Operation Manual
Table Of Contents
- Gebruikte symbolen en tekens
- Kennismaken met uw projector
- Kenmerken van de Projector
- Onderdelen en functies van de projector
- Projectoronderdelen - Voorkant/zijkant
- Projectoronderdelen - Bovenkant/zijkant
- Projectoronderdelen - Interface
- Projectoronderdelen - Onderkant
- Projectoronderdelen - Bedieningspaneel
- Projectoronderdelen - Afstandsbediening
- Projectoronderdelen - Interactieve pennen
- Projectoronderdelen - Penlade
- Projectoronderdelen - Aanraakeenheid
- De projector installeren
- Plaatsing van de projector
- Projectoraansluitingen
- Batterijen in de afstandsbediening plaatsen
- Batterijen in de pennen installeren
- Gebruik van de afstandsbediening
- De basisfuncties van de projector gebruiken
- De projector inschakelen
- De projector uitschakelen
- De datum en tijd instellen
- De taal voor de menu's van de projector selecteren
- Projectiemodi
- Scherpstellen op het beeld
- De beeldhoogte aanpassen
- Beeldvorm
- De grootte van het beeld aanpassen met de knoppen
- De beeldpositie bijstellen
- Een beeldbron selecteren
- Hoogte-breedteverhouding beeld
- Kleurmodus
- De beeldkleur aanpassen
- Het volume regelen met de volumeknoppen
- De interactieve functies gebruiken
- Interactieve functiemodi
- Het gebruik van interactieve functies voorbereiden
- Tekenen op een geprojecteerd beeld (annotatiemodus)
- Gebruik van het geprojecteerde scherm als whiteboard (Whiteboard modus)
- Computerfuncties Bedienen vanaf een Geprojecteerd Scherm (Modus Computer interactief)
- Interactie met het scherm
- De interactieve functies via een netwerk gebruiken
- Windows-hulpmiddelen voor peninvoer en inkt
- Interactieve functies tijdens het simultaan projecteren van twee beelden
- Interactieve functies bij projectie met twee projectors
- Projectorfuncties aanpassen
- Twee beelden tegelijk projecteren
- Een PC Free-presentatie projecteren
- Het beeld en geluid tijdelijk uitschakelen
- De video-actie tijdelijk stoppen
- In- en uitzoomen op beelden
- De afstandsbediening gebruiken als een draadloze muis
- De afstandsbediening gebruiken als een aanwijzer
- Het beeld van een gebruikerslogo opslaan
- Een gebruikerspatroon opslaan
- Meerdere projectors gebruiken
- Beelden projecteren van de HDMI3-poort met de optionele interfacebox
- Beveiligingsfuncties projector
- De projector op een netwerk gebruiken
- Projectie Vast Netwerk
- Projectie draadloos netwerk
- De draadloze LAN-module installeren
- Draadloze netwerkinstellingen handmatig selecteren
- Draadloze netwerkinstellingen selecteren in Windows
- Draadloze netwerkinstellingen selecteren in OS X
- Draadloze netwerkbeveiliging instellen
- Een QR-code gebruiken voor het aansluiten op een mobiel apparaat
- Een USB-sleutel gebruiken om te verbinden met een Windows-computer
- Bewaking en bediening van de projector
- De menu-instellingen aanpassen
- De projectormenu's gebruiken
- Het toetsenbord op het scherm gebruiken
- Instellingen Beeldkwaliteit - menu Beeld
- Instellingen ingangssignaal - Menu Signaal
- Instellingen projectorfuncties - menu Instellingen
- Instellingen configuratie van de projector - menu Uitgebreid
- Instellingen projectornetwerk - menu Netwerk
- Instellingen configuratie van de projector - menu ECO
- Weergave Projectorinformatie - Menu Informatie
- Opties projector resetten- menu Resetten
- Menu-instellingen kopiëren tussen projectors (Batchinstelling)
- De projector onderhouden
- Problemen oplossen
- Projectieproblemen
- Status projectorlampjes
- De Help-schermen van de projector gebruiken
- Beeld- of geluidsproblemen oplossen
- Oplossingen wanneer er geen beeld verschijnt
- Oplossingen wanneer een beeld onjuist is bij gebruik van de USB Display-functie
- Oplossingen wanneer het bericht "Geen signaal" verschijnt
- Oplossingen wanneer het bericht "Niet ondersteund" verschijnt
- Oplossingen wanneer alleen een gedeeltelijk beeld verschijnt
- Oplossingen wanneer het beeld niet rechthoekig is
- Oplossingen wanneer het beeld ruis bevat of statisch is
- Oplossingen wanneer het beeld vaag of wazig is
- Oplossingen wanneer de beeldhelderheid of kleuren onjuist zijn
- Oplossingen voor geluidsproblemen
- Oplossingen wanneer beeldbestandsnamen niet correct worden weergegeven in PC Free
- Problemen met de bediening van de projector en de afstandsbediening oplossen
- Problemen met interactieve functies oplossen
- Oplossingen wanneer het bericht "Er is een fout opgetreden in Easy Interactive Function." wordt weergegeven
- Oplossingen wanneer de interactieve pennen niet werken
- Oplossingen wanneer handmatige kalibratie niet werkt
- Oplossingen wanneer u geen computer wilt bedienen vanaf het geprojecteerde scherm
- Oplossing wanneer de interactieve penpositie niet nauwkeurig is
- Oplossingen wanneer de interactieve pennen langzaam of moeilijk te gebruiken zijn
- Oplossingen wanneer de interactieve aanraakbewerking niet werkt
- Netwerkproblemen oplossen
- Bijlage
- Optionele accessoires en reserveonderdelen
- Schermgrootte en projectieafstand
- Ondersteunde resoluties voor de monitorweergaven
- Specificaties van de projector
- Externe afmetingen
- Systeemvereisten USB Display
- Systeemvereisten Easy Interactive Driver
- Lijst van veiligheidssymbolen (volgens IEC60950-1 A2)
- Woordenlijst
- Mededelingen

Inhoudsopgave
3
De beeldhoogte aanpassen............................................................. 57
Beeldvorm......................................................................................... 58
De beeldvorm corrigeren met de keystone-knoppen .................................................... 58
De beeldvorm corrigeren met Quick Corner...................................................................... 59
