 Pagina 10 WEGWIJS IN UW AUTO Uitvoeringen met instelbaar multifunctioneel display A Snelheidsmeter VEILIGHEID B Toerenteller C Instelbaar multifunctioneel display met digitale brandstofmeter en digitale koelvloeistoftemperatuurmeter. Het lampje t is uitsluitend op de uitvoeringen met Dualogic versnellingsbak aanwezig (zie het supplement “Dualogic”). fig. 10a F0S0240m fig. 10b F0S0282m fig. 11a - Sport-uitvoering F0S0241m fig.
De digitale meter D geeft de temperatuur aan van de motorkoelvloeistof, zodra de koelvloeistoftemperatuur hoger wordt dan ongeveer 50°C. SNELHEIDSMETER fig. 12a - 12b De meter A geeft de snelheid van de auto aan. C TOERENTELLER fig. 12a - 12b De toerenteller B geeft het toerental van de motor aan. D fig. 12a F0S0140m fig. 12b F0S0284m Het eerste streepje blijft altijd branden en geeft de correcte werking van het systeem aan.
VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 001-024 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:24 Pagina 12 MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY EN INSTELBAAR MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY (indien aanwezig) A B C D L I H E ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN F 12 De auto kan zijn uitgerust met een multifunctioneel display of een instelbaar multifunctioneel display dat tijdens de rit nuttige informatie levert aan de bestuurder op basis van de instelling voor de ge
MENU ESC fig. 15 F0S0089m F Informatie over Dualogic versnellingsbak (indien aanwezig) G Stand koplampverstelling (alleen als het dimlicht is ingeschakeld) H Digitale koelvloeistoftemperatuurmeter I Kilometerteller (weergave kilometer/mijltotaalteller) L Tijd – heden naar boven te doorlopen of de weergegeven waarde te verhogen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 001-024 500 LUM NL 7e 14 13-03-2009 14:24 Pagina 14 MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY EN INSTELBAAR MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY (indien aanwezig) De auto kan zijn uitgerust met een multifunctioneel display of een instelbaar multifunctioneel display dat tijdens de rit nuttige informatie levert aan de bestuurder op basis van de instelling voor de gewenste gegevens. fig.
Dit schakeladvies wordt gegeven met het oog op het optimaliseren van het verbruik en de rijstijl. Opmerking De aanduiding op het instrumentenpaneel blijft branden zolang de bestuurder niet schakelt of zolang de rijomstandigheden niet terugvallen binnen een dusdanig profiel dat schakelen niet nodig is om het verbruik te optimaliseren BEDIENINGSKNOPPEN fig. 15 + Om het scherm en de keuzemogelijkheden naar boven te doorlopen of de weergegeven waarde te verhogen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 001-024 500 LUM NL 7e 16 13-03-2009 14:24 Pagina 16 Een menupunt selecteren in het hoofdmenu zonder submenu: Een menupunt selecteren in het hoofdmenu met submenu: MENUFUNCTIES – als u de knop MENU ESC kort indrukt, kunt u in het hoofdmenu de instelling selecteren die u wilt wijzigen; – als u de knop MENU ESC kort indrukt, wordt het eerste menupunt van he
– druk op knop + of – om de lichtsterkte in te stellen; – druk kort op de knop MENU ESC om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan. Ga voor het instellen van de snelheidslimiet als volgt te werk: – druk kort op de knop MENU ESC; op het display verschijnt het opschrift (Beep Snelh.
13-03-2009 14:24 Pagina 18 Tijd instellen (Klokje instellen) Met deze functie kan de weergave van Trip B (dagteller) worden ingeschakeld (On) of uitgeschakeld (Off). Met deze functie kan het klokje worden ingesteld m.b.v. twee submenu’s: “Tijd” en “Formaat”.
Met deze functie kan op het display de informatie over de autoradio worden weergegeven. Als deze functie is ingeschakeld (On), worden de portieren automatisch vergrendeld als de auto sneller rijdt dan 20 km/h.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 001-024 500 LUM NL 7e 20 13-03-2009 14:24 Pagina 20 Meeteenheid (Meeteenheid instellen) Met deze functie kunnen de meeteenheden worden ingesteld in drie submenu’s: “Afstand”, “Verbruik” en “Temperatuur”.
Ga voor het instellen van het gewenste volume als volgt te werk: – druk kort op de knop MENU ESC; op het display knippert het “niveau” van het ingestelde volume; – druk op de knop + of – om de instelling uit te voeren; – druk kort op de knop MENU ESC om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 001-024 500 LUM NL 7e 22 13-03-2009 14:24 Pagina 22 Opmerking Het “Geprogrammeerd onderhoudsschema” voorziet elke 30.000 km (of iedere 18.000 mijl) in een servicebeurt; deze weergave verschijnt automatisch als de sleutel in stand MAR staat, vanaf 2.000 km (of gelijke waarde in mijl).
– Gemiddeld verbruik B Met de “Trip computer” kan, als de contactsleutel in stand MAR staat, op het display informatie worden weergegeven over de werking van de auto. Deze functie bestaat uit “Trip A” en “Trip B” die onafhankelijk van elkaar werken en betrekking hebben op de hele rit van de auto. – Gemiddelde snelheid B Beide functies kunnen op nul worden gezet (reset - begin van de nieuwe rit).
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 001-024 500 LUM NL 7e 24 13-03-2009 14:24 Pagina 24 Gemiddelde snelheid Geeft de gemiddelde snelheid van de auto aan op basis van de tijd die verstreken is vanaf het begin van een nieuwe rit. Procedure voor het begin van een rit Reistijd Trip verlaten Geeft de verstreken tijd aan vanaf het begin van een nieuwe rit.
154 MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN .... 156 MOTOR ................................................................................. 157 BRANDSTOFSYSTEEM ...................................................... 158 TRANSMISSIE ....................................................................... 158 REMMEN ................................................................................ 159 WIELOPHANGING ............................................................ 159 STUURINRICHTING .....
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 153-171 500 LUM NL 1e 154 8-06-2009 16:25 Pagina 154 IDENTIFICATIEGEGEVENS E Max. toelaatbaar totaalgewicht van de auto. Wij raden u aan om nota te nemen van de identificatiegegevens. De identificatiegegevens zijn op de volgende typeplaatjes ingeslagen: F Max. toelaatbaar totaalgewicht van de auto met aanhanger. ❒ Typeplaatje met identificatiegegevens.
8-06-2009 16:25 Pagina 155 MOTORCODE Het plaatje is op de buitenstijl (linkerzijde) van de achterklep aangebracht en bevat de volgende informatie: A Fabrikant van de lak. B Kleurbenaming. C Kleurcode. D Kleurcode voor bijwerken en overspuiten. F0S0114m CHASSISNUMMER fig. 3 Dit is op de bodemplaat in de bagageruimte aangebracht en bevat de volgende informatie: ❒ type van de auto; ❒ oplopend productienummer.
8-06-2009 16:25 Pagina 156 MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN Uitvoeringen Typecode motor Code carrosserie-uitvoering 1.2 8V 69 pk 169A4000 312AXA1A 00C ( ) 312AXA1A 00D 312AXA1A 00E ( ) (▲) 312AXA1A 00F (▲) 312AXA11 03B ( ) ( ) 312AXA11 03C ( ) (▲) ( ) 1.4 16V 100 pk 169A3000 312AXC1B 02B 312AXC11 04B ( ) 1.
1.2 8V 69 pk 1.4 16V 100 pk 1.3 Multijet 75 pk 169A4000 169A3000 169A1000 Otto Otto Diesel 4 in lijn 4 in lijn 4 in lijn 70,8 x 78,86 72 x 84 69,6 x 82 1242 1368 1248 11,1:1 10,8:1 17,6:1 kW pk t/min 51 69 5500 73,5 100 6000 55 75 4000 Nm kgm t/min 102 10,4 3000 131 13,4 4250 145 14,8 1500 NGK DCPR7E-N-10 NGK DCPR7E-N-10 – Loodvrije benzine 95 R.O.N. Loodvrije benzine 95 R.O.N.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 153-171 500 LUM NL 1e 158 8-06-2009 16:25 Pagina 158 BRANDSTOFSYSTEEM 1.2 8V 69 pk - 1.4 16V 100 pk Brandstofsysteem 1.3 16V Multijet 75 pk Elektronische sequentiële, gefaseerde Elektronisch geregelde directe multipoint inspuiting.
Voetrem: – voor schijfremmen (geventileerd bij 1.3 Multijet- en 1.4-uitvoeringen) – achter trommelremmen met zelfstellende remschoenen en een remcilinder per wiel/schijfremmen bij 1.4-uitvoering bediend met handremhefboom, werkend op de achterwielen Handrem BELANGRIJK Water, ijs en strooizout op de wegen kunnen zich afzetten op de remschijven waardoor de gewenste remvertraging iets later wordt bereikt. WIELOPHANGING 1.2 8V 69 pk - 1.4 16V 100 pk - 1.
