User Manual
Table Of Contents
- INHOUDSOPGAVE
- 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
- 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
- 3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
- 4. BEDIENINGSPANEEL
- 5. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT
- 6. DAGELIJKS GEBRUIK
- 7. KLOKFUNCTIES
- 8. GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES
- 9. EXTRA FUNCTIES
- 10. AANWIJZINGEN EN TIPS
- 10.1 Kookadviezen
- 10.2 Magnetronaanbevelingen
- 10.3 Kookgerei en materialen geschikt voor de magnetron
- 10.4 Bakken
- 10.5 Baktips
- 10.6 Bakken op één ovenniveau
- 10.7 Ovenschotels en gegratineerde gerechten
- 10.8 Bakken op meerdere niveaus
- 10.9 Tips voor braden
- 10.10 Braden
- 10.11 Knapperig bakken met Pizza-functie
- 10.12 Grillen
- 10.13 Brood bakken
- 10.14 Lage temperatuur garen
- 10.15 Bevroren gerechten
- 10.16 Ontdooien
- 10.17 Inmaken
- 10.18 Drogen - Hetelucht
- 10.19 Bereiding met magnetron
- 10.20 Aanbevolen vermogensinstellingen voor verschillende soorten voedsel
- 10.21 Aanwijzingen voor testinstituten
- 11. ONDERHOUD EN REINIGING
- 12. PROBLEEMOPLOSSING
- 13. ENERGIEZUINIGHEID
CAKE/GEBAK/BROOD
Verwarm de lege oven voor, tenzij anders aangegeven.
Gebruik de functie: Boven + onderwarmte.
Gebruik de bakplaat.
(°C) (min)
Plaatkoek met delicate garnering (bijvoor‐
beeld kwark, room, puddingvulling)
160 - 180 40 - 80 2
Christstollen 160 - 180 50 - 70 2
KOEKJES EN BISCUITS
Gebruik de functie: Hetelucht.
(°C) (min)
Zandkoekjes 150 - 160 10 - 20 1
Koekjes gemaakt van sponsdeeg 150 - 160 15 - 20 1
Koekjes van bladerdeeg, verwarm de oven
voor
170 - 180 20 - 30 1
Zandtaartdeeg / Deegreepjes voor op vlaai‐
en/taarten
140 20 - 35 1
Cakejes, verwarm de oven voor 160 20 - 35 3
Koekjes gemaakt van gistdeeg 150 - 160 20 - 40 1
Makarons 100 - 120 30 - 50 1
Eiwitgebak/schuimgebak / Schuimgebakjes 80 - 100 120 - 150 1
NEDERLANDS 21










