Operation Manual

16
Projectiescherm aanpassen
Scherpstelling, zoom en beeldpositie kunnen elektronisch worden afgesteld.
Hieronder wordt beschreven hoe u deze instellingen kunt aanpassen met behulp van de afstandsbediening.
De instellingen kunnen ook aangepast worden met behulp van het bedieningspaneel van de projector.
Als de projector niet direct voor het scherm
opgesteld kan worden, kunt u de
lensverschuivingsfunctie gebruiken om de
positie van de geprojecteerde beelden aan te
passen.
De positie kan aangepast worden binnen het
bereik dat getoond wordt in de afbeelding rechts.
Druk op g en gebruik vervolgens w y
z
x
voor het maken van de aanpassing.
Als u de lens naar de middenpositie wilt laten
terugkeren,
w y
z x
ingedrukt houden
totdat de lens naar de middenpositie is
teruggekeerd en stopt.
Druk om de lenspositie opnieuw af te stellen
nogmaals op
w y
z x
.
De beeldpositie kan niet tegelijkertijd naar de
maximale verticale waarden en maximale
horizontale waarden verschoven worden.
Wanneer bijvoorbeeld het beeld verticaal
maximaal is verschoven, kan het met niet meer
dan 4 procent van de horizontale breedte van het
scherm verschoven worden.
Zet alvorens de projector te
transporteren de lens in de
middenpositie terug. Wanneer
de projector met de lens uit de
middenpositie getransporteerd
wordt kan het mechanisme
voor lensverschuiving
beschadigd raken.
H x 40 %
H x 40 %
H
H x 4 %
H x 4 %
V x 90 %
V
1/2 V
1/2 V
1/2 H
1/2 H
Druk op h en gebruik vervolgens
]
voor het maken van
de aanpassing.
Scherpstelling
Druk op
i
en gebruik vervolgens
]
voor het maken van de aanpassing.
Aanpassen van positie van geprojecteerd beeld (lensverschuiving)
V x 9 %
Aanpassen van het projectieformaat (zoomaanpassing)
V x 90 %
Mogelijke verschuiving van het beeld ten
opzichte van de normale projectiestand
Normale projectiestand
(middelste stand voor lensverschuiving)
V x 9%