Operation Manual

B
Laad fotopapier in de papiercassette.
& “In de papiercassette” op pagina 27
C
Open de modus Instellen vanuit het menu Home.
D
Open Extern apparaat instellen. Blader eventueel verder naar beneden.
E
Selecteer Afdrukinstellingen.
F
Selecteer de gewenste afdrukinstellingen. Blader eventueel verder naar beneden.
G
Configureer de netwerkverbinding van de camera. De precieze procedure hangt af van uw camera. Zie de
documentatie bij uw camera voor meer informatie.
Opmerking:
U kunt de Printernaam controleren die verbinding heeft met het netwerk.
& “Instelmodus” op pagina 128
De camera moet met hetzelfde netwerk als het apparaat zijn verbonden.
H
Druk de foto af vanaf de camera.
Opmerking:
Zolang de camera verbinding heeft met het apparaat kunt u geen foto's of documenten afdrukken vanaf andere
apparaten.
I
Verbreek de verbinding tussen de camera en het netwerk.
Menu's van de modus Foto's afdrukken
Raadpleeg het hierna genoemde gedeelte voor meer informatie over de menu's van de modus Foto's afdrukken.
& “Modus Foto's afdrukken” op pagina 117
Standaardgebruik via de computer
Printerdriver en statusmonitor
In de printerdriver kunt u een groot aantal opties instellen om de beste afdrukresultaten te krijgen. Met de
statusmonitor en de printerhulpprogramma's kunt u het apparaat controleren en ervoor zorgen dat het optimaal blijft
werken.
Gebruikershandleiding
afdrukken
51