8-06-2009 16:25 Pagina 160 WIELEN VEILIGHEID BELANGRIJK Als de gegevens in het instructieboekje afwijken van die van de typegoedkeuring, dient u zich altijd aan de gegevens van de typegoedkeuring te houden. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN Geperst stalen of lichtmetalen velgen. Tubeless radiaalbanden. Op de typegoedkeuring zijn bovendien alle goedgekeurde banden aangegeven. 160 NOODRESERVEWIEL Geperst stalen velg. Tubeless band.
Q = max. 160 km/h 70 = 335 kg 81 = 462 kg VERKLARING VAN DE CODERING OP DE VELGEN fig. 4 R = max. 170 km/h 71 = 345 kg 82 = 475 kg Voorbeeld: 5,00 B x 14 H2 S = max. 180 km/h 72 = 355 kg 83 = 487 kg 5,00 = breedte van de velg in inch 1. T = max. 190 km/h 73 = 365 kg 84 = 500 kg B = velgbedprofiel (deel aan de zijkanten waarop de band steunt) 2. U = max. 200 km/h. 74 = 375 kg 85 = 515 kg 14 H = max. 210 km/h 75 = 387 kg 86 = 530 kg V = max.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 153-171 500 LUM NL 1e 162 8-06-2009 Uitvoeringen 16:25 Pagina 162 Velgen Standaardbanden Noodreservewiel (indien aanwezig) Velg Band Winterbanden 1.
16:25 Pagina 163 AFMETINGEN De afmetingen zijn aangegeven in mm en hebben betrekking op een auto die is uitgerust met standaard banden. De hoogte heeft betrekking op een onbelaste auto. WEGWIJS IN UW AUTO 8-06-2009 VEILIGHEID 153-171 500 LUM NL 1e A B C D E F G I 1.2 8V 69 pk 3546 703 2300 543 1488(*) 1413 1627 1407 1.4 16V 100 pk 3546 703 2300 543 1488(*) 1413/1414(▲) 1627 1408 1.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 153-171 500 LUM NL 1e 164 8-06-2009 16:25 Pagina 164 PRESTATIES Maximale snelheid na de inrijperiode in km/h. 1.2 8V 69 pk 160 1.4 16V 100 pk 182 1.
1.2 8V 69 pk 1.4 16V 100 pk 1.3 16V Multijet 75 pk Rijklaargewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank voor 90% gevuld en zonder optionals) 865 930 980 Nuttig laadvermogen (*) inclusief de bestuurder: 440 440 440 Max. toelaatbaar gewicht (**) – vooras: – achteras: – totaal: 770 640 1305 830 640 1370 830 640 1420 Trekgewichten – geremd: – ongeremd: 800 400 800 400 800 400 Max.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 153-171 500 LUM NL 1e 166 8-06-2009 16:25 Pagina 166 VULLINGSTABEL Brandstoftank: inclusief een reserve van: liter liter 1.2 8V 69 pk 1.4 16V 100 pk 35 5 35 5 Voorgeschreven brandstof en 1.3 16V Multijet 75 pk originele smeermiddelen 35 (▲) 5 (▲) Loodvrije benzine met octaangetal van ten minste 95 R.O.
Pagina 167 Gebruik Smering voor benzinemotoren Smering voor dieselmotoren (uitvoeringen 1.3 Multijet) Specificaties van de vloeistoffen en smeermiddelen voor een correct functioneren van de auto Motorolie op synthetische basis SAE 5W-40 ACEA C3. Kwalificatie FIAT 9.55535-S2. Motorolie SAE 5W- 30 op synthetische basis Kwalificatie FIAT 9.55535-S1. Smeermiddelen en vloeistoffen (origineel) SELENIA K P.E. Contractual Technical Reference N° F603.C07 SELENIA WR P.E.
8-06-2009 Gebruik STARTEN EN RIJDEN ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN TECHNISCHE GEGEVENS ALFABETISCH REGISTER 168 16:25 Pagina 168 Specificaties van de smeermiddelen en vloeistoffen voor een correct functioneren van de auto en smeermiddelen Vloeistoffen (origineel) Toepassing Synthetische olie SAE 75W-85 Voldoet ruimschoots aan de specificaties API GL4 PLUS, FIAT 9.55550 TUTELA CAR TECHNYX Vet met molybdeenbisulfide, bestand tegen hoge temperaturen. Indringingsgetal N.L.G.I.
Het brandstofverbruik is gemeten volgens onderstaande procedure: ❒ gecombineerd verbruik: hierbij telt de waarde van de stadsrit mee voor 37% en de waarde van de testrit buiten de stad voor 63%.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 153-171 500 LUM NL 1e 170 8-06-2009 16:25 Pagina 170 CO2-EMISSIE De CO2-emissie, vermeld in de volgende tabel, is gemeten op een gecombineerd traject. Uitvoeringen CO2-emissie volgens EU 2004/3-normen (g/km) 1.2 8V 69 pk 119 1.2 8V 69 pk Start&Stop 113 1.4 16V 100 pk 140 1.
ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN EN ZORG BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 16:25 TECHNISCHE GEGEVENS 8-06-2009 ALFABETISCH REGISTER 153-171 500 LUM NL 1e Pagina 171 171
Pagina 25 WEGWIJS IN UW AUTO ZITPLAATSEN LET OP Alle afstellingen mogen uitsluitend bij een stilstaande auto worden uitgevoerd. fig. 17 F0S0013m F0S0015m fig. 19 Verstellen in lengterichting fig. 17 2 Trek de hendel A omhoog en schuif de stoel naar voren of naar achteren: als u rijdt, moeten de armen licht gebogen zijn en de handen op de stuurwielrand steunen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 025-047 500 LUM NL 7e 26 13-03-2009 14:25 Pagina 26 Bestuurders- en passagierszijde indien voorzien van een standgeheugen HOOFDSTEUNEN Schuif de stoel om deze in de oorspronkelijke stand te zetten, naar achteren door op de rugleuning te drukken totdat de stoel vergrendelt (beweging d); bedien de hendel D (beweging e) om de rugleuning te ontgrendelen en kan
Voor het verstellen moet de hendel A-fig. 24 omlaag geplaatst worden in stand 2; zet het stuur daarna in de gewenste stand en vergrendel het in deze stand door de hendel A in stand 1 te plaatsen. fig. 22 F0S0033m fig. 24 F0S0018m Druk voor het omlaagplaatsen van de hoofdsteun op de knop B.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 025-047 500 LUM NL 7e 28 13-03-2009 14:25 Pagina 28 SPIEGELS BINNENSPIEGEL fig. 25 De binnenspiegel is voorzien van een beveiligingsmechanisme, waardoor de spiegel bij een krachtig contact met een inzittende losschiet. Met het hendeltje A kan de spiegel in twee standen worden gezet: normale of antiverblindingsstand. F0S0019m fig. 25 fig.
Pagina 29 WEGWIJS IN UW AUTO KLIMAATREGELING LUCHTROOSTERS fig. 28 STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID 1. Luchtroosters voor ontwaseming of ontdooiing van de voorruit 2. Verstel- en regelbare luchtroosters in het midden 3. Verstel- en regelbare luchtroosters aan zijkant 4. Vaste luchtroosters voor de zijruiten 5. Onderste luchtroosters fig.
VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 025-047 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:25 Pagina 30 VERWARMING EN VENTILATIE BEDIENINGSKNOPPEN fig. 29 A Draaiknop voor luchttemperatuur (rood-warm / blauw-koud) ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN B Draaiknop voor aanjagersnelheid 30 OPMERKING Als de draaiknop in stand 0 staat, komt er geen luchtstroom uit de luchtroosters.
AIRCONDITIONING, HANDBEDIEND (indien aanwezig) C B D VEILIGHEID A WEGWIJS IN UW AUTO Pagina 31 OPMERKING Als de draaiknop in stand 0 staat, komt er geen luchtstroom uit de luchtroosters. C Draaiknop voor luchtrecirculatie … – luchtrecirculatie Ú – luchttoevoer van buiten BELANGRIJK Schakel de recirculatiefunctie in om de toevoer van buitenlucht in het interieur te voorkomen; dit is vooral nuttig in de file of in tunnels om de toevoer van vervuilde buitenlucht te blokkeren.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 025-047 500 LUM NL 7e 32 13-03-2009 14:25 Pagina 32 Snelle ontwaseming/ontdooiing van de voorruit en de zijruiten voor (MAX-DEF) Ga als volgt te werk: ❒ draai de knop A in het rode vlak; ❒ draai de knop C in stand Ú; ❒ draai de knop D in stand -; ❒ draai de knop B in stand 4 - (maximale aanjagersnelheid).
