Handleiding voor installatie en gebruik van het apparaat
INHOUDSOPGAVE INSTALLATIE EN MONTAGE 3 GEBRUIK VAN HET APPARAAT EN PRAKTISCHE ADVIEZEN 9 ONDERHOUD EN SCHOONMAKEN VAN HET APPARAAT 21 PROBLEMEN OPSPOREN EN OPLOSSEN 23 INSTALLATIESCHEMA´S EN-MATEN 27
VAATWASMACHINE INSTALLATIE EN MONTAGE 1 VAATWASMACHINE UITPAKKEN HET UITPAKKEN Verwijder interne beschermingsmaterialen: de blokjes van polystyreen waarmee de rekken vastzitten. 2 WATERAANSLUITING Aan de achterkant van de vaatwasmachine vindt u de waterslang: a Sluit de slang aan op de waterkraan, draai de aansluitmoer vast en verzekert u zich ervan dat de slang goed in het apparaat vastgeschroefd zit.
b De slang dient geleid te worden tussen de muur en de onderlijst aan de achterkant van de vaatwasmachine (b1) om te voorkomen dat die bekneld raakt of te strak komt te staan. b2 b1 Aanbevolen wordt een vaste waterafvoer te installeren op een hoogte van 25 tot 100 cm boven de grond. max. 100 cm Zorg ervoor dat de afvoerslang niet tekort is, geen knikken vertoont en niet bekneld raakt. min. 25 cm Als uw vaatwasmachine geschikt is voor warmwater-toevoer, sluit dan de slang aan op de warmwater-kraan.
4 NIVELLERING EN PLAATSING Aanwijzingen om vaatwasmachine in te bouwen; KEUKENBLAD a b Wanneer het keukenblad van hout is plaats dan de plastic bescherming op het keukenblad van het meubel hetgeen voorkomt dat stoom op deze zone inwerkt en het beschadigt. a b Plaats de hoekelementen aan de voorzijde van de vaatwasmachine om die vast te kunnen maken aan keukenmeubilair ernaast of aan het keukenblad (zie punt “l”, pag. 31).
DEUR U heeft de beschikking over een informatiesjabloon met de montage-instructies. f Plaats de sjabloon, houd die vast en markeer de positie van de gaten. g Boor gaten met een boor van ø 2,5 mm en schroef de steunen vast (de gebogen zijde naar beneden) aan het sierpaneel. h Neem nu het paneel en plaats de steuntjes in de houders van de deur. Trek in neerwaartse richting en vergewis u ervan dat hij goed vastzit en op gelijke hoogte met de bovenzijde van de deur.
Voor roestvrijstalen inbouwmodellen dient u rekening gehouden met de volgende installatieinstructies. Vertikaal inbouwbaar 58 min.
5 SCHOONMAKEN VOOR GEBRUIK Nadat u de vaatwasmachine naar tevredenheid heeft geïnstalleerd, raden wij u aan haar voor gebruik schoon te maken: a Open de deur van de vaatwasmachine. b Druk op de knop ON van de vaatwasmachine. c Kies programma 1 (voorwas), zonder vaatwerk noch waspoeder. d Sluit de deur en de machine zal automatisch gaan functioneren.
VAATWASMACHINE GEBRUIK VAN HET APPARAAT EEN PRAKTISCHE ADVIEZEN 1 HARDHEID VAN HET WATER, ZOUT, SPOELGLANSMIDDEL EN WASMIDDEL Hardheid van het water. Het water is kalkhoudend Hoe meer kalk het water bevat, des te harder zal het zijn. Om te voorkomen dat de kalk de vaatwasmachine beschadigt, beschikt deze over een ontkalker die de hoeveelheid kalk in het water vermindert en het zuivert voor het wasprogramma. De ontkalker werkt met zout.
Bepaling van de hoeveelheid zout Deze eenvoudige aanpassing van de vaatwasmachine is essentieel voor het goed functioneren ervan. Neem er nota van! De vaatwasmachine heeft een zoutregelaar, die, afhankelijk van het model, handmatig danwel electronisch is. HANDMATIGE AFSTELLING Wanneer uw vaatwasmachine aan de binnenkant rechts een zoutregelaar heeft zoals nevenstaande foto´s (Mod. A-B) dan dient u de zoutregelaar in te stellen op de stand die overeenkomt met de hardheid van het water(zie tabel).
