Operation Manual

Table Of Contents
Inhoudsopgave
3
De beeldhoogte aanpassen............................................................. 57
Beeldvorm......................................................................................... 58
De beeldvorm corrigeren met de keystone-knoppen .................................................... 58
De beeldvorm corrigeren met Quick Corner...................................................................... 59
De vorm van een beeld corrigeren met gebogen oppervlak ...................................... 61
De beeldvorminstelling laden uit het geheugen........................................................ 63
De grootte van het beeld aanpassen met de knoppen................ 65
De beeldpositie bijstellen ............................................................... 66
Een beeldbron selecteren................................................................ 67
Hoogte-breedteverhouding beeld ................................................. 69
De hoogte-breedteverhouding van het beeld wijzigen ................................................ 69
Beschikbare hoogte-breedteverhoudingen van het beeld........................................... 69
Uiterlijk geprojecteerd beeld met elke Hoogte-breedtemodus ................................. 70
Kleurmodus ...................................................................................... 72
De kleurmodus wijzigen............................................................................................................. 72
Beschikbare kleurmodi................................................................................................................ 72
Instelling Autom. iris .................................................................................................................... 72
De beeldkleur aanpassen................................................................ 74
De tint, verzadiging en helderheid aanpassen .................................................................. 74
Het volume regelen met de volumeknoppen ............................... 76
De interactieve functies gebruiken 77
Interactieve functiemodi ................................................................. 78
Het gebruik van interactieve functies voorbereiden ................... 80
Veiligheidsinstructies voor interactieve functies .............................................................. 80
De interactieve pennen gebruiken......................................................................................... 80
Penkalibratie.............................................................................................................................. 82
Automatisch kalibreren......................................................................................................... 82
Handmatig kalibreren............................................................................................................ 83
De interactieve aanraakbediening gebruiken met uw vinger ..................................... 85
Kalibreren voor aanraakbediening met uw vinger..................................................... 87
Veiligheidsvoorschriften voor interactieve aanraakbediening .............................. 89
Laserwaarschuwingslabels................................................................................................... 90
Tekenen op een geprojecteerd beeld (annotatiemodus) ............ 91
Gebruik van het geprojecteerde scherm als whiteboard
(Whiteboard modus) ........................................................................ 93
Computerfuncties Bedienen vanaf een Geprojecteerd Scherm
(Modus Computer interactief) ........................................................ 95
Systeemvereisten modus Computer interactief................................................................ 95
De Modus Computer Interactief Gebruiken........................................................................ 96
Instellen van het gebied voor gebruik van de pen.......................................................... 98
Easy Interactive Driver installeren op OS X....................................................................... 100
Interactie met het scherm............................................................. 101
De interactieve modus schakelen ........................................................................................ 101
Werkbalken Annotatiemodus en Whiteboard modus.................................................. 101
Lijndikte en -kleur selecteren ........................................................................................... 103
Whiteboardsjablonen selecteren.................................................................................... 104
Werkbalk onderaan voor Projectorbediening ................................................................. 104
Tekeninhoud Opslaan ......................................................................................................... 105
Tekeninhoud afdrukken ..................................................................................................... 105
Netwerkapparaatweergave selecteren......................................................................... 106
De interactieve functies via een netwerk gebruiken ................. 108
Voorzorgsmaatregelen bij het verbinden met een beamer op een ander
subnet ............................................................................................................................................. 108
Windows-hulpmiddelen voor peninvoer en inkt ....................... 109
Peninvoer- en inktfuncties voor Windows inschakelen............................................... 109
Peninvoer- en inktfuncties van Windows gebruiken.................................................... 110
Interactieve functies tijdens het simultaan projecteren van
twee beelden.................................................................................. 111
Projectie met gesplitst scherm wisselen............................................................................ 111
Split Screen-instellingen selecteren voor de Interactieve Functie........................... 112
Interactieve functies bij projectie met twee projectors............. 114