E B VEILIGHEID De automatische klimaatregeling regelt automatisch afhankelijk van de door de gebruiker ingestelde temperatuur: F G ❒ de temperatuur van de luchttoevoer naar het interieur; ❒ de aanjagersnelheid (traploze regeling); ❒ de luchtverdeling in het interieur; A C L H ❒ de in-/uitschakeling van de compressor (voor koelen en drogen van de lucht); ❒ de in-/uitschakeling van de recirculatie. Deze functies kunnen handmatig worden gewijzigd, d.w.z.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 025-047 500 LUM NL 7e 34 13-03-2009 14:25 Pagina 34 ❒ kan de temperatuur van de lucht naar het interieur niet lager worden dan de buitentemperatuur (de temperatuuraanduiding op het display knippert als het systeem er niet in slaagt het gewenste klimaat te bereiken); ❒ kunt u handmatig de aanjagersnelheid op nul zetten (als de compressor is ingeschakeld, dan
De ingestelde luchtverdeling wordt aangegeven door een brandend lampje op de geselecteerde knoppen. Om de automatische regeling van de luchtverdeling weer in te schakelen, moet u de knop AUTO indrukken. Knop - - L Snelle ontwaseming/ontdooiing van de voorruit en de zijruiten voor Als u op de knop - drukt, schakelt het systeem automatisch alle functies in die noodzakelijk zijn voor het snel ontdooien/ontwasemen van de voorruit en de zijruiten voor, d.w.z.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 025-047 500 LUM NL 7e 36 13-03-2009 14:25 Pagina 36 BUITENVERLICHTING Met de linker hendel bedient u de buitenverlichting. De buitenverlichting werkt uitsluitend als de contactsleutel in stand MAR staat. Als u de buitenverlichting inschakelt, gaat ook de verlichting van het instrumentenpaneel en van de bedieningsknoppen op het dashboard branden.
Met dit systeem kan de ruimte voor de auto een bepaalde tijd worden verlicht. Met de rechter hendel fig. 34 kunt u de ruitenwissers/-sproeiers en achterruitwisser/-sproeier bedienen. Inschakelen U schakelt deze functie in door de contactsleutel in stand STOP te draaien of uit te nemen en de linker hendel binnen 2 minuten na het uitzetten van de motor naar het stuur te trekken.
13-03-2009 14:25 Pagina 38 ACHTERRUITWISSER/ -SPROEIER Deze werken uitsluitend als de contactsleutel in stand MAR staat. Als u de draaiknop in stand kelt de achterruitwisser in. zet, scha- Als u bij ingeschakelde ruitenwissers de draaiknop in stand zet, schakelt de achterruitwisser in die, in dit geval, gelijktijdig werkt (in de verschillende standen) met de ruitenwissers voor maar met een lagere frequentie.
BEDIENINGSKNOPPEN MENU MP3 CD BEDIENINGSKNOP SPORTFUNCTIE (uitvoeringen 1.4 100 pk) fig. 35a Als u op de SPORT-knop D-fig. 35a drukt, wordt de sport-functie ingeschakeld. Hierdoor reageert de motor sneller op gaspedaalbewegingen en is meer kracht nodig voor het draaien van het stuur voor een optimaal stuurgevoel. Als de functie is ingeschakeld, dan wordt op het instrumentenpaneel het opschrift SPORT verlicht.
13-03-2009 14:25 Pagina 40 BRANDSTOFNOODSCHAKELING 1 2 3 4 5 6 AUD Deze schakelt in bij een ongeval waardoor: ❒ de toevoer van brandstof wordt gestopt en de motor afslaat; ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 025-047 500 LUM NL 7e 40 ❒ de portieren automatisch ontgrendelen; fig. 36 F0S0074m MISTACHTERLICHTEN fig. 36 Druk op de knop D voor inschakeling van de mistachterlichten.
Pagina 41 WEGWIJS IN UW AUTO INTERIEURUITRUSTING A fig. 38 F0S0038m fig. 39 F0S0040m De zonnekleppen zitten aan beide zijden naast de binnenspiegel. DASHBOARDKASTJE AAN PASSAGIERSZIJDE (indien aanwezig) fig. 39 Ze kunnen voor de voorruit of voor de zijruit worden gedraaid. Trek aan de handgreep A om het dashboardkastje te openen. Op de achterzijde van de zonneklep aan passagierszijde bevindt zich een spiegeltje, dat verlicht kan worden door een plafondlampje. en dat bediend wordt door knop B.
13-03-2009 14:25 Pagina 42 STARTEN EN RIJDEN OPBERGVAK IN MIDDENCONSOLE fig. 40 OPBERGVAK ONDER STOEL (indien aanwezig) fig. 41 Om het vak te openen, moet u het bij de opening B naar buiten trekken zoals afgebeeld in de figuur. Op enkele uitvoeringen bevindt zich een opbergvak onder de passagiersstoel voor. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS fig.
Pagina 43 F0S0265m MONTAGEVOORBEREIDING VOOR DRAAGBAAR NAVIGATIESYSTEEM (indien aanwezig) fig. 42a Deze bevindt zich op de aangegeven plaats op het dashboard en dient voor het aansluiten van het draagbare navigatiesysteem. OPENDAK (indien aanwezig) Het opendak heeft een groot glazen paneel en een zonnescherm dat met de hand kan worden bediend. Het zonnescherm kan worden gebruikt in de standen “geheel gesloten” en “geheel geopend” (het heeft geen vaste tussenliggende standen).
14:25 Pagina 44 Als er een imperiaal gemonteerd is, is het raadzaam het opendak alleen in “kantelstand” te gebruiken. Open het dak niet bij sneeuw of ijs: het kan dan beschadigd worden. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN WEGWIJS IN UW AUTO 13-03-2009 VEILIGHEID 025-047 500 LUM NL 7e 44 fig. 44 F0S0097m Sluiten Als het dak in geheel geopende stand staat en u drukt langer dan een halve seconde op de knop A-fig.
Als de accu losgekoppeld is geweest of als een zekering is doorgebrand, moet de werking van het opendak opnieuw ingesteld worden. VER-/ONTGRENDELEN VAN BUITENAF fig. 46 Ga als volgt te werk: Openen ❒ druk de knop A-fig. 43 in de sluitstand; Draai de sleutel in stand 1 en trek de handgreep omhoog. ❒ houd de knop ingedrukt totdat het dak stapsgewijs geheel is gesloten; fig. 45 ❒ wacht nadat het dak geheel gesloten is, tot de elektrische motor van het dak uitschakelt.
025-047 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:25 Pagina 46 WEGWIJS IN UW AUTO Vergrendelen ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID Duw het bedieningshendeltje A naar het portier. Als u het hendeltje A op het bestuurdersportier bedient, worden alle portieren vergrendeld. 46 fig. 46 F0S0099m Vergrendelen Draai bij goed gesloten portieren de sleutel in stand 2.
ELEKTRISCHE RUITBEDIENING VOOR (indien aanwezig) fig. 48 Op enkele uitvoeringen moeten de ruiten met de hand worden bediend. De elektrische ruitbediening werkt met de contactsleutel in stand MAR en ongeveer twee minuten nadat de sleutel in stand STOP is gedraaid of is uitgenomen. Open of sluit de ruiten met de daarvoor bestemde slinger. Naast de versnellingspook bevinden zich twee drukschakelaars (één per zijde) waarmee u de zijruiten bedient: A Openen/sluiten van de portierruit aan bestuurderszijde.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 048-070 500 LUM NL 7e 48 13-03-2009 14:26 Pagina 48 BAGAGERUIMTE ACHTERKLEP OPENEN Met de mechanische sleutel fig. 50 Ontgrendel het slot met de metalen baard van de contactsleutel A. De achterklep gaat dankzij de gasveren gemakkelijk open. fig.
Pagina 49 F0S0031m ACHTERKLEP SLUITEN fig. 52 U sluit de achterklep door de achterklep te laten zakken en ter hoogte van het slot te drukken, totdat u de vergrendeling hoort. Aan de binnenzijde van de achterklep zit een koordje B waarmee u de achterklep makkelijker kunt sluiten. Rijd niet met een geopende achterklep: het uitlaatgas kan in het interieur dringen.
048-070 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:26 Pagina 50 WEGWIJS IN UW AUTO Ga als volgt te werk: ❒ verwijder de hoofdsteunen van de achterbank (indien aanwezig); ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID ❒ controleer of de gordels niet gespannen zijn of gedraaid zitten; 50 ❒ trek de hendeltjes A en B-fig. 53 omhoog om de rugleuningen te ontgrendelen en klap ze op de zitting neer. fig.
MOTORKAP Plaats de rugleuningen omhoog en druk de leuningen naar achteren, totdat beide borgmechanismen hoorbaar inklikken. Openen fig. 56-57 BELANGRIJK Als de rugleuning in de normale gebruiksstand wordt gezet, controleer dan of de rugleuning hoorbaar vergrendelt. Controleer of de rugleuning aan beide zijden goed vergrendeld is om te voorkomen dat in geval van bruusk remmen, de rugleuning naar voren klapt en de passagiers verwondt.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 048-070 500 LUM NL 7e 52 13-03-2009 14:26 Pagina 52 LET OP Controleer of de armen van de ruitenwissers tegen de ruit aanstaan voordat u de motorkap optilt. LET OP Wees voorzichtig als u werkzaamheden in de motorruimte moet verrichten en de motor nog warm is, om brandwonden te voorkomen.
