User Manual
Table Of Contents
- INHOUDSOPGAVE
- 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
- 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
- 3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
- 4. BEDIENINGSPANEEL
- 5. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT
- 6. DAGELIJKS GEBRUIK
- 7. KLOKFUNCTIES
- 8. GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES
- 9. EXTRA FUNCTIES
- 10. AANWIJZINGEN EN TIPS
- 10.1 Kookadviezen
- 10.2 Magnetronaanbevelingen
- 10.3 Kookgerei en materialen geschikt voor de magnetron
- 10.4 Bakken
- 10.5 Baktips
- 10.6 Bakken op één ovenniveau
- 10.7 Ovenschotels en gegratineerde gerechten
- 10.8 Bakken op meerdere niveaus
- 10.9 Tips voor braden
- 10.10 Braden
- 10.11 Knapperig bakken met Pizza-functie
- 10.12 Grillen
- 10.13 Brood bakken
- 10.14 Lage temperatuur garen
- 10.15 Bevroren gerechten
- 10.16 Ontdooien
- 10.17 Inmaken
- 10.18 Drogen - Hetelucht
- 10.19 Bereiding met magnetron
- 10.20 Aanbevolen vermogensinstellingen voor verschillende soorten voedsel
- 10.21 Aanwijzingen voor testinstituten
- 11. ONDERHOUD EN REINIGING
- 12. PROBLEEMOPLOSSING
- 13. ENERGIEZUINIGHEID
2
3
1
2. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit
de zijwand.
3. Geleiders uit de achterste ophanging
trekken.
Installeer de inschuifrails in de
omgekeerde volgorde.
11.3 Hoe vervangt u: Lamp
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische
schokken.
Het lampje kan heet zijn.
1. Oven uitschakelen. Wacht tot de
oven afgekoeld is.
2. Trek de oven uit het stopcontact.
3. Leg een doek op de bodem van de
ovenruimte.
LET OP!
Houd de halogeenlamp altijd
met een doek vast om te
voorkomen dat er vetrestjes
op de ovenlamp verbranden.
Het bovenste lampje
1. Draai het afdekglas van de lamp en
verwijder het.
2. Reinig de glasafdekking.
3. Vervang de lamp door een geschikte
300°C hittebestendige lamp.
4. Plaats het afdekglas terug.
12. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
12.1 Wat moet u doen als...
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
U kunt de oven niet in‐
schakelen of bedienen.
De oven is niet aangeslo‐
ten op een stopcontact of
is niet goed geïnstalleerd.
Controleer of de oven
goed is aangesloten op het
stopcontact (zie het aan‐
sluitdiagram indien be‐
schikbaar).
De oven wordt niet warm. De oven is uitgeschakeld. Schakel de oven in.
De oven wordt niet warm. De klok is niet ingesteld. Stel de klok in.
De oven wordt niet warm. De benodigde kookstan‐
den zijn niet ingesteld.
Zorg ervoor dat de instel‐
lingen correct zijn.
De oven wordt niet warm. De automatische uitscha‐
keling is actief.
Raadpleeg 'Automatisch
uitschakelen'.
De oven wordt niet warm. Het kinderslot is geacti‐
veerd.
Raadpleeg "Het kinderslot
gebruiken".
NEDERLANDS 37










