per la natura carta riciclata 100% for nature recycled paper 100% pour la nature papier recyclé 100% ist umweltfreundlich 100% Altpapier para la naturaleza 100% papel reciclado voor de natuur 100% kringlooppapier 930 N SF-SFA
CE-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING VOOR MACHINES (RICHTLIJN 98/37/EG) Fabrikant: FAAC S.p.A. Adres: Via Benini, 1 - 40069 Zola Predosa BOLOGNA - ITALIË Verklaart dat: Het automatisch systeem mod. 930N SF-SFA • gebouwd is om in een machine te worden ingebouwd of te worden verbonden met andere machines om een machine te vormen zoals bedoeld in de Richtlijn 98/37/EG; • en voldoet aan de fundamentele veiligheidseisen van de volgende andere EEG-richtlijnen: 73/23/EEG en volgende wijziging 93/68/EEG.
AUTOMATISCHE DEUR 930 N SF-SFA 1. BESCHRIJVING Lees de instructies aandachtig door alvorens te beginnen met de installatie van het product. Alle maten in deze handleiding zijn uitgedrukt in millimeters.
LEGENDA PROFIELEN 햳 햲 햲 햴 햹 햴 햶 햵 햶 햵 햸 햲 햳 햶 햴 햷 햹 햸 햵 햲 STEUNPROFIEL 햳 ZELFDRAGEND PROFIEL 햴 AANDRIJVINGPROFIEL 햵 ONDERSTE KAPPROFIEL 햶 KAPPROFIEL 햷 BEVESTIGINGSPROFIEL VLEUGEL 햸 SLUITPROFIEL STANDAARD AUTOMATISCH SYSTEEM 햹 SLUITPROFIEL ZELFDRAGEND AUTOMATISCH SYSTEEM 3
930 N SF1/SF2 HA=LH-16,5±10mm HA = Hoogte van de vleugel LH = hoogte vanaf de vloer tot de onderrand van de kap N.B.: bij de berekening van de hoogte van de vleugel is de maat tot de scharnierende glijschoen genomen. Als er een nietscharnierende glijschoen wordt gebruikt, zie dan de specifieke instructies. fig.
930 N SFA1/SFA2 HA=LH-16,5±10mm HA = Hoogte van de vleugel LH = hoogte vanaf de vloer tot de onderrand van de kap N.B.: bij de berekening van de hoogte van de vleugel is de maat tot de scharnierende glijschoen genomen. Als er een nietscharnierende glijschoen wordt gebruikt, zie dan de specifieke instructies. fig.
930 N SF kristallen vleugel HA=LH-(4,5+44,5)+21±10mm HA = Hoogte van de vleugel LH = hoogte vanaf de vloer tot de onderrand van de kap fig.
A. 2. INSTALLATIE GEASSEMBLEERD AUTOMATISCH SYSTEEM Controleer of het vlak waartegen de dwarsbalk geplaatst moet worden, geen belangrijke vervormingen heeft. Leg de dwarsbalk op de grond. Demonteer de parachutekabels (als die er zijn) aan de kant van de dwarsbalk, door de blokkeermoeren los te draaien zoals op fig. 5 ref. 햲.
Bepaal de exacte positie van de dwarsbalk tegen de muur, aan de hand van de maten die worden aangegeven op fig. 2 voor het model SF, fig. 3 voor het model SFA, en fig. 4 voor de deuren met kristallen vleugel. Demonteer de aandrijfmodule door de moeren van de bevestigingsplaten los te draaien, en door maar één moer per plaat weg te halen (fig. 7 ref. 햲). Laat de steunstangen van de module in het profiel van de dwarsbalk zitten. Demonteer de wagens van het steunprofiel. 햲 fig. 7 2.
Afhankelijk van de lengte van de dwarsbalk kunnen er tussenliggende bevestigingspunten nodig zijn, waarbij dan gebruik gemaakt moet worden van de geleider die aangegeven wordt op fig. 11 ref. 햲. van 3 tot 4 m is één bevestigingspunt in het midden nodig. van 4 tot 6,1 m zijn twee tussenliggende bevestigingspunten nodig. Het wordt hoe dan ook geadviseerd de balk in het midden vast te zetten, ook voor lengten van minder dan 3 m.