KOPLAMPEN AFSTELLEN BEVESTIGINGSPUNTEN Goed afgestelde koplampen zijn belangrijk voor het comfort en de veiligheid van uzelf en de overige weggebruikers. Bovendien zijn er wettelijke voorschriften met betrekking tot de koplampafstelling. De bevestigingspunten bevinden zich op de in fig. 59 aangegeven plaatsen. Om de bevestigingspunten voor te gebruiken, moet de dop A worden verwijderd, die bereikbaar is bij geopend portier.
13-03-2009 14:26 Pagina 54 WEGWIJS IN UW AUTO 048-070 500 LUM NL 7e VEILIGHEID STARTEN EN RIJDEN ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN TECHNISCHE GEGEVENS ALFABETISCH REGISTER MISTLAMPEN VOOR AFSTELLEN (indien aanwezig) Stand 0 - een of twee personen op de voorstoelen. Wendt u voor controle of afstelling tot het Fiat Servicenetwerk. Stand 1 - vier personen. Stand 2 - vier personen + bagage. MENU ESC 54 Correcte standen op basis van de beladingsgraad fig.
Het ABS dat geïntegreerd is in het remsysteem, voorkomt dat tijdens het remmen de wielen blokkeren, ongeacht de conditie van het wegdek en de pedaaldruk, en verhindert daarmee het doorslippen van een of meerdere wielen. Hierdoor blijft de auto bestuurbaar, zelfs bij noodstops. Als het ABS in werking is getreden, merkt de bestuurder dit aan een trilling in het rempedaal, die gepaard gaat met enig geluid: dit geeft aan dat het noodzakelijk is uw snelheid aan te passen aan de beschikbare grip op het wegdek.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 048-070 500 LUM NL 7e 56 13-03-2009 14:26 Pagina 56 Storing in EBD Bij een storing branden de lampjes > en x op het instrumentenpaneel en verschijnt er een melding op het instelbare multifunctionele display (indien aanwezig), (zie het hoofdstuk “Lampjes en berichten”).
Storingsmeldingen Bij een storing in het ESP wordt het systeem automatisch uitgeschakeld, gaat het lampje á op het instrumentenpaneel continu branden, verschijnt er een melding op het instelbare multifunctionele display (indien aanwezig) en gaat het lampje op de knop ASR OFF branden (zie het hoofdstuk “Lampjes en berichten”). Wendt u in dit geval tot het Fiat Servicenetwerk. LET OP De prestaties van het ESPsysteem mogen de bestuurder er niet toe verleiden onnodige en onverantwoorde risico’s te nemen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 048-070 500 LUM NL 7e 58 13-03-2009 14:26 Pagina 58 ASR (Antislip Regulation) (indien aanwezig) In-/uitschakeling van het ASR-systeem fig. 61 Dit systeem is geïntegreerd in het ESP-systeem en grijpt automatisch in als een of beide aangedreven wielen dreigen door te slippen, zodat de bestuurder de controle over de auto kan behouden.
Het doel is: ❒ de werking van het systeem controleren; ❒ signaleren wanneer door een storing de emissies boven de wettelijk vastgestelde drempelwaarde uitkomen; ❒ signaleren wanneer het noodzakelijk is defecte componenten te vervangen. Het systeem beschikt verder nog over een diagnosestekker die het mogelijk maakt, na het aansluiten van speciale apparatuur, de door de regeleenheid opgeslagen storingscodes en de specifieke parameters voor de diagnose en werking van de motor te lezen.
WEGWIJS IN UW AUTO 048-070 500 LUM NL 7e 13-03-2009 MP3 CD AS Pagina 60 RND RPT TPM CD-INEQ LOUD AF LOC PTY TP TA RMB PB CD AM 1 2 3 4 5 6 AUD ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID FM 14:26 60 fig. 62 F0S0032m LET OP Het is streng verboden om de-/montagewerkzaamheden uit te voeren, waarvoor wijzigingen in de stuurinrichting of de stuurkolom vereist zijn (bijv.
WEGWIJS IN UW AUTO PARKEERSENSOREN (indien aanwezig) ACTIVERING De sensoren worden automatisch geactiveerd als de achteruit wordt ingeschakeld. Als de afstand tot het obstakel achter de auto kleiner wordt, neemt de frequentie van het geluidssignaal toe. AKOESTISCH WAARSCHUWINGSSYSTEEM Als u de achteruit inschakelt en er een obstakel achter de auto aanwezig is, klinkt er een akoestisch signaal waarvan de frequentie afhankelijk is van de afstand van het obstakel tot de achterbumper.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 048-070 500 LUM NL 7e 62 13-03-2009 14:26 Pagina 62 WERKING MET AANHANGER ALGEMENE OPMERKINGEN De werking van de sensoren wordt automatisch uitgeschakeld als de stekker van de elektrische kabel van de aanhanger wordt aangesloten op de stekkerdoos van de trekhaak.
Pagina 63 WEGWIJS IN UW AUTO START&STOP SYSTEEM WERKING Uitschakelen van de motor Met handgeschakelde versnellingsbak Bij stilstaande auto wordt de motor uitgeschakeld als de versnelling in vrij staat en het koppelingspedaal niet is ingetrapt. Met automatische versnellingsbak De motor wordt uitgeschakeld als de auto stilstaat en het rempedaal is ingetrapt. De motor wordt ook uitgeschakeld als het rempedaal niet is ingetrapt, maar als de selectorhendel in de stand N staat. fig. 64 F0S0270m fig.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 048-070 500 LUM NL 7e 64 13-03-2009 14:26 Pagina 64 OMSTANDIGHEDEN WAARONDER DE MOTOR NIET WORDT UITGESCHAKELD Als het systeem is ingeschakeld, wordt onder bepaalde omstandigheden, vanwege het comfort, de uitlaatgasemissie en de veiligheid, het systeem niet uitgeschakeld; tot deze omstandigheden behoren: ❒ nog koude motor; ❒ zeer koude buitentempertuur, spec
“ENERGY SAVING” (bij bepaalde markten/uitvoeringen) Als na het opnieuw starten van de motor de bestuurder gedurende ongeveer 3 minuten geen actie onderneemt, schakelt Start&Stop de motor uit om ongewenst brandstofverbruik te voorkomen. In dat geval kan de motor vervolgens alleen m.b.v. de sleutel worden gestart. Opmerking: Schakel het Start&Stop-systeem uit, als u niet wilt dat de motor wordt uitgeschakeld. Dit is altijd mogelijk. WEGWIJS IN UW AUTO VEILIGHEID fig.
13-03-2009 14:26 Pagina 66 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 048-070 500 LUM NL 7e 66 fig. 69 F0S0275m LET OP Wendt u voor het vervangen van de accu tot het Fiat Servicenetwerk. Vervang de accu door een accu van hetzelfde type (HEAVY DUTY) en met dezelfde specificaties. NOODSTART fig.
STANDAARDUITRUSTING Het pakket bestaat uit: ❒ kabels voor voeding van de autoradio; ❒ een inbouwplaats voor de autoradio; ❒ inbouwplaatsen voor de luidsprekers voor en achter. Het is raadzaam de luidsprekers door het Fiat Servicenetwerk te laten installeren. De autoradio wordt ingebouwd op de plek van het opbergvak. Na verwijdering van het opbergvak zijn de voedingskabels bereikbaar.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 048-070 500 LUM NL 7e 68 13-03-2009 14:26 Pagina 68 EXTRA ACCESSOIRES ELEKTRISCHE/ELEKTRONISCHE SYSTEMEN MONTEREN RADIOZENDAPPARATUUR EN MOBIELE TELEFOONS Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die constante voeding nodig hebben (diefstalalarm, navigatiesysteem met anti-diefstalsatellietbewaking enz.
Tank uitsluitend loodvrije benzine met een octaangetal van ten minste 95 RON. BELANGRIJK Een beschadigde katalysator laat schadelijke stoffen in het uitlaatgas achter, waardoor het milieu wordt vervuild. BELANGRIJK Tank met de auto nooit, niet in noodgevallen en ook niet een klein beetje, loodhoudende benzine. U zou de katalysator onherstelbaar beschadigen.
13-03-2009 14:26 Pagina 70 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 048-070 500 LUM NL 7e 70 BESCHERMING VAN HET MILIEU DPF-ROETFILTER (DIESEL PARTICULATE FILTER) (voor uitvoeringen 1.
72 S.B.R.-SYSTEEM...................................................................... 72 GORDELSPANNERS............................................................ 73 KINDEREN VEILIG VERVOEREN..................................... 75 MONTAGEVOORBEREIDING VOOR “ISOFIX”-KINDERZITJE ..................................................... 78 FRONTAIRBAGS .................................................................. 81 ZIJ-AIRBAGS (Sidebags - Headbags) ................................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 071-086 500 LUM NL 1e 72 8-06-2009 16:20 Pagina 72 VEILIGHEIDSGORDELS SBR-SYSTEEM (indien aanwezig) GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS fig. 1 De auto is uitgerust met het SBR-systeem (Seat Belt Reminder), dat de bestuurder en de passagier voor op de volgende wijze waarschuwt als de veiligheidsgordel niet is omgelegd.
