Operating Instructions and Installation Instructions
8
5
.
1
O
ND
E
RD
ELE
N
LI
J
ST
AANTAL OMSCHRIJVING
1 Verbrandingskamer en brander
1 Set fabrikantinstructies
1 Glazen voorframe
1 Gebogen achterframe
1 Set schroeven en muurpluggen
1 Rubberen doorvoerhuls
1 Montagesjabloon
6
.
0
G
A
SLEI
D
I
N
GE
N
Op de verbrandingskamer van het toestel zitten vier mogelijke ingangen voor de gaspijp. Deze
ingangen zijn gaten met uitbreekopeningen en zitten op de plaatsen aangeduid in figuur 1.
Zichtbare gasleidingen kunnen gemaakt worden door te ingangen aan weerszijden van de
verbrandingskamer te gebruiken of de ingang aan de onderzijde van de verbrandingskamer. Een
onzichtbare gasleiding kan gemaakt worden door de uitbreekopening achter in het midden van
de verbrandingskamer te gebruiken. Selecteer de meest
geschikte ingang en breek het betreffende gat uit.
Om onnodige drukval te voorkomen, mag de diameter van de pijp mag niet groter zijn dan 12
mm en de
lengte niet groter dan 1,5 m. Indien een onzichtbare
gasleiding gemaakt wordt, dient de aanvoerpijp altijd met de kortst mogelijke route door muren
en vloeren worden geleid. In het geval van onzichtbare
pijpleidingen dienen de pijpen (waar mogelijk) verticaal
geplaatst te worden, en mits de muur dik genoeg is, moeten ze in sleuven worden geplaatst.
Horizontale leidingen dienen vermeden
te worden. Voordat in een vaste muur sleuven worden
aangebracht, moet gekeken worden of er kabeluitgangen/stopcontacten in de buurt zijn die
reeds verborgen zijn.
Pijpleidingen moeten met geschikte klemmen vastgezet en tegen corrosie beschermd
worden. Bij voorkeur dienen fabrieksklare, beveiligde pijpleidingen en accessoires te worden gebruikt.
Verbindingsstukken dienen tot een minimum beperkt te worden en er mogen geen compressiefittingen
gebruikt worden. De pijpleiding moet op deugdelijkheid
gecontroleerd worden voordat de beveiliging wordt aangebracht en/of de pijpleidingen en
fittingen verborgen worden.
Figuur 1










