Operation Manual

Het beeld bijstellen
Instelling Tint, Verzadiging en Helderheid
De Tint, Verzadiging en Helderheid kunnen worden ingesteld voor elk van
de kleurcomponenten R (rood), G (groen), B (blauw), C (cyaan), M
(magenta) en Y (geel).
Dit kan alleen worden ingesteld als de Kleurmodus is ingesteld op Op
maat.
s
"De projectiekwaliteit selecteren (Kleurmodus selecteren)" pag.69
Voer de instellingen uit in het configuratiemenu.
s Beeld - Geavanceerd - RGBCMY pag.181
Tint Regelt de algehele tint van het beeld, blauwachtig - groenachtig -
roodachtig.
Verzadiging Hiermee wijzigt u de algehele levendigheid van het beeld.
Helderheid Hiermee wijzigt u de algehele helderheid van de kleuren van het
beeld.
Gamma-aanpassing
Hiermee past u kleurverschillen in het geprojecteerde beeld aan die kunnen
optreden afhankelijk van het aangesloten apparaat.
Dit kan alleen worden ingesteld als de Kleurmodus is ingesteld op DICOM
SIM of Op maat.
s "De projectiekwaliteit selecteren (Kleurmodus selecteren)" pag.69
Voer de instellingen uit in het configuratiemenu.
s
Beeld - Geavanceerd - Gamma pag.181
Als u een hogere waarde selecteert, worden de donkere partijen helderder,
maar kunnen de lichtere partijen zwakker worden. Als u een kleinere
waarde selecteert, kunt u de algehele helderheid van het beeld verminderen
om het beeld scherper te maken.
Selecteer de waarde aan de hand van de projectiegrootte.
Projectiegrootte 80 inch (203,20 cm) of minder: selecteer een kleine
waarde.
Projectiegrootte 80 inch (203,20 cm) of meer: selecteer een hoge waarde.
a
Medische beelden worden mogelijk niet correct weergegeven,
afhankelijk van uw instellingen en de specificaties van het scherm.
Geprojecteerde beelden bijstellen
68