Operation Manual
Opmerking:
Gebruik van een toegangscode wordt aanbevolen. Nadat u de instelling hebt opgegeven, gebruikt u bij het kiezen van externe
faxnummers of bij het opslaan ervan in de lijst Cont.pers. het teken # (hekje) in plaats van de precieze externe toegangscode.
Het hekje wordt bij het kiezen dan automatisch vervangen door de ingestelde code. Vergeleken met het invoeren van een
precieze code kan gebruik van een hekje verbindingsproblemen voorkomen.
De faxverbinding controleren
U kunt controleren of het apparaat gereed is voor het verzenden of ontvangen van faxberichten.
A
Laad gewoon A4-papier in de cassette.
& “Papier laden” op pagina 27
B
Open de modus Instellen vanuit het menu Home.
C
Selecteer Faxinstellingen.
D
Selecteer Fax-aansluiting controleren.
E
Druk op x om het rapport af te drukken.
Opmerking:
Als er fouten op het rapport staan, probeert u de oplossingen vermeld in het rapport.
Faxfuncties instellen
Snelkiezen instellen
U kunt een snelkieslijst maken waarmee u de nummers van de ontvangers van faxen snel kunt selecteren wanneer u
wilt faxen. U kunt tot 60 gecombineerde invoeren voor snelkiezen en groepskiezen registreren.
A
Open de modus Fax in het menu Home.
B
Druk op Cont.pers.
C
Selecteer Contact toevoegen/bewerken.
D
Druk op Snelkeuze instellen. U krijgt de bescihkbare invoernummers voor snelkiezen te zien.
E
Selecteer het nummer voor snelkeuze dat u wilt registreren. U kunt tot 60 invoeren registreren.
Gebruikershandleiding
Faxen
99










