Aspect L ST 40010884-1021 NL Installatievoorschrift NL
L 1.1 1.2 1.3 A 1.4 1<<<< 1.
L 2.1 2<<<< 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.
L 3.1 3.2 3.
L Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................. 6 2 Veiligheidsaanwijzingen. .......................................................................... 6 3 Installatie eisen ..................................................................................... 7 3.1 Haard........................................................................................... 7 3.2 Boezem ....................................................
L 13 Technische gegevens .......................................................................... 17 14 Maattekening toestel .......................................................................... 18 15 Maattekening ventilatie rooster ............................................................. 19 16 Maattekening bedieningsluik .................................................................
L 1 Inleiding De haard mag alleen door een gekwalificeerde installateur/dealer worden geïnstalleerd. We adviseren dringend deze installatievoorschriften goed te lezen. Dit toestel voldoet aan de richtlijnen voor Europese gastoestellen (GAD) en draagt de CE markering. 2 Veiligheidsaanwijzingen. Het toestel moet geïnstalleerd en jaarlijks gecontroleerd worden volgens dit installatievoorschrift en de geldende nationale en lokale voorschriften.
L 3 Installatie eisen 3.1 Haard Dit toestel moet worden ingebouwd in een nieuw te bouwen boezem. Bij toestellen met flexibele gasleidingen zit het gasregelblok voor transportreden aan de rechterzijde van de haard gemonteerd. schroef deze los en monteer deze op een afstand van max. 30 cm achter het bedieningsluik. De ontvanger die in een transporthouder A (zie fig. 1.4) aan de zijkant van de regelbloksteun bevestigt zit, kan nu op de bovenzijde van het regelblok steun geschoven worden.
L 3.4 Uitmondingen De gecombineerde aan- en afvoer kan zowel door de gevel als door het dak uitmonden. Controleer of de door u gewenste uitmonding voldoet aan de lokale voorschriften aangaande hinder en ventilatieopeningen. Voor de goede werking dient de uitmonding ten minste 0,5m verwijderd te zijn van: Hoeken van het gebouw. Dakoversteken en balkons. Dakranden. (met uitzondering van de nokrand) 4 Voorbereiding en installatie instructie 4.
L 4.4 Plaatsen van de haard Houdt rekening met de Installatie eisen (zie hoofdstuk 3) 4.4.1 Staand op de vloer Zet het toestel op de juiste plaats en stel de hoogte eventueel met de stelpoten bij. Hoogte verstellen en het waterpasstellen van de haard. (zie fig. 1.3) Grove hoogteverstelling: o Nauwkeurig: o 4.5 met de uitschuifbare poot, of met de lange meegeleverde poten. met de uitdraaibare verstel poten.
L Gebruik altijd een latei of boezemijzer als de boezem wordt gemetseld. Deze mogen niet direct op de haard worden geplaatst. De boezemconstructie mag niet rusten op het inbouwframe B (zie fig. 1.1) van de haard 5 glas uitnemen Verwijder de afdekstrippen aan de zijkant. (zie fig. 2.1) Verwijder de afdekstrip aan de onderkant. (zie fig. 2.2) Plaats de zuignappen op het glas. Haal het afdichtkoord uit de sponning. (zie fig.2.3) Verwijder de sponningstrippen aan de zijkanten.
L vlamverdeling goed is. 6.2 Plaats de glasplaat en controleer het vuurbeeld. Kiezels/ Greystone Plaatst de kiezels op de brander en de bodem. Verdeel de kiezels gelijkmatig tot een dubbele laag. Het oppervlak van de kiezels mag iets boven de branderplaat uitsteken(zie fig. 3.2/ 3.3) Plaats de glasplaat en controleer het vuurbeeld. 7 Controle van de installatie. 7.1 Controle van ontsteking waakvlam, hoofdbrander. Ontsteek de haard zoals beschreven in de gebruikershandleiding.
L op het gasregelblok. De druk moet overeenkomen met de waarde vermeld op de kenplaat. Bij afwijking contact opnemen met de fabrikant. *Sluit alle drukmeetnippels en controleer deze op gaslekkage. 7.4 Controle vlammenbeeld Laat de haard minimaal 20 minuten op volstand branden en controleer dan het vlammenbeeld op: 1. Vlamverdeling 2. Kleur van de vlammen Als één of beide punten niet acceptabel zijn controleer dan: De houtset opstelling en/of de hoeveelheid chips of pebbels op de brander.
L 9 Jaarlijks onderhoud 9.1 Controle en reiniging: 9.2 Controleer en reinig indien noodzakelijk na controle: o De waakvlam o De brander o De verbrandingskamer o Het glas o De houtblokken op evt. breuk. o De uitlaat. Vervang: o Zonodig de chips/embers. o 9.3 Bij een Lpg uitvoering vervang de brander deken Schoonmaken van het glas De meeste aanslag kan met een droge doek verwijderd worden. Met ceramische kookplaten reiniger kunt u het glas schoon krijgen .
L 11 Afvoer berekening De mogelijkheden van afvoerlengtes en de eventuele stuw zijn vastgelegd in een stuwentabel (zie hoofdstuk 12) In deze tabel wordt gewerkt met een verticale en een horizontale lengte. Voor de bepaling van de verticale lengte moeten alle lengtes van de afvoerbuizen in de verticale richting opgeteld worden.
L 11.
L 12 Stuwentabel Zie in de tabel bij de juiste verticale en horizontale lengte. Bij een “x” en als de waarden buiten de tabel vallen, is de combinatie niet toegestaan. De gevonden waarde geeft de breedte van de te plaatsen stuw aan ("0" betekent geen stuw plaatsen). Standaard is een stuw van 30mm gemonteerd. 12.
L 13 Technische gegevens Gascat. II2L3B/P II2L3B/P II2L3B/P II2e+3+ II2e+3+ II2e+3+ Toesteltype C11 C31 C11 C31 C11 C31 C11 C31 C11 C31 C11 C31 G25 G30 G31 G20 G30 G31 10.1 10 8.8 10 8.8 9.7 Rendementsklasse 2 2 2 2 2 2 NOx-klasse 5 5 5 5 5 5 mbar 25 30 30 20 50 37 l/h 1240 310 359 1050 310 397 gr/h - 780 670 - 780 750 mbar 14 23.5 24.2 9.5 23.
L 14 Maattekening toestel 18 < < < <
L 15 Maattekening ventilatie rooster 19 < < < <
L 16 Maattekening bedieningsluik 20 < < < <
L 21 < < < <
L 22 < < < <
www.faber.nl - info@faber.nl Saturnus 8 NL - 8448 CC Heerenveen Postbus 219 NL - 8440 AE Heerenveen T. +31(0)513 656500 F.