Operation Manual

6
NEDERLANDS
BASISPROGRAMMERING
Display
Functie dF01
dF
DEFAULT-PROGRAMMERING:
00 Neutrale conditie.
0 1 Default 01 geladen
02 Default 02 niet gebruikt
03 Default 03 niet gebruikt
04 Default 04 niet gebruikt
Als u geen default wilt laden of wijziging, laat de stap dF dan op de waarde 00.
00
LO
BEDRIJFSLOGICA’S:
E Halfautomatisch
EP Halfautomatisch “Stap voor stap”
A Automatisch
AP Automatisch “Stap voor stap”
E
PA
PAUZETIJD:
Heeft alleen effect als een automatische logica is geselecteerd. Regelbaar van
0
tot
59
sec. in stappen van
een seconde.
Vervolgens verandert de weergave in minuten en tientallen seconden (gescheiden door een punt), en wordt
de tijd geregeld in stappen van 10 seconden, tot een maximumwaarde van
4.1
minuten.
BIJV.: als het display
2.5
, aangeeft, correspondeert de pauzetijd met 2 minuten en 50 seconden.
2.0
In
Programmering verlaten en terugkeren naar weergave status van de ingangen.
(zie hoofdstuk 6)
7.1 BASISPROGRAMMERING
De BASISPROGRAMMERING wordt opgeroepen met de drukknop F:
als hij wordt ingedrukt (en ingedrukt wordt gehouden), toont het display de naam van de eerste functie.
als de knop wordt losgelaten, toont het display de waarde van de functie; deze kan worden gewijzigd met de toetsen + en -.
als F opnieuw wordt ingedrukt (en ingedrukt wordt gehouden), toont het display de naam van de volgende functie.
aangekomen bij de laatste functie zult u, als u opnieuw F indrukt, de programmering verlaten, en geeft het
display opnieuw de status van de ingangen weer.
In de volgende tabel (Tab. 2) wordt de volgorde van de functies gegeven die kunnen worden opgeroepen in de
BASISPROGRAMMERING:
Tab. 2
7.3 CONTROLE VAN DE DRAAIRICHTING
Om te controleren of de fasen van de motor op correcte wijze zijn aangesloten, moet de volgende procedure worden uitgevoerd:
1) Zet de aandrijving op handmatige werking.
2) Zet de deur met de hand half open.
3) Blokkeer de aandrijving
4) Schakel de voeding naar het systeem in.
5) Geef een openingsimpuls (OPEN) en controleer of de motor de deur opent. Als de deur wordt gesloten, moeten op
het klemmenblok van de kaart de fasen van de elektrische motor worden omgedraaid (bruine en zwarte kabels).
Als twee aandrijvingen zijn geïnstalleerd, moeten op de klemmen “COM, OP, CL” van de kaart E550 en van de
SLAVE-kaart kabels met dezelfde kleur worden aangesloten; als de fasen moeten worden omgedraaid, moeten ze bij
beide motoren worden omgedraaid.
De kaart voert een elektronische controle uit (waarbij de motor moet zijn aangesloten) alvorens te starten. Als
u probeert de kaart te laten werken zonder de lading van de motor, of als de lading onvoldoende is, wordt er
geen spanning gegeven op de uitgang van de motor.
• De verlichting gaat aan zodra de motor start, en blijft vanaf het begin van de beweging gedurende de
geprogrammeerde tijd branden.
7.2 AFSTELLEN EINDSCHAKELAARS VOOR OPENEN EN SLUITEN
1) Deblokkeer de aandrijving.
2) Open de deur tot het gewenste punt; stel de nok zo in dat hij de microschakelaar FCA inschakelt.
3) Draai de schroef op de nok vast.
4) Sluit de deur tot het gewenste punt; stel de nok zo in dat hij de microschakelaar FC inschakelt.
5) Draai de schroef op de nok vast.
6) Blokkeer de aandrijving weer.