Operation Manual

Controleer het volgende Oplossing
Is de stroom van de aangesloten computer of videoapparatuur
ingeschakeld?
Schakel het apparaat in.
Worden de beeldsignalen doorgegeven naar de projector?
Alleen als er beelden van een laptopcomputer of een computer met
ingebouwd LCD-scherm worden geprojecteerd
Als de beeldsignalen alleen naar de LCD-monitor van de computer of naar de extra monitor worden doorgegeven, moet
u de instellingen wijzigen zodat de beeldsignalen naar een externe bestemming worden doorgegeven. Als bij sommige
computermodellen de beeldsignalen extern worden uitgevoerd, worden zij niet langer weergegeven op de LCD-monitor
of de extra monitor.
Als u de externe apparatuur aansluit terwijl de projector of computer al is ingeschakeld, is het mogelijk dat de [Fn]-
functietoets waarmee u het beeldsignaal van de computer naar een extern apparaat kunt verplaatsen, niet werkt. Schakel
de projector en de computer uit en vervolgens opnieuw in.
s "Van installatie tot projectie" pag.29
s Documentatie van de computer
Vaag, vervormd of onscherp beeld
Controleer het volgende Oplossing
Is de scherpte juist ingesteld? Draai aan de scherpstelring om de scherpte aan te passen.
s "Scherpstellen" pag.39
Is de projector op de juiste afstand opgesteld? Staat de projector niet op de juiste afstand?
Stel de projector op binnen het aanbevolen bereik.
s
"Schermgrootte en projectieafstand" pag.124
Is de Keystonecorrectiewaarde te groot? Verminder de projectiehoek om de Keystonecorrectiewaarde te verminderen.
s "De beeldpositie bijstellen" pag.38
Heeft zich condens op de lens gevormd? Als u de projector plotseling van een koude omgeving naar een warme omgeving verplaatst, of als de
omgevingstemperatuur plotseling verandert, kan er condensvorming op de lens optreden. Hierdoor kan het beeld vaag
overkomen. Plaats de projector ongeveer één uur voordat u hem wilt gebruiken in de kamer. Als zich condens op de lens
vormt, schakelt u de projector uit en wacht u totdat de condens is verdwenen.
Problemen oplossen
89