Operation Manual
1~~
1\
1-104-1
/
\Is
u
breit met
het
meetlatje van 30 toeren en
dik garen, za!
het patroonblad
slechts de halve
lengte van een
toerensteek
vooruitkomen.
Daarom moet de aanvoerkam links van de slede
bevestigd worden
zodat
het de dubbele lengte
op een
toer
kan
aanvoeren
.
lndien de toerenaanduiding
onder
29
is
nad
a
t
60 toeren gebreid
zjjn
zet
u
de
toerenknop
op
het dubbel van 29, bevestig de aanvoerkam en
brei.
BIJKOMENDE AANVOERKAM
Lees de nummer van de steken
d
i
e
geminderd of
gemeerderd moet worden af, ook op de
n
aalden in
stand
'A'.
Brei de vertikale lijn zoals
in
het gewoon
geval. lndien
onjuist
gebreid en
het
pa
t
roonblad
moet teruggedraaid,
draait
u
tweemaal de lengte
terug als in het gewoon geval.
BIJGEBRUIK VAN DE KNITRADAR:
ME
ET DE PROEF LAP met het groene latje
-
voor instrukties zie biz 101.
STOOM DE PROEFLAP LICHT JES
-
voor
i
nstrukties zie biz 100.
BREI 10 TOEREN MET HOOFDGAREN. Verwijder de proeflap.
Noteer de garendetails, spanning en
steekg rootte.
BREI 15 TOEREN MET HOOFDGAREN.
BREI 2 TOE REN MET KONTRASTGAREN.
Schuit
de 11de naald in stand
'
B' zijdelings van het midden
'O
' van
'B
' in stand 'D'.
Leg een stuk kontrastgaren in de naaldhaken en schuif de naalden terug in stand 'B'.
BREI 15 TOEREN MET HOOFDGAREN.
BREI 2 TOE REN MET KONTRASTGAREN.
BREI 10 TOEREN MET HET HOOFDGAREN. Kontroleer de
steekgrootte.
lndien deze
niet voldoet brei verder terwijl
u
de steek-
grootte
regelt.
Daarna breit
u
10
t
oeren bijkomend.
Gebruik de 1x1 naaldenkam en breng in stand
'B'
18 naalden RECHTS van
het
midden
'0'.
17 naalden LINKS van het midden
'O'.
PROEFLAP MET GEBRUIK VAN DE 1X1
NAALDSELEKTIE
VOOR DIK GAREN