3.1 Bevestiging van de wagens aan de vleugels Bevestig de wagens aan de vleugel volgens de maten die worden aangegeven op fig. 17 voor de dubbele vleugel, en fig. 18 voor de enkele vleugel. Haal de blokkeerschroeven van de wagens aan. 50 20 10 50 20 10 10 10 vleugel sluiting L. vleugel sluiting R. fig. 17 50 30 30 enkele vleugel sluiting R. 50 enkele vleugel sluiting L. fig. 18 4.
5. REGELING VAN DE VLEUGELS Monteer de vleugels op de dwarsbalk. De wagens hebben twee wieltjes en een tegendrukwiel. Aan de onderkant van de wagens zitten twee uitsparingen waarmee de diepte van de vleugel kan worden geregeld. 5.1 Hoogteregeling van de vleugels Via de wagens is een hoogteregeling van de vleugels van ± 10 mm mogelijk. Ga deze regeling als volgt te werk voor: •Haal de twee schroeven met cilindervormige kop iets los (fig. 22). •Draai de schroef (fig.
6. REGELING MECHANISCHE AANSLAGEN Voor deuren met enkele vleugel: haal de blokkeermoeren van de mechanische aanslagen (fig. 26 ref. 햲) los en breng hen naar het uiteinde van de dwarsbalk. Breng de vleugel in geopende positie (fig. 27), breng de mechanische aanslag naar de wagen toe totdat ze elkaar raken, en blokkeer de blokkeermoer weer. Breng de vleugel in gesloten positie, breng de mechanische aanslag naar de wagen toe totdat ze elkaar raken, en blokkeer de moer weer.
7. MONTAGE VAN DE AANDRIJFMODULE Monteer de aandrijfmodule, die eerder gedemonteerd is, gecentreerd ten opzichte van de middellijn van de dwarsbalk (fig. 29). Zet de module aan de dwarsbalk vast met de vier platen en de trekschroeven (fig. 30). fig. 29 fig.
8. Automatisch systeem met enkele vleugel: •Breng de vleugel in geopende positie (fig. 32). •Breng de riemlas/verplaatsingsstang ter hoogte van de binnenste wagen. •Steek twee plaatjes met schroefopening in de verplaatsingsstang (fig. 32). •Zet de verplaatsingsstang op de wagens vast met de meegeleverde schroeven, en controleer of het mogelijk is de vleugel helemaal te openen en te sluiten. •Snijd het overtollige deel van de verplaatsingsstang af.
9. REGELING VAN DE RIEM •Draai de bout (fig. 33 ref. 햳) vaster om de riem te spannen, of losser om de riem te ontspannen. •Haal de moer aan nadat de juiste spanning is bereikt. Controleer of de riem niet slap of te strak gespannen is. Ga als volgt te werk om de riem te spannen. •Haal de moer los (fig. 33 ref. 햲). 햲 햳 fig. 33 10. MONTAGE ONDERSTE KAPPROFIEL Monteer het onderste kapprofiel dat eerder gedemonteerd is, door het vast te zetten op de 3 steunbeugels van de kap, zoals te zien is op fig. 35.
11. 12. MONTAGE PARACHUTEKABELS EN SLUITKAP MONTAGE SLUITPROFIEL Standaard automatisch systeem: monteer het sluitprofiel voor het standaard automatische systeem, zoals aangegeven op fig. 38. Breng de borstel (indien gewenst) aan in het sluitprofiel, voordat deze gemonteerd wordt, fig. 38 ref. 햲. Zelfdragend automatisch systeem: monteer het sluitprofiel voor het zelfdragende automatische systeem, zoals aangegeven op fig. 39.
