Operation Manual
7
Fig. 13
Fig. 14
6. TEST VAN HET AUTOMATISCHE SYSTEEM
Na de installatie moet de waarschuwingssticker voor gevaar goed
zichtbaar op de zijkant van de aandrijving worden aangebracht
(Fig. 14).
Na de installatie dient de werking van het automatische systeem en
van alle accessoires die ermee verbonden zijn zorgvuldig te worden
gecontroleerd, in het bijzonder de veiligheidsvoorzieningen. Geef de
klant de pagina ”Handleiding voor de gebruiker”, leg uit hoe de
aandrijving goed kan werken en correct gebruikt wordt, en wijs op
de gebieden van het automatische systeem waar mogelijk gevaar
heerst.
7. HANDBEDIENDE WERKING
Als het nodig is de poort met de hand aan te drijven omdat de
stroom is uitgevallen of omdat het automatische systeem niet goed
werkt, moet het ontgrendelmechanisme worden gebruikt.
-Steek de driehoekige sleutel in de ontgrendelschroef die aan de
onderkant van de flens zit (Fig. 15).
-Draai de ontgrendelsleutel ongeveer twee slagen tegen de
richting van de klok in.
-Voer de manoeuvre voor opening of sluiting van de vleugel met
de hand uit.
Fig. 15
8. HERVATTING VAN DE NORMALE WERKING
Om te voorkomen dat een onopzettelijke impuls de aandrijving
tijdens de manoeuvre kan bedienen, moet de voeding naar de
installatie worden uitgeschakeld alvorens de aandrijving weer te
vergrendelen.
- Om de aandrijving weer te vergrendelen moet de ontgrendelknop
(Fig. 15) met de klok mee worden gedraaid tot hij niet verder kan.
-
Haal de sleutel tenslotte weg en schakel de voeding naar de
installatie weer in.
Fig. 16
9. ONDERHOUD
De werking van de installatie dient minstens eenmaal per half jaar
te worden gecontroleerd. Hierbij dient bijzondere aandacht te
worden besteed aan de veiligheidsvoorzieningen en de
ontgrendelmechanismen (inclusief de duwkracht van de
aandrijving), en de perfecte werking van de scharnieren van de
poort.
Controleer bovendien regelmatig de hoeveelheid olie in het
reservoir.
Het oliepeil wordt als volgt gecontroleerd:
-Schakel de voeding naar de installatie uit.
-Maak de aandrijving los van de voorste en achterste
bevestigingen.
-Plaats de aandrijving verticaal, met de achterste flens boven.
-Verwijder de olievuldop.
-Steek zo ver mogelijk een schroevendraaier naar binnen, tegen
de elektromotor, zoals op Fig. 16.
- Haal de schroevendraaier weer naar buiten en controleer het peil
zoals op Fig. 16.
GEBRUIK UITSLUITEND FAAC HP FLUID OLIE
Controleer regelmatig of de beveiliging tegen inklemming
(OVERDRUK) goed is afgesteld en of het ontgrendelsysteem
waarmee handbediende werking mogelijk is (zie de desbetreffende
paragraaf), efficiënt is.
De veiligheidsvoorzieningen die op de installatie zijn geplaatst
moeten om de zes maanden worden gecontroleerd.
10. REPARATIE
Voor eventuele reparaties dient u contact op te nemen met
erkende FAAC reparatiecentra.
ONTGRENDEL
BLOKKEER
5. LAATSTE HANDELINGEN
Beëindig de montage als volgt:
- Haal de ontluchtingsschroef weg (Fig. 13, ref.
).










