Operation Manual

Submenu Functie
Autom. configu-
ratie
Stel dit in op Aan om Tracking, Sync. en Positie automatisch aan
de optimale status aan te passen als het ontvangen signaal
verandert.
Resolutie
Stel dit in op Automatisch om automatisch de resolutie van het
ontvangen signaal te bepalen. Als het beeld in de stand
Automatisch niet goed wordt geprojecteerd (er ontbreekt
bijvoorbeeld een deel van het beeld), gebruik dan Breed voor
breedbeeld of Normaal voor schermen met een verhouding van
4:3 of 5:4 naargelang van de aangesloten computer.
Tracking
Hier kunt u het computerbeeld aanpassen als er verticale strepen
in het beeld verschijnen.
Sync.
Hier kunt u het computerbeeld aanpassen als het beeld flikkert of
wazig is, of als er interferentie optreedt.
Positie
Hier kunt u de positie van het venster naar boven, naar beneden,
naar links en naar rechts bijstellen als een deel van het beeld niet
wordt geprojecteerd.
Submenu Functie
Progressief
(Deze instelling kan alleen worden aangepast als een
component-video of RGB-video met een geïnterlinieerd signaal
(480i/576i/1080i) wordt ontvangen. Dit kan niet worden
ingesteld wanneer een digitaal RGB-signaal wordt ontvangen.)
Geïnterlinieerd
g
(i) signaal wordt omgezet naar Progressief
g
(p). (IP-conversie)
Uit: Ideaal voor beelden met veel beweging.
Video: Ideaal voor gewone videobeelden.
Film/Auto: Dit is ideaal voor films, computerbeelden en
animatie.
Ruisverminde-
ring
(Dit kan niet worden ingesteld wanneer een digitaal RGB-signaal
wordt ontvangen, of wanneer een geïnterlinieerd signaal wordt
weergegeven met Progressief ingesteld op Uit.)
Hiermee worden beelden met ruis 'opgeschoond'. Er zijn twee
modi. Selecteer uw favoriete instelling. Het wordt aanbevolen
deze optie in te stellen op Uit bij het bekijken van beeldbronnen
met weinig ruis, zoals dvd's.
Videobereik
HDMI
Wanneer op de HDMI-ingang van de projector een dvd-speler is
aangesloten, wordt het videobereik van de projector ingesteld op
basis van het videobereik van dat apparaat.
Ingangssignaal
U kunt ingangssignaal van Computer-ingangspoort kiezen.
Als hier Automatisch is geselecteerd, wordt het ingangssignaal
automatisch volgens het aangesloten apparaat ingesteld.
Als de kleuren niet juist worden weergegeven bij de instelling
Automatisch, selecteer dan het signaal van het aangesloten
apparaat.
Videosignaal
U kunt het ingangssignaal van de Video-ingangspoort kiezen.
Als hier Automatisch is geselecteerd, worden videosignalen
automatisch herkend. Als de instelling Automatisch leidt tot
problemen zoals interferentie of het ontbreken van beeld,
selecteer dan het geschikte signaal voor het aangesloten apparaat.
Lijst met Functies
75