De vorm van een beeld corrigeren met gebogen oppervlak ...................................... 61
De beeldvorminstelling laden uit het geheugen........................................................ 63
De grootte van het beeld aanpassen met de knoppen................ 65
De beeldpositie bijstellen ............................................................... 66
Een beeldbron selecteren................................................................ 67
Hoogte-breedteverhouding beeld ................................................. 69
De hoogte-breedteverhouding van het beeld wijzigen ................................................ 69
Beschikbare hoogte-breedteverhoudingen van het beeld........................................... 69
Uiterlijk geprojecteerd beeld met elke Hoogte-breedtemodus ................................. 70
Kleurmodus ...................................................................................... 72
De kleurmodus wijzigen............................................................................................................. 72
Beschikbare kleurmodi................................................................................................................ 72
Instelling Autom. iris .................................................................................................................... 72
De beeldkleur aanpassen................................................................ 74
De tint, verzadiging en helderheid aanpassen .................................................................. 74
Het volume regelen met de volumeknoppen ............................... 76
De interactieve functies gebruiken 77
Interactieve functiemodi ................................................................. 78
Het gebruik van interactieve functies voorbereiden ................... 80
Veiligheidsinstructies voor interactieve functies .............................................................. 80
De interactieve pennen gebruiken......................................................................................... 80
Penkalibratie.............................................................................................................................. 82
Automatisch kalibreren......................................................................................................... 82
Handmatig kalibreren............................................................................................................ 83
De interactieve aanraakbediening gebruiken met uw vinger ..................................... 85
Kalibreren voor aanraakbediening met uw vinger..................................................... 87
Veiligheidsvoorschriften voor interactieve aanraakbediening .............................. 89
Laserwaarschuwingslabels................................................................................................... 90
Tekenen op een geprojecteerd beeld (annotatiemodus) ............ 91
Gebruik van het geprojecteerde scherm als whiteboard
(Whiteboard modus) ........................................................................ 93
Computerfuncties Bedienen vanaf een Geprojecteerd Scherm
(Modus Computer interactief) ........................................................ 95
Systeemvereisten modus Computer interactief................................................................ 95
De Modus Computer Interactief Gebruiken........................................................................ 96
Instellen van het gebied voor gebruik van de pen.......................................................... 98
Easy Interactive Driver installeren op OS X....................................................................... 100
Interactie met het scherm............................................................. 101
De interactieve modus schakelen ........................................................................................ 101
Werkbalken Annotatiemodus en Whiteboard modus.................................................. 101
Lijndikte en -kleur selecteren ........................................................................................... 103
Whiteboardsjablonen selecteren.................................................................................... 104
Werkbalk onderaan voor Projectorbediening ................................................................. 104
Tekeninhoud Opslaan ......................................................................................................... 105
Tekeninhoud afdrukken ..................................................................................................... 105
Netwerkapparaatweergave selecteren......................................................................... 106
De interactieve functies via een netwerk gebruiken ................. 108
Voorzorgsmaatregelen bij het verbinden met een beamer op een ander
subnet ............................................................................................................................................. 108
Windows-hulpmiddelen voor peninvoer en inkt ....................... 109
Peninvoer- en inktfuncties voor Windows inschakelen............................................... 109
Peninvoer- en inktfuncties van Windows gebruiken.................................................... 110
Interactieve functies tijdens het simultaan projecteren van
twee beelden.................................................................................. 111
Projectie met gesplitst scherm wisselen............................................................................ 111
Split Screen-instellingen selecteren voor de Interactieve Functie........................... 112
Interactieve functies bij projectie met twee projectors............. 114










