Operation Manual

26
Beelden weergeven met een vooraf
ingestelde beeldkwaliteit (geheugenfunctie)
Nadat het geprojecteerde beeld is aangepast met behulp van een menuopdracht van "Signaal" en "Beeld" in
het configuratiemenu, kunnen de aangepaste waarden vervolgens worden opgeslagen (Opslaan in geheugen).
Verder kunnen de opgeslagen gegevens gemakkelijk worden opgehaald, zodat u te allen tijde met de
aangepast instellingen kunt genieten van beelden (Ophalen uit geheugen).
Geheugen opslaan, ophalen, wissen en naam wijzigen
Opslaan in geheugen
1 Stel elk van de instellingen in op de te bewaren
waarde.
2 Druk op m en selecteer "Opslaan in
geheugen".
Het scherm Opslaan in geheugen wordt
weergeven.
3 Selecteer de geheugennaam waaronder de
aanpassingen moeten worden opgeslagen uit
Memory1 tot 10 en druk op
v of F .
Als vóór de geheugennaam groen is, zijn de
aanpassingen al opgeslagen in het geheugen.
Selecteer een al opgeslagen geheugennaam en
druk op
v of F.
Er wordt een bevestigingsbericht weergegeven. Als u
"Ja" selecteert, wordt de oude geheugeninhoud gewist
en worden de aangepaste instellingen opgeslagen.
Ophalen uit geheugen
Opgeslagen geheugen ophalen.
1 Druk op m en selecteer "Ophalen uit
geheugen".
Het scherm Ophalen uit geheugen wordt
weergeven.
2 Selecteer de beoogde geheugennaam.
Er kunnen tien aanpassingen in het geheugen
worden opgeslagen.
De aangepaste waarden van de volgende items
kunnen worden opgeslagen.
Beeld menu
Alle items
Signaal menu
•Progressief
•Frame-interpolatie
•Super-resolution
•Alle items in "Geavanceerd"
Afhankelijk van de ingangssignalen is het mogelijk dat
u bepaalde items niet kunt instellen.spagina 30