13. MONTAGE ZIJSTUKKEN Breng de zijstukken aan zoals aangegeven op fig. 40. De zijpaneeltjes zijn voorgekerfd voor aanpassing aan dwarsbalken met of zonder zelfdragend profiel. 14. MOTORVERGRENDELING De motorvergrendeling is een voorziening waarmee wordt gegarandeerd dat de vleugels in een willekeurige positie worden geblokkeerd.
15. INBEDRIJFSTELLING VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM •Verwijder de beschermdeksels van de groepen met de besturingsunit SDM en transformator, door hen voorzichtig op te lichten met een schroevendraaier, zoals op fig. 43. Om hen terug te plaatsen, moeten zij aan de bovenkant worden vastgehaakt en worden aangeduwd zoals op fig. 44. •Controleer met de hand of de vleugels en alle bewegende elementen goed verschuiven.
B. ASSEMBLAGE VAN AUTOMATISCHE SYSTEMEN IN BOUWPAKKETTEN In deze sectie wordt beschreven hoe een automatisch systeem dat als bouwpakket geleverd is, moet worden geassembleerd. Het wordt geadviseerd om de assemblage tegelijkertijd met de installatie uit te voeren, nadat alle nodige profielen zijn voorbereid. Zie sectie A voor de installatieprocedure. 16. 16.2 Afsnijden en bevestiging van de glijrail Snijd de glijrail 20 mm korter af dan de lengte van het steunprofiel.
16.3 Bevestiging van componenten aan het profiel 17.1 Installatie beugels voor bevestiging aan de zijkant Aan het steunprofiel kunnen accessoires worden bevestigd, dit gebeurt met behulp van de meegeleverde plaatjes. Zij kunnen in de daarvoor bestemde ruimten worden aangebracht, zowel aan de zijkanten alsook op elk willekeurig ander punt van het profiel (fig. 46). 17. Breng 6 plaatjes met schroefgaten aan op de profielen van de dwarsbalk, zoals aangegeven op fig. 49.
18 PLAATSING VAN DE EINDAANSLAGEN 19. Breng twee plaatjes aan op de uiteinden van het profiel van de dwarsbalk (fig. 51). Monteer de twee mechanische aanslagen zoals aangegeven op fig. 52, met behulp van de meegeleverde trekschroeven. VERPLAATSINGSWAGENS Bereid het vereiste aantal wagens voor, 2 of 4, afhankelijk van het aantal vleugels. Automatisch systeem met dubbele vleugel: Monteer twee blokkeerplaten op de binnenste wagens, zoals aangegeven op fig. 53. Monteer de aanslagrubbertjes (fig. 53, ref.
Automatisch systeem met enkel vleugel: Monteer twee blokkeerplaten op de wagens, zoals aangegeven op fig. 54, afhankelijk van de richting waarin de vleugel sluit. Referentie A, opening naar links Referentie B, opening naar rechts Plaats de wagens op de glijrail vanaf de uiteinden van de dwarsbalk. Voor de plaatsing van de wagens op de vleugels, zie paragraaf 3.1. B A fig. 54 20. AANDRIJFMODULE De aandrijfmodule wordt altijd geassembleerd geleverd, en is leverbaar in 4 maten.
20.1 Installatie aandrijfmodule De aandrijfmodule wordt geleverd met maar één verplaatsingsstang die al aan de riem is bevestigd. Deze stang zit altijd vast aan het onderste riemsegment, en is naar links gericht (fig. 55). In het geval van deuren met één vleugel met opening naar links, moeten de twee blokkeerschroeven (fig. 55 ref. 햲) worden losgedraaid, en moet de verplaatsingsstang met de hand naar rechts worden gebracht.
Breng de plaatjes aan in de behuizingen van het steunprofiel, zoals aangegeven op fig. 57. Voor de modules L=1100 en L=1500, breng 8 plaatjes aan (4 in behuizing A en 4 in behuizing B). Voor de modules L=2300 en L=3200, breng 10 plaatjes aan (5 in behuizing A en 5 in behuizing B). A Schroef de 4 bevestigingsstangen van de aandrijfmodule (fig. 58) of de 5 stangen (fig.