Modellen met controlelampjes: druk op de toets (wanneer uw vaatwasmachine deze toets niet heeft, drukt u op de toets ), het controlelampje dat hoort bij L2 zal aangaan. Druk opnieuw op de toets (wanneer uw vaatwasmachine deze toets niet heeft, drukt u op de toets ) om de benodigde positie van de zoutregelaar te selecteren. Raadpleeg de Tabel.
c Roer door met een lepeltje. d Sluit de dop goed en verwijder de zoutresten die buiten het reservoir terecht zijn gekomen. Het vullen van het zoutreservoir dient altijd plaats te vinden vóór de wasgang, nooit erna. c d Wanneer moet men zout bijvullen? Wanneer er zout moet worden bijgevuld, zal dat worden aangegeven met een waarschuwingslichtje.
Wasmiddel Het wasmiddel dient u in het reservoir te doen dat zich aan de binnenkant van de deur naast dat van het spoelglansmiddel bevindt. a Nadat u het wasmiddel heeft toegevoegd, sluit u de dop van het reservoir. b Bij sommige programma´s dient u tevens een gedeelte van de dosis in de houder in de dop van het reservoir te doen. WASMIDDELRESERVOIR Er bestaan wasmiddelen in vaste en vloeibare vorm en in tabletvorm. De hoeveelheid wasmiddel dat u dient te gebruiken kunt u zien in de programmatabel.
2 VAATWERK TYPE EN PLAATSING Vaatwerk type Niet al het vaatwerk is geschikt voor de vaatwasmachine. Het is niet aan te raden vaatwerk van hout of aardewerk, noch van niet hittebestendig plastic in de machine te plaatsen. Roestvrijstaal bestek kan men zonder probleem in de vaatwasmachine schoonmaken; u dient er echter voor te zorgen dat de delen van een zilveren bestek niet met elkaar in contact komen, daar dat vlekken veroorzaken kan. Vaatwerk van aluminium kan met de tijd verkleuren.
c Bestek, met uitzondering van de messen, dienen in de bestekbakken gedaan te worden met de handvaten naar boven. d In het bovenste rek worden de breekbaarste stukken geplaatst zoals kopjes, glazen, porselein of glaswerk en borden met een standaardmaat. Er is een gedeelte dat speciaal bestemd is voor lange stukken bestek. Eveneens zijn er steuntjes die, in horizontale positie dienen om glazen te plaatsen.
Plaatsing van de rekken De plaats van de rekken kan aangepast worden aan de aard van de geplaatste stukken. Het bovenste rek kan op twee hoogtes geplaatst worden zodat er borden van verschillende maat gewassen kunnen worden. 19 cm. Op de hoge stand kunnen in het bovenste rek normale borden tot 19 cm. gewassen worden en in het onderste tot 31 cm. Wanneer u het bovenste rek in de onderste positie plaatst kunnen in het bovenste rek borden tot 24 cm. gewassen worden en in de onderste borden tot 26 cm.
3 SELECTIE VAN HET WASPROGRAMMA PROG Waarschuwingslichtje ZOUT Knop ON/OFF Waarschuwingslichtje SPOELGLANSMIDDEL Keuzeknop BOVENPLAATSING of ONDERPLAATSING Keuzeknop Timer INSTELLING DISPLAY Keuzeknop PROGRAMMA´S PROGRAMMA´S Waarschuwingslichtjes BOVENPLAATSING of ONDERPLAATSING Mix 70º 65º 50º 55º PROG STOP 50º Waarschuwingslichtjes PROGRAMMA´S Keuzeknop Timer INSTELLING Waarschuwingslichtje EINDE PROGRAMMA Waarschuwingslichtjes PROGRAMMA MET TIMER Mix 70º 65º 50º 55º PROG STOP 50º Ke
Er zijn verschillende programma´s mogelijk al naargelang het model vaatwasmachine: Het is heel erg belangrijk goed het programma te kiezen aan de hand van de mate van vuilheid, de hoeveelheid en het type vaatwerk.
