Operation Manual
166 Printer instellen in een netwerk
7. Klik op Sluiten als u in Windows XP/2000 installeert. Het
eigenschappenvenster wordt automatisch gesloten als u in
NT 4.0 installeert.
Opmerking:
Controleer de volgende items als de printer wordt gedeeld.
❏ U moet EPSON Status Monitor 3 instellen zodat de gedeelde
printer kan worden gecontroleerd op de afdrukserver. Zie
"Controlevoorkeuren instellen" op pagina 104 voor meer
informatie.
❏ Stel de beveiliging in voor de gedeelde printer (toegangsrecht
voor clients). Clients zonder rechten kunnen de gedeelde printer
niet gebruiken. Zie de Help van Windows voor meer informatie.
U moet de clientcomputers instellen zodat ze de printer in een
netwerk kunnen gebruiken. Zie de volgende pagina's voor meer
informatie:
❏ "Windows Me/98/95" op pagina 167
❏ "Windows XP/2000" op pagina 169
❏ "Windows NT 4.0" op pagina 173
Instellen voor clients
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de printerdriver kunt
installeren door toegang te krijgen tot de gedeelde printer in het
netwerk.
Opmerking:
❏ U moet de afdrukserver instellen als u de printer in een
Windows-netwerk wilt delen. Zie "De printer als een gedeelde
printer configureren" op pagina 158 (Windows Me/98/95)
of "Extra driver gebruiken" op pagina 160
(Windows XP/2000/NT 4.0) voor meer informatie.










