Operation Manual

Ø 10,5 mm
=
=
NEDERLANDS
4
3 INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM
2 ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN (standaardinstallatie)
3.1 CONTROLES VOORAF
Voor een goede werking van het automatische systeem moet de structuur
van het bestaande of te installeren rolluik de volgende eigenschappen
hebben:
• Maximale afmetingen en gewicht zoals gespecificeerd in Tab. 1.
• Structuur van het rolluik stevig en goed gebouwd.
• Heel de beweging bij het op- en afwikkelen vloeiend, zonder wrijving.
• Draaipennen en bewegende onderdelen in goede staat.
• Heel de beweging van het rolluik goed uitgebalanceerd.
Het wordt aangeraden eventueel smeedwerk te laten verrichten voordat
de structuur wordt geïnstalleerd.
De toestand van de structuur houdt rechtstreeks verband met de
betrouwbaarheid en de veiligheid van het automatische systeem.
3.2 INSTALLATIEWAARDEN
3.3 INSTALLATIE VAN DE AANDRIJVING
Motor FAAC R180 / R280
Sleutelschakelaar
Elektronische bedieningskaart
Optionele elektrische rem
Laagspanningskabel nr.1= 3 x 0,5 mm
Hoogspanningskabel nr.1 van 2 x 1,5 mm
2
+ aarde
en nr. 1van 3 x 1,5 mm
2
+ aarde
Fig. 4
Fig. 6
Fig. 5
Verwijder, alvorens de noodzakelijke metingen te
verrichten, zorgvuldig eventuele stof- en vetresten,
houtsnippers etc. van de as van het rolluik.
Handel als volgt om het juiste punt te vinden waar de aandrijving moet
worden geplaatst:
Wikkel het rolluik helemaal af om toegang te krijgen tot de
wikkelas;
Zoek, zoals aangegeven in Fig. 5, het middelpunt van de wikkelas
en markeer dit punt voor later;
Monteer de aandrijving volgens de instructies van hoofdstuk 3.3,
door de motor op de rechterkant van de as te monteren, zoals
aangegeven in Fig.5.
1.
2.
3.
Let er bij het installeren met name op dat de montage-
hulpbeugel ref.
Fig. 6 NIET WORDT VERWIJDERD,
om de beginpositie van de eindaanslagen niet te
wijzigen.
Monteer vervolgens de aandrijving als volgt:
Plaats de complete aandrijving op de as met het centrale deel
van de bevestigingsflens (ref.
van Fig. 6) op het middelpunt dat
eerder in hoofdstuk 3.2 is gemeten;
Bij wikkelassen met een diameter van 48 of 42 mm, zoals eer-
der gemeten in hoofdstuk 1.2, moeten de speciale bijgeleverde
reductiestukken erin worden gezet zoals geïllustreerd in Fig. 6A ref.
;
Bevestig de bevestigingsflens op het bijbehorende deel, ref.
,
met behulp van de vier schroeven, ref.
;
Bevestig zorgvuldig de aandrijving aan de wikkelas met behulp
van de twee drukschroeven en de bijbehorende contramoeren
in ref.
;
1.
2.
3.
4.
Fig. 7
Fig. 6A
Voor de installatie van 2 aandrijvingen R180 of R280
op een rolluik van meer dan 4,5 meter breed, zie
hoofdstuk 8 op pagina 8.