22. INSTALLATIE DRAAGBEUGELS KAPPEN Breng 4 plaatjes aan op het profiel van de dwarsbalk, om de draagbeugels aan de zijkanten voor de onderkap te monteren (fig. 62). Breng er 2 aan de ene kant van de dwarsbalk aan, en 2 aan de andere kant. x1 Breng nog 2 plaatjes aan in het midden van de dwarsbalk, om de beugel in het midden te bevestigen (fig. 63, ref. 햲). Zet de drie beugels vast met de daarvoor bestemde schroeven, zoals aangegeven op fig. 63, ref. 햳). x1 x1 x1 fig. 62 햳 햲 햳 햳 fig.
23. Als er geen speling is, dient u als volgt te werk te gaan: •Haal de twee schroeven (fig. 66 ref. 햲) los, waarmee de riemlas aan de verplaatsingsstang is vastgezet (op beide wagens, in het geval van een dubbele vleugel). •Verplaats de riemlas enigszins in horizontale richting, totdat het hendeltje vrij kan bewegen; zet daarna de schroeven op de riemlas weer vast. INSTALLATIE MOTORVERGRENDELING Installeer de motorvergrendeling met de bijgeleverde bouten, zoals aangegeven op figuur 64 ref. 햲. 23.
•Voer de kabel (fig. 70 ref. 햲) door onderdeel 햳, tot de huls niet verder kan (fig. 70, ref. 햸). •Steek de kabel in de klem (fig. 70 ref. 햴). •Trek het onderdeel 햹 ertegenaan (zodat de veren worden ingedrukt) en draai de schroef van klem 햴 vast, zodat de staalkabel geblokkeerd wordt. Snijd de overtollige staalkabel af. •Controleer of de aankoppeling van de motorvergrendeling vrij is van de aankoppeling van de motoras (fig. 65 ref. B).
24. INSTALLATIE ONDERKAP Snijd het onderste kapprofiel af op de lengte van het steunprofiel. Als de motorvergrendeling aanwezig is, moet het onderste kapprofiel korter worden afgesneden dan het steunprofiel, zodat de ontgrendelknop (fig. 72, ref. 햲) kan worden geïnstalleerd. Breng 3 plaatjes aan in de daarvoor bestemde behuizing in het kapprofiel (fig. 73). Zet het kapprofiel vast aan de drie beugels, met behulp van de schroeven, zoals aangegeven op fig. 74 ref. 햲. 햲 x3 fig. 72 fig. 73 햲 햲 햲 fig.
25. SLUITKAP EN ACCESSOIRES VOOR BEVESTIGING KAP Snijd de sluitkap af op dezelfde lengte als het steunprofiel. Monteer de trillingdempende afstandstukken (fig. 75, ref. 햲). Plaats de sluitkap op de afstandstukken; trek eraan zoals aangegeven op fig. 75 en draai hem naar boven, totdat hij correct vast komt te zitten. De vierkante plaatjes en de trekschroeven M5 zijn geschikt voor de onderstaande accessoires: Fig. 76 ref. A: 1 st. voor de parachutekabel en 1 st.
Plaats de metalen blokkeerplaatjes (fig. 79, ref. 햲) op de kap, ter hoogte van de beugels, met behulp van de 3 plaatjes die eerder zijn voorbereid (fig. 76, ref. B en C) en de meegeleverde schroeven. Alleen als er standaard accessoires worden gebruikt voor bevestiging van de kap, moet het klittenband worden aangebracht op de metalen plaatjes (fig. 79, ref. 햳). 25.1 Installatie beugels voor bevestiging kap Breng drie plaatjes aan in de behuizing van het onderste kapprofiel, zoals aangegeven op fig. 77.
