Operation Manual

38
NEDERLANDS
2. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN
Technische eigenschappen S418
Voeding (Vdc) 24
Nominaal vermogen (W) 35
Opgenomen stroom (A) 1.5
Max. duwkracht (daN) 180
Slag (mm)
350
Snelheid (cm/sec) 1.8
Maximale vleugel (m)
2.7
Type en frequentie gebruik bij 20°C 80 cycli/dag
Opeenvolgende cycli bij 20°C 30
Werkingstemperatuur (°C) -20 +55
Gewicht aandrijving (kg) 6
Beschermingsgraad IP54
Afmetingen aandrijving Zie (fig. 2)
Als u geen mechanische aanslagen voor het openen en sluiten
wilt gebruiken, wordt de slag van de aandrijving 390 mm.
Bij vleugels van meer dan 2,3 m is een elektroslot verplicht om
de vergrendeling van de vleugel te garanderen.
3. INSTALLATIE
3.1. ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN
(standaardinstallatie)
Gebruik geschikte harde en/of flexibele buizen bij het
aanleggen van de elektriciteitskabels.
Om iedere interferentie te vermijden wordt aangeraden de
laagspanningskabels voor de aansluiting van de accessoires
en de besturing altijd te scheiden van de voedingskabels,
door verschillende kabelmantels te gebruiken.
3.2. CONTROLES VOORAF
Voor een goede werking van het automatisch systeem moet de
structuur van de bestaande of de te installeren poort de volgende
eigenschappen hebben:
De mechanische elementen van de constructie moeten in
overeenstemming zijn met de normen EN 12604 en EN 12605.
De lengte van de vleugel moet in overeenstemming zijn met
de bij de technische eigenschappen van de aandrijving
aangegeven gegevens (paragraaf 2).
Robuuste en harde structuur van de vleugels die geschikt is voor
Fig. 3Fig. 3
Pos. Beschrijving Kabels
1 Aandrijvingen Bijgeleverd
2 Elektronische apparatuur
3x1.5 mm
2
(voeding)
3 Fotocellen TX
4x0.5 mm
2
(2x0.5 mm
2
Bus)
4 Fotocellen RX 2x0.5 mm
2
5 Sleutelschakelaar
2x0.5 mm
2
(1 contact)
3x0.5 mm
2
(2 contacten)
6 Waarschuwingslamp 2x1.5 mm
2
7 Externe antenne Coaxkabel
8 Mechanische aanslagen
Pos. Beschrijving Kabels
1 Aandrijvingen Bijgeleverd
2 Elektronische apparatuur
3x1.5 mm
2
(voeding)
3 Fotocellen TX
4x0.5 mm
2
(2x0.5 mm
2
Bus)
4 Fotocellen RX 2x0.5 mm
2
5 Sleutelschakelaar
2x0.5 mm
2
(1 contact)
3x0.5 mm
2
(2 contacten)
6 Waarschuwingslamp 2x1.5 mm
2
7 Externe antenne Coaxkabel
8 Mechanische aanslagen
het automatisch systeem.
Geleidelijke en gelijkmatige beweging van de vleugels, zonder
wrijving en haperingen, gedurende heel de manoeuvre.
Voldoende robuuste scharnieren die in goede staat verkeren.
Mechanische aanslagen op de grond voor het openen en sluiten
(niet nodig als de mechanische aanslagen van de aandrijving
worden gebruikt.
Het wordt aangeraden eventueel smeedwerk te laten
verrichten voordat het automatische systeem wordt
geïnstalleerd.
De structuur houdt rechtstreeks verband met de
betrouwbaarheid en de veiligheid van het automatisch
systeem.
3.3. INSTALLATIEWAARDEN
Bepaal de montagepositie van de aandrijving met raadpleging
van figuur 4 en de bijbehorende tabel. Het is beter in deze fase
te beslissen of u de mechanische aanslagen van de aandrijving
al dan niet wilt gebruiken, als de mechanische aanslagen
namelijk worden verwijderd neemt de effectieve slaglengte
van de aandrijving toe en moeten de waarden A en B worden
gewijzigd.
α
AB
C
D
Z
L
E
Met
mechanische
aanslagen
90°
165 165 330 90 75 690 105
175 175 350 90 85 690 105
110° 150 150 340 80 70 690 105
Met
mechanische
aanslag voor het
openen
90°
175 165 340 100 75 708 105
180 180 360 100 80 708 105
110° 160 160 360 90 70 708 105
Zonder
aanslagen
90° 180 180 360 110 70 708 105
110° 170 170 380 100 70 708 105
Effectieve slaglengte van de aandrijving.
Maximale waarde.
Minimale waarde.
Controleer, zodra de aandrijving is geïnstalleerd, of de waarde
“X” van figuur 5 groter dan 500 mm is. Als de waarde
“X” lager is dan 500 mm, moet een stootproef worden
uitgevoerd zoals beschreven in de norm UNI EN 12445, en
controleer of de gemeten waarden in overeenstemming
zijn met de bepalingen van de norm UNI EN 12453. Als de
gemeten waarden niet overeenkomen met de in de norm
gespecificeerde waarden, is het NOODZAKELIJK de zone
te beschermen met een beveiligingsinrichting conform de
norm UNI EN 12978.
Fig. 4Fig. 4