4 SELECTIE VAN DE EXTRA-FUNCTIES De wasfuncties dienen altijd gekozen te worden ná het de selectie van het wasprogramma. Elke programmaverandering gedurende de selectie annuleert de vooraf geselecteerde functies. Deze functies maken het mogelijk uiterst nauwkeurig de hoeveelheid geplaatste vaat, de tijden en het verbruik van de wasgang in te stellen. De extra-functies zijn (afhankelijk van het model): Toets: Timer Maakt het mogelijk de aanvang van de wasgang voor een later tijdstip in te stellen.
6 EINDE PROGRAMMA Wanneer het programma ten einde is zal de vaatwasmachine ononderbroken gedurende 3 secondes piepen. Bij het opendoen van de deur van de vaatwasmachine kunt u controleren of de wasgang teneinde is aan de hand van een lichtje op de sierlijst van de vaatwasmachine. 00 MODELLEN DISPLAY U dient de afwasmachine altijd uit te schakelen met OFF-toets.
VAATWASMACHINE ONDERHOUD EN SCHOONMAKEN VAN DE MACHINE Het valt aan te raden regelmatig uw machine schoon te maken ten einde de levensduur ervan te verlengen. Om de drie maanden dient u de volgende handelingen te verrichten: • Filter schoonmaken. • Sproeiers schoonmaken. • Binnenzijde schoonmaken. • Buitenzijde schoonmaken. Op die manier verlengt u de levensduur van uw vaatwasmachine.
2 SPROEIERS SCHOONMAKEN De derde sproeier ( bij sommige modellen), de bovenste sproeier en de onderste sproeier dienen 1 keer per drie maanden schoongemaakt te worden. Demontage van de sproeiers: a De derde sproeier wordt gedemonteerd door die naar boven te drukken en los te draaien. b De bovenste sproeier zit gemonteerd in het bovenste rek. Om hem te demonteren moet die helemaal losgedraaid worden.
Español VAATWASMACHINE PROBLEMEN OPSPOREN EN OPLOSSEN In het geval u een probleem ontdekt bij het gebruik van de vaatwasmachine, kunt u dat waarschijnlijk zelf oplossen na de volgende aanwijzigingen te hebben geraadpleegd. 1 Mocht dat niet het geval zijn neem dan contact op met de TECHNISCHE DIENST en wees zo uitvoerig mogelijk bij het verstrekken van informatie.
• Waarom gaat de vaatwasmachine niet aan? Dat zou te wijten kunnen zijn aan: – Stroomstoring – De stekker zit er niet goed in. – De zekeringen van de electrische installatie zijn eruit gesprongen. – De vaatwasmachine is niet op het stroomnet aangesloten. – U heeft niet op de ON/OFF-knop gedrukt (het waarschuwingslichtje van deze knop dient continu te branden). – De deur van de vaatwasmachine is niet goed gesloten. – U heeft niet op de start-knop gedrukt.
2 PROBLEMEN MET DE WASRESULTATEN • Vuilresten of etensresten op het vaatwerk Dat zou te wijten kunnen zijn aan: – Het wasfilter is niet juist geplaatst, vuil of verstopt. – De openingen van de sproeiers zijn vuil of de sproeiers worden geblokkeerd door een stuk vaatwerk. – Het wasmiddel is niet geschikt of er is te weinig ingedaan. – Het vaatwerk is niet juist geplaatst. Sommige stukken raken elkaar. – Er staat teveel in de rekken. – Het wasprogramma is verkeerd gekozen. – De afvoer is geblokkeerd.
VAATWASMACHINE OPMERKINGEN INFORMATIE VOOR DE JUISTE HANDELSWIJZE MET ELEKTRISCH EN ELEKTRONISCH HUISHOUDELIJK AFVAL Wanneer het apparaat niet langer gebruikt wordt, dient u het niet weg te gooien met het gewone huisvuil. Het apparaat kan zonder enige kosten worden afgegeven bij speciale inzamelcentra, die door de lokale overheden worden beheerd of bij leveranciers die een dergelijke service aanbieden.
Installatieschema´s en -maten 27
11/08