Operation Manual
88
Fig. 4
Fig. 5
Fig. 6
Fig. 7
Fig. 2
Fig. 3
2. AFMETINGEN
3 . ELEKTRISCHE AANSLUITMOGELIJKHEDEN (standaard installatie)
Om de aansluitingen gemakkelijk tot stand te brengen, de
kabels ongeveer 40 cm uit het gat (figg. 5-6 ref. ) van de
funderingsplaat laten steken.
4.3. MECHANISCHE INSTALLATIE
1) Monteer de hoekbevestigingsstukken en de trillingendempende
afstandstukken op de aandrijving, zoals op fig. 8.
2) Open het deksel door de bevestigingsschroeven los te
schroeven.
3) Plaats de aandrijving op de plaat met behulp van de
bijgeleverde ringen en moeren, zoals op fig. 9.
Voer tijdens deze handeling de kabels door het kanaal in de
onderste helft van de aandrijving (fig. 10 - ref. A).
Om toegang te krijgen tot de elektronische apparatuur, de
kabels door het gat voeren met behulp van de bijgeleverde
kabelklem met rubber. Alle kabels moeten met zorg van de
mantels worden ontdaan, zodat de kabelklem alleen de
afzonderlijke draden vasthoudt (fig. 10 - ref. B).
Aandrijving 746
met app. 780D
Fotocellen
Sleutelschakelaar
Waarschuwingslamp
Radio-ontvanger
4. INSTALLATIE VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM
4.1. VOORBEREIDENDE CONTROLES
Uit het oogpunt van de veiligheid en om een goede werking
van het automatische systeem te verzekeren, dient aan de
volgende vereisten te worden voldaan:
• De constructie van de poort moet geschikt zijn om te
worden geautomatiseerd. Het is met name noodzakelijk
dat de diameter van de wielen in de juiste verhouding
staat tot het gewicht van de te automatiseren poort, dat
er een bovenrail aanwezig is en dat er mechanische
eindaanslagstops zijn om te voorkomen dat de poort uit
de rails loopt.
• De eigenschappen van het terrein moeten een garantie bieden
voor voldoende stevigheid van de funderingsplint.
• In de zone van de uitgraving van de plint mogen geen
leidingen of elektriciteitskabels lopen.
• Als de motorvertraging zich in de zone bevindt waar de
voertuigen passeren, dient, indien mogelijk, te worden gezorgd
voor een afdoende bescherming tegen stoten.
• Controleer of er een goede aarding is voor de aansluiting van
de motorvertraging.
4.2. INMETSELEN VAN DE FUNDERINGSPLAAT
1) Assembleer de funderingsplaat zoals is aangegeven op fig. 4.
2) De funderingsplaat moet worden geplaatst zoals op fig. 5
(sluiting naar rechts) of fig. 6 (sluiting naar links) om te verzekeren
dat pignon en tandheugel goed in elkaar grijpen.
3) Maak een funderingsplint zoals op fig. 7 en metsel de
funderingsplaat in, waarbij u één of meer kabelmantels voor het
doortrekken van de elektriciteitskabels voorziet. Controleer met
een waterpas of de plaat perfect horizontaal is. Wacht tot het
cement is uitgehard.
4) Leg de elektriciteitskabels aan voor de verbinding met de
accessoires en voor de elektrische voeding zoals op fig. 3.
De maten zijn uitgedrukt in mm.