25.2 Installatie parachutekabels Bevestig een oog van de parachutekabels aan de trekschroeven M5 die eerder zijn voorbereid (fig. 76, ref. A en D) op de sluitkap. Blokkeer de ogen met de meegeleverde moer (fig. 80, ref. 햲). Breng twee plaatjes aan in de behuizing van het steunprofiel (fig. 80. ref. 햳) en blokkeer het tweede oog met de meegeleverde schroef (fig. 80, ref. 햴). 햳 햲 햲 햴 햴 fig. 80 25.
26. INSTALLATIE SET NOODBATTERIJEN Monteer de twee batterijen in de houder van de transformator, gebruik makend van de steunplaat (fig. 82, ref. 햲) en de meegeleverde schroeven (fig. 82, ref. 햳). Bedraad de twee batterijen in serie met behulp van de meegeleverde verbindingskabels (fig. 82, ref. 햴) en steek de connector van de kabel in de batterijenkaart (fig. 82, ref. 햵). Voor de verbinding van de batterijenkaart en de programmering, zie de sectie over de elektronische kaart in deze instructie.
ELEKTRONISCHE KAART SDM J1 J3 F1 SP-UP DP ON 1 2 J8 OUT 1 RESET SW5 SETUP SP-DOWN SP-UP CONNECTOR J1 J2 J3 J4 J5 J6 J7 J8 J11-J12-J13 ZEKERING F1 F2 DP SW5 J12 I-DET PSW 2 PSW 1 J13 EM.1 EM.2 OPENED J6 MONODIR OFF J5 zekering 5x20 T 6.
KLEMMENBORD J5 KLEMMENBORD J6 SD-KEEPER EXTERNE SENSOR J5 J6 2x0.
Klemmenbord J6 BESCHRIJVING KLEMMEN 1 +24V +24V voeding accessoires. De totale maximum belasting van de accessoires die zijn aangesloten op de ingangen “+Vacc” en “”+24V” mag niet groter zijn dan 700mA. 2 OUT 3 (default “status deur niet gesloten”) Open-collec toruitgang (negatief) (max 100mA). In de standaard instelling is deze uitgang actief zolang de deur niet gesloten is. Via SD-Keeper+Display is het mogelijk de werking van deze uitgang anders te programmeren (zie de programmeerinstructies).
slechts 1 fotocel in te stellen (die eveneens moet worden aangesloten op de ingang PSW1), zodat de ingang PSW2 wordt uitgeschakeld en er geen brug hoeft te worden gemaakt (zie de programmeerinstructies van de SD-Keeper). -2 FOTOCELLEN •sluit de fotocellen aan op de ingangen PSW1 en PSW2. INBEDRIJFSTELLING De eerste keer dat de deur wordt gevoed voert de SDM-kaart automatisch een SET-UP procedure uit en worden alle instellingen van de standaard configuratie geladen.
Bij de bedrijfsfunctie “Nacht” bestaat de reset uit een langzame sluitende beweging, terwijl zij gewoonlijk een langzame openende beweging is. Tijdens de reset knippert de led ERROR snel. SNELHEIDSVERANDERINGEN De openings- en sluitingssnelheid kan worden ingesteld op 10 niveaus. Niveau 10 correspondeert met de maximumsnelheid die wordt toegestaan door het gewicht van de deur, terwijl niveau 1 correspondeert met de minimumsnelheid.
PROGRAMMEERUNIT SD-KEEPER De SD-Keeper kan worden uitgeschakeld met een toetsencombinatie (zie de speciale functie LOCK) of door een interne overbrugging te maken via een schakelaar (afb. 2 ref. LOCK). De SD-Keeper wordt gebruikt om de bedrijfsfuncties te selecteren en automatische schuifdeuren te regelen en te programmeren. Hij bestaat uit twee delen: een vast gedeelte waarmee de bedrijfsfuncties kunnen worden geselecteerd met de drukknoppen en signaleringsleds (afb. 1 ref.
