Operation Manual

100
Fig. 50
Fig. 51
Fig. 49
Fig. 48
9. HERSTEL VAN DE NORMALE WERKING
Om te voorkomen dat een ongewilde impuls de poort gedurende
de beweging kan aandrijven, dient u de voeding van het systeem
te halen alvorens de aandrijving weer te blokkeren.
1) Sluit de ontgrendelhendel.
2) Draai de sleutel tegen de klok in.
3) Trek de sleutel eruit en sluit het beschermdeurtje van het slot.
4) Beweeg de poort tot hij deblokkeert.
8. HANDBEDIENDE WERKING
Als het nodig is de poort met de hand aan te drijven omdat de
stroom is uitgevallen of omdat het automatische systeem niet goed
werkt, moet het ontgrendelmechanisme als volgt worden gebruikt:
1) Open het beschermdeurtje en steek de speciale, bijgeleverde
sleutel in het slot (fig. 48).
2) Draai de sleutel met de klok mee en trek aan de
ontgrendelhendel zoals aangegeven op fig. 49.
3) Voer de openings- of sluitingsbeweging met de hand uit.
10.MONTAGE BESTURINGSEENHEID CN 60E (OPTIONEEL)
In de aandrijving kan, met behulp van een DIN staaf, de
besturingseenheid van de conductieve veiligheidslijst CN 60E worden
ondergebracht. Snijd de DIN staaf op maat en bevestig hem aan
de aandrijving met twee schroeven die u in de hiervoor bestemde
gaten draait, en bevestig hieraan de besturingseenheid CN
60E (fig. 50).
Raadpleeg voor de aansluiting en de werking de specifieke
instructies.
Fig. 52
13. REPARATIES
Neem voor eventuele reparaties contact op met een erkend
FAAC reparatiecentrum.
12.2. BIJVULLEN VAN DE OLIE
Controleer regelmatig de hoeveelheid olie in de aandrijving.
Voor gemiddeld-lage gebruiksfrequenties is een jaarlijkse
controle voldoende; bij intensiever gebruik, is het raadzaam
de olie eens in de 6 maanden te controleren.
Om toegang te verkrijgen tot het reservoir moet de olievuldop
tijdelijk worden verwijderd (fig. 52).
Het oliepeil, dat op het oog gecontroleerd kan worden, moet
tot aan de koperen spoelen van de elektromotor staan.
Vul de olie eventueel tot aan dit peil bij.
Gebruik uitsluitend olie van het type FAAC XD 220.
12.1. DEMONTAGE VAN DE GROEP KAART-
TRANSFORMATOR
Als het nodig is de groep kaart -transformator te demonteren,
moet u als volgt te werk gaan.
Verwijder alle klemmenborden en connectors van de kaart.
Draai de 3 bevestigingsschroeven van de kaart en de 2
schroeven van de transformator los. Licht de groep op en
verwijder de transformator voorzichtig van de verbindingen
op de kaart, zoals aangegeven op fig. 51.
12. ONDERHOUD
Controleer minstens eens in de zes maanden de werking van
het systeem en besteed hierbij met name aandacht aan de
werking van de veiligheidsvoorzieningen (ook de duwkracht
van de aandrijving) en de ontgrendelvoorzieningen.
11. BIJZONDERE TOEPASSINGEN
Er zijn geen bijzondere toepassingen voorzien.
Fig. 47