Deze auto is bovendien uitgerust met een tweede gordelspanner (ter hoogte van de dorpel). Een ingekorte metalen kabel geeft aan dat het systeem in werking is getreden. BELANGRIJK Voor een maximale bescherming door de gordelspanner moet de veiligheidsgordel zo worden omgelegd dat hij goed aansluit op borst en bekken. Tijdens de werking van de gordelspanner kan er een beetje rook ontsnappen. Deze rook is niet schadelijk en duidt niet op brand. De gordelspanner behoeft geen enkel onderhoud of smering.
8-06-2009 16:20 Pagina 74 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 071-086 500 LUM NL 1e 74 fig. 2 F0S0078m LET OP Voor maximale veiligheid moet u de rugleuning rechtop zetten, tegen de leuning aan gaan zitten en de gordel goed laten aansluiten op borst en bekken.
Voor het juiste onderhoud van de veiligheidsgordels moeten de volgende aanwijzingen zorgvuldig worden opgevolgd: Voor optimale bescherming bij een ongeval moeten alle inzittenden zittend reizen en beschermd worden door goedgekeurde veiligheidssystemen. ❒ zorg dat de gordel goed uitgetrokken en niet gedraaid is; controleer ook of de oprolautomaat zonder haperingen werkt; ❒ vervang de gordels na een ongeval, ook al zijn ze ogenschijnlijk niet beschadigd.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 071-086 500 LUM NL 1e 76 8-06-2009 16:20 Pagina 76 Alle systemen moeten zijn voorzien van de typegoedkeuring en van een goed vastgehecht plaatje met het controlemerk, dat absoluut niet mag worden verwijderd.
fig. 7 F0S0083m fig. 8 F0S0084m GROEP 2 GROEP 3 Kinderen met een gewicht tussen 15 en 25 kg kunnen direct door de veiligheidsgordels van de auto worden beschermd fig. 7. Bij kinderen met een gewicht tussen 22 en 36 kg is de borstomvang van dien aard dat de kinderen gewoon tegen de rugleuning kunnen steunen en niet meer in een kinderzitje hoeven te worden vervoerd. Kinderen moeten zo in de kinderzitjes worden geplaatst, dat het diagonale gordelgedeelte schuin over de borst en niet langs de nek ligt.
8-06-2009 16:20 Pagina 78 GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE KINDERZITJES Hieronder zijn de richtlijnen voor een veilig vervoer van kinderen aangegeven: De Fiat voldoet aan de nieuwe Europese 2000/3/EU-richtlijnen voor de montage van kinderzitjes op de verschillende plaatsen in de auto. Zie de volgende tabel: ❒ Wij raden u aan de kinderzitjes altijd op de zitplaatsen achter te monteren, omdat die plaatsen bij een ongeval de meeste bescherming bieden.
❒ Zorg er tijdens de rit voor dat het kind geen afwijkende houding aanneemt of de gordels losmaakt. ❒ Vervoer kinderen nooit in uw armen, ook geen pasgeboren kinderen. Niemand is sterk genoeg om ze bij een ongeval vast te houden. ❒ Na een ongeval moet het zitje door een nieuw exemplaar worden vervangen. LET OP Monteer geen kinderzitje op de voorstoel, als de auto is uitgerust met een airbag aan de passagierszijde, omdat dan kinderen nooit op de voorstoel vervoerd mogen worden.
071-086 500 LUM NL 1e 8-06-2009 16:20 Pagina 80 WEGWIJS IN UW AUTO GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE ISOFIX UNIVERSEEL KINDERZITJES ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID In de volgende tabel worden, conform de Europese wetgeving ECE 16, de mogelijkheden weergegeven van de montage van de Isofix Universeel-kinderzitjes op de zitplaatsen die zijn uitgerust met Isofix-beugels.
FRONTAIRBAGS De frontairbags (bestuurder, passagier, knie-airbag bestuurder) beschermen de inzittenden voor bij middelzware en zware frontale botsingen, door het opblazen van een luchtkussen tussen de inzittende en het stuurwiel of het dashboard. Als de airbags niet worden geactiveerd bij andere soorten botsingen (zijdelings, van achter, over de kop slaan enz.), betekent dit niet dat het systeem niet goed functioneert.
8-06-2009 16:20 Pagina 82 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 071-086 500 LUM NL 1e 82 fig. 12 F0S0085m fig. 13 F0S0086m FRONTAIRBAG AAN BESTUURDERSZIJDE fig. 12 FRONTAIRBAG AAN PASSAGIERSZIJDE fig. 13 Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen dat in een daarvoor bestemde ruimte in het midden van het stuurwiel is geplaatst.
F0S0105m Het waarschuwingslampje “ op het dashboard blijft continu branden totdat de frontairbag en de zij-airbag (sidebag) (indien aanwezig) aan passagierszijde opnieuw worden ingeschakeld. Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen dat in een daarvoor bestemde ruimte onder de onderste kap van de stuurkolom is geplaatst, ter hoogte van de knieën van de bestuurder, voor extra bescherming van de bestuurder bij een frontale aanrijding.
071-086 500 LUM NL 1e 8-06-2009 16:20 Pagina 84 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO BELANGRIJK De inzittende wordt bij een zijdelingse botsing optimaal door het systeem beschermd als hij/zij in de juiste positie in de stoel zit. Hierdoor kan de headbag op de juiste wijze worden opgeblazen. 84 fig. 15 fig. 16 F0S0087m F0S0106m HEADBAG fig.
LET OP Bedek de rugleuning van de voorstoelen niet met hoezen of kleden als de auto is uitgerust met sidebags. LET OP Rijd altijd met beide handen op de stuurwielrand, zodat bij het in werking treden van de airbag, het systeem niet wordt gehinderd door obstakels. Rijd niet met voorover gebogen lichaam maar ga goed rechtop zitten en steun tegen de rugleuning.
8-06-2009 16:20 Pagina 86 LET OP Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje “ enige seconden branden en vervolgens enige seconden knipperen, om aan te geven dat de airbag aan passagierszijde bij een ongeval wordt geactiveerd. Hierna moet het lampje doven.
88 HANDREM ............................................................................. 90 HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK .............. 91 BRANDSTOFBESPARING ................................................. 91 TREKKEN VAN AANHANGERS ..................................... 93 WINTERBANDEN .............................................................. 94 SNEEUWKETTINGEN ....................................................... 95 AUTO LANGERE TIJD STALLEN ...................................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 087-096 500 LUM NL 7e 88 13-03-2009 14:31 Pagina 88 MOTOR STARTEN De auto is uitgerust met een elektronische startblokkering: zie bij startproblemen de paragraaf “Fiat CODE” in het hoofdstuk “Wegwijs in uw auto”. Direct na het starten van de motor, vooral als de auto langere tijd niet is gebruikt, kan de motor iets meer geluid produceren.
❒ zet de versnellingspook in de vrijstand; ❒ draai de contactsleutel in stand MAR: op het instrumentenpaneel gaan de controlelampjes m en Y branden; ❒ wacht tot de lampjes Y en m gedoofd zijn.
087-096 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:31 Pagina 90 WEGWIJS IN UW AUTO BELANGRIJK Het is beter om de motor na een zware rit even “op adem” te laten komen. Zet de motor niet onmiddellijk uit, maar laat hem even stationair draaien. Hierdoor kan de temperatuur in de motorruimte dalen. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN Draai de contactsleutel in stand STOP terwijl de motor stationair draait.
Hierna volgen enkele nuttige tips, waardoor het brandstofverbruik zo laag mogelijk blijft en de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen, zowel CO2 als andere schadelijke stoffen (stikstofoxiden, onverbrande koolwaterstoffen, fijn stof (PM) enz.) zoveel mogelijk beperkt wordt. fig. 2 F0S0076m LET OP Om op de juiste wijze te schakelen, moet u het koppelingspedaal geheel intrappen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 087-096 500 LUM NL 7e 92 13-03-2009 14:31 Pagina 92 Accessoires gemonteerd op dakrails Verwijder accessoires zoals: dwarssteunen, skidrager, bagagebox, enz. van het dak als u ze niet meer gebruikt. Ze verminderen de aerodynamica van de auto, waardoor het brandstofverbruik toeneemt.
Acceleratie Met vol gas optrekken kost veel brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen: het is beter geleidelijk op te trekken. Bij korte ritten en regelmatig koud starten bereikt de motor niet de optimale bedrijfstemperatuur. Hierdoor neemt niet alleen het brandstofverbruik toe (van 15 tot aan 30% in stadsverkeer), maar ook de uitstoot van uitlaatgassen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 087-096 500 LUM NL 7e 94 13-03-2009 14:31 Pagina 94 Het gewicht van de aanhanger dat op de trekhaak rust, moet worden afgetrokken van het laadvermogen van de auto.