쐃 HANDBEDIENING TWEE RICHTINGEN 쐇 EEN RICHTING PARTIAL OPENING 쐋 OK TOTALE OPENING AUTOMATISCH 쐏 쐃 쐇 쐋 쐏 쐄 DEUR OPEN 쐄 NACHT afb. 4 SPECIALE FUNCTIES BEDRIJFSFUNCTIES Set-up De selectie geschiedt via de toetsen op het vaste deel van de programmeur; de functie wordt aangegeven doordat de corresponderende led gaat branden. Opmerking: als de modus “Nacht” of “Handbediening” is ingesteld, moeten de desbetreffende selectietoetsen worden ingedrukt om de modus te verlaten.
Om de programmering te beginnen terwijl op het display de standaard weergave verschijnt, moet op één van de toetsen 왕 of 왓 worden gedrukt. De programmering is onderverdeeld in hoofdmenu’s (zie het kader) die zijn onderverdeeld naar onderwerp. Wanneer het menu is geselecteerd met de toetsen 왕 of 왓, moet op OK worden gedrukt om het op te roepen. Elk menu is op zijn beurt onderverdeeld in sub-menu’s op verschillende niveaus voor instelling van de parameters.
3 BATTERY OK 3.1 BATTERY KIT OK OFF OK * OK ON 3.2 BAT. OPERATION 3.3 LAST OPERAT. OK * OK NO STANDARD OK STANDARD OK OPENING * OK CLOSING 3.4 NIGHT BATT EXIT 4 LOCK OK 4.1 KIT LOCK OK * OK NO STANDARD OK STANDARD OK OK ON OK * OK OFF 4.2 4.3 NIGHT LOCK SURVEILLANCE OK * OK NO STANDARD OK STANDARD OK OFF * ON EXIT 5 DIAGNOSTICS OK 5.1 SDM HW v. SW v. OK NIGHT * OK ONE WAY+NIGHT OK ALWAYS OK OK OK OK OK 5.2 NR.
incorrect code 6 ADVANCED MENU OK 1 PASSWORD 0000 OK OPERATION PARAMETERS OK 1.1 1.2 1.3 1.4 PASSWORD 0000 OK CLOSING SPEED OK 3 * OK OPENING SPEED OK 10 * OK DECEL. WIDTH OK OPENING: 0 CM OK DECEL.
incorrect code 6 ADVANCED MENU 1 2 OK PASSWORD 0000 OK PASSWORD 0000 PASSWORD 0000 OK OPEN OK SPEED: STANDARD OK NO MEMORY CLOSE OK SPEED: NO STANDARD OK WITH MEMORY PASSWORD 0000 OK IN/OUT SETUP OK 2.1 2.3 EMERG 1 EMERG 2 PHOTOCELLS OK OK OK STOP * OPEN * 2.4 SENSORS OK OK KEY OK 2.
6 incorrect code ADVANCED MENU 1 2 3 OK PASSWORD 0000 PASSWORD 0000 OK PASSWORD 0000 OK OK correct code OPERATION PARAMETERS IN/OUT SETUP VARIOUS OK 3.1 3.2 STAND SETUP INTERLOCK OK OK STANDARD OK NO STANDARD OK OFF 3.3 KIT ELASTIC.
7 CLOCK 8 OK SUN 00:00 00/00/00 OK SUN 00:00 00/00/00 OK SUN 00:00 00/00/00 OK SUN 00:00 00/00/00 OK DOM 00:00 00/00/00 OK SUN 00:00 00/00/00 OK SUN 00:00 00/00/00 OK SUN 00:00 00/00/00 OK SUN 00:00 00/00/00 OK DOM 00:00 00/00/00 OK OK TIMER * OFF ON 9 TIMER PROGRAMMING OK 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.
1 Opening: Standard LANGUAGE Bij detectie van een obstakel tijdens opening stopt de deur een seconde en gaat vervolgens dicht. Tijdens de volgende opening vertraagt de deur in de buurt van het punt waar eerder het obstakel gedetecteerd is, en gaat hij op beperkte snelheid verder totdat hij helemaal gesloten is. Selecteert de taal waarin de meldingen op het display verschijnen.
