Operation Manual
90
4.5. MONTAGE VAN DE KETTINGPIGNONS
In de uitvoeringen voor toepassingen met ketting en met
tussenoverbrengingen, moet de kettingpignon Z16 of Z20 worden
gemonteerd. Ga als volgt te werk:
4.5.1. MOD. 746 ER CAT (fig. 18 - 19)
1) Monteer de spanstift in de as met behulp van een hamer.
2) Plaats de kettingpignon op de as en laat hierbij de zittingen van
de pignon op de spanstift samenvallen en haal de schroef met
de ringen aan.
Opmerkingen over de installatie van de tandheugel
• Controleer of er gedurende de beweging van de poort geen
elementen van de tandheugel buiten de pignon lopen.
• Las beslist geen tandheugelelementen aan de afstandstukken
of aan elkaar.
• Na de installatie van de tandheugel
is het, om correct ingrijpen met de
pignon te garanderen, goed om de
positie van de motorvertraging
ongeveer 1,5 mm (fig. 17) te verlagen.
• Controleer met de hand of de poort
de mechanische eindaanslagstops
bereikt en of er gedurende de
beweging geen wrijving is.
• Gebruik geen vet of andere smeermiddelen tussen pignon
en tandheugel.
Fig. 15
Fig. 16
Fig. 19
Fig. 18
Fig. 21
Fig. 20
Fig. 17
0÷10 mm
5÷1
2
mm
A
B
4 . 5 . 2 . MOD. 746 ER RF (Figg. 20 - 21)
1) Monteer de spanstift in de as met behulp van een hamer.
2) Plaats de beugel van de tussenoverbrengingen op de flens
van de motorvertraging met behulp van de vier schroeven
(M5 x 12) en de bijbehorende ringen uit de set, zoals
aangegeven op fig. 20.
3) Plaats de kettingpignon op de as en laat hierbij de zittingen
van de pignon op de spanstift samenvallen en haal de
schroef en de ringen en aan.
4) Voer de ketting door zoals aangegeven op fig. 21 ref.A en
monteer de afdekking met de schroef en de ring van
fig. 20.
5) Voor aandrijvingen met MLS eindschakelaar dienen er
steunen voor de bijgeleverde magneten te worden
aangebracht volgens, de maten die worden aangegeven
op fig. 21 ref.B.