Monteer op alle vier de wielen dezelfde banden (zelfde merk en profieldiepte) voor meer veiligheid tijdens het rijden en remmen en voor een betere bestuurbaarheid. Keer de draairichting van de banden niet om. LET OP Bij winterbanden met de indicatie “Q” mag niet sneller worden gereden dan 160 km/h; de geldende snelheidsbeperkingen overeenkomstig de nationale wegenverkeerswetgeving moeten echter altijd worden gerespecteerd.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 087-096 500 LUM NL 7e 96 13-03-2009 14:31 Pagina 96 ❒ reinig en conserveer de glimmende metalen delen met daarvoor geschikte middelen; ❒ breng de bandenspanning 0,5 bar boven de normaal voorgeschreven spanning en controleer deze regelmatig; ❒ smeer de wisserrubbers van de ruitenwissers en achterruitwisser in met talkpoeder en laat ze los van de ruit staan;
98 98 98 98 99 99 100 100 100 100 100 101 101 101 101 101 102 102 102 102 103 103 103 103 ALGEMENE STORINGSMELDING ................................. STORING MOTOROLIEDRUKSENSOR ....................... WATER IN BRANDSTOFFILTER .................................... INSCHAKELING BRANDSTOFNOODSCHAKELAAR STORING ESP ....................................................................... STORING HILL HOLDER ................................................. BUITENVERLICHTING EN DIMLICHTEN ...................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 097-106 500 LUM NL 7e 98 13-03-2009 14:31 Pagina 98 LAMPJES EN BERICHTEN ALGEMENE OPMERKINGEN Als het lampje gaat branden, verschijnt er bij bepaalde uitvoeringen ook een bijbehorende melding op het instrumentenpaneel en/of klinkt een geluidssignaal.
LET OP Een defect lampje ¬ (lampje gedoofd) wordt aangegeven doordat het lampje voor de uitgeschakelde frontairbag aan passagierszijde “ langer dan de normale 4 seconden knippert. Het lampje “ brandt als de frontairbag aan passagierszijde is uitgeschakeld. Als u bij ingeschakelde frontairbag aan passagierszijde de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje “ ongeveer 4 seconden branden en vervolgens 4 seconden knipperen. Hierna moet het lampje doven.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 097-106 500 LUM NL 7e 100 13-03-2009 14:31 Pagina 100 ❒ Als de auto onder zware bedrijfsomstandigheden wordt gebruikt (bijvoorbeeld het bergopwaarts trekken van een aanhanger of bij volbeladen auto): verlaag de snelheid en breng, als het lampje blijft branden, de auto tot stilstand.
g STORING ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING “DUALDRIVE” (rood) Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven. Als het lampje blijft branden, werkt de elektrische stuurbekrachtiging niet meer en is meer kracht nodig voor het draaien van het stuur: wendt u tot het Fiat Servicenetwerk. Op enkele uitvoeringen verschijnt de bijbehorende melding op het display. Op enkele uitvoeringen verschijnt de bijbehorende melding op het display.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 097-106 500 LUM NL 7e 102 13-03-2009 14:31 Pagina 102 Als het lampje knippert, moet het gaspedaal worden losgelaten zodat de motor met lage toerentallen draait en het lampje niet meer knippert; u kunt met matige snelheid doorrijden waarbij rij-omstandigheden moeten worden vermeden die kunnen leiden tot het opnieuw gaan knipperen van het lampje.
Het lampje c gaat branden als er water in het dieselfilter zit. Op enkele uitvoeringen gaat het lampje è branden. Op enkele uitvoeringen verschijnt de bijbehorende melding op het display. Water in het brandstofsysteem kan het inspuitsysteem ernstig beschadigen en de motor kan onregelmatig gaan draaien.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 097-106 500 LUM NL 7e 104 13-03-2009 14:31 Pagina 104 Water in dieselfilter Zie hetgeen beschreven is bij het lampje c. Inschakeling brandstofnoodschakelaar/brandsto fnoodschakelaar niet beschikbaar Het lampje gaat branden als de brandstofnoodschakelaar inschakelt of als de brandstofnoodschakelaar niet beschikbaar is.
F RICHTINGAANWIJZER LINKS (groen knipperend) Het lampje gaat branden als de richtingaanwijzerhendel omlaag wordt gezet of, tegelijkertijd met het lampje van de rechter richtingaanwijzer, als de drukknop voor de waarschuwingsknipperlichten wordt ingedrukt.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 097-106 500 LUM NL 7e 106 t 13-03-2009 14:31 Pagina 106 STORING AUTOMATISCHE VERSNELLINGSBAK/ MAXIMUM OLIETEMPERATUUR IN AUTOMATISCHE VERSNELLINGSBAK (rood) Storing in automatische versnellingsbak Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.
MOTOR STARTEN ............................................................. 108 WIEL VERWISSELEN .......................................................... 110 SNELLE BANDENREPARATIESET FIX&GO automatic .............................................................. 116 GLOEILAMP VERVANGEN .............................................. 120 GLOEILAMP BUITENVERLICHTING VERVANGEN ... 121 GLOEILAMP INTERIEURVERLICHTING VERVANGEN ........................................................................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 107-134 500 LUM NL 1e 108 8-06-2009 16:25 Pagina 108 MOTOR STARTEN Gebruik voor een noodstart beslist nooit een accusnellader: de elektronische systemen kunnen beschadigen; in het bijzonder de regeleenheden van de ontsteking en de inspuiting.
❒ sluit een tweede startkabel aan op de minpool – van de hulpaccu en op de massa-aansluiting E op de motor of de versnellingsbak van de auto die gestart moet worden; ❒ start de motor; BELANGRIJK Verbind de minklemmen van de twee accu’s niet direct met elkaar: eventuele vonken kunnen het explosieve gas ontsteken dat uit de accu kan ontsnappen.
8-06-2009 16:25 Pagina 110 WIEL VERWISSELEN De auto kan zijn uitgerust (optional) met een normaal reservewiel of een klein noodreservewiel. Voor het verwisselen van het wiel en voor het juiste gebruik van de krik en het noodreservewiel moeten de onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Het is nodig te weten dat: ❒ de krik 1,76 kg weegt; ❒ de krik geen afstelwerkzaamheden vereist; ❒ de krik bij beschadiging vervangen moet worden door een krik van hetzelfde type; ❒ buiten de slinger geen enkel ander gereedschap op de krik gemonteerd mag worden. WEGWIJS IN UW AUTO LET OP Door een verkeerde montage kan het wieldeksel tijdens het rijden loslaten. Maak het ventiel absoluut niet open. Plaats geen enkel stuk gereedschap tussen velg en band.
8-06-2009 16:25 Pagina 112 STARTEN EN RIJDEN ❒ zet de auto stil op een plaats waar het verkeer niet in gevaar wordt gebracht en in alle veiligheid het wiel kan worden verwisseld. Zet de auto zo mogelijk op een vlakke en stevige ondergrond; ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS fig. 2 ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 107-134 500 LUM NL 1e 112 F0S0126m fig.
8-06-2009 16:25 Pagina 113 ❒ controleer of de groef F-fig. 5 van de krik goed om de rand G van de chassisbalk valt; ❒ waarschuw eventuele omstanders dat de auto wordt opgekrikt; zorg ervoor dat ze zich niet in de nabijheid van de auto bevinden en de auto vooral niet aanraken totdat deze weer geheel op de grond staat; ❒ plaats de slinger H in de krik I en zet de auto omhoog, totdat het wiel enige centimeters los van de grond is.
107-134 500 LUM NL 1e 8-06-2009 16:25 Pagina 114 WEGWIJS IN UW AUTO ❒ monteer het geklemde wieldeksel, waarbij de inkeping (op het wieldeksel) moet samenvallen met het ventiel; ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID ❒ laat de auto zakken en verwijder de krik; 114 ❒ draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten kruiselings vast, in de volgorde die eerder is afgebeeld. fig.
❒ druk de half geopende krik stevig in de houder C om rammelen tijdens het rijden te voorkomen; ❒ plaats de bekleding op de juiste wijze op de vloer van de bagageruimte. BELANGRIJK In tubeless banden mogen geen binnenbanden gebruikt worden. Controleer regelmatig de spanning van de banden, ook van het noodreservewiel. Het is raadzaam de vervangen wielbouten en het vervangen reservewiel te bewaren voor als u in de toekomst het originele velgtype weer wilt monteren.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 107-134 500 LUM NL 1e 116 8-06-2009 16:25 Pagina 116 SNELLE BANDENREPARATIESET FIX & GO automatic De snelle bandenreparatieset Fix & Go automatic bevindt zich in de bagageruimte. De set fig. 11 bevat: ❒ een spuitbus A met afdichtvloeistof, die voorzien is van: – een vulbuis B; – een sticker C met het opschrift “max. 80 km/h”.