4 N° BESCHRIJVING BETEKENIS ENERGIEBESP. Werking met laag verbruik met batterij 1 SNELH. VERAND. Snelheid gewijzigd, nieuwe set-up nodig 2 BAT. WERKING De deur werkt op de batterij 3 GEFORC. OPENING Er wordt een poging gedaan de opening van de deur te forceren 4 BATT.
2.6 Out 1 2.7 Out 2 2.8 Out 3 2 IN/OUT SETUP 2.1 Emerg 1 2.2 Emerg 2 Stelt de functie of de status in die geassocieerd is met de afzonderlijke uitgangen van de SDM-kaart. Standaardinstelling OUT 1: Gong/NO Standaardinstelling OUT 2: Light/NO Standaardinstelling OUT 3: No close/NO Functie/Status Op grond van de selectie wordt de uitgang geactiveerd: Stelt het effect in van de bedieningsn in noodgevallen (ingangen Emerg1 en Emerg2 op de SDM-kaart).
Slave 9 Definieert de deur die als slave fungeert. No Memory TIMER PROGRAMMING Hiermee kunnen maximaal 5 verschillende tijdvakken worden gecreëerd voor elke dag van de week (door de begintijd van het tijdvak in te stellen) en kan aan elk tijdvak een bedrijfsfunctie worden toegewezen.
ACCESSOIRES LOCK SURVEILLANCE Met deze accessoire kan worden gecontroleerd of de grendel correct functioneert, en kunnen eventuele fouten worden gesignaleerd via de SD-Keeper. Om de surveillance op de grendel te activeren moet de functie worden ingesteld met de SD-Keeper+Display.
genoeg laadreser ve heeft om één verplaatsing in noodgevalen te verrichten, waarna •de laatste geprogrammeerde verplaatsing wordt uitgevoerd (opening of sluiting), en tenslotte •de SDM-kaart overgaat op ENERGIEBESPARING.
INTERLOCK Tussenvergrendeling zonder interne sensors Tussenvergrendeling met interne sensors Deze applicatie is geschikt wanneer het vanwege de kleine afstand tussen de twee deuren niet mogelijk is twee interne sensors te gebruiken; voor bediening van de deuren van buitenaf zijn twee drukknoppen voorzien. •Maak de verbindingen tussen de klemmenborden J6 van de twee kaarten SDM, van de drukknoppen en van de aanvullende elektronische componenten, zoals op afb. 7.
RICHTLIJNEN VOOR DE DIAGNOSTIEK 햲 Hier volgt een lijst met mogelijke alarmen, samen met de bijbehorende uitleg/oplossing. De SD-Keeper+Display geeft in het menu Diagnostics het alarmnummer en de beschrijving weer. Alleen de SD-Keeper toont het type alarm aan door middel van de combinatie van knipperende leds (zie de afbeelding hiernaast). 햳 햴 햵 햷 햸 햹 햶 BESCHRIJVING OORZAAK OPMERKINGEN ACTIES ENERGIEBESP.
14 Fotocel 1 defect 15 De uitvoering van de SETUP Nadat het obstakel is verwijderd start de wordt belet SETUP automatisch 18 De SETUP-procedure kan niet worden voltooid omdat er een te grote doorgangsruimte is waargenomen (meer dan 3 m) De SETUP-procedure is niet voltooid omdat er onvoldoende doorgangsruimte is waargenomen (minder dan 70cm) De SETUP-procedure kan niet worden voltooid omdat er een te grote wrijving of te hoog gewicht van de vleugels is waargenomen Er is een storing geconstateerd op de m
OPSPOREN VAN STORINGEN Hier volgt een hulp bij het opsporen en oplossen van bijzonder condities.
voor de natuur 100% kringlooppapier Le descrizioni e le illustrazioni del presente manuale non sono impegnative. La FAAC si riserva il diritto, lasciando inalterate le caratteristiche essenziali dell’apparecchiatura, di apportare in qualunque momento e senza impegnarsi ad aggiornare la presente pubblicazione, le modifiche che essa ritiene convenienti per miglioramenti tecnici o per qualsiasi altra esigenza di carattere costruttivo o commerciale.