Operation Manual

F
Voer het telefoonnummer in. U kunt tot 64 tekens invoeren.
Opmerking:
Een streepje (-) levert een kleine pauze op in het kiezen van het nummer. Gebruik het alleen als die pauze echt
nodig is. Spaties worden genegeerd bij het kiezen.
Als u Type lijn hebt ingesteld op PBX en de toegangscode hebt ingesteld, voer dan het teken # (hekje) in aan het
begin van het faxnummer in plaats van een externe toegangscode.
& “Het lijntype instellen” op pagina 98
G
Selecteer Klaar.
H
Voer een naam in om de snelkiesinvoer te identificeren. U kunt tot 30 tekens invoeren.
I
Selecteer Klaar om de naam te registreren.
J
Selecteer Opties om de faxsnelheid op te geven waarmee een fax moet worden verzonden. Selecteer Klaar als u
de faxsnelheid niet hoeft in te stellen.
Opmerking:
Als het verzenden van een fax naar een bepaalde bestemming vaak mislukt, stel dan een lagere faxsnelheid in voor die
bestemming. Als u deze snelheid niet apart instelt, wordt de faxsnelheid gebruikt die in het volgende menu is ingesteld.
Instellen > Faxinstellingen > Communicatie > Faxsnelheid
Invoeren voor groepskiezen instellen
U kunt snelkiesnummers toevoegen aan een groep, waardoor u een fax naar verschillende ontvangers tegelijk kunt
versturen. U kunt tot 60 gecombineerde invoeren voor snelkiezen en groepskiezen registreren.
A
Open de modus Fax in het menu Home.
B
Selecteer Cont.pers.
C
Selecteer Contact toevoegen/bewerken.
D
Selecteer Groepskiezen instellen. U krijgt de beschikbare invoernummers voor groepskiezen te zien.
E
Selecteer het nummer dat u wilt registreren.
F
Voer een naam in om de groepskiesinvoer te identificeren. U kunt tot 30 tekens invoeren.
G
Selecteer Klaar om de naam te registreren.
Gebruikershandleiding
Faxen
100