HET IS NOODZAKELIJK TE WETEN DAT: De afdichtvloeistof bij buitentemperaturen tussen –20 °C en +50°C werkt. De afdichtvloeistof een houdbaarheidsdatum heeft. LET OP De compressor mag niet langer dan 20 minuten achter elkaar worden ingeschakeld. Gevaar voor oververhitting. De reparatieset is niet geschikt voor permanente reparatie; de gerepareerde banden mogen daarom slechts tijdelijk worden gebruikt. Vervang de spuitbus met de afdichtvloeistof als deze datum verstreken is.
107-134 500 LUM NL 1e 8-06-2009 16:25 Pagina 118 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO ❒ als de band op de juiste spanning is gebracht (zie de paragraaf “Bandenspanning” in het hoofdstuk “Technische gegevens”), vertrek dan onmiddellijk; 118 fig. 14 F0S0121m fig. 16 F0S0123m Controleer de bandenspanning op de manometer F-fig. 14.
Pagina 119 WEGWIJS IN UW AUTO ❒ als een spanning van ten minste 1,8 bar wordt gemeten, herstel dan de correcte bandenspanning (met draaiende motor en aangetrokken handrem) en rijd verder; fig. 17 LET OP U moet absoluut aangeven dat de band is gerepareerd met de snelle bandenreparatieset. Overhandig de informatiefolder aan het personeel dat de band moet repareren die behandeld is met de bandenreparatieset.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 107-134 500 LUM NL 1e 120 8-06-2009 16:25 Pagina 120 GLOEILAMP VERVANGEN ALGEMENE AANWIJZINGEN ❒ Controleer voordat u een lamp vervangt of de contacten niet zijn geoxideerd; ❒ vervang een defecte lamp door een exemplaar van hetzelfde type en vermogen; ❒ als u een gloeilamp in de koplamp hebt vervangen, controleer dan om veiligheidsredenen altijd of de afste
Op de auto zijn verschillende typen gloeilampen gemonteerd: A Glasfittinglampen: deze zijn voorzien van een klemfitting. Verwijder de lamp door de lamp uit de houder te trekken. B Gloeilampen met bajonetfitting: verwijder de lamp uit de houder door hem iets in te drukken en linksom te draaien.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 107-134 500 LUM NL 1e 122 8-06-2009 16:25 Pagina 122 Lamp Type Vermogen Zie fig.
Pagina 123 WEGWIJS IN UW AUTO GLOEILAMP BUITENVERLICHTING VERVANGEN fig. 20 F0S0050m In de koplampunits zijn de gloeilampen voor de buitenverlichting, het dimlicht, het grootlicht en de richtingaanwijzer opgenomen. fig. 22 F0S0052m RICHTINGAANWIJZERS Voor Verwijder vanuit de motorruimte de rubber dop A-fig. 20 om de lampen van de richtingaanwijzers te bereiken; verwijder de rubber dop B-fig. 20 om de lampen van de dimlichten te bereiken.
8-06-2009 16:25 Pagina 124 1 ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 107-134 500 LUM NL 1e 124 F0S0290m fig. 23a fig. 24 F0S0053m ❒ druk daarna in de andere richting op de achterkant (2 -fig.
Pagina 125 WEGWIJS IN UW AUTO ❒ verwijder en vervang de lamp; ❒ bevestig de rubber dop. BUITENVERLICHTING/ DAGVERLICHTING fig. 26 F0S0055m fig. 28 F0S0057m Gloeilamp vervangen: ❒ verwijder de rubber dop, zoals hiervoor beschreven is; ACHTERLICHTUNITS ❒ draai de lamphouder B-fig. 25 linksom en verwijder hem; ❒ open de achterklep; Gloeilamp vervangen: ❒ verwijder de geklemde lamp en vervang hem; ❒ draai de twee bevestigingsschroeven Afig.
16:25 Pagina 126 GLOEILAMP INTERIEURVERLICHTING VERVANGEN Zie voor het type lamp en het bijbehorende vermogen de paragraaf “Gloeilamp vervangen”. ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN WEGWIJS IN UW AUTO 8-06-2009 VEILIGHEID 107-134 500 LUM NL 1e 126 fig. 29 F0S0058m fig. 30 F0S0059m INTERIEURVERLICHTING Gloeilampen vervangen: DERDE REMLICHT fig.
8-06-2009 16:25 Pagina 127 F0S0062m ❒ maak de lamp C-fig. 34 los uit de veercontacten aan de zijkant en vervang hem; plaats de nieuwe lamp en controleer of de nieuwe lamp goed vastzit in de veercontacten; ❒ sluit het dekseltje en monteer het lampenglas. fig. 33 F0S0061m ❒ open het dekseltje B-fig. 33 zoals aangegeven; fig. 35 F0S0063m BAGAGERUIMTEVERLICHTING (indien aanwezig) Gloeilampen vervangen: ❒ open de achterklep; ❒ maak met de bijgeleverde schroevendraaier de plafondverlichting A-fig.
107-134 500 LUM NL 1e 8-06-2009 16:25 Pagina 128 WEGWIJS IN UW AUTO ZEKERINGEN VERVANGEN ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID ALGEMENE AANWIJZINGEN fig. 37 128 fig. 36 F0S0064m ❒ open de bescherming B-fig.
PLAATS VAN DE ZEKERINGEN Zekeringen op het dashboard De zekeringen zijn bereikbaar nadat de geklemde kap E is verwijderd. De 5A-zekering voor de verwarming van de buitenspiegels bevindt zich bij de diagnosestekker, zoals afgebeeld in fig. 38. Aan de onderzijde naast de pedalen bevindt zich de zekeringenkast die is afgebeeld in fig. 39. E F0S0066m fig. 39 F0S0172m ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS fig.
107-134 500 LUM NL 1e 8-06-2009 16:25 Pagina 130 WEGWIJS IN UW AUTO Zekeringenkast in motorruimte fig. 40 en 41 fig. 40 F0S0068m ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID Een tweede zekeringenkast bevindt zich rechts in de motorruimte, naast de accu. Om deze te bereiken, moet u op de borging I drukken, de lippen M losmaken en het deksel L verwijderen.
Voeding dimlicht rechts Voeding dimlicht links en regeleenheid koplampverstelling Schakelaar zekeringenkast motorruimte Plafondverlichting voor en achter, bagageruimte- en dorpelverlichting Diagnosestekker, autoradio, airconditioning, EOBD Remlichtschakelaar, instrumentenpaneel Centrale portiervergrendeling Ruitensproeier-/achterruitsproeierpomp Ruitbediening bestuurderszijde Ruitbediening passagierszijde Parkeersensor, symboolverlichting schakelaars, elektrisch verstelbare spiegels Knooppunt airbag Schakel
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 107-134 500 LUM NL 1e 132 8-06-2009 16:25 Pagina 132 Zekeringenkast motorruimte - fig. 41 Aircocompressor Achterruitverwarming, verwarming buitenspiegels Brandstofpomp Bobine ontsteking, inspuitventielen (1.2 8V) Regeleenheid motormanagementsysteem (1.
We raden u aan de accu langzaam en met een lage stroomsterkte (ampèrage) gedurende ca. 24 uur op te laden. Als u de accu langer oplaadt, kan de accu worden beschadigd. Ga voor het opladen als volgt te werk: ❒ maak de klem los van de minpool op de accu; ❒ sluit de kabels van het laadapparaat aan op de accupolen; let hierbij op de polariteit; ❒ sluit de klem weer aan op de minpool van de accu. LET OP De vloeistof in de accu is giftig en corrosief. Vermijd het contact met de huid en de ogen.
VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 107-134 500 LUM NL 1e 8-06-2009 16:25 Pagina 134 OPKRIKKEN VAN DE AUTO Als de auto omhoog gezet moet worden, wendt u dan tot een werkplaats van het Fiat Servicenetwerk; deze beschikt over een garagekrik of hefbrug. STARTEN EN RIJDEN Bij de auto is een sleepoog geleverd. Het sleepoog bevindt zich in de gereedschaphouder onder de bekleding in de bagageruimte.
136 ONDERHOUDSSCHEMA ................................................. 137 PERIODIEKE CONTROLES .............................................. 139 ZWAAR GEBRUIK VAN DE AUTO................................ 139 NIVEAUS CONTROLEREN .............................................. 140 LUCHTFILTER ...................................................................... 145 POLLENFILTER .................................................................... 145 ACCU .........................................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 135-152 500 LUM NL 7e 136 13-03-2009 14:33 Pagina 136 GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD Doelmatig onderhoud is een beslissende factor voor een lange levensduur, de beste prestaties en een zo zuinig mogelijk gebruik van de auto. Om dit te realiseren heeft Fiat een reeks controle- en onderhoudsbeurten samengesteld die iedere 30.000 km moeten worden uitgevoerd.
30 60 90 120 150 180 Banden op conditie en slijtage controleren en bandenspanning eventueel herstellen ● ● ● ● ● ● Werking verlichting (koplamp- en achterlichtunits, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten, bagageruimte, interieur, waarschuwings-/ controlelampjes enz.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 135-152 500 LUM NL 7e 138 13-03-2009 14:33 Pagina 138 x 1000 km 30 90 ● Luchtfilterelement vervangen (iedere 30.000 km bij 1.3 Multijet-uitvoering) Vloeistofniveaus bijvullen (motorkoelsysteem, remsysteem, ruitenwissers, accu enz.) 60 ● Getande distributieriem controleren (behalve 1.
