Operation Manual

Wi-Fi instellen:
Congureer
de instellingen voor de draadloze netwerkverbinding of wijzig deze.Kies uit de volgende
opties de gewenste verbindingsmethode en volg de instructies op het bedieningspaneel.
Wi-Fi (aanbevolen):
Wi - F i D i re c t
Bekabelde LAN-installatie:
Stel een netwerkverbinding in die gebruikmaakt van een LAN-kabel en een router, of wijzig
deze.Wanneer deze functie wordt gebruikt, zijn Wi-Fi-verbindingen uitgeschakeld.
Netwerkstatus:
Hiermee worden de actuele netwerkverbindingen weergegeven.
Status vast netwerk/Wi-Fi
Wi-Fi Direct-status
statusvel
Controle van netwerkverbinding:
Hiermee controleert u de huidige netwerkverbinding en drukt u het rapport af.Als er problemen zijn
met de verbinding, kunt u het rapport raadplegen om het probleem te verhelpen.
Geavanceerd:
Geef de volgende gedetailleerde instellingen op.
Apparaatnaam
TCP/IP
Proxy-server
Gerelateerde informatie
& “Wi-Fi-instellingen uitvoeren door het invoeren van de SSID en het wachtwoord” op pagina 42
& Wi-Fi-instellingen congureren via de drukknopinstelling (WPS)” op pagina 43
& “Verbindingsinstellingen voor Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) congureren” op pagina 45
& “Wi-Fi uitschakelen op het bedieningspaneel” op pagina 57
& “Wijzigen naar een Ethernetverbinding op het bedieningspaneel van de printer” op pagina 56
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 47
& “Geavanceerde netwerkinstellingen maken” op pagina 46
Menuopties voor Webservice-instellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Webservice-instellingen
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
190