❒ vergrendelmechanismen van de motorkap en achterklep op vervuiling controleren en mechanismen smeren; Iedere 1.
135-152 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:33 Pagina 140 WEGWIJS IN UW AUTO NIVEAUS CONTROLEREN VEILIGHEID A. Motorolievulopening B. Motoroliepeilstok C. Motorkoelvloeistof ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN D. Ruitensproeiervloeistof 140 E. Remvloeistof F. Accu fig. 1 - 1.2-uitvoeringen F0S0070m LET OP Rook nooit tijdens werkzaamheden in de motorruimte: er kunnen licht ontvlambare gassen aanwezig zijn; brandgevaar.
14:33 Pagina 141 A. Motorolievulopening B. Motoroliepeilstok C. Motorkoelvloeistof D. Ruitensproeiervloeistof E. Remvloeistof fig. 2- 1.4 uitvoeringen F0S0071m A. Motorolievulopening B. Motoroliepeilstok C. Motorkoelvloeistof D. Ruitensproeiervloeistof E. Remvloeistof ONDERHOUD NOODGEVALLEN LAMPJES EN BERICHTEN EN ZORG STARTEN EN RIJDEN F. Accu WEGWIJS IN UW AUTO 13-03-2009 VEILIGHEID 135-152 500 LUM NL 7e fig. 3 - Multijet uitvoeringen F0S0072m ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS F.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 135-152 500 LUM NL 7e 142 13-03-2009 14:33 Pagina 142 MOTOROLIE fig. 1-2-3 Motorolieverbruik Controleer het oliepeil als de auto op een vlakke ondergrond staat en enige minuten (circa 5) na het uitzetten van de motor. Als richtlijn geldt een maximaal motorolieverbruik van ongeveer 400 gram per 1000 km.
Een te laag niveau bijvullen door een mengsel van gedemineraliseerd water en 50% PARAFLU UP van FL Selenia langzaam via vulopening C van het expansiereservoir te gieten, totdat het niveau dicht bij het MAX-merkteken staat. Een mengsel van PARAFLU UP en gedemineraliseerd water in een mengverhouding van 50% beveiligt tot een temperatuur van –35°C. Onder extreem koude klimatologische omstandigheden raden wij een mengsel aan van 60% PARAFLU UP en 40% gedemineraliseerd water.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 135-152 500 LUM NL 7e 144 13-03-2009 14:33 Pagina 144 REMVLOEISTOF fig. 1-2-3 Draai de dop E los: controleer of het remvloeistofniveau nog op het maximum niveau staat. Het niveau mag nooit het MAX-merkteken overschrijden.
De accu van de auto is “onderhoudsarm”: onder normale omstandigheden hoeft het elektrolyt niet bijgevuld te worden met gedestilleerd water. DIESELFILTER ACCULADING EN ELEKTROLYTNIVEAU CONTROLEREN CONDENS AFTAPPEN (Multijet-uitvoeringen) Water in het brandstofsysteem kan het inspuitsysteem ernstig beschadigen en de motor kan onregelmatig gaan draaien. Als het lampje c gaat branden, wendt u dan zo snel mogelijk tot het Fiat Servicenetwerk om het systeem te laten aftappen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 135-152 500 LUM NL 7e 146 13-03-2009 14:33 Pagina 146 Onoordeelkundige montage van elektrische en elektronische apparatuur kan ernstige schade toebrengen aan de auto. Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren (diefstalalarm, mobiele telefoon enz.
Tijdens het rijden neemt de bandenspanning toe; zie voor de juiste waarde van de bandenspanning de paragraaf “Wielen” in het hoofdstuk “Technische gegevens”. WEGWIJS IN UW AUTO A juiste spanning: gelijkmatige slijtage van het loopvlak. VEILIGHEID De spanning van de banden, inclusief het noodreservewiel, moet regelmatig, om de twee weken en voor een lange rit, worden gecontroleerd: de bandenspanning moet bij koude banden worden gecontroleerd.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 135-152 500 LUM NL 7e 148 13-03-2009 14:33 Pagina 148 ❒ banden verouderen, ook als zij weinig of nooit gebruikt zijn. Scheurtjes in het loopvlak en op de wangen geven aan dat de band verouderd is. Banden die langer dan zes jaar onder een auto gemonteerd zijn, moeten dan ook door een specialist worden gecontroleerd.
Pagina 149 WEGWIJS IN UW AUTO RUITENWISSERS/ ACHTERRUITWISSER LET OP Rijden met versleten ruitenwisserbladen is zeer gevaarlijk, omdat ze het zicht onder slechte weersomstandigheden aanzienlijk beperken. fig. 5 F0S0137m fig. 6 F0S0109m Wisserbladen voor vervangen fig. 5 Wisserblad achter vervangen fig.
135-152 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:33 Pagina 150 WEGWIJS IN UW AUTO CARROSSERIE De belangrijkste oorzaken van roest zijn: ❒ luchtverontreiniging; F0S0110m fig. 8 F0S0111m ❒ zoutgehalte in de lucht en luchtvochtigheid (gebieden aan zee, warm en vochtig klimaat); Achterruit (achterruitsproeier) fig. 8 ❒ omgevings-/seizoensinvloeden. Voorruit (ruitensproeiers) fig. 7 De sproeiermonden van de achterruitsproeier kunnen niet worden afgesteld.
CARROSSERIEGARANTIE Bij de auto is de carrosserie tegen doorroesten van alle originele componenten van de carrosserie en van alle dragende delen gegarandeerd. Voor de specifieke voorwaarden van deze garantie wordt verwezen naar de “Serviceen garantiehandleiding”. TIPS VOOR HET BEHOUD VAN DE CARROSSERIE Lak De lak heeft behalve een esthetische functie ook een beschermende functie. Daarom moeten beschadigingen van de laklaag, zoals krassen, onmiddellijk worden bijgewerkt om roestvorming te voorkomen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 135-152 500 LUM NL 7e 152 13-03-2009 14:33 Pagina 152 Ruiten Gebruik voor het schoonmaken van de ruiten een daarvoor geschikt schoonmaakmiddel. Gebruik een schone, zachte doek om krassen en beschadigingen te voorkomen.
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 172-180 500 LUM NL 7e 172 13-03-2009 14:34 Pagina 172 A L FA B E T I S C H R E G I S T E R Aansteker ........................................... 41 ABS ........................................................ 55 Accu........................................................ 145 – accu opladen .................................. 133 – acculading controleren ...
56 Elektrische stuurbekrachtiging “Dualdrive” ....................................... EOBD (systeem) ................................. ESP (systeem) ..................................... Extra accessoires ................................ 59 59 56 68 Fiat CODE-startblokkering ............. 4 Fix & Go (snelle bandenreparatieset) ........... 116 Follow me home (systeem) .............. 37 Gebruik van de handgeschakelde versnellingsbak .................................. Gewichten .........................
ALFABETISCH REGISTER TECHNISCHE GEGEVENS ONDERHOUD LAMPJES EN EN ZORG NOODGEVALLEN BERICHTEN STARTEN EN RIJDEN VEILIGHEID WEGWIJS IN UW AUTO 172-180 500 LUM NL 7e 174 13-03-2009 14:34 Pagina 174 Motor ..................................................... 157 – code ................................................ 155 – identificatiecode ............................ 156 – technische specificaties .............. 157 Motorkap .............................................
71 71 73 72 73 75 73 160 160 30 Veiligheidsgordels ................................ – algemene opmerkingen ............... – gebruik ............................................ – gordelspanners .............................. – onderhoud ..................................... – trekkrachtbegrenzers .................. Velgen ................................................... – verklaring van velgencodering ... Ventilatie .............................................. 169 169 142 152 91 Wielen ............
172-180 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:34 Pagina 176 RICHTLIJNEN VOOR DE BEHANDELING VAN DE AUTO AAN HET EINDE VAN DE LEVENSDUUR Al jaren werkt Fiat hard aan de bescherming van het milieu door de doorlopende verbetering van de productieprocessen en de ontwikkeling van producten die steeds milieuvriendelijker zijn.
172-180 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:34 Pagina 177 NOTITIES
172-180 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:34 Pagina 178 ® in het hart van uw motor.
172-180 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:34 Pagina 179 Uw auto heeft Selenia gekozen De motor van uw auto is ontstaan met ontworpen voor Selenia, het motorolie-assortiment dat voldoet aan de meest geavanceerde internationale specificaties. Specifieke tests en technische kenmerken van hoog niveau maken van Selenia het smeermiddel bij uitstek voor veilige en onovertrefbare motorprestaties.
172-180 500 LUM NL 7e 13-03-2009 14:34 Pagina 180 BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND (bar) Bij warme banden moet de bandenspanning 0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de bandenspanning nogmaals als de banden koud zijn.